Ollie

Hieronder zien jullie Judiths favoriete boek. Het gaat over Gonnie en Gijsje, twee parmantige gansjes met laarsjes aan. Die laarsjes waren de aanleiding waarom oma Paula ons dat boek gegeven heeft: er staat een gansje in met één blauw en één rood laarsje. Dat is een stukje familiegeschiedenis. Toen Johan klein was had hij rode laarsjes, maar er was er eentje kwijtgeraakt. Vervolgens werden er nieuwe laarsjes gekocht, precies dezelfde maar dan in het blauw. En ook daar raakte er eentje van kwijt! Vanaf toen lopen kleine Commelinnetjes dus op één rood en één blauw laarsje. Judiths voeten zijn inmiddels alweer te groot geworden, maar we bewaren de laarsjes nog trouw voor het volgende kindje in de familie 🙂

Het leukste aan het boek is dat je op de kaft een klepje omhoog kunt duwen, waardoor er een klein gansje uit het ei komt. En dat is meteen het favoriete verhaaltje in dit boek: Gonnie en Gijsje zien een ei. In dat ei zit Ollie, een klein gansje. Maar Ollie wil er niet uit! Een heel verhaal lang proberen Gonnie en Gijsje hem zo ver te krijgen dat Ollie uit het ei komt, maar hij doet het niet! “Ik kom er niet uit!” “Ik kom er echt niet uit!” “Ik kom er toch niet uit!” Die zinnetjes worden door onze jongedame steeds weer herhaald, tot ze dan met een grote grijns het klepje omhoogduwt: “Komme toch uit!”

Zie je hoe boos Gonnie en Gijsje zijn? Die Ollie trekt zich er niks van aan 🙂

Het blijft een kostelijk herkenbaar verhaaltje. Een verdraaid eigenwijs klein gansje dat ECHT NIET gaat doen wat de anderen van hem vragen. Ze kunnen achter hem aan rennen, ze gaan zelfs bovenop het ei zitten, ze trekken alles uit de kast – maar die kleine doet gewoon precies wat ‘ie zelf wil. Ik herken daar wel iets in. Niet dat ik zelf eigenwijs ben natuurlijk. Maar onze Judith kan er wat van… Regelmatig heeft ze geen zin om mee te gaan als ik Boaz op moet halen van de Kindergarten (en als we er eenmaal zijn wil ze niet mee terug naar huis). Ze wil dan haar schoenen niet aan, haar helm niet op, ze gaat gewoon NIET MEE! Gelukkig heeft ze nog de leeftijd dat ik haar gewoon onder de arm kan pakken en in het fietsstoeltje kan planten, maar gezellig is anders. Ze maakt haar protesten luidkeels kenbaar, en de hele buurt geniet mee. Vasthoudend is ze ook. Gister heeft ze het 1,3 van de 1,5 km volgehouden om als een soort mantra te herhalen: “Ikke ga niet mee. Ikke ga niet mee. Ikke wil niet mee. Ikke ga echt niet mee” [herhaal]. Dat ze ondertussen al lang achterop zat en tegen wil en dank toch richting Kindergarten convergeerde, dat deed er kennelijk niet toe.

Ik heb zelfs heel pedagogisch geprobeerd om haar de gelijkenis met Ollie onder ogen te brengen. Maar daardoor raakte ze zo mogelijk nog meer beledigd: “Ikke IS NIET OLLIE! Ik ga niet mee. Ikke ga niet mee. Ik ga toch echt niet mee”…

Gijsje en Gonnie losten het probleem uiteindelijk op door weg te lopen en te zeggen: “Dan kom je er toch niet uit!” Maar dat werkt bij Judith niet meer. Als ik wegloop en zeg: “Dan moet je maar alleen thuis blijven. Mama gaat nu weg”, dan is er 50% kans dat ze dat een prima oplossing vindt. Dus ja, dat heeft niet meer het gewenste effect. Mij blijft weinig anders over dan mijn tegenstribbelende “ei” maar gewoon op te pakken en in de gordels te zetten. Gelukkig is deze strijd na de zomervakantie waarschijnlijk een stuk minder: dan mag madame zélf naar de Kindergarten. En daar is ze het roerend mee eens. Alweer net als Ollie, want kijk maar op de laatste bladzijde hierboven. Ollie is nog maar net uit zijn ei, of hij wil OOK! Als hij niet meteen krijgt wat hij wil – omdat hij het nog niet heeft gevraagd – stampt hij heel boos in het rond. Pas als hij ook laarsjes krijgt, net als de groten, is hij tevreden. Dan stapt hij twee rondjes en besluit vervolgens dat de laarsjes toch te warm zijn en dat ‘ie iets anders wil.

Hier houdt de gelijkenis op, wat mij betreft. Als Judith straks naar de Kindergarten mag, is ze helemaal tevreden. Dan gaat ze elke ochtend vrolijk de deur uit en speelt dat het een lieve lust is. En het rode en blauwe laarsje staan te wachten tot het volgende kindje in onze familie uit zijn “ei” komt. Ik ben benieuwd of die net zo eigenwijs gaat zijn 🙂

Geestelijke wapenrusting

De afgelopen tijd hebben we bij onze zondagse Bijbelmomenten nagedacht over de geestelijke wapenrusting. Niet direct een makkelijk thema, maar het sprak onze kinderen – vooral ridder Boaz – wel erg aan. De kunst is dan natuurlijk om het leuk te houden met knutselwerkjes enzo, én ze iets mee te geven van de achterliggende theologische concepten en Bijbelse ideeën. Dat laatste probeerden we door steeds weer in gesprek te gaan, en door elke week de elementen van de wapenrusting weer te benoemen aan de hand van een soldaatje dat we steeds verder “aankleedden”.

Als eerste was de gordel van de waarheid aan de beurt. Een Romeinse soldaat met zo’n losse tunica kon makkelijk over z’n kleren struikelen. Daarom had hij een stevige riem nodig. Net zo moeten wij geworteld zijn in de waarheid, ons wereldbeeld bouwen op Gods Woord, om niet te struikelen.

Als tweede kwam het borstharnas van de gerechtigheid aan de beurt. Daar moesten we zelf ook even over nadenken. Wat betekent dat precies? Uiteindelijk kwamen we uit op het concept van “toegerekende gerechtigheid”. Een hele mondvol, en niet meteen Jip-en-Janneke-taal. Maar met een knutselwerkje kwamen we er aardig uit.

Het borstharnas beschermt ons hart en onze gevoelens. Satan wil onze gevoelens graag de verkeerde kant op sturen, hetzij door ons trots te maken (“Kijk eens hoe goed ik ben, God zal vast blij met mij zijn!”) of door ons depressief en onzeker te laten zijn (“Ik ben zo slecht, de Heere wil mij vast niet…”). Maar onze redding is niet gebaseerd op onze eigen gerechtigheid en prestaties, maar alleen op die van Jezus. Als we in Hem geloven, neemt Hij ons vuile hart op Zich en krijgen wij Zijn gerechtigheid (uitgebeeld als het gouden hart). Met een splitpennetje konden we dat mooi laten zien. En als we dit in gedachten houden, zijn we beschermd tegen satans aanvallen.

Na de gordel en het borstharnas kwamen we bij de schoenen/sandalen van de bereidheid van het Evangelie van de vrede. Pfoe, dat was een hele mondvol. En ook die begrepen we pas na er meer over gelezen te hebben. Schoenen zijn nodig om niet uit te glijden, om stevig te staan. In het leven moet je ook stevig staan, zodat je niet van het juiste pad afglijdt. Hoe doe je dat? Door de bereidheid van het Evangelie van de vrede. Anders gezegd: als je het hoogste belang hecht aan de goede boodschap van God die vrede brengt tussen Hem en jou. Dat Evangelie is zoveel waard, dat je er alles voor over hebt, ook de moeilijkheden en verantwoordelijkheden die ermee gepaard kunnen gaan. Als dat je uitgangspunt is kun je stevig staan, ook als je misschien het gevoel hebt dat je principes schadelijk zijn voor je carrière, of onaangenaam voor mensen om je heen, of een streep halen door je eigen verlangens. Het Evangelie is dat allemaal waard, en daarom hoef je geen water bij de wijn te doen.

Hierna kwam het schild van geloof. Dat was makkelijk qua werkje: een stuk karton met een handvat eraan, en versieren maar. Met zo’n schild kun je vijandelijke pijlen afweren. Zo kunnen we door het geloof de aanvallen van satan (a) doorzien en (b) afweren – hetzij directe aanvallen, hetzij aanvallen via andere mensen. Als voorbeeld namen we Paulus die in de gevangenis zat en bovendien in de steek gelaten werd door medegelovigen. Maar hij liet zich niet in de put brengen; hij was sterk in het geloof.

Een week later kwam de helm van de (hoop op de) zaligheid. Dat zag er heel stoer uit 😉

Een helm beschermt iemands hoofd. Zo helpt de hoop op Gods heerlijke toekomst om onze gedachten te beschermen. Als het leven soms moeilijk is, als we geneigd zijn het bijltje erbij neer te gooien, dan krijgen we nieuwe moed door te denken aan de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde die de Heere beloofd heeft.

En toen kwam dan eindelijk, eindelijk het zwaard aan de beurt. Daar is naar uitgezien 😉 Ik heb ze expres alleen een kartonnen zwaard laten maken, daarmee bleef de schade beperkt 🙂 En je kunt het mooi versieren natuurlijk.
Inhoudelijk bespraken we het verhaal over Jezus die in de woestijn verzocht werd. Bij elke aanval van satan antwoordde Jezus met een citaat uit Gods Woord. Daarmee worden satans halve waarheden onderuit gehaald, en uiteindelijk slaat hij dan op de vlucht. Om dit zwaard te kunnen gebruiken is het dus enorm belangrijk om de Bijbel goed te kennen!

We hebben heel wat geleerd. Ik heb niet de illusie dat alle moeilijke woorden en concepten nu voor eens en voor altijd in ons hoofd zitten, maar er is in ieder geval weer een stap gezet. Stapje voor stapje gaan we door, zodat we hopelijk allemaal als goed bewapende soldaten het leven in kunnen gaan. In Gods kracht, in verbondenheid met Hem – daar gaan we het morgen nog over hebben, als afsluiting van onze serie. En dan is het tijd voor vakantie 🙂 Dan hopen we weer andere thema’s aan te snijden, aansluitend op “wandelen” en “bergen” enzo… 🙂 🙂

Tijdrovende administratie

Ergernis nummer één voor Johan: administratieve klusjes die zijn halve werkdag vullen, en waarbij hij het gevoel heeft dat iemand anders het vijf keer sneller had gekund. Bijvoorbeeld zaaltjes reserveren voor een collegeserie van volgend cursusjaar, voor biologiestudenten in het biologiegebouw. Als dat gedaan moet worden door een wiskundige post-doc, dan betekent dat dus drie keer heen en weer vragen en uitleggen enzovoorts, en tenslotte gaat het nog verkeerd omdat hun systeem weer anders werkt dan dat bij wiskunde. Het is momenteel zo bont dat hij vooral ’s avonds thuis “echt werkt”, aan de universiteit wordt hij alleen maar lastig gevallen en afgeleid 😉

Bij de kinderarts/huisarts hebben ze hetzelfde probleem. Hopeloos. Ze zijn de hele dag druk met allerlei administratie, en nemen daarom maar gewoon geen telefoon meer op. Gevolg: als je een afspraak wilt maken moet je langskomen en sta je een kwartier in de rij te luisteren naar alle administratieve verzuchtingen en onophoudelijk jengelende telefoons voordat je zelf je wensen kunt voorleggen.
Wij waren gisteren de klos. Hannah had een sportwedstrijd van school, en bij dat veld lag gebroken glas op de grond. Toen onze meis een bal wilde oprapen raapte ze dus meteen ook een glasscherf op, en had ze een fikse snee in haar hand. De meester belde of ik haar op kon halen. Toen ik daar aankwam kwam Hannah gelukkig al naar me toe gerend en zag ze er redelijk fris uit, maar het leek de meester toch raadzaam als er even een arts naar haar hand keek. Bellen leverde weer niks op, dus zijn we maar langsgereden. Het was toch bijna lunchpauze in de praktijk, dat is de enige tijd van de dag dat er minder dan drie kwartier wachttijd is…
Eenmaal aan de balie was het probleem meteen wel duidelijk, maar oh grote griebels het was een “schoolongeval”. Dat zet meteen een heel protocol in werking: er moet worden genoteerd wat er is gebeurd, waar het is gebeurd, hoe laat het precies is gebeurd (dat hoef je niet op de minuut af te weten, je moet alleen overtuigend klinken als je een gok doet), hoe dit kon gebeuren, onder verantwoordelijkheid van welke school het is gebeurd, waar die school normaliter gevestigd is (ook al was dit op het sportveld), hoe laat de school die dag was begonnen, hoe laat de school die dag uit was (ook al was Hannah natuurlijk allang weg tegen die tijd), hoe lang Hannah al op school zat (aiaiai, ze zit bijna twee jaar op school, maar nog niet zo lang hier, WAT MOET ER NU INGEVULD WORDEN?), en zo nog een paar dingen. De assistente verzuchtte zelf ook al: “Ik heb geen idee waarom ze dit allemaal moeten weten of wie hier ooit in geïnteresseerd gaat zijn, maar ik moet het allemaal invullen”. De mensen achter ons in de rij hadden er vast alle begrip voor.

Toen we eenmaal bij de arts aan de beurt waren, was die in vijf minuten klaar, want er hoefde gelukkig niets gehecht te worden. Maar ze moest begrijpelijkerwijs wel even checken of Hannah ingeënt is tegen tetanus. Dat was in orde, maar ik had er geen schriftelijk bewijs van in m’n tas. Dat moest ’s middags nog even langs gebracht worden, “voor de administratie”. Wij ’s middags door de hitte weer die kant op, maar toen zat er een andere vrouw aan de balie die me vol onbegrip toevoegde: “Maar voor zulke dingen heb ik toch helemaal geen TIJD?”. Ja sorry mevrouw, het is niet mijn idee 🙂 U mag ons inentingsbewijs tot en met vrijdag houden, en we wensen u veel succes bij het vinden van een gaatje om dit in te voeren in uw administratie. Daarna heeft de dokterspraktijk namelijk twee weken welverdiende vakantie…

En dan de centrale administratie van de gemeente Bad Krozingen die verantwoordelijk is voor de Kindergartens. Voordat we hierheen verhuisden had ik Boaz daar opgegeven, met onze voorkeur voor Kindergarten Regenbogen. Het duurde allemaal nogal lang, dus intussen hadden we zelf al lang en breed contact gelegd met die Kindergarten, waren op kennismakingsgesprek geweest, en zodra er een plekje vrij kwam is onze kerel daar welkom geheten. Inmiddels zit hij er al meer dan een jaar, tot volle tevredenheid van alle betrokken partijen. En tadaaaa… vorige week kreeg ik een mailtje dat er een toezegging is van de Kindergarten dat Commelin Boaz Geurt Nathanael bij hen mag beginnen. Nadere info kan ik daar opvragen, maar ze konden alvast melden dat hij mag beginnen op 01.04.2018.

Ja, echt.

Het is toch geweldig. En het leukste van alles: “Diese Nachricht wurde automatisch erzeugt.” Gelukkig maar. Ik was even bang dat iemand anderhalf jaar lang had zitten zweten op deze beslissing en alle ambassades had afgebeld of er misschien nog ergens een strafblad van onze zoon bekend was dat de beslissing nadelig zou kunnen beïnvloeden, maar nee. Het was gewoon een computer die een beetje tijd nodig had. Waarschijnlijk was hij druk met andere administratieve bezigheden B-)

Musical

Weten jullie wie dit is? Dat is Hannah, de vrouw van Cham 😉

Vandaag was het éindelijk zover, na een half jaar oefenen. Hannahs school voerde een musical op over Noach. Alle ouders, broers, zussen en andere belangstellenden mochten komen kijken en luisteren. En aansluitend was er dan op school het zomerfeest, om tegen het einde van het schooljaar nog een keer als school bij elkaar te komen onder het genot van allerlei lekkers. En om voor het eerst in het bestaan van deze school afscheid te nemen van de oudste groep: die hebben er nu vier jaar Grundschule opzitten en gaan naar het voortgezet onderwijs.

Een beeld zegt meer dan een verhaaltje, dus hieronder een paar foto’s:

Dit is het koor (in regenboogkleuren!) met daarnaast Noachs familie en een paar buren. Veel liederen werden gezamenlijk gezongen, maar er waren ook stukjes waarin een paar kinderen apart zongen of een toneelstukje opvoerden. Samen werd zo het hele verhaal over Noach verteld, van de eerste plankjes die gezaagd werden voor de ark tot de belofte van God dat er nooit meer zo’n zondvloed zou komen. We hebben er drie kwartier lang van genoten!

Bloedserieus aan het zingen en spelen

De kinderen hadden het zichtbaar warm in hun kostuums, maar het zag er wel heel “echt” uit en ze zaten goed in hun rol. Het vele oefenen heeft z’n vruchten afgeworpen. Nu hebben ze nog een week school, daarna zomervakantie, en dan mogen ze dezelfde musical nog een keer opvoeren: op het Einschulungsfest waarop de nieuwe eersteklassers welkom worden geheten. Een warmer welkom kan je je toch nauwelijks voorstellen! 🙂

Wat is dát nou weer voor woord?

Jullie herkennen het vast. Soms ben je een tekst aan het schrijven of typen met woorden die je al lang kent en die je regelmatig gebruikt, en dan bekruipt je ineens het merkwaardige gevoel: “Wat ben ik hier eigenlijk aan het doen? Dit is toch helemaal geen woord??? Schrijf je dat echt zo?”

Ik had dat vorige week, toen ik een artikel schreef over “de kerk”. Dat moest in het Engels, dus ging het over “the church” dit en “the church” dat. Als je dat 10 keer in korte tijd doet, wordt het ineens een heel gek woord. Probeer zelf maar eens.

(Hiervoor heb ik net uitgelegd dat de kerk in het Nieuwe Testament benoemd wordt als de tempel van God.)
‘This temple is built by Jesus Christ Himself. He gives us the assurance that “I will build my church, and the gates of hell shall not prevail against it” (Matthew 16:18).
This is not to say that the church is already perfect. History has shown the contrary. Since the church consists of humans who remain sinful despite being saved, sin and brokenness are present in the church as well.’

Als je dat woord eens even “proeft” en er goed naar kijkt, dan ziet het er zo gek uit. En het klinkt ook helemaal niet. Dat kan toch niet goed gespeld zijn zo…? Wat heb ik hier nou eigenlijk voor onzin neergekladderd…? Ik vroeg het zelfs oprecht aan Johan. Maar hij had de tekst niet geschreven, dus hij had nog een heldere blik 😉 Én hij kon me verder helpen in mijn verwarring. Dit verschijnsel is namelijk geen teken van afnemende hersencapaciteit of een naderende overspannenheid, het heet gewoon “semantische verzadiging” en het kan iedereen overkomen.

Kijk, dat lucht op. Altijd handig om een man te hebben die dit soort kennis in een laatje in z’n hoofd heeft opgeslagen.

Voor jullie informatie citeer ik een stukje van de Wikipedia-pagina – die kan het beter uitleggen dan ik. “Semantische verzadiging is een psychologisch verschijnsel waar het steeds herhalen van een woord leidt tot een (tijdelijk) verlies van betekenis bij de toehoorder die het woord dan interpreteert als een herhaalde reeks betekenisloze klanken. Als een persoon vele malen hardop het woord “badkuip” uitspreekt is de kans groot dat op een gegeven ogenblik het woord zijn betekenis voor de uitspreker verliest, er wordt niet meer aan het desbetreffende sanitair gedacht maar wordt er alleen maar een geluid waargenomen dat met geen enkel begrip geassocieerd wordt.”

Zie je? Dat is dus precies wat ik bedoelde, behalve dat ik het ook heb als ik een woord steeds opnieuw typ in plaats van uitspreek. Misschien moet dat verschijnsel dan nog weer een aparte benaming krijgen, maar voorlopig scharen we het hier maar onder. (“Typ” is trouwens ook een uitstekend geschikt woord om hiermee te experimenteren). Wikipedia kan ons zelfs haarfijn uitleggen hoe semantische verzadiging in mijn brein werkt:

“De verklaring die gegeven is voor het fenomeen is dat het hardop herhalen een specifiek neuraal patroon oplevert in de cortex dat correspondeert met de betekenis van het woord. In een hoog tempo hardop herhalen heeft tot gevolg dat zowel de centrale als de perifere sensori-motorische neuronen tegelijk afvuren, hetgeen resulteert in een verzwakte neurale reactie. Hoe vaker herhaald, hoe zwakker de reactie.”

Ik had dus gewoon te snel gewerkt kennelijk. Of ik was te eentonig in mijn woordgebruik. In ieder geval is er niets mis met mijn brein, en weet ik nou éindelijk hoe “dit” heet. Want ik heb dit wel vaker, ook met gewone Nederlandse woorden. Of Duitse, maar dat komt waarschijnlijk ook omdat ik die daadwerkelijk nog niet goed genoeg ken.

Om nog even een stapje uit te zoomen: het verschijnsel dat je er op een gegeven moment achter komt dat er echt een woord bestaat voor datgene wat jij al zo vaak hebt meegemaakt maar waar je de vinger niet op kon leggen, dat je eindelijk ineens begrijpt hoe iets in elkaar steekt, daar hebben ze alleen in het Duits een goed woord voor. Zoiets heet een Aha-Erlebnis. Om opnieuw Wikipedia te citeren: een Aha-Erlebnis is “das schlagartige Erkennen eines gesuchten, jedoch zuvor unbekannten Sinnzusammenhanges”. Kijk. Dat wou ik jullie niet onthouden. Want zo’n Aha-Erlebnis, dat kan gewoon een enorme opluchting zijn. Ook in het Nederlands 😉

Groot

Judith wist al precies wat er donderdag ging gebeuren: “Opa grooooote auto, opa veel pakketjes voor ons, vele spullen, vele eten, wij alles weerre hebben”. En ze had gelijk 😉

Het grootste “ding” dat opa dit keer bij zich had, was een stapelbed voor de dames. In stukken uiteraard, dus er moest heel wat gesjouwd worden! Ons kroost was maar al te graag bereid om te helpen, en ze hebben zich in het zweet gesleept. Daarna moest er een kast in elkaar worden gezet, en een bed, en tenslotte moest het tweede bed bovenop de kast komen. Ook daarbij werd weer ijverig geholpen met dragen, sjouwen, vasthouden, schroefjes aangeven… wat fijn dat we al zulke grote helpers hebben! 🙂

Inmiddels is de hele boel geïnstalleerd en hebben de dames al een nacht in hun nieuwe bed geslapen. In hun gróte bed dus, laat dat duidelijk zijn. Judiths ledikantje is niet meer nodig, dat is voor baby’s. Zij is nu een grote meid. En haar kleren liggen niet meer in een commode, maar in een grote kast! Nu wordt het vast nóg leuker om zich aan en uit te kleden. Ze heeft zelf goed meegedacht over de kastindeling, en besloten dat haar knuffels en al haar pyjama’s in het boekenkastje bij haar bed moeten liggen. Voor de knuffels is dat heel gezellig, en Judith kan bij het naar bed gaan probleemloos uit al haar pyjama’s kiezen. Dat is best belangrijk natuurlijk 😉

Boaz sliep tot nu toe heerlijk in een peuterbed – een hele mooie, met een soort tent erop. Maar nu Hannahs bed over was, wilde hij ook wel een stapje “groter”. Dus hebben we opa’s auto op de terugweg opnieuw volgeladen. Een buurvrouw vroeg zich al af of we aan het verhuizen waren… Nee hoor, het blijft beperkt tot een interne verbouwing. Voorlopig vinden we dat genoeg.

Nu slaapt dus ook Boaz in een “nieuw” bed, en hebben ze allemaal een ledikant van twee meter. Daarmee moeten ze ’t kunnen uitzingen tot ze volwassen zijn. Als ze te zijner tijd een nóg langer bed willen – zoals hun vader – dan gaan ze maar op kamers of ze regelen ’t zelf met opa 🙂

Update een paar uur later: het lekker gaan slapen in nieuwe bedden blijkt toch nog niet zo eenvoudig als opa eenmaal weg is. Vanavond hadden ze allemaal anderhalf uur nodig om in slaap te vallen… :/ Niet vanwege het nieuwe bed, maar vanwege mama die gitaar speelde, mama die toen maar ging naaien, Judith die lag te praten, Hannah die het lichtje uit deed (of zoiets), een zich-niet-lekker-voelende buik, en een alleen-gevoel-omdat-opa-weg-is. Het is wat. Gelukkig heeft Boaz de oplossing paraat: opa moet maar gewoon altijd bij ons komen wonen. Dat vindt iedereen veel gezelliger. 🙂

Geld

Geld is de laatste dagen hét gespreksonderwerp hier thuis. Hannah krijgt wekelijks zakgeld, de andere twee nog niet. Dat is op zichzelf natuurlijk al regelmatig aanleiding tot discussie. Maar nu heeft Judith ook een eigen “spaarpot” met muntjes erin, en is het onderwerp helemaal actueel. ’s Morgens voor het ontbijt begint het al: muntjes tellen, muntjes ruilen, vergelijken hoeveel geld ieder heeft… en natuurlijk bediscussiëren welk muntje uit welke spaarpot kwam, wie van wie heeft gestolen en zoeken of de kwijtgeraakte muntjes misschien onder mama’s bed liggen [dat zou zomaar kunnen, want Judith verstopt zich daar nogal eens].

Voor Hannah had geld deze week nog een bijzondere betekenis: haar wiebelende voortand is er éindelijk uit, na heel veel wiebelen (ook ’s nachts) en ongeduldig wachten. Ze was zelfs al aan de gang met touwtjes aan de deurklink, maar dat lukte toch niet zo goed als in de boekjes. Dolgelukkig was ze toen die tand er dan eindelijk toch uit ging. Maar wat hebben losgeraakte melktanden met geld te maken…? Dat wilde Hannah nu ook eens haarfijn uitzoeken. Bij de twee tanden die er een poosje geleden uitgingen, lag er de volgende ochtend een muntje onder haar kussen. Natuurlijk gelooft ze echt niet, heus niet, natúúrlijk niet, dat er zoiets als een tandenfee bestaat. Maar helemaal zeker was ze kennelijk toch niet, want ze had een lakmoesproef bedacht: papa was in Italië en ze ging hem niets vertellen, en dan wilde ze wel eens zien of er ook deze keer een muntje lag. En inderdaad: niks te zien. Pas toen papa een paar dagen later terug was, lag er ineens 50 cent onder haar kussen. Betrapt! 😉

Judith is natuurlijk nog rijkelijk jong om de waarde van geld te snappen. Boaz ook trouwens; die verzekert mij af en toe troostend dat hij z’n spaarcentjes goed bewaard “voor als jullie een keer arm worden – dan mag je mijn geld hebben en kan je toch nog boodschappen doen”. Heel lief bedoeld natuurlijk 😉
Judith vond vanmorgen dat mijn horloge er niet meer zo goed uitzag, en laten we nou net voorbij een juwelier fietsen!
“Mama, jij nieuwe loosje kopen!”
“Oh ja? Die zijn wel mooi, maar dat kost ook veel geld…”
Handje op mijn arm, toontje “ach jij arme schat”: “Jijje loosje kopen, ikke jou betalen!”
Haha. Ze heeft welgeteld 5 muntjes van 10 eurocent, en dan nog 3 van 50 cent. Dat is voor haar weliswaar héél veel, maar ik denk niet dat de juwelier akkoord gaat…

Op de website van het NIBUD vond ik: “Kinderen die al op jonge leeftijd leren hoe ze met geld om moeten gaan, komen later minder vaak in de financiële problemen. Aan u als ouder de taak om uw kind voor te bereiden op financiële zelfstandigheid.”
Kijk, dan komt het met ons kroost vast helemaal in orde 🙂

Verkleden

Dat gebeurt hier heel frequent de laatste weken. Judith haalt er veel voldoening uit om zichzelf meerdere keren per dag prachtig uit te dossen. Ze trekt haar kast open, gaat er ’s goed voor zitten en haalt vanalles voor de dag. Inmiddels heb ik maar gezorgd dat de winterkleren ver buiten haar bereik zijn opgeruimd, want dat werd echt te gortig. Maar zelfs nu presteert ze het nog gerust om met een lange legging, een zwembroekje en een rokje aan naar me toe te komen, met de vraag: “mama, helpe prinses?” Dan moet er dus een (prinsessen)jurk aangetrokken worden. Zonder dat is je outfit niet compleet!

Aangezien mevrouwtje een goed eind op weg is om zindelijk te worden maar ze af en toe toch nog geen zin heeft, of geen tijd… komt het ook nogal eens voor dat alles uitgetrokken en in de wasmand gegooid moet worden. En dan kan ze weer van voor af aan beginnen. Of als ze met water heeft gespeeld en alles nat is geworden (stel je voor, met deze hitte is het natuurlijk erg problematisch om een beetje nat te zijn). Of als ze gewoon zin heeft in iets “nieuws”. Of gewoon omdat het kan. Ze kan er best een poosje zoet mee zijn – en daarna ben ik weer even zoet met alle kleren sorteren, opvouwen en inruimen 😉 Maximaal een keer per dag, voor de rest laat ik lekker alles liggen of schuift ze het zelf weer “keurig” op z’n plek. Gelukkig is ze nu nog op een leeftijd dat mensen glimlachen als ze met een curieuze combinatie op straat verschijnt, of als er een jas en een muts in onze fietstas liggen bij 35 graden Celsius. En mensen die we vaak tegenkomen, weten inmiddels wat voor soort dame het is. Toen ze weer ’s volledig onnodig met een dik vest aankwam, terwijl ze eerder die ochtend met blote armen en blote benen langs was gekomen, grinnikte iemand begrijpend: “Dat heeft ze zeker zelf weer bedacht, of niet?”

Ook verder wordt er wel iets vaker verkleed dan normaal, met deze warmte wordt alles nou eenmaal sneller vies en nat en plakkerig. Gelukkig trekt de wasmachine zich niks aan van warmte, en was drogen gaat nu als een trein. Aangezien Judith met alle liefde de wasmand helpt sjouwen, en ook prima de zeep in het bakje kan doen en op de knopjes kan duwen, heb ik er uiteindelijk niet eens zoveel werk aan 😉

Ook bij ons laatste Bijbelmoment hadden we een verkleedpartijtje. Het ging over de geestelijke wapenrusting, specifiek over de gordel van de waarheid. Nu was het onze kinderen wel meteen duidelijk waarom een soldaat een zwaard en een schild nodig had, maar een gordel of riem…? Mijn ouwe trouwe badjas bood uitkomst. Toen Boaz die achterstevoren aan had, kon hij inderdaad niet lopen of rennen zonder de boel met z’n handen omhoog te houden. Maar met volle handen kun je niet vechten… Daar kwam een ceintuur toch wel heel goed van pas. Met een gordel die je kleren omhoog houdt, heb je de handen vrij om te vechten. Alleen zo kun je lopen zonder te struikelen. Vervolgens konden we uitleggen hoe je thuis moet zijn in de waarheid van Gods Woord, om niet van de weg te raken of in verwarring te raken. De komende weken hopen we steeds een stuk van de geestelijke wapenrusting te behandelen. Niet direct eenvoudige onderwerpen, maar wél heel aansprekend voor een dappere ridder en een prinses die zich graag en vaak verkleedt 😉

Weest gegroet

“Moin” — “Moin moin”

Zo groet men elkaar in Hamburg en omgeving. Maar dat moet je in het Zwarte Woud niet proberen. Dan kijken ze je heel raar aan. En in Beieren word je gewoon de deur uit gezet (als je de verhalen moet geloven). Maar wat moet je dan zeggen? “Mogguh” (met een lekker schrapende ‘g’) of “Hoi” begrijpen ze hier ook niet. “Guten Morgen” en “Auf wiedersehen” zijn een tikkie formeel. Die laatste heb ik volgens mij nog nooit iemand horen gebruiken. Gelukkig begrijpt men “Allo” wel, en laat je daarmee niet meteen merken dat je een vreemde buitenlander bent.

Een groet die veel gehoord wordt bij afscheid nemen is het eenvoudige “Tschüss!” Een andere groet die veel gebruikt wordt, bij komen en gaan is “Ciao”. Dit is een bekende groet in Italië, waar men bij het afscheid nemen inmiddels vaak minstens vier keer achter elkaar “Ciao!” zegt. Hier in Zuid-Duitsland is 1x nog voldoende. Enfin, velen kennen deze groet wel van vakanties in Frankrijk, Spanje, Italië, of andere zuidelijke streken.

Een groet die we nog nooit eerder gehoord hadden, en die we vaak moeilijk te verstaan vonden (waarschijnlijk omdat het zo onbekend is) is “Servus”. We vonden het ook een beetje verdacht… “servus”… “slaaf” in het latijn. Waarom zou men dat zeggen.

Onlangs heb ik besloten om maar eens uit te zoeken wat die groet nu precies is, en waar die vandaan komt. Blijkt dat het inderdaad afstamt van een latijnse groet: “servus humillimus, domine spectabilis” wat zoveel betekent als “meest nederige slaaf, meest nobele heer”. Oftewel, een uitgebreide versie van het Nederlandse “Tot uw dienst”. Met het verschil dat die groet in Nederland niet erg gangbaar is (of misschien schertsend gebruikt wordt). In Duitsland is het juist een uiterst informele groet. Als student moet je niet proberen om een professor met “Servus” te begroeten aan het begin van een college. Een tikkie ironisch, gezien de oorsprong van de groet.

En wat ik nog meer leerde: dat “Ciao” ook slaaf betekent in het Venetiaanse dialect. Het heeft dus dezelfde herkomst als “Servus”. Ik veronderstelde altijd dat het qua oorsprong gerelateerd was aan “A Dieu!” omdat het enigszins dezelfde klankkleur heeft. Daar zat ik dus mooi naast.

Laat ik jullie dan nu groeten met “Goodbye!” — “God be by ye”.

Kamperen

Wat doe je als je een tent in de gang hebt staan en het is mooi weer, en bovendien hebben de kinderen vakantie? Precies, dan zoek je een camping op. Maar wat doe je als manlief maar één dagje vrij heeft? Wel, dan zoek je een camping in de buurt van zijn werk! Dat deden wij dus afgelopen week. Op donderdag was er hier een nationale feestdag waarop ook Johan vrij had, en toen hebben we onze auto helemaal volgepropt. Half uurtje rijden, en de vakantie kon beginnen! Wil je dat vakantiegevoel vasthouden, dan moet je natuurlijk wel af en toe een oogje dichtknijpen als je verkeersborden tegenkomt met al te bekende plaatsnamen erop 😉 Maar dat vonden we geen probleem voor zo’n mini-vakantie, we gingen tenslotte voor het kamperen en niet om een nieuwe omgeving te ontdekken.

We waren gewaarschuwd dat deze tent het bij regen wellicht niet helemaal droog zou houden, dus we knepen ‘m wel een klein beetje toen er donkere wolken over kwamen drijven. Uiteindelijk regende het gelukkig niet zo veel, en wat er viel bleef waar het hoort: buiten. Op 50 ml na wat we in een bakje hebben opgevangen, maar dat was te weinig om de pret te drukken.

Officieel was de tent maar voor vier personen bedoeld, dus Judith had haar eigen tentje meegebracht. Dat zetten we ’s nachts in het leefgedeelte van de tent, en zo had mevrouwtje haar eigen “plekkie”. Vooraf had ze al goed geoefend met slapen in haar tent – bij ons op de slaapkamer. 🙂 Wat dat betreft was ze dus al een ervaren kampeerder. Wel is zo’n tent natuurlijk heel gehorig, en was het vooral de eerste avond erg moeilijk voor de kinderen om te gaan slapen terwijl er nog andere mensen aan het praten en spelen waren. En vervolgens om ’s morgens zachtjes te doen terwijl die andere mensen nog sliepen… Gelukkig stonden we aan de rand van de camping en keken we uit op de koeienwei – en die koeien raakten niet ondersteboven van ons. Omgekeerd zorgde het wel voor hilariteit toen een grote koe pardoes tegenover onze tent haar staart optilde en een enorme koeienvlaai op het gras deponeerde! Judith was diep onder de indruk. Ze is zelf volop bezig met “naar de wc gaan”, maar zoiets had ze nog nooit gezien 😉

En verder hebben we genoten van de kleine dingetjes die kamperen zo leuk maken. Rustig wakker worden terwijl je de vogeltjes hoort zingen. Een vers eitje koken op een gasbrandertje – en het water meteen gebruiken voor een kopje thee. Buiten ontbijten met uitzicht op een prachtige omgeving. Samen naar de wc, afwassen, naar de speeltuin, kijken bij de paarden en koeien, een rondje rijden op de pony, voorgestoomde rijst en chili con carne uit blik samen in één pannetje warm maken, pudding maken omdat je geen koelkast hebt voor andere toetjes, en op je buik op een luchtmatrasje liggend een Gezinsgids lezen. We moesten zelfs nog echt improviseren, omdat de supermarkten donderdag vroeger gesloten bleken te zijn in verband met de feestdag, en we dus pas vrijdagmorgen boodschappen konden doen. En ik had zo min mogelijk etenswaren meegenomen, omdat we nou eenmaal niet zoveel ruimte hadden in de auto… Maar een brood was er nog, theezakjes ook, Johan haalde ’s morgens vroeg verse eitjes bij een boerderij verderop, en zo hadden we alsnog een prima ontbijt. Avondeten is ook goed gekomen met een restje pastasalade dat we bij ons hadden – en dat hebben we aangevuld bij het campingrestaurantje. Daar verkochten ze Flammkuchen en ijs, dus we hebben ons prima gered 😉

Vrijdag is Johan naar de universiteit geweest, en zaterdagmorgen zijn we alweer op tijd opgebroken. Heel lang was het dus niet allemaal, maar het was leuk om er even “uit” te zijn en na lange tijd weer eens te kamperen. Uiteindelijk is dat voor ons toch het ultieme vakantiegevoel…