Omweggetjes

De rivier meandert van de bergen naar de zee;
een kanaal stroomt in een rechte lijn.
De bramen in het bos groeien her en der;
een boer ploegt zijn akker in rechte voren.
Het kampvuur verspreidt flakkerend zijn licht;
een tl-buis schijnt koelbloedig in het kantoorpand.

De mens heeft de neiging om de sierlijke onregelmatige omweggetjes in de natuur te vervangen (zei iemand “verbeteren”?) door kale, efficiënte technologie. We kunnen reactionair de natuur en het verleden romantiseren, en bij vlagen doe ik dat ook. Vorige week ben ik er denk ik aardig in geslaagd om beide eindjes bij elkaar te brengen.

Het is inmiddels wel bekend dat ik twee linkerhanden heb. (Nu ben ik linkshandig, dus dat komt goed uit.) Mijn gereedschapskist en accutol liggen ergens onderin een kast te verstoffen. Ik werk liever in de abstractere en wiskundigere wereld van de programmeertalen dan in de harde realiteit van metalen machines. Maar zonder hardware geen software. Dus het was hoog tijd om weer eens wat te gaan sleutelen.

Mijn 26-kilo zware rekenmonster atarrimbo stond sinds de verhuizing trouw op een plank in de kelder te verroesten. Dat is ook de enige plaats waar hij zal kunnen werken, want als je hem aanslingert dan denk je even dat er een vliegtuig opstijgt, waarna hij terugschakelt naar het gerieflijke geluidsniveau van een oude stofzuiger. Maar zo’n beestje is natuurlijk waardeloos zonder verbinding met het internet. En daarvoor moeten kabeltjes getrokken worden: daar ga ik, met mijn linkerhanden.

Gelukkig was vorig weekend zwager Arjan op bezoek. “Dan boren we toch even een gaatje! Waar komt dat internet uit de muur?” Tsjah, dat is een beetje ingewikkeld. Daar kwam de monteur ook pas na een lange zoektocht uit. Maar inmiddels is het zonneklaar. Om u het enigszins duidelijk te maken moet ik u eerst even iets vertellen over de plattegrond van ons huis.

We staan onder de grond, voor de meterkast. Als we twee stappen naar links doen staan we voor de kelderdeur. Een verdieping hoger zouden we voor de deur van de meisjesslaapkamer staan. Lopen we de kelder in, dan lopen we na vijf grote stappen tegen de wasmachine aan, die met zijn rug tegen de buitenmuur staat. Als we naar rechts kijken zien we een metalen stellingkast, en ongeveer op ooghoogte atarrimbo. Daar moet dus een kabel heen.

Het internet komt bij de meterkast het huis binnen. Vandaar vertakt het naar alle woningen in ons appartementencomplex. Het kabeltje voor ons huis gaat omhoog, langs het plafond, twee stappen naar links, onze kelder in, door een enorme kabelgoot vijf grote stappen vooruit naar de buitenmuur achter de wasmachine. Daar gaat het de muur in, omhoog, om vervolgens vlak boven de vloer in de meisjesslaapkamer uit de muur te komen. Daarvandaan loopt een kabeltje over de vloer, vijf grote stappen terug, tot ongeveer bij de deur van de meisjesslaapkamer. Daar staat onze router. Hiervandaan kun je kabeltjes trekken naar al je computers. (Of gewoon met je telefoon verbinding maken via wifi.)

Inmiddels zijn we dus een verdieping hoger, maar verder zijn we nog niet zoveel opgeschoten. Want we willen een kabel naar die stellingkast in de kelder. Gelukkig heb ik nog wel ergens een kabel liggen van zo’n 6 meter, dus we kunnen ons wat permitteren. Vanaf de router gaat de kabel naar de plint. Een klein gaatje in de plint, en het kabeltje loopt netjes weggewerkt naar de hoek van de slaapkamer. Gaatje in de muur geboord, precies op de plek waar alle andere kabels omhooglopen naar de andere appartementen. Ons kabeltjes gaat daar juist weer naar beneden, om uit te komen in die enorme kabelgoot aan het plafond van onze kelder. Nu kan het kabeltje dus weer door die kabelgoot, vijf grote stappen vooruit, tot boven de wasmachine. Nog even langs het plafond van de kelder oversteken naar rechts, en we zijn bij de stellingkast. De kabel netjes vastplakken, het stekkertje in een poortje pluggen, en klaar is kees! Euuh, Arjan en Johan. Daar hebben we maar eventjes een Rothaus pilsje op gedronken.

En wat vindt atarrimbo hiervan?

root@atarrimbo # ip a
1: lo: <LOOPBACK,UP,LOWER_UP> mtu 65536 qdisc noqueue state UNKNOWN group default qlen 1
    link/loopback 00:00:00:00:00:00 brd 00:00:00:00:00:00
    inet 127.0.0.1/8 scope host lo
       valid_lft forever preferred_lft forever
    inet6 ::1/128 scope host 
       valid_lft forever preferred_lft forever
2: enp2s0f0: <BROADCAST,MULTICAST,UP,LOWER_UP> mtu 1500 qdisc mq state UP group default qlen 1000
    link/ether foobarquuxxyzzy brd ff:ff:ff:ff:ff:ff
    inet foobarquuxxyzzy brd foobarquuxxyzzy scope global enp2s0f0
       valid_lft forever preferred_lft forever
    inet6 ffoobarquuxxyzzy scope link 
       valid_lft forever preferred_lft forever
root@atarrimbo # ping de_router
PING de_router (foobarquuxxyzzy) 56(84) bytes of data.
64 bytes from de_router (foobarquuxxyzzy): icmp_seq=1 ttl=64 time=0.311 ms
64 bytes from de_router (foobarquuxxyzzy): icmp_seq=1 ttl=64 time=0.441 ms
64 bytes from de_router (foobarquuxxyzzy): icmp_seq=1 ttl=64 time=0.469 ms
64 bytes from de_router (foobarquuxxyzzy): icmp_seq=1 ttl=64 time=0.561 ms
64 bytes from de_router (foobarquuxxyzzy): icmp_seq=1 ttl=64 time=0.720 ms
^C
--- de_router ping statistics ---
5 packets transmitted, 5 received, 0% packet loss, time 4006ms
rtt min/avg/max/mdev = 0.311/0.500/0.720/0.137 ms

Het werkt! Toch best een mooi omweggetje voor zo’n technisch kabeltje!

Ik denk trouwens dat al dat romantiseren wat naïef is. Een vriend van me merkte eens op: de mens is geschapen in een tuin, maar Johannes ziet het nieuwe Jeruzalem als een stad uit de hemel neerdalen.

(S)aai

Afgelopen weekend waren Arjan en Anita bij ons op bezoek. Dat was erg gezellig, en dus was het vanmorgen echt een beetje saai toen zij om kwart over zes alweer waren vertrokken en Johan ook meteen maar vast naar z’n werk ging, zodat hij eventueel wat eerder naar huis kon komen als het te warm werd. Natuurlijk heb ik dapper beweerd dat het “nog nacht” was en dat we “gewoon nog even verder gingen slapen”, maar ja… daar trappen ze natuurlijk niet in.

Hannah wilde heel graag gewoon gezellig de hele dag thuis zijn, zodat ze eindelijk ongestoord van haar vakantie kon genieten. We hebben inderdaad samen een paar spelletjes gedaan enzo, maar toch was ik het tegen twaalven zo zat met die gezelligheid dat we meteen na de lunch naar de kinderboerderij/dierentuin in Freiburg zijn vertrokken. Dan maar in de hitte op pad, heet was het toch overal. Gelukkig was dat een geslaagde zet; het was tegen vijven toen we weer in de auto zaten voor de terugweg…

In zo’n dierentuin kom je natuurlijk voor de dieren, maar ze hebben ook lekkere ijsjes en een paar leuke speeltuintjes (twee met water! jippie!). Eigenlijk is vooral Judith nog hevig geïnteresseerd in de paarden, esels, koeien, knnggggg’s (varkens dus), vissssssen en aapies. De andere twee vinden de dieren ook wel leuk, maar worden vooral enthousiast als er iets opvallends gebeurt: jonge pauwtjes, een bizon die “in bad” gaat, en vooral natuurlijk beesten die staan te poepen of te plassen… Judith vindt de grote dieren meestal ook nog wel een beetje spannend – ook niet zo gek als je zelf nog maar zo’n 85 cm lang bent 🙂 Maar deze keer heeft ze heel toegewijd een hert geaaid, en vervolgens zelfs een paard! Dat heeft volgens mij veel indruk gemaakt. Toen een ander kindje ook even aan de beurt wilde komen, kreeg dat een heel verontwaardigde blik: “Ik! Ikke! Joetie aaiuuh!”

Ik hoop stiekem dat ze daardoor haar vorige memorabele ervaring een beetje vergeet: zaterdagmorgen waren we uitgenodigd bij een gezin uit de gemeente. Om half tien, voor een gezamenlijk ontbijt. Uiteraard was dat voor ons dan het tweede ontbijt van die ochtend B-) maar het was erg gezellig, en hun zwembad viel bijzonder in de smaak. Er was één groot probleem: achter de tuin van de buren was een soort grote moestuin met ook een kippenhok. Regelmatig hoorden we daar een haan schreeuwen, maar we konden ‘m niet zien! Judith heeft alles uit de kast getrokken, maar het ging echt niet lukken. De kip zat achter de boom. In z’n huisje (dat ik zowaar heb aangewezen door over het tuinhek te klimmen en door een weiland te struinen). Maar onze dame geeft niet gauw op als ze ergens echt door gefascineerd is… Elke keer als die haan een keel opzette liet ze alles vallen waar ze mee bezig was:
“Kip! mama! KIP! Kukukuuuh!”
“Ja Juud, ik hoor het. De kip zit achter de boom hè?”
“Kip. Boom.” (Teleurgesteld gezichtje)
Het is inmiddels drie dagen later, maar toen ik vanmiddag richting snelweg draaide klonk het hoopvol van de achterbank: “Kip? Boom?” Nee Judith, jammer. We gaan inderdaad weer over de snelweg, maar we gaan niet naar de kip. De mensen van de kip zijn op vakantie. We gaan nu naar een paard en een ezel en een koe en een vis en een aap en… Zou dat ook goed genoeg zijn? Ik ben benieuwd… Tot nu toe komt de kip elke dag een paar keer voorbij. Figuurlijk dan, want hij zit nog steeds achter de boom. In z’n huisje.

Een heerlijke vakantiedag

Vandaag hebben wij een vakantiedag uit het boekje. Behalve Johan dan, want die zit gewoon op kantoor te zweten, arme kerel. De rest van het gezelschap heeft zich goed vermaakt in Münstertal. Omdat oma Paula en Jonathan nu bij ons zijn pasten we niet in één auto, dus zochten we een uitje dat ook met de trein bereikbaar is.

In Münstertal had ik een wandelingetje bedacht vanaf het station, deels langs het riviertje de Neumagen (dat daar nog wel water heeft) en deels door het bos naar een soort grot die op de kaart stond aangegeven. Het weer was heerlijk, en de warmte was nog enigszins te doen langs het water en in de schaduw. Al steentjes gooiend, takjes rapend, klimmend hier en snuffelend daar gingen we op pad. En natuurlijk hadden we onderweg een koekje en veel drinken nodig, en ook een stukje worst “om weer sterk te worden en verder te klimmen”. We waren echte stoere bergbeklimmers! De grot was uiteindelijk niet heel spectaculair, en zonder goede zaklamp hebben we er ons niet verder dan een stap in gewaagd. Het sprak wel even tot de verbeelding natuurlijk, zo’n “hol” onder de grond. Boaz moest nog even weten of hier die twaalf Thaise jongens nou opgesloten gezeten hebben, maar nee. Dat was toch echt in een ander land 🙂
We wandelden weer verder door het bos naar de rivier. Af en toe moesten we met de buggy flink duwen of tegenhouden bij een afdaling, maar al met al was het geen moeilijke wandeling. Als verrassing vonden we nog heerlijke bramen, waar we lekker van hebben gesmuld! Oma en mama mochten plukken, Hannah zorgde voor een eerlijke verdeling, en de rest smikkelde lekker mee. Dat vind ik echt het ultieme genieten, een lekkere verrassing zo uit de natuur, met heuvels/bergen om je heen, een zonnetje aan de hemel, af en toe een vleugje wind… Heerlijk.

Eenmaal terug bij ons startpunt hebben we ons picknickkleed uitgespreid bij gebrek aan voorbereiding een plekje in het gras gezocht vlak langs de rivier, en daar lekker gepicknickt. Maar ja, als er water en stenen zó dichtbij zijn, dan wil je daar natuurlijk ook mee spelen 🙂

Dat spelen kon hier gelukkig ongestoord. We hebben ervan genoten! Daar hebben we dan graag wat natte kleren en vieze kindertjes voor over. Inmiddels zijn we weer thuis, hebben we een ijsje op en staat er een filmpje op van Pieter Post. Vanavond is het nog een keer feest: thuis bakt oma Paula pannenkoeken, en Johan en ik gaan zowaar uit eten! Dat is al heeeeeel lang geleden, en ik heb er erg veel zin in. Wat het nog leuker maakt, is dat Johan voor dit etentje een waardebon kreeg van de studentenvereniging van zijn uni. Ze vonden dat hij goed les had gegeven, en als bedankje kreeg hij die bon met een tekst uit Lukas 10: “Blijf in dat huis en eet en drink wat u door hen voorgezet wordt, want de arbeider is zijn loon waard”. Haha, grapjassen. Deze keer mag de vrouw van de arbeider dus ook mee. Sommige mensen worden gewoon gematst 😉

Zondagochtend

Ideaal

Het is zondag, dus niemand hoeft vroeg uit bed. Papa en mama slapen lekker uit, en de kinderen liggen tot ongeveer half acht ook op één oor. Daarna speelt zoon met de Lego, dochter met de Playmobil en ligt kleine dochter nog even lekker te soezen bij papa en mama in bed. Rond acht uur komt er eindelijk beweging in huis, de tafel wordt gedekt en iedereen verschijnt uitgerust aan het ontbijt.

 

Werkelijkheid

Tien voor zes.
Papa en mama liggen heerlijk te pitten, dochter 1 en zoon ook. Dochter 2 is haar speen kwijt (of iets van dien aard). Papa springt gauw uit bed om die speen te vinden voordat de rest van het huis wakker is. “Ssst, lekker slapen Juutie, het is nog nacht!”. Missie geslaagd, de rust keert weer.

Vijf voor zes.
“Mama! Mama! Ik moet poooeeepen!” “Ehm, dat is goed, ga maar naar de wc!” Mama draait zich nog even lekker om.

Drie voor zes.
“Mama, ik ben klaaahaaar!”. Tjah, dat klusje moet toch even gebeuren.
“Nu moet je nog even lekker gaan slapen, want het is nog nacht. Dan mag je daarna rustig op je kamer gaan spelen.” Probleem opgelost, lekker verder tukken!

Vijf over zes.
“Mama, ik heb héél lekker geslapen, en ik heb héél fijn gespeeld op mijn kamer!”.
Zucht. “Het is nog vroeg, ga nog maar even verder spelen”.
“Maar ik heb zo’n honger! Mag ik de tafel gaan dekken?”
“Ja, dat is goed” (Als je mij maar met rust laat ajb)

Tien over zes.
“Mama, ik heb de tafel gedekt!”
“Zo, jij kunt snel!”
“Ja, ik heb twee pakken sinaasappelsap en een pak melk op tafel gezet. De rest kan ik niet bij, en bordjes of lepels heb ik geen zin in. Komen jullie nou eten???”
“Nee, het is nog vroeg.”
“Mag ik dan even in jouw bed?”
Mama schuift zwijgend een beetje op, en zoon nestelt zich op z’n nieuwe plekje.

Dertien over zes.
Tippel-tippel-tippel. Kleine zus heeft ook zin in een lekker plekje bij mama in bed. Dat wordt dringen, duwen en steggelen. Papa stapt zwijgend uit bed, loopt naar de kamer en strekt zich uit op de bank. Mama schuift een eindje op, en zoon zucht tevreden: “Zoooo, nu heb ik lekker veel plek!”

Tien voor half zeven.
“Maaaamaaaa, ik heb nu echt honger! Ben je nu klaar met slapen?”
Zucht. Jammer hoor, het bed lag nog prima. Maar verdere pogingen zijn waarschijnlijk tot mislukken gedoemd, dus gaan we maar tafel dekken.

Iets over half zeven verschijnt iedereen aan het ontbijt, enigszins wisselend gehumeurd. Voordeel: alle tijd van de wereld tot we om half tien de deur uit gaan richting kerk!

Voetbalwedstrijd en waterfeest

Vandaag was een belangrijke dag: Boaz’ kleuterschool had een voetbalwedstrijd tegen een andere kleuterschool. De afgelopen weken hadden ze op vrijdagmorgen voetbaltraining, er is een teamshirt gemaakt en de verwachtingen waren hooggespannen. Vanmorgen gingen ze dan met de trein – 2 minuten volgens de dienstregeling – naar het voetbalveld. De wedstrijd zelf was een beetje een teleurstelling voor Boaz. Met 22 kinderen op een veld, die allemaal achter dezelfde bal aanrennen, was hij het overzicht algauw kwijt. Hij vond het maar stom dat hij amper tegen de bal mocht schoppen. Je noemt het toch een voetbalwedstrijd, geen renwedstrijd?!? Tjah, geef ‘m eens ongelijk… Opeens zag hij z’n kans schoon: de bal lag zomaar alleen op het veld! Helaas, dat was bedoeld voor een penalty, en Boaz mocht ‘m dus alweer niet schoppen. We hebben vanavond maar even ons eigen potje overschieten gedaan, om de gemiste kansen een beetje in te halen.

Vanmiddag was het groot feest. Ter ere van het begin van de schoolvakanties organiseerde de stad een waterfeest in een naburige speeltuin/park. De jeugdbrandweer deed mee met een zeephelling (ideaal hier, met al die heuvels leg je gewoon een zeiltje neer, zeep en water erop en klaar!) en met een heuse blusoefening. Vooral Hannah heeft dit heel vaak gedaan: met een spuit alle vlammetjes omver spuiten. Ze heeft een hele tactiek ontwikkeld: eerst spuit je de vlammetjes waar je mensen in de buurt ziet, want mensen zijn natuurlijk belangrijker dan speelgoed. Dan spuit je onderaan, want daar begint het vuur vaak, en dan ga je heen en weer omhoog tot je alles hebt geblust. Het ging voortreffelijk, en er zijn voor zover bekend geen gewonden gevallen 🙂 Wel veel waterschade, maar met dit weer was dat geen probleem.

Verder was er volop gelegenheid om lekker met water te kliederen: er stonden grote bakken met water en pompen erin, en van daaruit konden kinderen met stukken gepimpte regenpijp, koppelstukken, kratjes, schragen et cetera een parcours bouwen naar opvangbakken onderaan de heuvel. Dan nog plastic ballen en heel veel gieters water, en het feest is compleet. We hebben ruim twee uur in het park gezeten, en al die tijd waren zo’n 40 kinderen druk aan het “werk” terwijl de mama’s met hun tong op hun schoenen in de schaduw zaten. Want het was errug warm, ik geloof officieel 36 graden met uitschieters naar boven. Dan is zo’n waterfeestje wel geslaagd.

Judith vond het ook leuk. Ze dribbelde van hot naar her, keek eens hier, spetterde eens daar, en had het reuze naar haar zin. Ze had ook nog een privé-activiteit meegenomen: haar “daaltjes”! Als je al ruim anderhalf bent, laat je sokken en schoenen/sandalen natuurlijk niet meer door mama aantrekken. Dat kun je gewoon zelf. En om het extra te oefenen, deed Juud dus keer op keer haar sandalen uit en weer aan en weer uit en weer aan. Ze is apetrots als het allemaal lukt 🙂 Als we gewoon naar school of iets dergelijks moeten heb ik niet altijd tijd om daarop te wachten, dus dan zet ik haar regelmatig in de buggy met sokken en schoenen in de hand. Tegen de tijd dat we aankomen, is de klus ofwel geklaard ofwel mag mama toch helpen.

Het waterspel was trouwens wel vermoeiend. Judith kwam heel lief op schoot liggen in de schaduw: “Joetie s(l)aape”. Dat lukte wel niet helemaal in die drukte, maar het was een duidelijk signaal.

Toen we bijna naar huis gingen, liet de brandweer nog even zien hoe ver en hoe hard een brandweerspuit kan spuiten. De kinderen mochten op een bepaalde heuvel gaan staan, en vanaf de straat kregen ze een gigantische douche. Ik geloof dat er weer een paar sollicitaties binnen gaan komen bij de jeugdbrandweer 😉

Al met al was het waterfeest heel geslaagd! Boaz heeft morgen z’n laatste schooldag (al kunnen we dat deels zelf bepalen, maar dat weet hij niet…). Hannah heeft sinds woensdag vrij. Volgende week barst het vakantiespektakel los: de één na de ander komt vanuit Nederland onze kant op. We hebben er zin in, hartelijk welkom allemaal!

Schoolfeest en klautervreugde

Vanochtend was er feest bij Hannah op school, en wel om twee redenen: het schooljaar is bijna afgelopen, en dus mochten de kinderen een presentatie geven van het afgelopen jaar. Daarnaast werd ook gevierd dat de school nu een door de staat erkende privé-school is. Dat betekent dat er dus ook een aanzienlijke subsidie vanuit de staatskas komt.

Hannah heeft in het Duits een verhaal voorgelezen over een mus die door de storm moest vliegen. We waren heel trots dat ze dat voor zo’n grote groep mensen durfde te doen. De schoolkinderen hebben verschillende liederen gezongen, en een afscheidscadeau aan Hannah’s juf gegeven omdat die een jaar met sabbatical gaat.

Vanmiddag ben ik samen met Hannah en Boaz naar een boulderhal in Freiburg gegaan. Boulderen is een vorm van wandklimmen waarbij je niet hoger dan vier meter klimt (meestal maar drie). Je hoeft daarom geen klimgordels, touwen en zekeringen te gebruiken. De uitdaging bestaat vooral in het voltooien van een route van blokjes met dezelfde kleur. Wij hebben het vooral bij de gele en groene routes gehouden, maar we zagen ook profs die rode en zwarte routes klommen (daartussen zitten nog de blauwe en witte routes). Een of twee blokken zijn gemarkeerd als startblokken; die moet je aanraken op het moment dat je lichaam de grond verlaat. Daarna moet je klimmen en klauteren tot je met beide handen het blok vasthoudt dat is gemarkeerd met “Top”. Dat is soms dus een hele uitdaging…

Het was een geslaagd uitje, dat zeker voor herhaling vatbaar is!

Hieronder een paar foto’s van onze klauteraars.

  

  

Laatste schoolweken

Hannah zit in haar laatste schoolweken. Nou ja, ze zijn meer buiten de school dan erin onderhand: maandag hadden ze de hele dag waterfeest bij een klasgenootje in Buggingen, donderdag is er een sportwedstrijd met andere scholen en koelen ze af in het zwembad, vrijdag gaan ze weer op bezoek bij een klasgenootje. Zaterdag is dan het “zomerfeest” van school, waar we samen met alle ouders en broertjes/zusjes een lunchbuffet hebben en afscheid nemen van Hannahs juf. Zij gaat een jaar met verlof. Volgende week staan er nog drie schooldagen gepland, ik ben benieuwd wat ze dan gaan doen. Dat is nu nog niet bekend geloof ik, een kleine school is “spontaan” en “flexibel” 😉

Huiswerk is er deze week ook niet meer bij, en met Nederlandse les zijn we al klaar voor dit jaar. Dat betekent lange vrije middagen, aan de ene kant heerlijk ontspannen maar ik geloof dat de verveling nu al toe begint te slaan… Maar een keertje extra naar de speeltuin dan! Want het weer is hier bijna altijd zonnig, en net zo droog als momenteel in Nederland. De Neumagen staat hele stukken droog, wat meteen weer allerlei zorgen oproept om de arme visjes die niet meer kunnen zwemmen. Hannah kijkt elke dag even of ze al zielig op de kant liggen en haar smekend aankijken. Als dat gebeurt, mag ze ze in een emmer meenemen en brengen we ze een stuk verderop, heb ik beloofd. Ik hoop eigenlijk dat het gauw een keer gaat regenen ’s nachts 🙂

O ja, en nog een vermeldenswaardig feit van deze week: Hannahs eerste tand is eruit! ’s Avonds om een uur of half 10 kwam ze opgetogen uit bed gerold, de ogen nog maar half open: “Papa, mama! Ik heb een heeeeele mooie verrassing! MIJN TAND IS ERUIT GEVLOGEN!” En ze had ‘m zowaar gevangen – vooraf was ze bang dat die tand er zo enthousiast uit zou springen dat ze ‘m meteen kwijt zou zijn. Dat mocht natuurlijk niet, want ze had van klasgenootjes begrepen dat je voor een tand onder je kussen een muntje krijgt. Dus een kussentje van de bank getrokken, zorgvuldig een bakje met de tand onder het kussen gestopt en zowaar… de volgende morgen lag er een muntje! Ze moest nog wel even weten of papa of mama dat had gedaan, want een tandenfee bestaat natuurlijk heus echt niet hoor… toch???

In de trein

Vandaag zitten we in de trein, net als donderdag. Per dag zo’n 8 uur, inclusief af en toe een overstap. De reden voor dit avontuur is een feestje: vrijdag trouwden oom Steven en tante Japke. Het was erg leuk om deze dag met hen mee te mogen vieren, en het was ook gezellig om allerlei familieleden weer even te spreken. Maar ja, daar horen dus ook twee reisdagen bij. Geen ramp, maar ook niet de ultieme ontspanning 😉

Omdat we donderdag pas konden vertrekken toen Hannah klaar was op school en we dus ’s middags en ’s avonds moesten reizen, hebben we dit keer de trein verkozen boven de auto. Wakkere kinderen in een warme auto en een grote kans op file leken ons niet zo’n succes. Dat hebben we al vaker gedaan, en zeker nu we al zo snel weer terug moesten én ook vrijdag nog de nodige kilometertjes moesten maken hadden we er géén zin in… Daarom dus met de trein. Het reizen zelf is dan veel relaxter, omdat je niet hoeft te sturen en de kinderen wat meer bewegingsvrijheid hebben. Het grootste deel van onze reis hadden we zitplaatsen in een klein coupétje dat was afgescheiden met een glazen deur: ideaal voor kleine weglopertjes die toch graag lekker rondlopen en veel praatjes hebben. Het grote nadeel aan treinen is dat ze niet van deur tot deur gaan, en niet altijd op de ideale tijden. En ze rijden niet altijd volgens plan natuurlijk. Op de heenweg zouden we in Keulen 40 minuten overstaptijd hebben, maar liepen we 45 minuten vertraging op. Stress dus. Gelukkig was de aansluiting ook 6 minuten vertraagd, dus hij stond op ons te wachten toen we uitstapten. Rennen en vliegen met kind 1, kind 2, kind 3, buggy, tas 1, tas 2, tas 3, tas 4 en rugzak 1 & 2. Gelukkig hebben we geen kind vergeten en zelfs geen tas achtergelaten, maar het was niet heel ontspannen. En in de haast moet je de eerste deur nemen die je tegenkomt, waarna we dus nog 5 coupés moesten doorworstelen met al onze spullen door bijzonder nauwe gangpaadjes. Het voordeel van zo’n lange reis is dat je ruim de tijd hebt om uit te puffen voor de volgende overstap komt. Die was in Arnhem. Het idee was dat we vandaar naar Zwolle zouden rijden, maar de Deutsche Bahn had even vergeten dat station Zwolle twee weken uit de running is vanwege een grootscheepse verbouwing. En wij hadden geen zin om in Olst uit te stappen, dan met de bus naar Zwolle te gaan, vervolgens weer met een bus naar Kampen-Zuid en dan nog een stukje trein te pakken tot Lelystad. Gelukkig kennen we de kaart van Nederland nog een beetje, dus hebben we een trein naar Amsterdam-Zuid gepakt en vandaar naar Lelystad. Zo kwamen we alsnog met een half uurtje vertraging aan. Inmiddels was het kwart voor tien en waren we allemaal moe, dus het was super fijn dat we van het station werden afgehaald door opa Geurt en oma Paula. We konden ook bij hen logeren, dus na een slokje drinken kropen we maar gauw in bed.

De bruiloft zelf begon in Veenendaal, en niet al te vroeg. We konden de verleiding niet weerstaan om een uurtje eerder in de auto te stappen en eventjes Ede aan te doen: we zijn op de thee geweest bij onze vriendinnetjes Melanie en Ellis en we hebben Hannahs Nederlandse schoolboeken teruggebracht. Het weerzien tussen de vriendjes was hartverwarmend, en we zien er naar uit om hen in de herfstvakantie bij ons thuis te ontvangen. Daarna gingen we dus naar Veenendaal, naar de ideale locatie voor een zomerse buitenbruiloft, bij een paardenboerderij. Genoeg ruimte en vertier voor een paar stuiterballen, en verder veel gezelligheid en lekker eten. ’s Avonds kwamen we nog wéér in Ede voor de kerkdienst, en vervolgens gingen we naar Doorn voor de receptie. Het was een leuke dag, maar ook lang en vermoeiend. Om kwart over tien wilden we allemaal heel graag naar bed, en zijn we dus maar opgebroken. We hadden onze cadeautjes gegeven, onze liedjes gezongen, veel gebabbeld – het was mooi geweest. Jammer genoeg viel Hannah op weg naar de auto nog een flinke schaaf op haar knie en handen 🙁 De terugweg werd in mineur afgelegd, maar daarna hebben we ontzettend lekker geslapen! Zaterdagmorgen hadden we gelukkig nog even lekker de tijd om met opa, oma en Jonathan bij te praten, wat te spelen en snel even eten en drinken in de slaan voor de terugreis. Want ja, we moeten weer tijdig terug zijn in Bad Krozingen, dus nu zitten we weer in de trein. We hebben alweer een onverwachte extra overstap achter de rug vanwege één of andere technische storing, maar verder gaat het tot nu toe voorspoedig. Straks in Frankfurt moeten we nog een keer overstappen, en dan hopelijk vlot naar huis.

We vonden het fijn om bij de bruiloft te kunnen zijn, maar zo’n flitsbezoekje doen we liever niet te vaak. Dus nog een tip voor familie en vrienden die van plan zijn de komende jaren te trouwen: vraag ons eerst even wanneer de Duitse schoolvakanties zijn, en plan je bruiloft om onze wensen heen 🙂

Zelfreflectie

Onze Judith heeft iets nieuws ontdekt: ze praat tegen zichzelf. Een soort zelfreflectie die ze dan hardop verwoordt – zonder er vervolgens iets mee te doen, helaas. Het lijkt er eerder op dat ze zichzelf een standje geeft en dan vindt dat ze wel weer door mag gaan 😉

Vanmorgen liep ze op het terras en hoorde ik op een verwijtend toontje: “Joetiiiiiiee! daan??? Ooooh!” En ja hoor, de skippybal lag weer op het gras, terwijl die op het terras moet blijven. Ze weet natuurlijk drommels goed dat ze ‘m niet over het hekje mag kieperen, maar kennelijk kan ze het toch niet laten…

Even later maakte ze mij deelgenoot van een andere boevenstreek die ze had uitgehaald. Ik vond ’t niet dramatisch, maar ze vond het zelf heel grappig: ze had het poppetje van de betonmixer uit de zandbak gepakt en ‘m op de kop tussen de planten gepoot. “Oh oooh!” Arm mannetje. Dan is haar pop gelukkig beter af; die krijgt af en toe een slokje drinken en wordt vooral vaak lekker naar bed gebracht. “So! s(l)apuh!” Dan heeft moeder Juud tenminste weer tijd om zelf streken uit te halen – of om mama te helpen – of om Nannah en Bo(d)az uit school te halen.

Brunch op school en chocolademelk

Zaterdag was er iets geks aan de hand: het was zaterdag – dus een vrije dag – en toch gingen we naar school. Met z’n allen nog wel. Het kost normaal gesproken al de nodige moeite om onze meneer-de-nadenker ervan te overtuigen dat “vrijdag” geen “vrije dag” betekent, maar dit sloeg natuurlijk alles.

Vanaf 10 uur waren alle kinderen, ouders, broertjes en zusjes welkom om samen te brunchen, wat spelletjes te doen en te bekijken wat er de afgelopen periode zoal gedaan is op de Kindergarten. Helaas kwam lang niet iedereen opdagen, maar toch was het best leuk. Omdat er ruime inlooptijden en ophaaltijden zijn zie je meestal maar weinig ouders, laat staan dat je ze echt kent. Dat doen we nu natuurlijk nog steeds niet, maar we hebben weer wat nieuwe gezichten gezien.

Judith komt dagelijks op de Kindergarten als we Boaz brengen of halen. Ze voelt zich daar vanaf dag één thuis geloof ik, en zou zonder problemen ook wel willen blijven. Bovendien heeft ze verschillende leid(st)ers al helemaal om haar vingertje gewonden, en wordt ze enthousiast begroet met “heeey süße!” (wat zoiets betekent als: “heeey schatje!”). Vaak klimt ze even uit de buggy om bij deze of gene een knuffel te halen voor we weer verder gaan. Ze ís ook heel schattig, met haar grote glimlach en olijke koppie onder haar zonnehoedje. Want ja, de andere twee dragen een fietshelm dus mevrouwtje moet ook iets op haar hoofd.

Gelukkig gaat Judith meestal zonder mopperen weer met me mee naar de winkel of naar huis. Ik vind het ook helemaal niet erg om nog een poosje samen boodschappen te doen met onze jongedame gezellig in het karretje, en om al babbelend en wijzend door de stad te lopen. Alles wordt benoemd: auto’s, fietsssssen, bloemen en bomen, water, stoelen en bankjes, etende mensen… Het is soms maar goed dat men hier geen Nederlands verstaat. En als we ’s ochtends bijna thuis zijn weet Juud het al: “(d)riiinken! oho-mél!”. Ja inderdaad, dan moet er melk in het pannetje, poeder in dat ene speciale flesje en geniet mevrouw intens van een flesje chocolademelk. Net als Boaz altijd deed, die mist dat ritueeltje nog wel een beetje. Want zoals hij pas opbiechtte: “Ik heb van mama geleerd dat chocola heeeeeel lekker is!”. Dus dat doen we dan ’s middags nog maar even, of op zaterdag – als we niet naar school hoeven 😉