Ik ga op reis en ik neem mee…

“… de wc! Mama, hebben ze in ons nieuwe huis ook een wc? Anders moet je deze meenemen hoor!” Boaz heeft er duidelijk geen zin in om weer terug te moeten naar luiers. Ik ook niet trouwens. Dus ik heb beloofd dat, als er in het nieuwe huis geen wc is, ik straks zijn vertrouwde pot meeneem.

Het lijstje met dingen die echt mee moeten breidt gestaag uit: de treinbaan mag niet achterblijven, zijn brandweerhelm moet mee en de autootjes ook. Gelukkig heeft opa een grooooote vrachtwagen, waar naar Boaz’ beleving de hele buurt in zou kunnen verhuizen. Wij zelf denken dat het nog wel passen en meten wordt… We zijn naar Ede verhuisd met een vrachtwagen vol spullen, en in de loop der jaren hebben we meer verzameld dan weggedaan. Dat wordt t.z.t. nog een interessante puzzel, of wellicht gewoon een extra vrachtwagen/aanhanger.

Het idee van “verhuizen” is voor Boaz sowieso nog ingewikkeld. Hij ziet in Ede overal gebouwd worden, en moet telkens even checken of die huizen niet geschikt zijn voor ons. Oh nee, we zouden bij papa’s werk gaan wonen, dat is waar ook. Maar dan lopen we tegen het volgende probleem aan: heeft “meneer Ben” wel zoveel slaapkamers dat wij er ook bij kunnen? Ehm wacht even, we gaan naar papa’s nieuwe werk. In Duitsland. Aha, dat is die plek waar je met je tent of caravan naartoe gaat en waar je op de berg kunt klimmen! Probleem opgelost! Maar dan wil hij wel een grote tent, waar ook zijn lijst met spullen mee naartoe kan. Ook het tijdsbestek van de verhuizing is voor onze kerel nog erg moeilijk te begrijpen. Hij kijkt regelmatig even of het nog niet sneeuwt buiten, want dan kan hij (a) met zijn vriendjes naar de ijsbaan en gaan slee├źn en (b) als de sneeuw weer weg is dan gaan we verhuizen. Nu maar hopen dat het klimaat niet te zeer ontregeld is deze winter, anders is meneertje helemaal de kluts kwijt vrees ik.

Hannah is natuurlijk een stukje ouder, en die begrijpt het hele concept al veel beter. Ze vindt het wel spannend om straks naar een nieuwe school te moeten, maar zo’n verhuizing is toch ook heel erg stoer. En Duits spreken is wel een hobbel, maar ze heeft er alle vertrouwen in dat dat wel goed komt als ze een beetje “raar” praat en een paar belangrijke woorden leert. Ook de wensen voor haar nieuwe kamer heeft ze al op een rijtje gezet: ze wil de muur in stroken verdelen en dan om en om beschilderen met: prinsessen – Mickey Mouse – paarden – (iets dat ik alweer kwijt ben, foei). We hebben de wensen netjes aangehoord en we zullen zien wat we kunnen doen ­čÖé

Duitse pedagogiek

Voor mij pure nostalgie, voor Hannah en Boaz enorm aansprekend: de boeken over Bas. Deze serie is oorspronkelijk door een werkgroep in Staphorst ontworpen, en bevat onder andere drie boeken met zoekplaten waar ook verhaaltjes, vragen, liedjes en taalspelletjes bij geschreven zijn. Vooral het verhaal over Bas die wil helpen in de garage, kennen we ondertussen uit ons hoofd. Boaz blijft erom vragen!

Kennelijk zijn er meer mensen die de Bas-boeken leuk vinden, want er is een vertaling verschenen in het Engels en het Duits. Die laatste hebben wij nu maar aangeschaft, in de hoop dat de kinderen spelenderwijs alvast wat Duits leren. Maar al bij het eerste verhaaltje vonden we een heel interessante vertaling! Uiteraard moest als eerste weer het verhaal over de garage gelezen worden. In het Nederlands gaat dat over Bas die wil helpen, maar papa en Marieke zeggen: “Nee hoor, dat kan niet. Jij bent te klein”. Tenslotte gaat Bas een beetje bedremmeld naar opa:

“Opa, wat doet u?” “Ik timmer”, zegt opa. “Opa, mag ik helpen?” vraagt Bas zachtjes. “Natuurlijk jongen, help jij mij maar”. Bas wil de spijkers pakken. Maar… hij kan er niet bij. “Ik kan er niet bij opa”, zegt Bas. “Zie je wel”, roept Marieke, “je bent te klein. Te klein om te helpen”. “Nee hoor”, zegt opa. En hij tilt Bas op. “Jij mag op de werkbank zitten. Jij mag de spijkers vasthouden. Jij kunt wel helpen. Jij bent groot!”

Eind goed al goed, zou je denken. Maar kennelijk dacht de Duitse vertaler daar anders over. In gedachten zie ik hem/haar zitten met een diepe frons, en vervolgens z’n hoofd schudden over zoveel Hollandse botheid. Volkomen onverantwoord, om een kind driemaal in een verhaaltje te vertellen dat hij “te klein” is. Dat doen ze in Duitsland toch anders, beter. En dus is het jongetje Max helemaal niet te klein: hij helpt papa om de band op te pompen, vervolgens helpt hij opa om een kistje te timmeren en dan wordt het geheel harmonieus afgesloten:

Gibt es noch einen Besen in der Garage? Oh ja, schau mal! Neben dem Schlauch ist noch ein zweiter Besen! “Jetzt kann ich auch dir helfen, Mia!”, ruft Max. Zusammen machen sie Garage wieder sauber.

Wat een verademing toch, zo’n rimpelloos gezinsleven waarin zelfs broer en zus probleemloos samen de garage vegen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het Nederlandse verhaaltje onze B(o)az vooralsnog meer aanspreekt, maar wie weet inspireren de Duitse verhaaltjes ons kroost om niet alleen qua taal maar ook qua gedrag het nodige te leren van “Max und Mia”.

Wat, waar en wanneer

Om met het laatste te beginnen: Johan hoopt per 1 april 2018 te gaan werken aan de universiteit van Freiburg. Dat is midden in de paasvakantie, dus hij valt met z’n neus in de boter. Rond die tijd zullen we dus ook moeten verhuizen om zo veel mogelijk ons plekje gevonden te hebben als Johan weer begint met werken en de kinderen naar school of peuterspeelzaal gaan.

Dan het “wat”. Na zijn promotie afgelopen juli kan Johan een tijdlang aan de slag in Utrecht. Dat is heerlijk dichtbij voor ons. Om voor langere tijd in de academische wiskunde te kunnen blijven werken, moet je echter – helaas – meerdere malen een nieuwe baan zoeken voor een aantal jaren voordat je uiteindelijk kunt solliciteren naar een vaste aanstelling. Daarbij komt dat je, wil je serieus kans maken op een vaste baan in Nederland, een tijd werkervaring opgedaan moet hebben in het buitenland. De logica daarachter is dat je op die manier breder kijkt dan het kleine kringetje collega’s dat je kent vanuit je opleiding of eerdere contracten, en zo in aanraking komt met andere invalshoeken of expertises. Daarmee verbreed je je kennis en vaardigheden, en word je een betere wiskundige.

Voor ons als gezin is dit natuurlijk een stuk minder praktisch. Meerdere keren verhuizen betekent ook steeds afscheid nemen van vriendjes, school of peuterzaal, en in het algemeen onrust en instabiliteit. Dat willen we graag zo veel mogelijk beperken, en daarom zijn we blij met de mogelijkheid die Johan nu krijgt om zes jaar aan een universiteit te gaan werken. Meestal is dit maar twee of drie jaar. Dat scheelt dus alvast een of twee verhuizingen… Bovendien is Freiburg wel ver weg, maar toch nog goed bereikbaar per auto of trein. En Duits is wel een andere taal, maar nog enigszins behapbaar. Het blijft een hele stap, maar na wikken en wegen denken we dat dit nu voor ons de beste keuze is.

Tenslotte het “waar”. Zoals gezegd gaat Johan aan de slag in Freiburg im Breisgau. In die stad, of er dicht bij, moeten we dus ook een huis gaan zoeken. Op de kaart is te zien waar Freiburg ligt: niet ver van Frankrijk en Zwitserland, tussen de Rijn en het Zwarte Woud. Het hoort bij de deelstaat Baden-W├╝rttemberg en telt ruim┬á225.000 inwoners. Een leuke bijkomstigheid is dat deze stad bekendstaat als de zonnigste in Duitsland. En het ligt mooi op de route naar de Zwitserse Alpen, ideaal voor een bezoekje om een lange rit te breken!

kaart

Welkom op onze weblog

In de afgelopen jaren hebben wij een aantal keer een weblog gestart waarin we voor korte tijd onze belevenissen deelden: rond de geboorte van onze kinderen en tijdens ons verblijf in Papoea Nieuw Guinea. Nu staat er weer een grote verandering op stapel, waarvan we onze familie en vrienden graag op de hoogte houden. We hopen namelijk eind maart 2018 te verhuizen naar Freiburg im Breisgau in het zuiden van Duitsland. Dat is voor ons een spannend avontuur, en we hopen op deze weblog verslag te doen van onze wederwaardigheden (kijk onder “recente berichten”).

Johan en Grietje