Kamperen

Wat doe je als je een tent in de gang hebt staan en het is mooi weer, en bovendien hebben de kinderen vakantie? Precies, dan zoek je een camping op. Maar wat doe je als manlief maar één dagje vrij heeft? Wel, dan zoek je een camping in de buurt van zijn werk! Dat deden wij dus afgelopen week. Op donderdag was er hier een nationale feestdag waarop ook Johan vrij had, en toen hebben we onze auto helemaal volgepropt. Half uurtje rijden, en de vakantie kon beginnen! Wil je dat vakantiegevoel vasthouden, dan moet je natuurlijk wel af en toe een oogje dichtknijpen als je verkeersborden tegenkomt met al te bekende plaatsnamen erop 😉 Maar dat vonden we geen probleem voor zo’n mini-vakantie, we gingen tenslotte voor het kamperen en niet om een nieuwe omgeving te ontdekken.

We waren gewaarschuwd dat deze tent het bij regen wellicht niet helemaal droog zou houden, dus we knepen ‘m wel een klein beetje toen er donkere wolken over kwamen drijven. Uiteindelijk regende het gelukkig niet zo veel, en wat er viel bleef waar het hoort: buiten. Op 50 ml na wat we in een bakje hebben opgevangen, maar dat was te weinig om de pret te drukken.

Officieel was de tent maar voor vier personen bedoeld, dus Judith had haar eigen tentje meegebracht. Dat zetten we ’s nachts in het leefgedeelte van de tent, en zo had mevrouwtje haar eigen “plekkie”. Vooraf had ze al goed geoefend met slapen in haar tent – bij ons op de slaapkamer. 🙂 Wat dat betreft was ze dus al een ervaren kampeerder. Wel is zo’n tent natuurlijk heel gehorig, en was het vooral de eerste avond erg moeilijk voor de kinderen om te gaan slapen terwijl er nog andere mensen aan het praten en spelen waren. En vervolgens om ’s morgens zachtjes te doen terwijl die andere mensen nog sliepen… Gelukkig stonden we aan de rand van de camping en keken we uit op de koeienwei – en die koeien raakten niet ondersteboven van ons. Omgekeerd zorgde het wel voor hilariteit toen een grote koe pardoes tegenover onze tent haar staart optilde en een enorme koeienvlaai op het gras deponeerde! Judith was diep onder de indruk. Ze is zelf volop bezig met “naar de wc gaan”, maar zoiets had ze nog nooit gezien 😉

En verder hebben we genoten van de kleine dingetjes die kamperen zo leuk maken. Rustig wakker worden terwijl je de vogeltjes hoort zingen. Een vers eitje koken op een gasbrandertje – en het water meteen gebruiken voor een kopje thee. Buiten ontbijten met uitzicht op een prachtige omgeving. Samen naar de wc, afwassen, naar de speeltuin, kijken bij de paarden en koeien, een rondje rijden op de pony, voorgestoomde rijst en chili con carne uit blik samen in één pannetje warm maken, pudding maken omdat je geen koelkast hebt voor andere toetjes, en op je buik op een luchtmatrasje liggend een Gezinsgids lezen. We moesten zelfs nog echt improviseren, omdat de supermarkten donderdag vroeger gesloten bleken te zijn in verband met de feestdag, en we dus pas vrijdagmorgen boodschappen konden doen. En ik had zo min mogelijk etenswaren meegenomen, omdat we nou eenmaal niet zoveel ruimte hadden in de auto… Maar een brood was er nog, theezakjes ook, Johan haalde ’s morgens vroeg verse eitjes bij een boerderij verderop, en zo hadden we alsnog een prima ontbijt. Avondeten is ook goed gekomen met een restje pastasalade dat we bij ons hadden – en dat hebben we aangevuld bij het campingrestaurantje. Daar verkochten ze Flammkuchen en ijs, dus we hebben ons prima gered 😉

Vrijdag is Johan naar de universiteit geweest, en zaterdagmorgen zijn we alweer op tijd opgebroken. Heel lang was het dus niet allemaal, maar het was leuk om er even “uit” te zijn en na lange tijd weer eens te kamperen. Uiteindelijk is dat voor ons toch het ultieme vakantiegevoel…

Rare Nederlanders; gekke Duitsers

Afgelopen weekend waren we op bezoek bij een echtpaar uit onze kerk. We kennen hen al lang; we komen ze vrijwel elke zondag tegen in de kerk, en bovendien geeft “hij” gitaarles en leidt “zij” de zondagsschool. Maar nu gingen we dan voor het eerst bekijken waar ze wonen en wat uitgebreider bijpraten.

Ze wonen dus in zo’n typisch Duits huis, een soort grote boerderij. Maar daarvan huren ze maar een stukje, vanaf de weg amper te zien. Het is lastig uit te leggen hoe zoiets in elkaar steekt: vanaf de weg denk je dat er aan de voorkant een woonhuis zit en daarachter alleen inpandige schuren met trekkers ofzo (voor de kenners: een grote baanderdeur), maar als je een tuinpaadje volgt kom je bij een achterdeur, dan een trap omhoog naar een halletje, dan rechtsaf naar een ander halletje, dan weer een trap en tadaa… je staat in hun woning. Met grote houten gebinten, een fantastisch uitzicht op de schapen en koeien van de buurman, en nóg een trap om naar de slaapkamers te gaan. Een huis met karakter, zullen we maar zeggen. Super leuk om een keer te zien; als buitenstaander heb je echt geen idee wat er allemaal schuil kan gaan in die grote Duitse huizen.

We gingen gezellig eten en water-met-bubbeltjes drinken – of sap, tot opluchting van ons kroost. Gelukkig zijn deze mensen trouwens niet zo snel van hun stuk gebracht als er ’s iets anders gaat dan ze gewend zijn of als de kinderen zich niet helemaal aan de etiquette houden. Ze hebben zelf vier “grote” kinderen en kunnen wel tegen een stootje. Dat scheelt peentjes zweten 🙂 En ze zeggen gewoon hard lachend: “Tsjonge, altijd als we bezoek hebben met jonge kinderen zijn we zó blij dat wij dat allemaal niet meer hebben!” Haha. Ze hebben ons zelf uitgenodigd, en ze kennen ons inmiddels voldoende om te weten wie ze in huis haalden. Kennelijk stoorde hen dat helemaal niet, en volgens mij vonden ze het heel gezellig.

En ze hebben nog Duplo, dat is ook altijd erg fijn.

Over en weer hebben we een beetje verteld waar we vandaan komen en hoe ons leventje er tot nu toe uitgezien heeft. We probeerden bijvoorbeeld uit te leggen dat heel veel Protestanten in Nederland hun baby’s laten dopen – wij ook. Dat leverde grote ogen op. In Duitsland is dat weliswaar ook gebruikelijk in de landskerk en bij de Rooms-Katholieken, maar niet bij de “echten” 😉 Wie het geloof werkelijk serieus neemt en op het juiste pad loopt, ziet vanzelfsprekend in dat je pas als volwassene gedoopt zou moeten worden. Dat mochten we dus even haarfijn uitleggen in ons beste Duits, want dat vonden ze wel interessant. En sowieso hoe kerkelijk Nederland in elkaar steekt, en uit wat voor soort gemeentes wij komen. Dat valt oprecht nog niet mee, omdat juist dit soort woorden zo sterk kunnen variëren qua betekenis. Neem ter vergelijking het Engelse “evangelical” en het Nederlandse “evangelisch”. Als aanduiding van een kerkelijke richting is dat volslagen verschillend. Als je zulke dingen eenmaal weet, houd je er rekening mee. Maar om dat aan te voelen en af te tasten… Dat is best complex. Ik hoop maar dat we de juiste nuances hebben gevonden. En anders komen ze zelf maar een keer kijken.

We hebben trouwens ook weer even gehoord welk beeld wij Nederlanders oproepen in Duitsland: qua ethiek zijn wij het uiterste afvoerputje. De bejaarden in de grensstreek verhuizen massaal naar Duitsland om hun leven te redden, want in Nederland word je zomaar geëuthanaseerd als je familie geen zin heeft om je nog te verzorgen. Ze wilden even van ons weten of dat helemaal klopt. Nou, het is wel bar en boos af en toe, maar zó zot gelukkig nog niet hoor! Wat helaas wel klopt is dat in Nederland de wetgeving rondom abortus soepeler is, en dat Duitse vrouwen dus het advies krijgen om naar Nederland te gaan als ze hun baby niet willen houden. Diep triest, en bepaald geen reclame voor ons kikkerlandje.

Iets anders dat ons telkens weer opvalt als we met Duitsers in gesprek zijn, is dat de taboes net iets anders liggen. Dit was nu al de derde keer dat mij ronduit werd gevraagd of we nog een vierde kindje zouden willen krijgen. Deze keer wel met een grapje, want “als jullie straks weer teruggaan naar Nederland, heb je toch wel een aandenken nodig aan ons mooie land” 😉 Maar ook in andere gesprekjes, gewoon in de hal van de kerk, zijn mensen daar benieuwd naar. Nou uuuhm sorry, dat vind ik een privé-onderwerp! Dat deel ik echt niet met iedereen, en zeker niet binnen 5 minuten. Maar kennelijk is dat een normale vraag. Net als dat een zwangere vrouw met Jan en alleman deelt of ze een jongetje of een meisje verwacht, en sommigen zelfs wat de naam wordt. Onze tandartsassistente hoopt bijvoorbeeld binnenkort oma te worden van een meisje met de naam Hannah. Niet dat wij die mensen verder kennen ofzo, maar dat wordt gewoon even meegedeeld. Waarschijnlijk zijn er ook wel Nederlanders die dat doen, maar volgens mij toch minder. Ik stond de eerste keer tenminste even met m’n mond vol tanden. Rare Duitsers.

Eén raar iets nemen onze kinderen maar al te graag over. Of misschien moet ik zeggen dat ze onze Nederlandse rariteit maar al te graag achter zich laten. Als we in Nederland bij iemand op bezoek gingen, kregen we meestal best iets lekkers bij de thee. Een stuk cake, of zelfs een punt taart. Mjummie. Maar het kwam echt niet in ons op om meteen daarna nog een tweede en een derde stuk achterover te slaan! Dat dóe je toch gewoon niet, of is dat onze persoonlijke afwijking?!? Hier wel hoor, ik had heel lief een grote plaattaart meegenomen en die werd ook zeker gewaardeerd. Maar daarnaast moet er dan minstens nog een soort taart geserveerd worden, én opgegeten. Dus je gaat gezellig aan de eettafel zitten en eet taart met slagroom en cake met slagroom en meloen en nog meer taart met slagroom tot je geen boe of bah meer kunt zeggen.
Nu is dat uiteraard niet zo’n probleem als je op bezoek bent, maar als gastvrouw heb ik daar ooit bijna een flater geslagen. Toen was er een gezin bij ons op bezoek, en had ik ook een plaattaart gemaakt met 2 keer zoveel stukken als dat er mensen waren. En omdat ik niet wist of alle kinderen die taart lustten, had ik er ook een schaal soesjes bij. Met het idee: dan hebben ze iets te kiezen! Maar zo werd het helemaal niet opgevat 🙂 De hele taart ging moeiteloos naar binnen, tussendoor ook alle soesjes, en toen kwam de heerlijk onbeschaamde vraag: “Was gibt’s noch?” Gelukkig lagen er nog een paar zakken chips in de kast. Onze kids keken stomverbaasd, maar waren zo wijs om geen bezwaar te maken. Die zijn zo cultureel sensitief, die voelen haarfijn aan dat je je aan sommige gewoonten het beste stilzwijgend aan kunt passen 🙂 🙂

Toppie!

Afgelopen zaterdag was voor ons een top-dag. Samen met Hendrik-Jan en Claudia zijn we de Belchen opgeklommen. Dat is de hoogste berg hier in de omgeving, te zien als je vanaf de snelweg naar ons huis rijdt. Johan is er al een aantal keer opgeklauterd, en Hannah en Boaz ook een keer. Nu gingen we dus met z’n allen.

Eerst gingen we met de auto naar een wandelparkeerplaats in de buurt van Münstertal, en vandaar gingen we te voet verder. Door het bos met smalle klauterpaadjes, maar ook over weggetjes met een fantastisch uitzicht over het Zwarte Woud, over de Rijnvallei… zelfs de Zwitserse bergen met eeuwige sneeuw konden we in de verte zien liggen! Eiger, Mönch, Jungfrau… We krijgen al helemaal zin in onze zomervakantie in de bergen 🙂 Maar ook deze tocht was al prachtig. Het voelt toch altijd een beetje als vakantie om in de bergen te zijn, ook al wonen we in de buurt. En als je dan op je wandeling van die typische bordjes tegenkomt met “Belchen – 4.0 km” en daaronder nog 5 andere routes naar bergen verder weg, dan voel ik me een echte toerist in een prachtige omgeving en bovendien heerlijk weer.

Natuurlijk hielden we ook regelmatig even pauze om van het uitzicht te genieten, op adem te komen en wat te eten en te drinken. Voor zo’n klimpartij heb je tenslotte “kracht” nodig, liefst in de vorm van gedroogde worstjes, chippies of snoepjes…

Al met al was het een hele klim, en waren we blij toen het Belchenhaus in zicht kwam. Dat is een restaurant vrijwel op de top van de berg, waar ze allerlei lekkers verkopen en je even lekker uit kunt rusten. Vandaar is het dan nog maar 250 meter naar de echte top, dus die hebben we ook nog even gelopen. Daar heb je dan een 360 graden vrij uitzicht over een groot stuk van het Zwarte Woud, een deel van Zwitserland en aan de overkant van de Rijn ook Frankrijk.

Boaz op de top van de Belchen
“Het kruis”, de markering voor het hoogste punt.

Toen we voldoende uitgerust waren, gingen we weer op weg naar de auto. Dat was natuurlijk vooral bergaf, dus kostte minder energie. Maar ook een paar uur naar beneden lopen voel je uiteindelijk wel in je voeten, dus we vonden het niet erg om onze auto weer te zien. Al met al was het een top-dag waar we van genoten hebben. Weer een mooie herinnering rijker, waar we nog eens aan terug kunnen denken als we van de snelweg af komen en de Belchen voor ons zien opdoemen 🙂

Warm

Vandaag was Freiburg de op één na warmste stad in Duitsland. Om 18:00 uur vanavond was het daar 32,6 graden Celsius, aldus de website wetter.com. Aangezien wij daar nogal dicht in de buurt wonen, was de temperatuur bij ons waarschijnlijk vergelijkbaar. In ieder geval was het vandaag warm. En gisteren ook.

Met het warme weer komen ook de zomerse genoegens weer om de hoek kijken: ijsjes eten, in een buitenbadje spelen, met de hele klas naar het zwembad, watermeloen smullen… En de zonnehoedjes moeten weer uit de kast, want op Hannahs school was er alweer een kind met een zonnesteek. Dat is niet bepaald een aanlokkelijke ervaring, dus we proberen onszelf een beetje te beschermen. Een heel effectieve manier om de warmte gezond te doorstaan en niet oververhit te raken, is trouwens om midden op een fonteintje te gaan zitten. Tegenover het station staan er een stuk of acht op een rij, midden op het marktplein. En laten we daar nou dagelijks langs komen van en naar de Kindergarten…
Judith is nog een beetje voorzichtig, die laat haar hand of voet nat spetteren – en wordt dan per ongeluk toch helemaal nat. Boaz en Hannah kennen geen enkele beperking. Ze gaan midden boven zo’n spuitmond staan, liggen languit in de plassen, springen van het ene fonteintje naar het andere… Die kan ik na drie minuten dus echt uitwringen 🙂 Maar daarna klagen ze een poosje niet meer over de warmte.

Gelukkig is ons huis helemaal niet te warm. En ook verder valt het eigenlijk best mee; we denken dat dat komt omdat alle huizen en straten et cetera nog niet door en door warm zijn aan het begin van de zomer. Dat komt nog 😉

Verder gaat alles deze week nog z’n gewone gangetje. In het Pinksterweekend krijgen we visite uit Nederland 🙂 en daarna is het hier twee weken Pinkstervakantie. Als het dan nog zo warm is, moeten we maar vakantie gaan vieren in de rivier ofzo. Die stroomt momenteel nog goed, en is ook nog behoorlijk fris 😉 En anders gaan we pootjebaden in de Rijn. Die heeft in onze omgeving momenteel een watertemperatuur van zo’n 17 graden Celsius, aldus de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn. Fris genoeg om onze heethoofden weer even lekker af te koelen…

Indianenkamp

Vanmiddag is het eindelijk zo ver: Hannah mag op Indianenkamp. Samen met kinderen uit onze kerk en natuurlijk een aantal echte Indianen-opperhoofden. Gewoonlijk verkleden die zich als normale mensen, maar de komende paar dagen laten ze hun ware aard zien 😉 Johan heeft gisteren al hard geholpen bij het opzetten van de tipi-tenten – deels in de stromende regen. Gelukkig is het nu lekker weer en zijn de vooruitzichten redelijk goed.

Bij het opzoeken van de spullen begint het ook bij ons te kriebelen: luchtbed, slaapzak, een zaklampje… het kampeer-avontuur lonkt 🙂 Binnenkort krijgen we een tent te leen, dus als het in de Pinkstervakantie lekker weer is willen we één of twee nachtjes gaan kamperen. Gewoon ergens in de buurt, omdat kamperen een avontuur op zich is en er hier heel veel mooie plekjes zijn!

Maar nu is Hannah dus aan de beurt. Het wordt de eerste keer dat ze zonder ons op kamp gaat, tot nu toe heeft ze alleen bij onze families gelogeerd. En twee keer een poging gedaan bij een vriendinnetje in Ede, maar beide keren hebben we haar weer opgehaald… Inmiddels is ze natuurlijk een flink stukje ouder en zelfstandiger, en ze heeft er veel zin in. En wij ook, want op Hemelvaartsdag mogen we allemaal komen helpen bij de knutselactiviteiten.

Een beetje geoefend hebben we trouwens ook al, voor dat Indianenleven. We waren pas bij een gezin uit de kerk dat een enorme tuin heeft, met vuurplaats en vijver. En hoewel hun huis in Frankrijk staat zijn het echte Duitsers: zodra de zon zich laat zien wordt er gegrild! Dus zaten we gezellig bij een houtvuurtje worstjes te eten en klommen de kinderen in de boom. Na verloop van tijd moest uiteraard ook de vijver nauwkeuriger bestudeerd worden, en visjes gevangen “voor het eten”. Je raadt het al, het duurde niet lang voor de eerste “vis” zelf in het water lag. Toen de eerste schrik bedaard was bleek dat eigenlijk best leuk, dus sprongen ze er even later in hun ondergoed in. Brrrrr. Het zag er heel koud uit, maar volgens hun kon het prima. En als ze het toch een beetje koud hadden lieten ze zich opwarmen bij het vuur. Dat klinkt toch alvast als echte Indianen, nietwaar?

…maar net niet helemaal

Duits en Nederlands lijken erg op elkaar. Dat is voor ons natuurlijk heel handig, dan hoeven we niet zoveel nieuwe woorden te leren. Maar sommige dingen zijn toch nét even anders en grappig om te ontdekken. Hieronder een paar voorbeelden.

  • In Nederland krijgen we af en toe kippenvel. In Duitsland niet. Daar krijg je een “ganzenhuid”.
  • Als het bij onze familie gezellig is, “vliegt de tijd”. Maar hier “rent de tijd weg”.
  • Onze Hannah leest erg veel en erg graag. Een echte boekenwurm dus. Hier is dat geen worm maar een rups: eine Leseraupe! Een soort Rupsje Nooitgenoeg dus 😉
  • In Nederland aten we soms noedels. Je weet wel, van die super dunne sliertjes die lijken op vermicelli. Hier valt er veel meer onder die naam, kijk maar:
  • En wat is dat voor dier naast alle pasta? Dat is geen struisvogel, maar… een Vogel Strauß!
  • Toen Hannahs school net was verhuisd, hadden ze nog geen “Tafeln”. Maar dat was geen probleem, die zouden een paar weken later nog komen. Tot die tijd konden ze zich wel behelpen met een stuk karton. Zielig voor de kindjes die net leren schrijven? Nou, dat viel wel mee. Een “Tafel” is namelijk geen tafel, maar een schoolbord…
  • Boaz ziet tegenwoordig overal “beelden”. Nou zitten we hier ook wel in een van oudsher Rooms-Katholiek gebied, maar onze kerel maakt het wel érg bont. Hij is in de war geraakt door het Duitse woord “Bild”. Dat betekent gewoon een tekening, plaatje, poster of iets dergelijks. Vandaar dat Bad Krozingen in deze verkiezingstijd tjokvol hangt met “beelden”. Niet van heiligen, maar van partijkandidaten.
  • Nog zo’n gouwe ouwe hier thuis: het verschil tussen “bodem” en “vloer”. In het Duits heet datgene wat je thuis onder je voeten hebt de “Boden”, en de gang in je huis heet “Flur”. Hoe krijgen ze het bedacht.
  • Van de week danste Boaz door de kamer “van vrede”. Nou hadden we het wel net gehad over Jezus’ woorden “Vrede zij u”, maar deze link snapten we toch niet helemaal. Na even zoeken kwamen we eruit: hij bedoelde “vreugde”. Ook geen woord dat Nederlandse kleuters dagelijks gebruiken waarschijnlijk, maar hij leidde het af van het Duitse “Freude”. Net even verkeerd vertaald…

Een aanverwant aardigheidje is het tijdsbegrip aan een universiteit. Het beruchte “kwartiertje” kennen ze hier namelijk ook, maar dan voor fijnproevers. Als een college om “8 Uhr” begint, dan is iedereen vanaf 8:00 welkom om rustig op te starten en pauze te houden, en om 8:15 begint dan het college echt. Vermeldt een aankondiging echter “8:00 Uhr”, dan word je geacht stipt om 8:00 te beginnen. Het heeft een logica, als je het eenmaal weet 😉

Een groter en moeilijker thema is het verschil tussen “du” en “Sie”. In Nederland is het ook niet meer eenduidig vast te stellen of je iemand met “jij” of met “u” moet aanspreken, maar in het Duits liggen de lijnen volgens ons nog weer heel anders. Daar schrijven we binnenkort nog een keer over. Tot dan 🙂

De kinderbrandweer

De brandweer is bij ons thuis een zeer geliefd thema om over te praten, na te spelen en foto’s of filmpjes te bekijken die brandweer opa doorstuurt. Deze week nog waren Boaz en Judith ijverig bezig met het blussen van brandende kalfjes – voor de veiligheid hadden ze hun duikbril maar opgezet. Prompt stuurde opa foto’s door van een echte brand in een echte kalverstal in Staphorst… Dat houdt het spreekwoordelijke vuurtje brandend. Ons kroost maakt zich nu al zorgen of er wel genoeg vacatures zullen zijn bij opa’s brandweer tegen de tijd dat zij groot genoeg zijn om echt mee te doen. Want natuurlijk willen ze alle drie meedoen, en het liefst allemaal in hetzelfde korps.

Sinds kort is Hannah serieus in opleiding tot brandweervrouw. Ze is lid geworden van de kinderbrandweer hier. Dat kan vanaf 6 jaar oud – Boaz moet dus helaas nog even wachten. Hij mocht wel mee naar de proefles en heeft toen zelfs boven op de ladderwagen gezeten. Wow, wat stoer 🙂 Hannah gaat nu elke donderdag op “oefening” en leert daar van alles over veiligheid en brandweertaken. Als ze goed haar best doet kan ze speldjes verdienen die ze dan op een echte brandweerpet mag dragen.

Het brandweerkorps van Bad Krozingen is vrij groot: 183 volwassenen en 50 kinderen. En ze hebben super stoere auto’s, kijk maar:

Een eerste les ging over de verschillende taken die de brandweer heeft. Een logo daarvan hangt aan de gevel van de kazerne.

Vier taken dus: Retten – Löschen – Bergen – Schützen. In het Nederlands: redden van mensen en dieren in nood – blussen van branden – bergen van verongelukte auto’s, omgevallen bomen etc – beschermen bij bijvoorbeeld overstromingen, maar ook voorlichting geven om de veiligheid te vergroten. Nu mag de kinderbrandweer weliswaar nog niet met echte branden aan de slag, maar de basis wordt alvast gelegd. Jong geleerd, oud gedaan 🙂

In een oogwenk

Sommige dingen vergen geduld. Voor Boaz z’n bord leeg heeft bijvoorbeeld, gebruikt hij drie aanmaningen, vier verdere aanmaningen en vijf vermaningen om eindelijk z’n mond niet voor praten maar voor eten te gebruiken. [Dit kan ook alleen Boaz zo. Andere mensen zouden aanmaningen “nodig hebben”, maar Boaz is al zo verduitst dat hij ze “gebruikt” (“braucht”)].

Andere dingen gaan verrassend snel! In een oogwenk, zogezegd. Om een niet-Instagram-waardige indruk van het echte leven hier te geven: Johan zit in Berlijn om een voordracht te houden. Ik ben met de kinderen naar gym geweest, daarna is met hangen en wurgen het huiswerk afgemaakt, eten op tafel gezet – de gewone dingetjes. En toen begon het. Boaz was finaal uit z’n broek gescheurd bij gym. Een scheur van meer dan 15 cm vind ik eigenlijk reden om zo’n broek af te schrijven, maar daar was meneer het niet mee eens. Hij wilde heel graag dat ik een poging zou doen om de broek te naaien. Goed, ik ben de beroerdste niet 🙂 dus ik ging achter de naaimachine aan het prutsen. Intussen heb ik vier keer indringend moeten waarschuwen omdat de kinderen als dolle paarden door het huis renden, ondertussen schreeuwend als volleerde cowboys. Het hielp allemaal niks, dus riep ik ten einde raad dat ze maar aan hun klepjes moesten beginnen. Dat is codetaal voor hun avondritueel: we hebben voor ieder kind een blad papier met daarop hun taakjes zoals tandenpoetsen, pyjama aantrekken en het slaaplied zingen. Als iets is gedaan mag het klepje dicht, en als alle klepjes zijn afgewerkt is het bedtijd.

Zo. Dat was een goed idee. Rust in de tent. Wat heerlijk toch, zo’n georganiseerd gezin en zulke zelfredzame kinderen. Ik was bijna zover om mezelf een schouderklopje te geven toen er een alarmbel met de naam Hannah afging in de keuken. “Boaz heeft toet geknoeid en het ligt overal!” Nou, daar was geen woord van overdreven. Eén van de avond-taakjes is het eten van een schaaltje yoghurt, en daar vond Boaz het nu wel tijd voor. De eerder beloofde speciaal samen gekochte toetjes was hij kennelijk vergeten en manmoedig sleepte hij een emmertje met 1 kilogram vruchtenyoghurt uit de koelkast. Flats, op de grond, een groot gat in de bodem, de yoghurt overal in het rond. Zucht. En in plaats dat ‘ie er dan met z’n handen vanaf bleef, probeerde hij snel snel de boel op te vegen met een vaatdoek voordat de grote boze mama om de hoek zou komen kijken. Toen lagen de klodders niet meer óp het vloerkleed, maar er lekker ingewreven.

Afijn. Het was vast niet expres gedaan… Dus de kinders snel met het juiste toetje aan tafel en ik aan het opruimen. Ik was nog niet halverwege toen een opgewekt stemmetje kwam vertellen: “Ikke poep weg-daan! Opperuimd!” Eeeeeh, wacht even, wát heb je gedaan??? Ze wilde het met alle plezier even laten zien. Op naar de wc. Een priemend vingertje in de pot, waar gelukkig weinig raars te zien was.
“Wat heb je hier gedaan dan?”
“Boaz poept, en ikke schoon-maakt”
Ai. Gezien de bende die zoonlief er soms van kan maken, begint zich in mijn hoofd een scenario te vormen.
“Waarmee heb je dat dan schoongemaakt?”
“Die! Cee-pier! Ikke zo, poetse-poetse”
Grumbel grmbl. Het handdoekje naast de wastafel was ook verhuisd naar de deurklink, dus ik vermoed dat die ook nog een rol heeft gespeeld. Ik heb verder maar niet naar details gevraagd. Handdoek weg, kind grondig gepoetst, en… opgewekt weer verder naar de keuken, waar de yoghurt nog geduldig lag in de trekken.

Het toetje was gelukkig heerlijk. Ik kreeg zowaar een “duizend keer bedankt” toegevoegd. Gevolgd door een verontwaardigd “Mamaaaaa! Ik sta klaar om tanden te poetsen!!!” Tjah. Ik lag nog op m’n buik onder de tafel te schrobben. Maar dat was geen geldig excuus. Ik heb in sneltreinvaart het tandenpoetsen – pyjama aan – plassen – ritueel afgewerkt; gelukkig kunnen ze dat deels al zelf. En toen een slaapverhaaltje over zeven muisjes die ook gingen slapen. Prima idee, beter dan sprinkhanen die inspireren tot een wedstrijd verspringen of iets dergelijks. Daarna luidkeels het slaaplied: “Ik ga slapen, ik ben moe…”

En ja hoor, “ding dong!” ging daar de bel dwars door ons lied heen. Ik had even de neiging om die deur lekker dicht te laten. Aan klachten of verzoeken had ik even geen behoefte, en aan speelkameraadjes nog minder. Maar voor ik met m’n ogen kon knipperen hadden Boaz en Hannah de deur al opengemaakt en hoorde ik een aarzelende mannenstem vragen of er misschien ook één van hun ouders aanwezig was. Mmmmm. Daar kon ik dan toch niet echt meer onderuit. Het was de nieuwe buurman die zich kwam voorstellen. Ik zou graag door de grond zijn gezakt van schaamte bij de gedachte aan wat hij wellicht van onze chaos heeft meegekregen voordat hij aanbelde, maar aangezien ik dan in zijn woonkamer zou belanden was dat ook geen optie. Manmoedig glimlachen dus maar.

Hij kwam met een ingewikkelde vraag over parkeergelegenheid – eigenlijk is alles al vol rondom ons huis, maar er moest toch nog een auto bij. Of wij ermee konden leven dat… bla bla bla. Ja hoor, we zullen ons best doen. Maakt u zich geen zorgen, wij vinden altijd overal een oplossing voor. We zijn tenslotte wel wat gewend, weet u. In ons gezin draaien we onze hand niet om voor probleempjes van dit kaliber. Toevallig hadden we er de afgelopen 15 minuten nog een paar. Binnen een oogwenk geproduceerd, en voortvarend weer opgelost door onze power-mama. Ze zal zo even naar die auto kijken, “das kriegen wir hin”. Goedenavond meneer, gaat u maar weer, we hebben dringend nog wat af te werken hier. Onze kinderen moeten namelijk naar bed. Dat is de aller-efficiëntste oplossing ooit om bestaande problemen op te lossen en nieuwe problemen te voorkomen.

Zo gezegd, zo gedaan. De kinderen liggen in bed, de rust is weergekeerd, en de auto staat op de gewenste plek. De yoghurt is opgeruimd, en de wc oogt normaal. De verdere dagelijkse rommel is nog niet weg, maar ik heb even geen zin meer om de zooi verder op te ruimen. Ze bekijken het maar. Die puzzelstukjes liggen morgen toch in een oogwenk weer overal, gevolgd door boekjes en blokjes en pantoffels en kralen en een houten hondje. Als er zo nog weer iemand aanbelt, komt die niet verder dan de voordeur. Nee meneer, sorry mevrouw, u kunt nu even niet binnenkomen. Dat zou anders natuurlijk heel gezellig zijn, maar weet u, DE KINDEREN SLAPEN! En dat houden we graag even zo 🙂

Ponyrijden

Vandaag waren we bij de kinderboerderij, en daar mochten kinderen een rondje rijden op een paard of pony. Nou, daar hadden onze oudste twee wel oren naar!

Judith moest er nog even over nadenken. Pas op de terugweg besloot ze dat zij óók een rondje wilde rijden, samen met papa. Nou dat mag, maar niet meer vandaag. Voor haar bleef het bij een “rondje” kameel.

Het was een geslaagde dag 🙂

Bijdehante tante

De kindjes liggen lekker in bed, de keuken is opgeruimd, en Johan en ik zitten gezellig op de bank. Tijd om weer ’s een blogpost te schrijven. Maar waarover?

Niet over Johan z’n werk, want de wiskundige vorderingen waar hij enthousiast over is zijn te lastig uit te leggen aan een niet volledig wiskundig publiek, en een verhaal over zijn huidige onderwijstaken zou te chagrijnig of cynisch van toon worden. Het begin van een nieuw semester brengt nu eenmaal héél veel bureaucratie en geregel met zich mee, en veel vragende of klagende studenten.

Ook niet over de vakantie van de kinderen, want dat rommelt nog gewoon een beetje door. Hannah heeft vandaag van haar één na laatste vakantiedag genoten – dat wordt zorgvuldig bijgehouden en vergeleken met andere kinderen die deze week alweer naar school moeten. Maar ze heeft ook wel weer zin om naar school te gaan. Ze wil graag nieuwe dingen leren, maar dan zonder huiswerk 😉 Boaz heeft nu een week vrij, en vertelt stoer dat de Kindergarten hélemaal níks aan is en dat ‘ie veel liever thuis blijft. Hij wordt op z’n wensen bediend dus.

Over mezelf schrijf ik ook niks. Ik moest vanmorgen naar de oogarts om uit te zoeken wat voor nieuwe bril ik precies nodig heb. Daar horen ook oogdruppels bij die je pupillen wijd open laten gaan. Zo wijd, dat je de rest van de dag alleen te voet op pad mag en niks kunt doen omdat je gewoon geen steek ziet. Dat was dus een lange dag, want ik was er al om kwart over acht. Blèh. (Eventuele typfouten komen dus ook omdat ik vandaag blind typ en niet goed zie wat ik doe)

Blijft over: onze bijdehante tante. Judith is een heerlijk kind, en een gigantische wijsneus. Zomaar een greep uit haar uitspraken van deze week:

  • Het waaide te hard naar mevrouws zin. Dus deed ze de achterdeur open, ging breeduit in de deuropening staan en sprak gedecideerd: “Ik wille nu STOP WINDEREN!” Ze keek nog even naar het effect van haar opdracht, maar toen er weinig veranderde ging ze maar binnen spelen.
  • Juut speelde doktertje. Ze moest even mijn oren controleren. Dat zag er niet goed uit! “Jij pijn oren, mama. Ik denk Boaz-Hannah hard (ge)schreeuwd!” Oeeeh, waar heeft ze die nou vandaan…
  • Vandaag vroeg ik of Judith al klaar was met haar bezigheden. Antwoordt ze heel wijs: “Ikke jou Duis praten mama: “NOCH NICHT!””
  • En natuurlijk de gebruikelijke fratsen dat ze zelf haar pyjama wel – niet – wel – echt helemaal niet aan wil doen, dat mama niet “moete (be)moeien” met de knoopjes van haar jurk en dat ze in bed absoluut nog een boekje moet “lezen” voordat ze gaat slapen. Dat doet Hannah tenslotte ook, en Joetie isse groooote meis. “Hè mama, goete-(i)dee?”

Een heel goed idee. Lekker slapen, wijsneus!