Net op tijd

De laatste weken veranderen regels in hoog tempo, meestal in ons voordeel. Zo mogen we weer naar buitenspeeltuintjes en is de kinderboerderij in Freiburg weer open. Maar één wijziging is voor ons wel bijzonder fijn: sinds deze week hoeven Duitse inwoners die terugkeren uit een EU-land waar relatief weinig corona-besmettingen zijn, niet meer 14 dagen in gecontroleerde quarantaine. Natuurlijk was ook deze regel weer in echte ambtenarentaal opgesteld, in de trant van:

  • Iedereen die over land, zee of door de lucht binnenkomt vanuit een staat die niet behoort tot de uitzonderingen onder punt 4, moet in quarantaine — en pas op want we zijn heel streng en we hebben hier allemaal verordeningen voor die we echt controleren en bla-bla-bla…
  • Een halve pagina verder: tot de uitzondering behoren EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland.

Kijk, dat wilden we graag weten! We mogen dus ongestraft naar Nederland en weer terug, op de logische voorwaarde dat we gezond zijn en geen contact gehad hebben met een corona-patiënt, en dat er in de periode dat wij in Nederland zijn niet net een heftige uitbraak komt. Die risico’s vinden we wel aanvaardbaar, en dus zijn we als een haasje gaan rondbellen en overleggen. Want aanstaande vrijdag hoopt onze opa te trouwen, en daar zijn we natuurlijk graag bij! Eigenlijk hadden we dat plan al uit ons hoofd gezet, maar de regels zijn precies op tijd aangepast.

Morgenochtend vroeg hopen we in de auto te stappen. In Nederland verdelen we ons in twee groepen om bij familie te logeren (met z’n vijven in één groep overschrijdt het maximum-aantal gasten in één huishouden). Dan hopen we de bruiloft mee te vieren, en daarna nog een paar nachtjes in Hardenberg op een camping te verblijven om ook Johans familie even te kunnen zien. In het bijzonder zien we er naar uit om ons jongste familielid eindelijk te kunnen ontmoeten! Ons eerste nichtje van de Commelin-kant is tenslotte al bijna 4 maanden oud, en we hebben haar alleen nog op foto’s / fimpjes en via Skype gezien. Daar komt nu dan hopelijk verandering in, al zal een ouderwetse knuffel nog even moeten wachten. Maar ach, dan hebben we een goede reden om later nog eens terug te komen 😉

Ne? Na? Boaaah…

Gisteravond keek ik een filmpje van een Engelse dame die in Duitsland woont en verslag doet van dingen die haar opvallen in Duitsland. Sommige dingen die zij bijzonder vindt, vinden wij helemaal niet raar. Dubbeldekkertreinen bijvoorbeeld, of draai-kiepvensters, of winterbanden. Andere dingen vinden wij ook opvallend. We pikken er een paar leuke uit voor jullie.

Lange woorden. Waar Engelsen gewoon een hele rij losse woorden achter elkaar plakken als ze iets willen beschrijven, maken Duitsers er lange woorden van. In ons lokale krantje staan bijvoorbeeld de data en tijden van de “Kreisbaumeistersprechtage”. Ook andere ambtenarentaal gooit hoge punten: “Kraftfahrzeughaftpflichtversicherung”, “Arbeiterunfallversicherungsgesetz” of “Behindertengleichstellungsgesetz” bijvoorbeeld. En dat zijn echte woorden die ook echt gebruikt worden. Geweldig toch, als je eenmaal hebt ontdekt waar de grenzen tussen de lettergrepen liggen?

Ook heel herkenbaar: woorden die geen woorden zijn, maar “geluiden”. Die horen we hier heel erg vaak. Als je iets zegt en je wilt om instemming van je gesprekspartner vragen, dan zeg je in het Nederlands “of niet?”, of “nietwaar?”, of “toch?”. Zoiets. In het Duits zeg je gewoon “Ne?”
En als je ergens van onder de indruk bent zeg je niet “wow” of “mèèèn hé!”, maar enkel “boahhhh”. En dat is niet per se popi-jopie taalgebruik, dat zegt onze ouderling ook in de kerk. En dan “na?” Dat betekent zoveel als “En, hoe is ’t ermee?” of “En, wat vind jij hier nou van?” Kijk, zulke woordjes compenseren weer een beetje voor die lange woorden die we net bespraken.

En dan de regels. Je doet hier echt snel iets verkeerd. Zo is het bijvoorbeeld verboden om tussen 1 en 3 uur ’s middags je glas in de glasbak te gooien, want dan is het “Mittagsruhe”. Ik kreeg daar een keer een schriftelijke vermaning voor; wist ik veel. Een ambtenaar had me gezien. Ik hem ook. Hij keek stuurs terug zonder wat te zeggen, en stuurde vervolgens dus een ambtelijke waarschuwing. Dat is nou echt Duitsland. In plaats dat je dan even naar iemand toe loopt en vriendelijk zegt: “Weet u, het is hier verboden om tussen 1 en 3 uw glas weg te brengen”, kijk je chagrijnig terug en stuur je een brief met veel dreigende taal en bla bla. Om te compenseren voor al het daarvoor gebruikte papier, zetten ze meteen in die ene brief wat de gevolgen zijn als je een vergelijkbare overtreding nog een keer doet, en nog een keer, en nog een keer. Ze stoppen pas als je in de bajes zit, zeg maar. Zo ver is het bij ons gelukkig nog niet gekomen.

En tenslotte de administratie-liefde. Formulieren invullen, handtekeningen zetten… Duitsers smullen ervan. En nemen vervolgens ook de tijd om al die administratie te verwerken, natuurlijk. Klein voorbeeldje: de belastingaangifte. Wij hebben ’t weer afgewerkt voor dit jaar, en het was eigenlijk appeltje-eitje zonder hypotheek, emigratie of buitenlands salaris. En je kunt het heerlijk digitaal regelen en indienen. Bijna dan. Als je klaar bent word je hartelijk bedankt voor je aangifte, en moet je alsnog de hele boel printen, ondertekenen en opsturen. Anders wordt je digitale aangifte gewoon niet in behandeling genomen. Waarschijnlijk zitten er nu 25 medewerkers dag in dag uit te vergelijken of onze geprinte bladen overeenkomen met de digitale versie. En smullen ze van die mooie handtekeningen met echte inkt op echt papier.

Goed, nog één bonus dan, omdat die zo mooi in het rijtje past. Als Hannah nieuwe steunzolen nodig heeft, moet ik naar de arts bellen voor een afspraak. Dan zeg ik: het is weer een jaar geleden dat ze nieuwe steunzolen heeft gehad, dus ze heeft nieuwe nodig. Prima, we krijgen een afspraak. Na minstens drie kwartier in de wachtkamer zijn we dan aan de beurt, en vraagt de arts: “Zijn je voeten gegroeid in dit jaar?” Hannah: “Ja”. “Oh. Dan heb je nieuwe steunzolen nodig”. Prrrrrr komt er een recept uit de printer. Handtekening eronder, klaar. Wij met het recept naar de steunzolenwinkel, maar die ziet dat het niet volgens de eisen van de verzekeraar is opgesteld. Dus krijgen we een formulier mee hoe de verzekeraar het wil, daarmee gaan we opnieuw naar de arts, wordt het recept aangepast, komt er een nieuwe handtekening op, en kunnen we nogmaals naar de winkel. Waar in de computer wordt gekeken: “Ja, de laatste keer dat u steunzolen aanvroeg is een jaar geleden, dus u heeft automatisch recht op twee nieuwe.” Precies. Dat was wat ik bedoelde.

Heerlijk, die Duitsers.

Maar ik wil TOCH ZÓ GRAAG!

Iedereen die regelmatig met kleine kinderen omgaat zal het herkennen: nooit wordt er zo lekker gespeeld als ’s avonds na bedtijd; nooit is speelgoed zo geliefd als wanneer het op de weggooistapel wordt ontdekt; en als de jampot bijna leeg is wil ineens iedereen jam op z’n brood in plaats van kaas, honing of pindakaas. Alles wat niet mag of binnenkort niet meer dreigt te kunnen, wordt plotsklaps dubbel zo aantrekkelijk. Daar hebben ook onze kinderen last van. Vanavond na het eten mocht Judith niet meer buiten spelen. Nou, toen was de boot aan. Ze wou TOCH ZOOOOO GRAAG EVEN BUITEN SPELEN!

Je zou bijna denken dat het kind een stressvolle week achter de rug heeft met zwemles, speelafspraakjes en andere verplichtingen na volle schooldagen, en nu snakt naar een momentje ongestoord spelen. Maar voor de duidelijkheid: het “buiten” waar ze zo graag naartoe wilde is gewoon dezelfde paar vierkante meter slecht onderhouden grasveld met dezelfde paar omgezaagde stukken boomstam waar ze al wekenlang geacht wordt zich te vermaken. En hoewel ze er al heel wat tijd heeft doorgebracht, is dat niet altijd met zoveel enthousiasme als haar uitbarsting vanavond deed vermoeden. Kennelijk is ook de tuin pas echt aantrekkelijk als je er niet naartoe mag.

Maar eigenlijk is dit gedrag natuurlijk niets nieuws. Eeuwen geleden zei Paulus het al (in de vertaling die we momenteel met ons kroost aan tafel lezen): “Door de wet leerden de mensen wat zonde is. Want de wet verbiedt alle verkeerde verlangens. Zo leerden de mensen die verlangens kennen. En de zonde zorgde ervoor dat ze naar hun verkeerde verlangens gingen luisteren.”

Wij vonden dat maar een lastig stukje, zelfs nadat we al een paar dagen hadden gelezen over de wet en de zonde. Daarom hebben we geprobeerd het met onze Playmobil-leeuwen en poppetjes te verduidelijken: stel dat er een rivier is met aan de overkant gevaarlijke leeuwen. Dan is het natuurlijk heel gevaarlijk om die rivier over te steken! Dat snapte Judith meteen: “Dan gaat de papa-leeuw de poppetje opeten!” Zo is het ook met zonde voordat er expliciete geboden waren. Die leidt tot allerlei narigheid. Maar wat zou een goede parkwachter doen? Die zet natuurlijk een groot hek voor de rivier, om argeloze mensen duidelijk te maken dat het verboden is om over te steken. Maar wat zou het poppetje dan doen? Nou, daar konden ze zich wel in inleven. “Als je een hek ziet waar je niet langs mag, dan denk je juist extra: wat zou daar nou achter zijn?”. Precies. En als het poppetje dan tóch oversteekt, wat gebeurt er dan? “Dan eet de papa-leeuw hem nog steeds op”. Én dan krijgt ‘ie straf van de parkwachter — waarschijnlijk dan in omgekeerde volgorde 😉 Maar goed, het idee is duidelijk: nu het hek er is, is het extra verkeerd om over te steken en zijn er extra consequenties. Maar toch is het niet de schuld van het hek dat je een boete krijgt of dat je opgegeten wordt, dat is de schuld van je eigen zondige hart.

We hebben vast wat theologische details gemist of verkeerd uitgelegd, maar de grote lijn klopt denk ik wel. En dat principe heeft dus alles te maken met de praktijk van alledag. Niet alleen met onze kinderen hoor, met ons zelf net zo goed. Als ik me voorgenomen heb eens wat minder chocola te eten, zijn de paaseitjes nog extra aantrekkelijk. En nu het erop lijkt dat we de grens niet over mogen om een bruiloft bij te wonen, willen we TOCH ZÓ GRAAG! Misschien dat we, als ons geen strobreed in de weg was gelegd, nog eens zouden nadenken of 700 km heen en 700 km terug niet teveel was voor alleen een burgerlijk huwelijk (de rest wordt sowieso uitgesteld). Maar nu, nu is er nauwelijks iets wat we liever willen 😉 Maar ja, je moet consequent zijn hè. Als onze kinderen niet mogen gillen en drammen en zeuren om hun zin te krijgen, dan proberen wij dat zelf ook niet te doen in hun bijzijn. En intussen houden we het nieuws een beetje in de gaten. Wetten veranderen tegenwoordig snel; misschien mogen we tóch nog 🙂

Moraal

Jongens jongens jongens… het is maar goed dat kinderen tegenwoordig niet mee mogen naar de winkel. Of dat een zinnige maatregel is om de verspreiding van het corona-virus tegen te gaan wordt nog wetenschappelijk onderzocht, maar het is in ieder geval een cruciale maatregel om nog íets van onze gemeenschappelijke moraal hoog te houden. Als kinderen zouden zien hoe ouderen tegenwoordig de regels aan hun laars lappen, krijgen we ze nooit meer aan hun verstand dat regels bedoeld zijn om na te leven. Dus sluiten we ze op in huis om de opvoeding te redden.

Vandaag was hier in Baden-Württemberg de eerste dag met officiële mondkapjesplicht in winkels en in het openbaar vervoer. Het dringende advies om zo’n mondkapje te dragen was er al langer, maar bijna niemand hield zich eraan. Nu is het ook wel een beetje raar dat de regering eerst zegt dat mondkapjes geen zin hebben (behalve in ziekenhuizen en andere zorginstellingen natuurlijk), en daarna toch aanraadt ze op te zetten. Maar hè, de kennis rondom corona is volop in ontwikkeling en die politici roeien ook maar met de riemen die ze hebben. Als ze dan op enig moment tot de conclusie komen dat mondkapjes toch kunnen helpen, lijkt me dat nou niet direct de meest problematische regel om je aan te houden.

Kennelijk dachten de meeste mensen daar anders over, zeker toen duidelijk werd dat mondkapjes bedoeld zijn om anderen te beschermen, niet om de besmettingskans voor jezelf te reduceren. Dan doe je het natuurlijk al helemaal niet meer. En zeker niet als je de 60 gepasseerd bent en je je dus niets aan hoeft te trekken van adviezen of beleefde verzoeken — met zoveel levenservaring heb je de wijsheid immers al lang in pacht. Vandaar dus vanaf vandaag “Maskenpflicht”.

Op het eerste gezicht zag het er veelbelovend uit bij de Lidl. Wegwerp-mondkapjes, officieel uitziende mondkapjes met filter, zelfgenaaide in allerlei kleuren en soorten, een moslima die simpelweg haar hoofddoek een beetje verschoof… Tot ik een oud echtpaar in het oog kreeg. Naar mijn schatting minstens 80 jaar oud, en dus behorend tot de risicogroep die zo min mogelijk naar winkels zou moeten gaan, en al helemaal niet samen. De man had een soort wegwerp-schoonmaakdoekje voor z’n mond geknoopt. Het wapperde vrolijk heen en weer bij elke stap die hij zette. De vrouw had helemaal niets voor haar gezicht. Officieel mag ze dan de winkel niet in, maar het personeel had geen zin om er iets van te zeggen. Die liepen zelf óók met hun masker onder hun kin bungelend tussen de klanten door. En misschien dachten ze dat zo’n oud vrouwtje de nieuwe regels nog niet helemaal had gesnapt en wat begrip nodig had.

Nou, vergeet het maar. Zodra de bewuste vrouw zag dat iemand haar wat langer aankeek, keek ze met een vinnige blik terug, zo van “WAAG HET NIET om mij een regel op te leggen, ik ben minstens 50 jaar ouder dan jij en ik bepaal ZELF wel wat ik doe!”. Vervolgens hief ze in een halfslachtig gebaar haar hand richting mond, met in die hand een verfrommeld papieren zakdoekje. Zo. Daar kon lekker niemand meer iets van zeggen. Amper drie tellen later greep de hand mét zakdoekje naar een pak koekjes in het schap, en legde het vervolgens met een misprijzende blik weer terug. Mensen die commentaar wilden hebben op haar gebrek aan mondkapje zouden even moeten wachten, want ze had nu haar handen vol.

Als dit mijn kind was geweest, had ze een fikse schop onder haar kont kunnen krijgen. Maar hè, bij een tachtigjarige doe je dat uiteraard niet. Dat weet ze natuurlijk drommels goed, en ze maakt er schandelijk misbruik van. Intussen is dit soort gedrag wel funest voor het draagvlak onder de bevolking. Want eerlijk is eerlijk, om dit soort oude mensen te beschermen tegen het corona-virus ligt de hele maatschappij op z’n gat en moeten alle kinderen binnen blijven, verstoken van vriendjes of familie. Maar als precies die oude mensen dan de regels aan hun laars lappen, hebben andere mensen er ook geen zin meer in. En krijgen kinderen het idee dat regels alleen gelden voor mensen die zin hebben om zich eraan te houden, of die zelf overtuigd zijn van het nut ervan.

En daarom blijven onze kinderen thuis. Opgesloten, achter slot en grendel. Ver weg van de boze buitenwereld, in een idyllische bubbel waar vreedzaam samenspelen, het naleven van regels en moreel volmaakte volwassenen vanzelfsprekend zijn.

Verzamelaar of opvangtehuis

Zo zag ons gezin er vanmorgen rond tien uur uit:

Het was duidelijk dat we dringend iets nodig hadden: een nieuwe laptop zodat ook mama aan de slag kon! 🙂 Hannahs school biedt sinds deze week een deel van de ochtend afstandsonderwijs. Om half 10 loggen alle kinderen van de school in op Zoom om elkaar even te zien, samen naar een Bijbelverhaal te luisteren en wat liederen te zingen. Daarna worden ze verdeeld in drie “klassen” en krijgen ze een half uur tot drie kwartier les, de ene dag Duits en de andere dag wiskunde. De rest van de dag hebben ze dan nog opdrachten die ze zelfstandig of met hulp van de ouders moeten maken. Tot nu toe bevalt dat goed! Maar er is natuurlijk een laptop met webcam voor nodig.

Boaz heeft ook een nieuw programma. Het was best lastig om hem nog langer te motiveren met de oefenboekjes die we in huis hadden, dat is toch vaak “meer van hetzelfde”. Nu hebben we een account voor hem op junior-einstein.nl, een website waar je voor verschillende vakken en op verschillende niveau’s schoolwerk kunt oefenen. Voor hem is dat alleen nog rekenen en beginnend taal, omdat je voor vakken als geschiedenis of aardrijkskunde eerst moet kunnen lezen. Maar hij is ijverig aan de slag, leert nieuwe letters — hopelijk heeft dit project een wat langere adem en kan hij lezen voordat de lockdown voorbij is 😉 Maar dit alles gaat natuurlijk alleen op een laptop, liefst met touch-screen. Dat is dus die van mama…

En dan Judith nog. Die wil af en toe ook “huiswerk” maken en groot zijn. Dus heb ik maar weer een nieuwe educatieve app opgezocht. Zie daar, mevrouw heeft een tablet nodig!

Johan zit in z’n “werkkamer”. Achter z’n laptop uiteraard. Eentje dit keer, omdat alle andere werkende exemplaren al in gebruik zijn. Dat kan soms lastig zijn als hij met collega’s moet samenwerken, temeer omdat zijn laptop geen goede webcam heeft en niet overweg kan met programma’s als Skype.

Vandaar de vreugde toen er vanmorgen een pakket in de gang werd gedeponeerd met de groeten van de Deutsche Post. Yeah, een nieuwe laptop! Johan is zo blij als een kind dat een cadeautje krijgt 🙂 en ik heb hopelijk binnenkort ook weer een laptop tot m’n beschikking. Al lukt dat nu ’s middags en ’s avonds ook wel hoor, Hannah is niet de hele dag online en Boaz speelt ook nog gewoon buiten of doet spelletjes met ons (maar dan kan ik natuurlijk alsnog niet werken).

Al met al houdt ons huis inmiddels het midden tussen een verzameling technische hoogstandjes en een opvangtehuis voor oude en gebrekkige apparaten. Want niet al onze exemplaren zijn fonkelnieuw. De tablet is een afdankertje van opa met barsten in het scherm en gebrekkig geluid, onze telefoons komen ook altijd uit de vuilnisbak van familie, mijn laptop heeft al meermaals gedreigd de geest te geven maar hebben we steeds nog weer aan de praat weten te krijgen, en dan is er ook nog een mini-laptopje uit Johans studententijd dat het eigenlijk helemaal niet meer doet maar toch niet weg mag — net als de twee computerkasten die al sinds de vorige verhuizing niet meer zijn aangeraakt, maar écht nog bewaard moeten worden. Nieuwe apparaten kopen is vaak een duur verhaal, kost weer nieuwe grondstoffen en arbeid, en het getuigt van weinig respect voor ouwe trouwe beesies als je ze na een paar jaar alweer wegsmijt.

Wat dat betreft lijkt Johan op mij. Ik heb dat met planten. Zo lang er nog een blaadje aan zit met een stukje groen, vind ik het gewoon zo zielig om een plant weg te gooien. Die heeft zo z’n best gedaan en het (meestal gelukkig) al een heel lange tijd volgehouden bij ons, hoe kan ik zo’n levend wezen dan in de kliko gooien als z’n uiterlijk niet meer helemaal perfect is? Wie weet, als ik ‘m nog eens een ander plekje geef, of wat nieuwe potgrond, of een liedje voor ‘m zing… En zelfs één bloemetje is mooi als je maar genoeg inzoomt. Als een viooltje dan de hele winter heeft gebloeid, kan ik toch die laatste paar dappere bloempjes niet roemloos bij het groenafval smijten? Zo staat de halve vensterbank vol met zielige verpieterde stengeltjes die wachten op een tweede leven. Of tot ik een keer opruimwoede krijg en ze toch weggooi.

Het tweede leven voor onze kapotte computers en laptops laat trouwens nog even op zich wachten. Johan ziet de lol er wel van in om ze weer op te kalefateren, maar heeft al heel realistisch ingezien dat hij pas na z’n pensioen tijd gaat hebben voor dit soort projecten. En dat duurt nog wel even. Tegen de tijd dat wij oud zijn, werkt iedereen door tot z’n 75e… Ik vermoed dat we dan al wel weer een paar keer zijn verhuisd, en het zou kunnen gebeuren dat de verhuisauto dan te vol wordt om alles mee te kunnen slepen. Planten kunnen natuurlijk altijd mee, die zet je als laatste bovenop de andere spullen. Maar dat gaat niet op voor computerkasten. Ik sluit niet uit dat ik die dingen dan stilletjes afvoer voordat er een haan naar kraait. 99% kans dat niemand ze ooit nog mist. En als iemand er toch naar vraagt, dan installeer ik gauw een interessante nieuwe app ter afleiding.

Boaz was jarig!

Dat kan niemand ontgaan zijn, zelfs de postbode niet. De ene kaart na de andere, en zelfs meerdere pakketjes, werden voor onze jarige job bezorgd. En dan nog een heleboel appjes of belletjes… het was een waar feest 🙂

Maar Boaz heeft er zelf ook hard voor gewerkt. Al maanden van tevoren was hij aan het nadenken welke taart hij nou graag wilde. Aanvankelijk had hij een mooie Pinterest-waardige creatie in gedachten met marsepein en vruchtjes en allerlei tierelantijnen, wat er dan uiteindelijk als een gezicht of dier moest uitzien. Maar Bastognetaart is ook erg lekker… Uiteindelijk werd het toch “een taart met veel slagroom en aardbeien”. Daar kwam ik dus goed vanaf, want zo’n “dierentaart” was nog best moeilijk en Bastognekoeken hadden we uit Nederland moeten importeren. Maar een slagroomtaart met aardbeien, dat lukt ons nog wel. “Ons” inderdaad, want ik had drie ijverige helpers. En het resultaat viel goed in de smaak 🙂

Maar ook voor z’n cadeautjes moest Boaz heel wat moeite doen. Dat was z’n eigen idee trouwens, hij wilde graag een soort speurtocht met moeilijke raadsels, zoals bij het Escaperoom-spel op Hannahs feestje. Dus hebben Johan en ik een kaart van ons huis getekend met op allerlei plaatsen getallen erin. Maar daarmee was het nog niet klaar: alleen bij bepaalde nummers lag een cadeautje, en om die nummers te vinden moesten moeilijke sommen worden uitgerekend als 6*25 of 43-22. Maar dat is voor onze rekenaar geen probleem, en ook de raadsels had hij zo opgelost. Hij vond het fantastisch 🙂

Het eerste cadeautje was een Playmobil-poppetje met een skateboard. Johan en ik hadden dat eigenlijk als plagerijtje bedoeld, omdat hij héél graag een echt skateboard wilde maar ik steeds zei dat ik dat te gevaarlijk vond [ik heb daar nogal traumatische herinneringen aan…]. Maar meneer liet zich niet op stang jagen hoor! Hij zei heel goedmoedig: “Oh, ik bedoelde eigenlijk een écht skateboard. Maar dit is ook niet slecht”. Haha, die lieverd. Gelukkig kwam er na wat andere cadeautjes toch ook nog een echt skateboard tevoorschijn. Hij heeft er al wat op geoefend, en alle tanden zitten nog in z’n mond.

Toen de speurtocht klaar was, leek het wel alsof Sinterklaas langs kwam. We hadden namelijk een paar dozen binnengekregen die er verdacht leuk uitzagen, dus die hadden we bewaard voor deze gelegenheid. En inderdaad, er kwam een vracht cadeautjes uit! Zelfs Hannah en Judith werden niet vergeten — en dat was een welkome afleiding, want het is toch echt best moeilijk om niet jaloers te zijn als je broer zo verwend wordt… De rest van de dag heeft Boaz heerlijk gespeeld, en de andere twee mochten gelukkig ook meespelen met z’n nieuwe spullen. Graag zelfs, want veel spelletjes kan je nu eenmaal niet goed in je eentje doen. Boaz vloog van hot naar her, en aan het eind van de dag concludeerde hij verbaasd dat ‘ie zó druk is geweest dat ‘ie vergeten heeft om op de tablet te spelen. Nou, dat is toch best een goed teken, en een groot voordeel van jarig-zijn-in-lockdown.

De lijst met cadeautjes ga ik hier niet opsommen, maar een paar hoogtepunten:
– Een paar super grappige gif-animaties op papa’s telefoon. Die moesten meerdere keren opnieuw bekeken worden. Precies Boaz’ soort humor 🙂
– Een briefje van 10 euro! Woooowww, nu heeft hij ineens véél meer geld in z’n spaarpot, en kan hij meer dingen kopen!
– Schilderen op nummer. Daar heeft hij al sinds mijn verjaardag naar verlangd, toen ik zo’n plaat kreeg.
– En natuurlijk de taart. Wat was dat lekker. Eigenlijk wilde hij vanavond z’n bakje yoghurt wel ruilen voor nog een extra stuk, maar dat bewaren we maar voor morgen. Want ook dat is een voordeel van jarig-zijn-in-lockdown: we mogen de hele taart zelf opeten, en als er later alsnog visite komt maken we weer een nieuwe!

Alternatieve oplossingen

“Flexibiliteit” is tegenwoordig de meest geprezen eigenschap van burgers. “Alternatieve oplossingen” zijn hip – noodgedwongen. Sommige van die oplossingen lijken meer een wanhoopsactie dan een veelbelovend initiatief. Zo probeert de schoenenwinkel bij ons in het centrum, die al wekenlang verplicht gesloten is, nog wat te verkopen door alle schoenen genummerd in hun etalage te zetten. Als je dan het nummer + de gewenste maat naar hen mailt, kunnen ze de schoenen op één of andere manier jouw kant op laten komen. Een soort webshop, maar dan zonder website. Eigenlijk vond ik dat initatief zo kansloos dat ik de neiging had om uit medelijden een paar schoenen te kopen – maar ja, ik heb ze eigenlijk helemaal niet nodig en je zult zien dat het dan ook nog niet goed past of niet lekker zit… Gelukkig worden er nu plannen gemaakt om kleine winkels weer te openen, wie weet wordt dat de redding voor deze schoenenwinkel.

Ook Judiths alternatief gaat helaas niet door. Ze wilde zó graag weer met haar vriendjes van de Kindergarten spelen, dat ze had bedacht dat ze allemaal maar hier moesten komen en met haar speelgoed mochten spelen. Dat is natuurlijk een heel genereus aanbod… Helaas is “de corona-virus” niet beperkt tot het gebouw van de Kindergarten. Maar dat is nog best complex voor een driejarige: waarom is een virus een probleem als allemaal gezonde kinderen samen gaan spelen in een gezond huis? We proberen het uit te leggen, maar soms heeft ze er gewoon helemaal genoeg van. Van de week verkondigde ze luidkeels: “De corona-virus is bijna over! Ik heb gezegd: nog 10 minuten en dan isse klaar!” (Op de toon van: “Ik had al gezegd dat we gaan eten, dus ruim nu je speelgoed op!”)

Andere “alternatieve oplossingen” zijn succesvoller. Zo heeft de kebap-zaak z’n zijraam opengezet, er een elektrisch belletje naast gehangen en voilà, ze zijn een afhaalrestaurant geworden 😉 Ze zijn natuurlijk niet de enigen die zoiets verzinnen, maar hopelijk sprokkelen ze zo nog wat omzet bij elkaar. Want om daar binnen anderhalve meter afstand te houden, zelfs als ze ooit weer open mogen… dan kunnen ze net 3 klanten kwijt waarschijnlijk. Dat gaat ‘m niet worden.

En onze familie gaat ook alternatief. We appen meer dan anders, we spelen online spelletjes, we Skypen regelmatig… en er liggen nu al twee dozen te wachten die vanuit Nederland zijn opgestuurd voor Boaz’ verjaardag morgen. We zijn heel benieuwd wat er in zit 🙂 Nu vieren wij natuurlijk sowieso veel verjaardagen “op afstand”, maar bij onze eigen kinderverjaardagen was er tot nu toe eigenlijk altijd wel iemand op bezoek, of wij waren in Nederland — dat gaat best goed met kinderen die rond Kerst, rond Pasen en in de herfstvakantie jarig zijn 🙂 Maar dit keer zijn dus de postbodes ingeschakeld.

Wij doen zelf trouwens ook mee met de “alternatieve oplossingen”. Johan en ik waren vandaag zo flexibel dat we de woonkamer hebben omgebouwd in een poging meer speelruimte te creëren en zo de kinderen uit onze werk-kamer te houden met hun Lego, Duplo, treinbanen en Playmobil… We hebben nu de bank in een hoekje onder het raam geduwd en alle overige ruimte aan het speelgoed prijsgegeven. We hopen dat het werkt. En zoals Johan opmerkte: het geeft nu echt helemaal niks als het een grote bende is, er komt toch niemand op bezoek! Als je Skypet zorg je gewoon dat je pal voor een witte muur gaat zitten, dan weet niemand hoeveel zooi er verder rondslingert. Kijk. Dat is dus “in oplossingen denken, niet in problemen”.

En Boaz en ik hebben vannacht een alternatieve Schuli-Übernachtung gedaan. Normaalgesproken mogen de oudste kinderen van de Kindergarten vlak voor ze naar school gaan een nachtje op de Kindergarten slapen. Dat is natuurlijk een hoogtepunt waar al lang tevoren naar wordt uitgekeken, en Boaz is nu bang dat het feest niet doorgaat. Daar kunnen we helaas weinig aan veranderen, maar we hadden wél een tentje op het terras staan. Daar mocht hij dus slapen vannacht. Dat ging prima, hij lag heerlijk te tukken toen ik rond tienen een kijkje nam. Maar ik ben zo’n zacht ei dat het dan toch weer zielig vindt om zo’n “klein” jongetje alleen buiten te laten liggen en zelf in bed te kruipen. Dus heb ik ook een matrasje gepakt en ben er naast gaan liggen. Toen Boaz ’s ochtends wakker werd was hij eerst even verontwaardigd dat ik zomaar ook bij de Schuli-Übernachtung was, maar toen ik zei dat er normaalgesproken toch ook juffen en meesters bij zijn, was het goed 😉

En tenslotte heeft ook Judith gekampeerd. In haar eigen tentje, in haar eigen slaapkamer, in een echte slaapzak. Haar knuffels mochten ook meedoen, en ze hebben allemaal heerlijk geslapen. De burgemeester kan in z’n handjes knijpen met ons. We hebben deze dagen meer flexibele oplossingen bedacht dan normaal in een half jaar. We voelen ons echte model-burgers.

Paas-post

Het is vandaag Goede Vrijdag, en het is bijna Pasen. Een periode waar we naar hadden uitgezien, en die we graag met onze gemeente wilden vieren — zeker omdat we afgelopen jaar in Nederland waren en het jaar daarvoor midden in de chaos van de verhuizing zaten. We verheugden ons op het Kinder-Paasfeest, op de kerkdiensten, op het samen vieren dat Jezus de dood heeft overwonnen. Dat is voor mij toch altijd een hoogtepunt in het jaar.

Het deed vandaag dan ook echt pijn om niet naar de kerk te kunnen gaan, daar niet met onze gemeente het Avondmaal te kunnen vieren dat juist op deze dag zó veel betekenis heeft… Alle online-initiatieven ten spijt missen we het samenkomen als gemeente.

We hadden gelukkig wel alle tijd om als gezin bij deze dag stil te staan met een extra Bijbelmoment (wat we normaal gesproken alleen op zondag doen). Ik had daarvoor een idee van bijbelsopvoeden.nl gehaald om de betekenis van Goede Vrijdag duidelijk te maken. Niet alleen wat er die dag met de Heere Jezus gebeurde, die verhalen zijn uiteraard aan bod gekomen de afgelopen tijd, maar ook waarom dit alles nou nodig was. Eigenlijk was ook dat al aardig bekend bij de oudste twee en Judith is nog wat te klein om het te begrijpen, maar toch was het een mooi Bijbelmoment. Ik had lekkere apple-crumble gebakken, en we speelden restaurantje. De kinderen konden van de menukaart kiezen: ranja, sap, apple-crumble, wat vanille-ijs erbij, paaseitjes… maar ja, dat kost natuurlijk wel geld, als je naar een “eethuis” gaat! Ze kregen dus allemaal een rekening gepresenteerd. Daar begon het probleem, want niemand had geld bij zich — behalve Johan. Dus stonden ze in de schuld, en moesten we op zoek naar een oplossing. Keurig volgens draaiboek kwam het idee naar boven dat papa misschien wel voor hen kon betalen! Zo gezegd zo gedaan, en alle rekeningen werden afgevinkt als “voldaan”.

Dan is het bruggetje natuurlijk snel gelegd: wij mensen hebben bij God een torenhoge schuld door onze zonde, en we hebben niets om te betalen. Dat is een levensgroot probleem, behalve als Jezus voor ons betaalt. Met wat Bijbelgedeeltes en een stukje uit de Heidelbergse Catechismus hebben we dit nog wat uitgediept, en ik denk dat ze het wel een poosje zullen onthouden. Als er iets lekkers bij te pas komt, beklijft het altijd langer dan wanneer we alleen iets voorlezen of vertellen 😉

Vanavond hebben Johan en ik lekker in alle rust op de bank meegeluisterd met een Nederlandse kerkdienst. Dat was fijn. En daarna zetten we de Paas-cd van Sela op. Het vervangt nog steeds niet alles, maar wel een deel. En we kregen vandaag twee stuks verrassende post!

De eerste was het wekelijkse krantje van onze stad, met op de voorpagina een stukje van de burgemeester. Dat is vrij standaard, en het gaat tegenwoordig meestal over de corona-maatregelen en hoe belangrijk het is om samen vol te houden. Maar dit keer had hij meer te melden, pontificaal bovenaan:

“Wer Ostern kennt, kann nicht verzweifeln”

Dietrich Bonhoeffer

Wie Pasen kent, hoeft nooit te vertwijfelen. Hoe de omstandigheden ook zijn — en die waren voor Bonhoeffer bepaald niet eenvoudig — voor een Christen die Pasen viert, is er altijd hoop. De burgemeester voegde er aan toe:

Und deshalb sollten wir uns von der jetzigen Situation auch nicht entmutigen lassen. Im Gegenteil — Lassen Sie uns auch in diesem Jahr Ostern feiern. Vielleicht etwas weniger öffentlich, dafür aber umso bewusster!

Kijk, dat vind ik nou geweldig, dat een burgemeester dat aan zijn bevolking meegeeft. Dat heeft toch veel meer zin en diepgang dan het inmiddels gebruikelijke “Bleiben Sie gesund”…

Het andere poststuk was een flinke envelop, geadresseerd aan Hannah, Boaz en Judith. Er kwam een stapeltje vrolijk gekleurde kaarten uit:

(Vouw ze in gedachten in drieën, ik heb ze voor de foto uitgespreid en de voor- en achterkant laten zien). De kinderen van onze gemeente was gevraagd om een kleurplaat of knutselwerkje op A4-formaat te maken, met als thema Pasen. Ook onze kinderen hadden meegedaan, en ziedaar: alle inzendingen waren verwerkt in een uitbundige Paas-kaart. Ieder kind kreeg er zelf eentje, en ook een exemplaar om uit te delen. Dat was natuurlijk te kort dag om op de post te doen en persoonlijk uitdelen is tegenwoordig niet triviaal, dus we hebben onze buren getrakteerd 😉

Hieronder nog even de werkjes van onze kinderen in iets groter formaat:

En bij deze aan iedereen die onze weblog leest: gezegende Paasdagen toegewenst! Dit keer helaas “anders dan anders”, maar minstens zo bewust.

We fantaseren erop los…

Als je je lang genoeg verveelt, verzin je vanzelf iets om te doen. Dat is zo’n tenenkrommende moederwijsheid waar je als kind mateloos gefrustreerd van kunt raken, maar die we hier nu daadwerkelijk zien gebeuren – deels. Niet iedereen is er even goed in.

Johan en ik hebben een plannetje bedacht met twee anderen die de huidige situatie ook een beetje saai vinden: we schrijven samen een verhaal, om de beurt een alinea. Zo gaat er dus dagelijks een mailtje heen en weer en houden we onze creativiteit op gang 😉 Ik overweeg om ook zoiets te gaan doen met Hannah, nu haar schoolwerk twee weken stil ligt.

Het valt ons op dat ook Judiths fantasie een sprong maakt. Misschien is dat toevallig net de leeftijd of krijgen we meer van haar spel mee nu ze de hele dag thuis is, maar ik denk dat het gebrek aan externe afwisseling ook wel een rol speelt. Meer dan ooit is ze met haar poppen en knuffels in de weer – kort gezegd met haar “hoop baby’s”. Eén ding is elke dag hetzelfde: “Ik was de mama!” Soms wordt Boaz in het spel betrokken als de papa, maar die voegt zich niet altijd helemaal in de gewenste rol. Gelukkig heeft mama Judith ook in haar eentje de wind er goed onder. Regelmatig wordt de hele bubs aan poppen (baby, baby en baby) en knuffels versleept naar het tentje op het terras, om te spelen. Ze willen ook eten, of snoepjes. En ze zijn soms zo ondeugend dat mama Judith er haar hoofd over schudt.

Zo kon het gebeuren dat Judith mij hielp met tafeldekken maar opeens stilviel, aandachtig luisterde en concludeerde: “Mama, kan je even de deur opendoen, ik moet even mijn kind krokodil begeleiden dat hij niet de andere knuffels mag plagen!” Even later kwam ze terug met haar armen vol “kinderen” die ze op de keukenvloer in veiligheid moest brengen. Want kind krokodil was zo gemeen, foei! Hij deed heel boos ruzie maken tegen de anderen en hij wou ze zelfs opeten… Daar werden de andere baby’s natuurlijk erg bang van, dus die wilden met mama Judith mee in huis. En daar lagen ze dan, uitgespreid op de keukenvloer. Of mama Grietje er maar even tussendoor wilde manoeuvreren, want de hoop baby’s mocht uiteraard niet zomaar aan de kant geschoven worden! Dat doe je met echte baby’s toch ook niet?!

Vanavond aan tafel was ze ook heerlijk op dreef. Boaz had ons uitgelegd dat een auto soms klem komt te zitten door een aardbeving, als er zo hots-psjoooeeefff-knal een paar grote stenen bovenop vallen. Toen kwam Johan met een sappig verhaal uit de oude doos: een broer van oma Paula heeft ooit met een paar vrienden een auto van een leraar opgetild en strak tussen twee bomen neergezet. Die kon dus niet meer voor- of achteruit! Het duurde even voor ze snapten dat zo’n auto dan echt niet meer weg komt, maar toen lagen ze dan ook onder de tafel van het lachen. En uiteraard wilden ze méér van zulke verhalen. We vertelden een paar stunts met kersverse bruidsparen, zoals goudvissen in bad of een auto in de keuken, en toen had Judith er ook nog wel een paar. Bloedserieus begon ze een verhaal op te dissen: “Ik had vroeger ook een vriend, die heet Merien, en toen die ging trouwen… [giechel giechel] toen deden ze het hoofd van zijn pop zomaar in de jam!” Merien blijkt in Frankrijk te wonen, in Parijs. Jammer dat we hem nu niet kunnen ontmoeten! En ze had nog een verhaal, over een vriend-zonder-naam, daar hadden ze iets uitgehaald met de wc. Oh oh, wat een lol was dat! Judith kan er nu nog steeds om lachen 🙂 🙂 🙂

Het is toch wel heerlijk hoor, om zo’n fantasierijke dochter te hebben. Uiteraard wordt die fantasie soms ook tegen mij gebruikt, bijvoorbeeld als de pop zegt: “Als iemand niet boontjes wil eten, dan moet hij ook geen boontjes eten!”. Maar haar smeuïge verhalen geven absoluut kleur aan een verder vrij saaie dag 😉

Weinig te melden

Ons leventje kabbelt voort in een zeer voorspelbaar ritme, en er is eigenlijk weinig nieuws te melden. Behalve dat de Paasvakantie begonnen is, en we nu twee weken geen schoolwerk hebben. Of dat een voordeel of een nadeel is, zullen we nog ervaren.

Een belangrijk ingrediënt om een schoolvakantie tot een succes te maken, is natuurlijk dat je leuke en bijzondere dingen doet. Vorig jaar hebben we een paar nachtjes met de tent op een camping gestaan, we vinden het leuk om in zo’n vakantie op ontdekkingstocht te gaan in de omgeving en plekjes op te zoeken die we nog niet hebben gezien, Boaz wil altijd héél graag een keer naar het zwembad of naar de binnenspeeltuin, en bij mooi weer fietsen we de speeltuintjes in de omgeving af. Maar dat gaat nu allemaal niet natuurlijk. We hebben weliswaar een tentje op ons terras staan waar ze kunnen spelen, en als ik in een gekke bui ben mogen ze er misschien zelfs wel een keer in slapen, maar daar houden de avonturen op. Geen spectaculaire verhalen dus, maar “meer van hetzelfde”.

Dat “zelfde” is trouwens niet enkel kommer en kwel hoor, want het is vandaag weer heerlijk zonnig en de tuin nodigt uit tot spelen. Als ik naar buiten kijk zie ik viooltjes, primula’s en tulpen bloeien op ons terras. En naast me pruttelt een pan vol “potjiekos” die klaar is om opgeschept te worden. Maar we missen de afwisseling. Die viooltjes, primula’s en tulpen staan daar al een paar weken, en hooguit valt er ’s een blaadje af. De tuin biedt enkel een gazon om te spelen en een paar stukken boomstam om op te klimmen (gelukkig is het geen keurig bijgehouden bloemenpracht, dus ze kunnen er ook daadwerkelijk weinig kapot maken). En als je al drie weken met hetzelfde broertje en zusje speelt, heb je ook elke dag dezelfde ruzies en ergernissen… waar je dan over gaat klagen bij dezelfde papa en mama, wiens voorraad medeleven en begrip soms nog niet is aangevuld na de laatste sessie “kommer-en-kwel-geklaag”.

Als we dan toch “meer van hetzelfde” moeten doen, dan proberen we dat ook maar grondig aan te pakken. Helemaal volgens de gangbare pedagogische inzichten 😉 Voorspelbaarheid en ritme voorkomt dat kinderen gaan zeuren (kassa!). En als ze al precies weten wat er op het programma staat, hoeven ze dat niet 125 x per dag te vragen (goed idee!). We hebben dus ons planbord opgetuigd voor de komende twee vakantieweken. Het lijkt bijna wel een militair regime:

  • Ontbijten
  • Ochtendgymnastiek
  • Aankleden, tanden poetsen, haren kammen
  • Zelfstandig spelen of op de tablet terwijl mama in huis aan de slag kan of voor GlobalRize werkt
  • Koffietijd met aansluitend een educatief filmpje
  • Samenspeeltijd: mama is beschikbaar voor een spelletje of om samen te knutselen
  • Zelfstandig spelen, binnen of buiten, terwijl mama kookt
  • Middageten
  • Klusjes doen, al naar gelang de toestand van huis en tuin
  • Filmpjestijd (elk kind mag 12 minuten kiezen wat er gekeken wordt)
  • Samen naar buiten: een spel doen in de tuin, een rondje fietsen of een stukje wandelen (net wat er die dag mag, in het weekend bij mooi weer zijn ze bijvoorbeeld strenger om te voorkomen dat er teveel mensen tegelijk buiten zijn)
  • Glaasje drinken met een bakje fruit of een koekje
  • Zelfstandig spelen, binnen of buiten met eventueel iets “extra’s” als een tentje op het terras, mega-stoepkrijt, bellenblaas, dat soort dingen
  • Avondeten
  • Bedritueel en SLAPEN! Zzzzzzz

Tot zover de theorie. We gaan zien wat de praktijk brengt 😉