Dankdag voor de oogst

We hebben het gered dit jaar: de kachel pas aan ná dankdag. Die vuistregel hoorde ik in Ede een keer van een oudere dame. Hier is dat appeltje eitje, want we hadden zondag al Dankdag en het is nog 22 graden. Beetje vals spelen dus. We zagen trouwens op wetter.com dat we onze borst nat kunnen maken: de komende week verwachten ze nog 22-24 graden, maar dan koelt het rap af naar een gevoelstemperatuur van 3 graden… (welkom visite…). We zullen het mee gaan maken. In elk geval kunnen we met een gerust hart de verwarming aanzetten als het nodig is.

In de kerk was het dus “Erntedank”, dankdag voor de oogst. Boaz was er de hele week al mee bezig geweest op de Kindergarten, en morgen is er nog een speciale kinder-dankdagdienst vanuit de Kindergarten.
Toen we bij de kerk aankwamen zagen we al veel kinderen lopen met druiven, appels, broden, pompoenen, noem maar op. Allemaal etenswaren die symbool stonden voor de oogst van dit jaar. Alle eten en alle kinderen werden bij de deur naar de kerkzaal uit de groep “gefilterd”: die mochten later in optocht de kerk binnen lopen om alles vooraan uit te stallen op een paar tafels. Vorige week hadden ze al een dankdag-lied geleerd, en dat mochten ze nu in de kerk zingen. Tot slot was er na de dienst nog een verrassing: voor iedereen die wilde een kopje pompoensoep, brood en wat fruit. Leuk om zo eens mee te maken!

Het thema “oogst” gaat ook hier thuis vrolijk verder, en dan vooral met allerhande nootjes. Daar is Boaz helemaal door gefascineerd: iets wat van de boom valt, wat je zomaar op kunt rapen, dan poffen of kraken en heerlijk oppeuzelen. Ik denk dat het allemaal begonnen is met de bramen in de zomer, die vielen bijzonder goed in de smaak bij meneer. Nu wil hij dus alles eten wat hij maar tegenkomt – liefst zelfs eikeltjes en paardenkastanjes. Daar beginnen we toch maar niet aan, maar ik had van t weekend tamme kastanjes voor hem gepoft. Het idee was trouwens leuker dan het werkelijke eten, maar we hebben tenminste een wens vervuld. En de eerder geraapte walnoten waren nu goed droog en moesten er ook aan geloven. De hele keuken zat onder de troep, want als Hannah of Boaz een noot kraken vliegt die overal in het rond. En als het niet meteen lukt gaan ze er op staan springen, dus de vloer lag ook bezaaid. Maar ze waren heerlijk. En zo gezond hè, dus dan kan mama amper nog bezwaar maken 🙂

Judith vindt de walnoten ook leuk, maar ze heeft toch een sterke voorkeur voor een ander soort nootjes: “peepee-koekies”! Oma Paula gaf onze jongens een grote zak kruidnoten mee, en daar is al goed van gesmuld. Wij noemden die vroeger altijd “pepernoten”, en dat gebrek heb ik dus inmiddels doorgegeven aan de volgende generatie. Dit soort woorden pikken ze verrassend snel op… 😉 (Voor wie het verschil ook niet helder heeft: pepernoten zijn zacht, kruidnootjes zijn hard – en super lekker)


Gym

Sinds kort gaan we op maandagmiddag een uur gymmen. Correcter geformuleerd: ouder-kind-turnen. Waarbij wij dus ouder-kind-kind-kind-turnen, want wij zijn een groot gezin. Maar dat is geen probleem, wij zijn de enigen die met zo’n grote groep komen dus de verhouding ouders en kinderen is nog goed in balans.

Plezier is tijdens ons gym-uurtje belangrijker dan sportieve prestaties. Er is een leidster die het niet erg vindt om knettergek gevonden te worden, en die dus ook zonder enige schaamte de gekste capriolen uithaalt en de raarste liedjes zingt om de kinderen wat rek- en strekoefeningen te laten doen, op één been te leren staan, ritselende boomblaadjes na te laten doen, enzovoorts enzovoorts. Dat alles gebeurt in een grote kring, begeleid door handpop Purzel.

Na de kring-activiteiten is het tijd om te turnen. Dat houdt in: er is een grote gymzaal waar al wat objecten staan met matten, kasten, banken, trampolines, en meer van dat soort “grote” spullen. Elke week worden er weer andere dingen mee gebouwd. Vervolgens gaat de berging open en mogen de kinderen zelf alle kleinere spullen pakken die ze maar leuk vinden: springtouwen, ballen, pedalo’s, bouwblokken, karretjes om mee rond te racen – verzin het maar. Allemaal dingen die we thuis niet, of niet zoveel, hebben liggen. En dan gaat iedereen dus doen waar hij of zij zin in heeft. Het is de bedoeling dat elke ouder z’n eigen kind zo’n beetje begeleidt, maar het loopt ook wel een beetje door elkaar. Onze kinderen lopen altijd in drie verschillende hoeken van de zaal, en ik probeer ze allemaal zo’n beetje in de gaten te houden. Kansloos natuurlijk, maar tot nu toe is er nog geen ongeluk gebeurd en hebben ze wel veel plezier. Hannah vindt vooral de ringen leuk, Judith kickt op matten waar je op en af kunt klimmen en op ballen die je kunt verzamelen of wegrollen of toch weer pakken, en Boaz is overal en nergens mee bezig.

Aan het eind van de rit sluiten we af met nog een kleine kring-activiteit. Vandaag kregen alle kinderen een gekleurde doek en mochten ze daarmee een mooie show maken op een herfst-liedje. Met een beetje fantasie lieten ze de wind rondwaaien, blaadjes dwarrelen of daasden ze gewoon wat in het rond. Het zag er in ieder geval kleurig en vrolijk uit. Het idee is waarschijnlijk dat kinderen tegen die tijd hun energie zo’n beetje kwijt zijn, maar die van ons komen na een uur pas goed op stoom. Die stuiteren dus nog keihard door de zaal heen – en moeten toch echt omkleden en mee naar huis. Vervolgens doen ze het programma daar nog even dunnetjes over als ze de kans krijgen 😉

Tot nu toe zijn alle drie de kinders enthousiast over onze “gym”. Maar Judith spant geloof ik de kroon. Zodra ze het woord “gym” opvangt begint ze niet alleen haar eigen jas en schoenen bij elkaar te rapen, maar draagt ze ook Hannah’s en Boaz’ jas vast aan: “kom, gym!” Ze is de eerste die klaarstaat – maar goed, zij hoeft dan ook geen huiswerk te doen vooraf. Tijdens de gymles kijkt ze andere kindjes vooral boos aan als die – wie weet – iets af willen pakken wat Judith ook net nodig had, of ze staat te kijken wat de rest doet. Echt samen spelen doet ze nog niet. Maar kennelijk is ook het andere grut toch belangrijk voor haar, want op de terugweg komt er een heel verhaal over “meissssje gym, meissje gym, baby gym…” We nemen maar even aan dat dit het begin is van een bloeiend sociaal peuterleven. Leren zien wat een ander doet en wil is tenslotte ook heel waardevol 🙂 Al met al een poging waard: in één uur tijd kindjes ontmoeten, ouders ontmoeten, sportief zijn, plezier maken en energie kwijtraken. Jammer dat het maar één keer per week maandag is.

Op de Birkenberg

Vandaag was het zaterdag, de mannen zijn weer thuis, we hadden niks gepland en het was mooi weer… dus gingen we even lekker wandelen in het Zwarte Woud. Er zijn een heleboel mooie plekjes waar we nog niet geweest zijn, dus gingen we één ervan maar ’s verkennen. Volgens OpenStreetmap was er op 20 minuten van ons huis een pad uitgezet dat ons meer zou leren over mijnbouw in de middeleeuwen. Daar waren we tot nu toe niet echt expert in, en het hoort wel een beetje bij deze omgeving. Een mooie gelegenheid dus om natuur en algemene vorming te combineren 🙂

Tussen St.Ulrich en Bollschweil ligt de Birkenberg. Vanaf de doorgaande weg gezien een heel gewone berg, vol bomen. Het pad met alle informatiebordjes liet ons echter zien dat hier meer te ontdekken was: overal in het landschap waren aanwijzingen te vinden dat hier in de middeleeuwen volop ijzer- en zilvererts gewonnen werd. Grote geulen zijn uit de berg gehakt, geheimzinnige gangen die naar ondergrondse mijnschachten leiden – dat laatste hebben we maar voor waar aangenomen, want de gangen zijn heel nauw, nat en donker.

Het was flink klimmen af en toe, over smalle paadjes door het bos. Maar wat een prachtige omgeving! En de bordjes met informatie motiveerden erg om steeds weer verder te zoeken naar het volgende bordje. We hebben daadwerkelijk één en ander geleerd over mijnbouw: er werden gangen gehakt, stenen gedolven, vuren gestookt om de erts uit het steen te krijgen, maar er waren ook allerlei ondersteunende werkzaamheden zoals een smid die ter plaatse alle bijlen weer scherp moest maken of houtskool-branders die brandstof moesten leveren voor de vuren. Inmiddels zijn al deze werkzaamheden al eeuwen geleden gestaakt, en is het landschap weer vol gegroeid met bos. Maar met de bijgeleverde informatie is er nog wel één en ander te herkennen. En als kers op de taart was er een kasteelruïne aan het eind van de route. Dat spreekt altijd aan, ook al waren het hier vooral fundamenten die we van bovenaf konden bekijken. Maar goed, het klimmen hadden we op de berg al gedaan, dus een hoge toren was ook niet meer echt nodig 🙂

Al met al was het een heerlijk uitje. We hebben weer een frisse neus, de overtollige energie is tenminste voor een deel opgebruikt en we hebben weer even genoten van het prachtige landschap hier. Het Zwarte Woud blijft fantastisch!

Herfst

Het is hier echt herfst. En hoogzomer. En hartje winter.

In de natuur om ons heen zien we de herfst duidelijk oprukken. De ochtenden zijn fris (volgens Hannah: heeeeel koud, ze heeft echt handschoenen nodig), de wind waait net wat harder en vaker dan voorheen en de regen striemt tegen de ramen – dat laatste gelukkig meestal ’s nachts, dan luisteren we lekker vanuit ons warme bedje naar de storm buiten. Bovendien is het verzamelseizoen losgebarsten en stromen de beukenootjes, hazelnoten en vooral kastanjes in groten getale ons huis binnen. Aan mij de taak om daar “lekkere pasta” van te maken, of “gebakken nootjes”. Hmmmm, daar moet ik nog even op oefenen dan. Poppetjes en hondjes zijn al wel gelukt, en Hannah is ijverig aan het handwerken aan zo’n “spinnenweb” van een kastanje met satéprikkers erin. Judith helpt mee door de wol alvast door het hele huis te rollen. “Oh oh, mama, k(n)oop!” Inderdaad, het leek wel een vogelnest ofzo.

Tegelijkertijd lijkt het ’s middags regelmatig nog hoogzomer. Vorige week was het een paar keer 28 graden! Dan sta je dus met het zweet op je voorhoofd kastanjes te rapen – of zit je lekker op een bankje te lezen terwijl je kinderen zich vrijwillig in het zweet werken 🙂 Ik vind het wel lekker, zo’n nazomer waarin je nog zonder jas naar buiten kan en de was vanzelf droog waait buiten.

Er zijn kennelijk ook mensen die er anders over denken, voor hen kan het jaar niet snel genoeg voorbijgaan. Vanmorgen bij de Aldi zag ik serieus “Weihnachtsgebäck” in het schap liggen. Kerstkoekjes dus. Een aangezien ze Kerst hier toch ook echt pas op 25 december vieren, is dat naar mijn mening wel heel overdreven op tijd. In Nederland zullen de pepernoten ook al wel verschijnen, maar kerststollen toch vast nog niet? Ik ben in ieder geval nog niet zover. Gelukkig telt ons leventje meer hoogtepunten dan alleen Kerst, Pasen en zomervakantie. En de traditie schrijft natuurlijk voor dat je, vooraleer je in Kerststemming kunt geraken, eerst het hele huis grondig uit moet mesten. Najaarsschoonmaak weet je wel… Ik ben vanmorgen begonnen aan Hannahs kamer, en ik ben op de helft – van de vloer. Man man man, wat is onze meis een heerlijke verzamelaar. Nootjes voor als er ooit hongersnood komt, allerhande knutsels in verschillende stadia, poppetjes die je bij de Lidl kunt sparen, treintjes die je in de ICE krijgt, een bakje met twee kleine melktandjes, mooie steentjes in een doosje, strijkkralen, vouwblaadjes, een spinner (weet je nog?), en zo nog heel veel meer. De helft is troep, de andere helft is kostbaar of wordt dat in de toekomst nog, en een deel is geheim voor mij. Wat in welke categorie thuishoort, is niet altijd meteen duidelijk. Gelukkig is de papiercontainer buiten zo groot dat zij er niet in kan kijken, maar het blijft een klus. En Judiths hulp werkt natuurlijk ook niet echt mee, die vindt alles wat er tevoorschijn komt prachtig en wil er meteen mee aan de slag. En nu… nu slaapt ze lekker even. Op diezelfde kamer, dus kan ik nog niet doorstomen. Maar dat geeft niet, we hebben nog tijd zat. Het is nog lang geen winter.

Poetskunsten

We hebben hier thuis twee jongedames en een jongeheer die op hun tijd heel ijverig kunnen huishouden. Vooral dweilen en ramen zemen zijn populair, maar ook was uit de wasmachine halen, aardappels schillen of plantjes water geven worden regelmatig met plezier voor me gedaan. Dat kan ook haast niet anders met twee ouders die werkelijk stralen van het huishoud-talent.

Ahum

Johan bemoeit zich zo min mogelijk met het huishouden. Met liefde zet hij thee of bakt hij brood, en als ik het hem vraag wil hij ook gerust het afval wegbrengen of stofzuigen. Maar hij heeft één eigenschap die tegelijk een gebrek en een zegen is: hij ziet geen troep en hoort de was niet roepen. Het fijne daaraan is, dat hij nog nooit in al die jaren huwelijk gemopperd heeft dat het niet netjes is in huis. Het nadeel is dat hij mijn zelfde gebrek aan huishoud-talent niet compenseert 😉

Ik vind het geen enkel probleem om boodschappen doen en te koken, zolang er niet al te hard gemopperd wordt op mijn maaltijden vind ik dat zelfs wel leuk werk. Wassen vind ik ook niet vervelend, maar dan komt het probleem. Opruimen en poetsen. Ik vind het niet leuk, ik ben er niet goed in en ik word ook niet bepaald positief gestimuleerd door ons kroost (of door manlief). Zodra ik de Duplo opruim, verwoest ik een toren. Als ik de klei verzamel, was Judith nét van plan een ijsje te maken. Als Hannahs boeken opgestapeld liggen, weet ze niet meer welke er aan de beurt was. En als ik ga dweilen of ramen zemen word ik meteen ijverig geholpen – en wordt de chaos alleen maar groter. Arme ik.

Momenteel is Boaz aan het logeren bij oma Paula. Dus ik had het beste plan ooit: ik ging nú alle Lego wassen! Eerst heb ik alle blokjes van elkaar gehaald, alle kunstwerken gesloopt. De grondplaten en de poppetjes etc waste ik netjes met de hand af, zodat er niets zou breken en de verf niet zou slijten. De rest in een kussensloop, goed dichtgeknoopt met een postbode-elastiek, fleece-deken bij in de wasmachine tegen het rammelende lawaai, de wasmachine niet te heet én niet laten centrifugeren… helemaal goed. Ik voelde me helemaal de huisvrouw van de week.

Tot Hannah de wasmachine leeg wilde halen en zei dat het deurtje niet openging.

Ai ai ai. Het kussensloop was losgegaan en alle 999 onderdeeltjes lagen los in de wasmachine. Natuurlijk niet alleen in de trommel, ook tussen de rubbers, in de pomp en wie weet waar nog meer. De wasmachine was natuurlijk in storing gesprongen – zou ik ook doen na zo’n mishandeling. Eerst heb ik maar eens zoveel mogelijk blokjes uit de wasmachine gevist, als een semi-prof zoveel mogelijk water weg laten lopen en daarna met veel gepriegel de pomp ontdaan van vier ini-mini stukjes Lego die het geheel hadden verstopt. Na een paar pogingen kwamen er in totaal nog 17 Lego-stukjes uit die kennelijk allemaal ergens onderweg waren blijven steken. En toen… deed de wasmachine het weer! Hij heeft netjes alle doorweekte fleecedekentjes gewassen en gecentrifugeerd.

Ik durf nog niet helemaal te geloven dat dit avontuur hiermee werkelijk ten einde is; morgen probeer ik weer een wasje te draaien en ik ben benieuwd hoe dat afloopt. Voor nu is de Lego zo ongeveer droog en zijn mijn poets-aspiraties ook weer even opgedroogd. Het schijnt dat een niet al te schoon huis ook goed is voor de weerstand. En dat je van een tikkeltje rommel creatief wordt (of andersom). Ik zal morgen netjes boodschappen doen, eten koken en hopelijk wassen. En verder wacht ik tot Johan weer terug is 🙂 Welkom thuis schat!

De mannen op reis

Een treintje ging uit rijden
van Krozingen naar Lelystad
En achter een bovenraampje
daar zat… een heel opgewonden jongetje! En daarachter zag ik nog een zwaaiende hand met een bekend petje er boven. Vanmorgen hebben we Johan en Boaz uitgezwaaid. We troffen het op ’t station, want in de paar minuten dat we daar stonden kwamen er twee goederentreinen voorbij, toen een trein vol vrachtwagens en daarna nog een lange trein met minstens 150 gloednieuwe Citroëns en Peugeots. En toen kwam dus de trein naar Freiburg, waar onze mannen instapten. Daarna gaan ze met de ICE naar Frankfurt en dan door naar Nederland. We zijn benieuwd hoe de reis deze keer gaat, we hebben intussen alle variaties meegemaakt bij onszelf of onze gasten.

Johan moet donderdag en vrijdag in Nijmegen zijn voor een conferentie, mede ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van zijn voormalig begeleider aan de uni daar. De dinsdag erna wordt hij opnieuw verwacht voor de promotie van een collega. Deze keer mag Johan in het rijtje opponenten zitten, en een paar moeilijke vragen afvuren 😉 Het is nog maar zo kort geleden dat hij daar zelf stond te zweten voor een rij zwarte pakken, maar nu zijn de rollen dus al omgedraaid.

En ja, als je tussen vrijdagmiddag en dinsdagmorgen heen en weer wilt reizen naar Bad Krozingen, zit je meer in de trein dan thuis. Daarom was de keus snel gemaakt: Johan blijft het weekend in Nederland om nog wat familie te spreken. Zijn beide oma’s zijn pas jarig geweest, dus dat komt goed uit. Het was natuurlijk leuk geweest als we met z’n allen konden komen, maar helaas, Hannah moet gewoon naar school. Boaz is nog niet leerplichtig, die mag af en toe nog wel een weekje vrij. Oma Paula vindt het ook leuk als hij komt logeren, en zo zitten onze beide heren dus in de trein. De dames blijven eenzaam achter, of volgens Hannah: “eindelijk even heerlijk rustig”. Dan kan ze tenminste ongestoord haar huiswerk maken B-) Ik ben benieuwd hoe lang ze dat volhoudt, waarschijnlijk verlangt ze na één dag alweer terug naar haar onbesuisde, drukke maar toch wel lieve broertje…

Dagelijks brood

Qua eten zijn wij nog lang niet ingeburgerd hier. We eten namelijk nog steeds bijna elke dag brood als lunch, en ook vaak als ontbijt. Dat is echt ongehoord hier. Een béétje huisvrouw voorziet haar gezin toch wel van een warme maaltijd tussen de middag, en ’s avonds weer. Dat dat helemaal niet handig is op je werk, lost men op door in de kantine eten te kopen. En aangezien Hannahs school pas om half twee uit is en veel kinderen toch wel 20 minuten in de auto zitten, zie je sommige moeders krom lopen van de stress om naar huis te racen, eten te koken en dan eindelijk, om half drie ofzo, te kunnen lunchen. Wij zien dat echt met verbazing aan. Als ik zo lang moet wachten op een hapje eten, lig ik al lang voor pampus. Ik geef de kinderen dus naast hun fruit een paar boterhammen mee naar school, en samen met wat tomaatjes/komkommer/ei/worteltjes vind ik dat een prima lunch. Als ik ze dan om half twee ophaal, kunnen ze nog een broodje eten – thuis, of onderweg in de speeltuin, net hoe het weer die dag is. Als het zo uitkomt wil ik ook nog best wat soep of salade maken, maar daarmee houdt het wel op tussen de middag 😉

Aan de andere kant snap ik ook wel dat de mensen hier niet blij worden van elke dag brood. Iedereen die wel eens in Duitsland op vakantie geweest is, herkent het meteen: het brood dat je hier koopt is ofwel helemaal wit en een beetje weeïg (en volgens velen dus ook niet gezond genoeg om elke dag te eten) ofwel zuur en heel erg stevig. Amper door te kauwen zeg maar. Johan kreeg op z’n werk dé tip om dit soort brood te leren eten: je moet er zoveel worst op leggen tot je het brood bijna niet meer proeft. Haha, goed idee 🙂

Als we Duitsers horen over Nederland, zijn ze altijd enthousiast over de Noordzee en de weidsheid van het landschap, maar ze klagen dat het typisch Duitse brood nergens over de grens te koop is. Tjah, hoe zou dát nou komen… Nederlanders weten natuurlijk wel beter, die eten dat spul echt niet 😉 En wij zijn nog een graadje extra verwend, wij bakken al sinds ons trouwen ons eigen brood met de broodbakmachien van oma Mien. Al jarenlang hetzelfde beproefde recept, en ik geloof nog maar drie keer mislukt. Dat lag dan aan mij, één keer vergat ik het water en twee keer zat het roer-ijzer er niet goed in. Maar goed, dat is te overzien in bijna acht jaar tijd. Toen we gingen verhuizen ging de broodbakker dus mee, tezamen met een flinke voorraad meel van de Wageningse molen. Die voorraad is inmiddels bijna op, maar gelukkig is hier ook prima aan meel te komen.

De Aldi en de Lidl verkopen kilo-verpakkingen tarwebloem en tarwemeel, en als je wilt zelfs in verschillende verhoudingen gemixt. Op elk pak staat dan een getal tussen 405 (bloem) en 1800 (vrijwel volkoren meel). Dit geeft aan hoeveel mg minerale stoffen er in 100 gram meel zitten. Best leuk bedacht, toch?

Verder heb ik nu meel gekocht bij een traditionele molen in omgeving Freiburg, voor onze geliefde mix van verschillende soorten graan en pitjes. Op de website stond een plaatje van de molen, en ik met m’n Hollandse kaaskop was even teleurgesteld: wat nou traditionele molen, het is gewoon een vierkant stenen gebouw! Pas even later begon het te dagen: hier malen ze natuurlijk niet op windenergie, maar wordt de molen aangedreven door een waterrad… Veel logischer ook met al die snelstromende beekjes. Overigens werken ook traditionele molens met moderne gemakken, want het meel werd gewoon bezorgd door de DHL, niet met de bakkersfiets. En ik ga het ook niet zelf kneden en in m’n houtgestookte oven bakken, maar ik laat de broodbakmachine het werk doen. Dan heb ik intussen tijd om een fatsoenlijke warme lunch te koken – of gewoon lekker een blogpostje te schrijven…

Klaar voor de start

Vandaag is er hard gewerkt. Bij ons thuis, want we hebben eindelijk alle troep weer eens opgeruimd vóór we de vloer gingen dweilen… Ahum. Af en toe moet dat. Maar vooral is er veel werk verzet in Hannahs nieuwe schoolgebouw. Maandag gaan de lessen van start, en pas afgelopen donderdagmiddag heeft de aannemer de lokalen opgeleverd… Dat was dus flink aanpoten. Donderdagavond heeft Johan al geholpen om stoelen en tafels te sjouwen, en vandaag mocht hij heel veel Ikea-kasten en -laden in elkaar zetten, prikborden ophangen en zo nog wat klusjes uitvoeren. Ik ben met de kinderen ook nog even wezen kijken, en we hebben zowaar meer mee- dan tegengewerkt 🙂 Voor Hannah was het ook fijn om alvast te zien waar ze maandag terechtkomt. Dat “even kijken” gaat trouwens heel letterlijk, want het schoolgebouw zit op 450 meter van ons huis… En aan de rand van het park, dus de kinderen kunnen heerlijk uitwaaien in de pauzes. En ze hebben nu een eigen gymzaal, dat is ook een verbetering. Tot nu toe gymden ze met mooi weer op een grasveld in de buurt van school, en met koud of regenachtig weer moesten ze een kilometer lopen naar de gymzaal. Dat is natuurlijk ook beweging, maar toch. Juist bij nattigheid is dat niet ideaal.

De grootste reden voor de verhuizing was dat de school vanaf dit cursusjaar drie klassen telt in plaats van twee. Dat paste niet meer op de 60 vierkante meter die ze tot hun beschikking hadden… En omdat de school nu ook de drie jaren proefperiode heeft gehad en een goedkeuring heeft van de overheid, krijgen ze vanaf dit cursusjaar een flinke financiële bijdrage. Tot nu toe moest alles worden betaald door ouders en donateurs, en dan was het erg fijn dat ze de huisvestingskosten laag konden houden. Nu is er wat meer ruimte om een “echt” schoolgebouw te huren. Komende zaterdag wordt er een groot feest georganiseerd om al deze ontwikkelingen te vieren, de nieuwe eerstejaars te verwelkomen en met elkaar het jaar te beginnen. Dat is ook een groot verschil met Nederland: daar ging Hannah gewoon naar school toen ze vier werd, klaar. Hier wordt de “Einschulung” uitgebreid gevierd, met grootse feesten, veel cadeautjes et cetera. Bijna zoals bij ons het halen van je middelbare school-diploma. Jammer voor Hannah dat ze dat net heeft gemist, maar fijn voor ons dat we eens even kunnen afkijken hoe dat gaat voordat Boaz t.z.t. naar de Grundschule gaat!

Boaz is inmiddels al weer twee weken naar school geweest, zijn Kindergarten is maar drie weken echt dicht geweest. Verder kunnen ouders zelf plannen wanneer hun kind vakantie heeft. Dat vertellen we niet aan Boaz, die gaat “gewoon” naar school als “de vakantie van zijn school” voorbij is. En met plezier gelukkig, dus we doen hem geen onrecht aan, maar hij vond het wel even oneerlijk dat Hannah langer vakantie had dan hij. Dat hij zich eigenlijk gewoon verveelde thuis en daardoor ook heel vervelend kon worden, dat had hij zelf nog niet zo door geloof ik. Maar ik wel, en daarom is hij lekker weer opgestart vorige week 🙂

Hannah mag maandag dus weer beginnen. Ze vindt het wel prima, maar nog niet echt nodig. Oma Paula heeft weer twee dozen vol Nederlandse leesboekjes meegebracht, dus ze vermaakt zich uren met lezen. Maar niet de hele dag, want ze kan ons precies uitleggen dat een kind ook beweging nodig heeft en gezond moet blijven, dus ze doseert het aantal leesuren zelf 🙂 🙂 En ja, wees eerlijk, als Boaz naar school is en Judith slaapt, dan is het toch ook fantastisch om mama even voor jezelf te hebben en een “grotemensen-spel” te spelen… Dat mama daardoor niet aan haar werkjes toekomt, wordt vakkundig gecompenseerd door alvast de (nog net niet droge) was af te halen, te controleren of de wasmand nog niet overstroomt, Judith een beetje op te voeden, enzovoorts. Ach ja, het is vaak best gezellig, zo’n ochtendje samen. Maar toch ben ik ook wel blij dat ze straks allebei weer lekker naar school gaan en ik hopelijk tijdens Juuds slaapjes weer even ongestoord door kan werken aan dingen waar ik nu niet aan toe kom. Na zeven weken is het wel weer genoeg geweest met die vakantie, het wordt al een beetje herfst, dus: we zijn klaar voor een nieuw schooljaar!

Er is er één jarig!

Vandaag is het dan eindelijk zo ver, Johan is jarig. Niet dat hij zelf de nachtjes heeft afgestreept, maar Hannah en Boaz konden bijna niet wachten. Vanmorgen vroeg werd “zachtjes” de tafel gedekt, een beschuitje gesmeerd en werd Johan gewekt met een verjaardagslied. Hij schrok er wakker van, want hij had natuurlijk door alle gestommel heen geslapen, en was eigenlijk helemaal vergeten dat hij jarig was! 😉

Hannah had een heuse speurtocht door het huis gemaakt, met briefjes met pijltjes, warm-en-koud-aanwijzingen en goed verstopte cadeautjes. Eén cadeautje was zo goed verstopt dat ze het zelf aanvankelijk ook niet terug kon vinden, maar gelukkig is het uiteindelijk gelukt. Johan was blij met z’n cadeautjes: nog meer leesvoer dan hij toch al heeft, wat praktische cadeautjes die hij zelf toch niet koopt maar eigenlijk wel nodig heeft (slippers, een nieuwe riem, dat soort dingen) en wat lieve knutsels. Boaz z’n cadeautje spande de kroon: hij had op school een tekening gemaakt, en de juf had het opgerold en er een touwtje om geknoopt. Ik heb nog even heel goed gezocht, maar ik kon niet één potloodstreepje ontdekken. Het papier was gewoon he-le-maal wit 🙂 Kennelijk vond hij het zelf toch ook wel een beetje gek, dus hij had maar twee speelgoedjes van zichzelf in de opgerolde tekening gestoken. Improvisatietalent om gebrek aan knutsel-ijver te verbergen zegmaar 🙂

Later vanmorgen kreeg Johan nog een leuk verjaardagscadeautje: in z’n mailbox stond een bijzonder lovende reactie op wiskundig artikel dat hij een poosje geleden heeft ingediend. Zo’n artikel lever je in, en vervolgens moet een andere wiskundige er kritisch naar kijken. Die ziet er dan wel of geen heil in om het te publiceren, en geeft op- en aanmerkingen. Deze recensie was dus erg positief. Heel leuk dat dat net op z’n verjaardag kwam!

Bezoek krijgen we vandaag helaas niet, dat is afgelopen weekend al geweest. Toen waren Johans ouders hier. Maar we hebben natuurlijk wel een taart gebakken – die eten we vanmiddag lekker samen op 🙂

Tegelijk heeft Johans verjaardag een beetje een bitter randje. Vroeger hadden we twee verjaardagen te vieren, want op 3 september was mama jarig. In plaats van haar verjaardag, denken we er nu aan dat het anderhalf jaar geleden is dat we haar hebben moeten begraven… Anderhalf jaar is lang, en inderdaad zijn we er in het dagelijks leven inmiddels aan gewend dat mama er niet meer is om eens op te passen (dat zou na onze verhuizing natuurlijk sowieso niet meer gaan), om mij op de hoogte te houden van het wel en wee in Staphorst en in onze familie, of om gewoon gezellig bij elkaar te zijn. Maar speciaal op zulke dagen blijft het gemis toch heel groot. Het hele idee dat iets zo ontzagwekkends als de dood, als het “nooit meer”, zo dichtbij in je familie komt, dat snoert nog steeds mijn keel dicht. Dat het echt onze mama en oma is die al zo jong overleed, dat went geloof ik nooit…

Taalkronkels

Johan was deze week op een conferentie in Parijs. Vandaag kwam hij weer terug, en bij het eten praatten we over zijn belevenissen. Hij vertelde dat hij af en toe de kluts kwijt was qua talen: de voertaal daar was Engels, maar in Parijs spreken ze ook Frans, er belde iemand in het Nederlands, en zijn hoofd zat nog een beetje in het Duits – en ja, dat konden sommige mensen daar óók. Dan kan het zomaar gebeuren dat je ergens een verkeerd woord gebruikt. Vooral van die lekkere woordjes die overal kunnen, zoals “genau” (“ja, precies”, maar ook “zeker” en nog wat dingen meer).

Taalkronkels zijn voor onze kinderen natuurlijk ook bekend inmiddels, dus ze vonden het een heel interessant onderwerp. Het blijft soms maar lastig dat die Duitsers nog steeds stug Duits blijven spreken – Nederlands is toch veel makkelijker… (Al gaat het eigenlijk heel goed hoor, op school en in de kerk enzo!). Ik liet vallen dat ik blij was dat we niet in Frankrijk woonden maar in Duitsland, omdat ik die taal toch een stuk makkelijker vind. Vooral omdat er veel meer woorden zijn die op het Nederlands lijken. Een auto is bijvoorbeeld gewoon een “Auto”, terwijl de Fransen het een “voiture” noemen. En een vliegtuig heet hier een “Flugzeug”, maar na even nadenken herinnerden we ons uit het Frans iets als “avion”. Maar toen ik dat woord liet vallen, keek Boaz verontwaardigd op. “Echt niet joh, dat klinkt gewoon als een lantaarnpaal!”.
Pardon? Hoe komt hij er bij 🙂

Overigens denkt Boaz soms net iets té makkelijk dat je alle woorden wel een beetje kunt ombuigen, en dat iedereen het dan wel snapt. Maar goed, dat Duits leert hij vanzelf op de Kindergarten. En tegen de tijd dat hij aan Frans toe is, zien we wel verder 😉