Geluid

De afgelopen weken is er hard gewerkt in onze straat. De gas- en waterleidingen zijn deels vervangen, dus moest er flink worden gegraven. Het is af en toe een avontuur om thuis te komen, en volgende week gaat de boel zelfs helemaal dicht omdat er een nieuwe laag asfalt gelegd wordt. Maar dan hebben we hopelijk ook weer een super strakke straat – bijna jammer dat je van al die nieuwe leidingen niks terugziet 😉

Judith heeft regelmatig achter het raam staan kijken naar de “wek-mannen” met hun grote machines. Maar ook als we gewoon met iets anders bezig zijn, klinkt het regelmatig: “Isse dat [ge]luid, mama?” Tjah, ik weet het ook niet altijd precies. We horen shovels rijden, we horen van die grote asfalt-verkruimelaars voorbij tokkeren, er worden stenen geslepen en er wordt regelmatig getoeterd door de af en aan rijdende vrachtauto’s. Een heleboel geluid dus.

Ook onderweg is Juut altijd heel geïnteresseerd in geluiden. En inderdaad, als je erop let kan je vanalles horen. Vogeltjes die fluiten, huilende kindjes, drilboren op de bouwplaats, een kettingzaag vanachter een schutting… het is alleen af en toe lastig om te begrijpen welk geluid ze precies bedoelt als ik vijf dingen tegelijk hoor (of als ik niks hoor, want afgelopen week zat mijn rechteroor dicht, heel irritant). Dus dan probeer ik maar wat:
“Ik hoor een zaag”
“Neehee, an’re luid”
“Hoor je de trein rijden?”
“Nee, is niet trein!”
“Wat hoor je dan? Een vogeltje?”
“Nee, hoore water!”
Tjah, dat kan ook nog. Het riviertje maakt elke dag een ander geluid, al naar gelang de hoeveelheid water die er doorheen stroomt. Al had de vogel ook goed gekund, gezien de enorme hoeveelheid kraaien die momenteel weer nesten bouwen. Met een mengeling van plezier en irritatie probeert Judith ze dan weg te jagen als ze voorop de fiets zit: zwaaiend met haar armen, hupsend in haar stoeltje: “KRAAAA! KRAAAA!” Maar de kraaien zijn wel wat gewend van hun soortgenoten, die kijken niet op of om.

Het favoriete geluid is de pauw. Die loopt los bij één van de klinieken in de buurt van Hannahs school. Maar hij is een beetje flauw, want soms schreeuwt hij heel hard maar verstopt hij zich achter de gebouwen. Dus dan zoeken en zoeken en zoeken wij, maar hij laat zich niet zien…
Een minder favoriet geluid is de stofzuiger, of de naaimachine. Dan wil ik ijverig aan de slag maar klinkt het vermanend: “Nee mama, stoppe stofzuige, ik wille niet horen!” En natuurlijk heeft ze wel alternatieven klaar: lekker voorlezen bijvoorbeeld. Van “Janke” en Jip. Of uit één van de boeken met zoekplaten die we uit de bieb hebben geleend. Als ik dan toch volhoud dat ik even aan het werk moet, pakt ze zelf een boekje. Vanmorgen had ze er weer zo eentje die dierengeluidjes maakt. Dus keek die kleine schelm me stralend aan en zei: “Hore mama, isse mooie luid?” En uiteraard uiteraard koos ze keer op keer de pauw. Het geluid is super natuurgetrouw, en dus superirritant geschreeuw 😉 Die boef, ze weet natuurlijk precies dat dat niet mijn favoriet is. Het enige voordeel voor mij is dat de batterij langzamerhand wat aan kracht inboet. Dus schreeuwt de pauw steeds een beetje zachter… “Ik denk dat de pauw een beetje moe is. Laat hem maar even uitrusten.”

Jubileum en een nieuwe tijd

Afgelopen weekend was het een jaar geleden dat wij verhuisd zijn. Iedereen hier is zo ontzettend blij met onze komst dat bijna alle buren zaterdagmiddag langskwamen en de gemeente zondag trakteerde op een gezamenlijke maaltijd.

Dat is natuurlijk niet helemaal waar, maar wel bijna. De gemeentemaaltijd was niet ter onzer ere gepland maar omdat er een zendingsechtpaar dat uit onze gemeente komt en in Mexico woont, nu hier was om een voordracht te geven over hun leven en werk. Om dat meteen na kerktijd te doen is natuurlijk wel heel veel gevraagd van ieders zitvlees en concentratie, dus nam iedereen een gerecht mee om dat eerst gezellig samen op te eten en daarna met frisse aandacht te kunnen luisteren naar de presentatie.

De ontmoeting met de buren was ons eigen idee. We wonen hier nu dus al een jaar, maar kenden nog steeds niet alle mensen uit ons huis. Dat is ook niet zo heel erg gek, want na onze komst zijn er al vier woningen van bewoners gewisseld. We vermoedden zomaar dat al die nieuwe mensen elkaar ook niet zouden kennen, dus hebben we iedereen uitgenodigd om bij ons op de koffie te komen en met elkaar kennis te maken. Dat is best goed gelukt. Eén vrouw meldde zich af omdat ze moest werken en uit drie woningen hebben we geen reactie gehad, maar dan nog waren er zes mensen die wel kwamen. Omdat het heerlijk weer was zaten we buiten, en dat paste precies. (Alleen jammer van ons prachtig gepoetste huis – daar genieten we nu zelf maar van).

Het was best leuk om elkaars verhalen een beetje te horen, en ook wat meer te weten te komen over onze buurt. Zo hoorden we dat we hier met z’n allen illegaal wonen, omdat het gemeentelijke bestemmingsplan aan onze kant van de straat alleen tijdelijke verhuur toestaat. Dus hotels en appartementenverhuur, maar geen woningen. Altijd fijn om te weten… Dat verklaart wel meteen waarom verderop in de straat een paar oude hotels leeg staan te verkommeren, terwijl de woningnood onverminderd hoog is. En misschien is dit ook de reden dat er nog steeds netjes “Hotel Siller” op de gevel van ons huis staat… Nou ja, wij hebben ook wel zo regelmatig logés dat we gerust voor een hotel kunnen doorgaan.

Een ander geliefd gespreksonderwerp was de tijdsomschakeling. Wellicht weten jullie nog dat er het afgelopen jaar heel wat afgediscussieerd is over de zomer- en wintertijd in de EU. Nu heeft men het plan opgevat om in de omgeving van Straatsburg, en dus ook hier in Baden-Württemberg, proef te draaien met een nieuwe vorm van tijdsverandering. We gaan niet in één weekend een heel uur vooruit, maar vier weken achtereen telkens een kwartier. Jipperdepip… Het is vast beter voor het bioritme enzo, maar heel praktisch is het niet. Gelukkig waren we allemaal keurig op tijd in de kerk en vandaag op school, en ook de treinen hadden zich kennelijk moeiteloos aangepast. So far so good… maar wat mij betreft blijft het bij een experiment en schaffen ze die tijdswisseling helemaal af. Dat is nóg beter voor een ongestoorde nachtrust en een goed humeur 🙂

Zo herkenbaar!

Ik zat zojuist te naaien en intussen een blogpost uit te denken. Nu ligt Judith in bed en probeer ik mijn bedenksel “op papier” te zetten. En zie daar… bij het openen van de website staat er een reactie te wachten op goedkeuring: “heerlijk herkenbaar!”. Dat is nou precies waar ik over wilde schrijven 🙂
Wat is het heerlijk om herkenning te vinden bij mensen om je heen. In grote dingen, in kleine dingen, in mooie dingen, bij tegenvallers of verdriet. Een beetje begrip verdubbelt de vreugde en halveert de smart.

Zomaar wat voorbeelden. Je staat bij school te wachten op je kleuter en iemand vraagt hoe het gaat. “Mwah, gaat wel. De baby krijgt tandjes”. Dan weet de ander genoeg. Natuurlijk is elk kind anders, maar er is voldoende gemene deler om te begrijpen wat er schuil gaat achter dit korte zinnetje: een baby die amper te troosten is, die de hele dag door wil drinken, die ’s nachts elk uur wakker is, die zulke vieze poepbroeken heeft dat haar billen vuurrood zijn, die constant haar kleren onderkwijlt en met rode wangetjes op je arm hangt te jengelen. Dat is gewoon niet leuk. Het hoort erbij, het gaat ook weer over, maar het is echt niet leuk. En dan is het zo fijn als een andere moeder je bemoedigend toeknikt: “Sterkte meid, ik weet hoe het is”.

Zo zijn er veel meer voorbeelden te bedenken:
– “Hoe is het met je zoon?” [Diepe zucht] “Hij is toe aan school.”
– “Zijn ze bij jullie ook zo toe aan vakantie?” “Ja heerlijk hè, even geen huiswerk…”
– “Hoe gaat het met de kleine?” “Goed hoor! Ze moet alleen nog even leren wanneer het dag is en wanneer nacht”
– Of omgekeerd: “Houd je ’t nog een beetje vol?” “JAAAA, hij slaapt door!!!”
– “Ben je weleens in Zwitserland geweest?” “Ja, prachtig hè, die bergen! Onbeschrijflijk…”

Ik denk dat dit precies de reden is waarom ik het zo enorm leuk vind om columns te lezen of filmpjes te zien van ouders en kindjes die tegen dezelfde dagelijkse dingen aanlopen als wij. Op zich hoef ik helemaal niet te zien hoe andermans kind jammert als ‘ie in de auto moet, of hoe hij de kledingkast keer op keer leeghaalt. Ik bedoel, voor dat soort beelden kan ik ook gewoon ons eigen kroost observeren. Maar de herkenbaarheid is zo leuk. Bemoedigend ook, soms. We zijn niet de enigen, anderen lopen hier ook tegen aan. Het klinkt misschien bijna als leedvermaak, maar als je het herkent, weet je wat ik bedoel 😉

Dat is ook zo leuk aan een bepaalde column in de Terdege, over een Nederlands gezin dat naar Oostenrijk is verhuisd. Gelukkig (!) herken ik heel veel verhalen daarvan niet. Een koude douche, uitgevallen stroom en een jarenlang verwaarloosd huis hebben wij hier niet. Toen de vaatwasser kapot ging hoefden we maar te bellen en de huisbaas regelde een nieuwe. Werd geplaatst door twee monteurs die meteen de oude meenamen. Wat wil je nog meer… Maar andere verhalen herkennen wij heel erg goed. De moeder van dit gezin beschreef bijvoorbeeld hoe ze een ander gezin uitnodigden voor het eten. Dat hebben wij ook al een aantal keer gedaan, en dat is een waar avontuur. Zelfs al wonen we gewoon in een westers land met hele normale en aardige mensen. Vooraf overleggen we dan: welke tijd van de dag moeten we kiezen? Wat verwachten ze dan van ons, een warme maaltijd of juist alleen brood? Eerst een bakje koffie of moet dat bij het toetje? Wij lezen na het eten altijd uit de Bijbel, maar dat vinden zij zeker heel raar… of toch niet?

Inmiddels hebben we een aantal dingen door.
Tip 1: trek altijd je schoenen uit als je ergens op bezoek gaat. Voor Johan is dat heel gewoon, die deed dat ook toen hij voor het eerst in mijn ouderlijk huis kwam kennismaken. Nou, de familie weet het nóg 😉 Die vonden het hilarisch dat hij gewoon op z’n sokken binnenkwam terwijl hij nog nooit eerder binnen was geweest. Hier doet iedereen dat. Ook op school, dan trekken ze pantoffeltjes aan. Als je bezoek krijgt, is het dus aardig om een aantal pantoffels in verschillende maten klaar te hebben liggen. Check, wij hebben ze nu ook.
Tip 2: als je iemand drinken aanbiedt, weet dan wat je doet. Vruchtensap drinken de meesten hier namelijk niet “puur”, maar half-half aangelengd met water. Dat kan water mét of zonder bubbeltjes zijn, maar liever niet zomaar uit de kraan. Dus heb altijd een paar flessen op voorraad…
Tip 3: als je een kind na schooltijd uitnodigt om te spelen, moet je ook warm eten tussen de middag. Dus koken terwijl je op de fiets zit, en dan om 2 uur aan tafel voor een warme hap. Vervolgens hoeft het kind dus ’s avonds pas om 6 uur of half 7 naar huis, want dan schuiven ze nog even een boterham naar binnen en kruipen in bed. Dat je ’t maar ff weet – ik heb denk ik een heel rare flater geslagen toen ik Hannah bij een speelafspraakje al om half 5 op wilde komen halen.

Zo kunnen we nog even doorgaan. Allemaal kleine dingetjes, maar wat is het herkenbaar als een andere Nederlander tegen hetzelfde aanloopt. Je voelt je soms zo’n echte blonde buitenlander die het dan nét weer allemaal fout aanpakt… Gelukkig zijn we niet de enigen 🙂

Op een dieper niveau merkte ik dit ook nadat mama overleden was. Natuurlijk hebben we het erg gewaardeerd als mensen ons een kaartje stuurden of iets aardigs zeiden. Maar het maakt echt een verschil of iemand zegt: “Ik vind het zo erg voor je!” of dat ze er nog aan toevoegt: “Mijn moeder is ook gestorven toen ik 28 was. Onze dochter ging net naar school, de jongste was nog maar 2”. Zo iemand weet hoe het voelt om je moeder te missen, om te zien hoe je eigen kinderen hun oma nooit goed leren kennen, hoe je hart huilt als je je kleuter ziet rouwen. Sommige dingen zijn niet in woorden uit te leggen, die moet je zelf ervaren hebben.
Dat is natuurlijk tegelijk het gevaar: als je zelf iets hebt meegemaakt, denk je al snel dat je het allemaal begrijpt. Terwijl ieder mens anders is, en de omstandigheden nooit exact gelijk. En het geeft meteen aan waarom het zo moeilijk is om met iemand mee te leven als je zelf níet weet “hoe het is”. Ik weet bijvoorbeeld gelukkig niet hoe het is om een kind te verliezen. Als ik dan een kaartje wil schrijven, kan ik de juiste woorden niet vinden. Ik begrijp het uiteindelijk niet. Dan klinken welgemeende woorden al snel hol, of slaan ze de plank mis.

Ik geloof dat dit punt van begrip en herkenbaarheid ook de kern is van de tekst in Hebreeën 4: “Wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde.” Jezus is mens geweest, Hij heeft op aarde allerlei narigheid meegemaakt. Ziekte, bespotting, teleurstelling, verzoeking. Hij weet hoe het voelt. Als we bij Hem onze nood klagen, dan begrijpt Hij het echt. Hij heeft het zelf ervaren. En dat maakt een groot verschil.



Lente

‘”Het is lente, het is lente!” Sofie en Lotte dansen door de tuin.’

Aldus de luister-cd die hier regelmatig wordt gedraaid. Ik kan het me helemaal voorstellen, ik krijg bijna zin om mee te doen. Het is dat er zoveel buren kunnen zien wat ik doe in te tuin :))

Ik vind het voorjaar fantastisch. Allerlei voorjaarsbloemen zijn op hun mooist, de knoppen in de magnolia zwellen veelbelovend op, de vogeltjes zijn in een goed humeur, het zonnetje schijnt en de mutsen en sjaals kunnen we achterwege laten. Alle dagelijkse dingen worden net een tikje leuker in de lente. Boodschappen doen op de fiets bijvoorbeeld doen we ook ’s winters, maar dan is het gewoon minder fijn. En de was ophangen kan ook in de kelder, maar buiten in het zonnetje doe ik het met meer plezier. Verder wordt er weer volop gestoepkrijt en geskeelerd, in de zandbak gespeeld en zo meer. De aardbeienplantjes staan in hun bakken, het balkonhek is versierd met plantjes, de bessenstruiken lopen uit. Heerlijk.

Ik hoorde pas iemand verzuchten: “In de tuin van Eden was het nooit winter. En ik snap helemaal waarom”. Ik kan me inderdaad voorstellen wat ze bedoelt 🙂

Het leuke is dat ook het humeur van mensen aanmerkelijk opknapt van een beetje zon. Met lekker weer zijn de bankjes in het park grotendeels bezet door allerlei soorten mensen die kennelijk genoeg tijd hebben om daar even te zitten en te kijken naar een moeder met drie schattige kindjes die uitermate gehoorzaam en al zingend met hun fietsjes op weg zijn naar de speeltuin – en kijk nou, wat ééééénig, die kleinste zit vóórop de fiets! Wat moet dat gezellig zijn, zo’n gezinnetje met drie kinderen. Vroeger hadden wij dat ook…

Als het kouder is of regent, ergeren ze zich ineens aan een onfatsoenlijk kereltje van vier dat hen bijna van de sokken jaagt met z’n fietsje, een meisje dat loopt te schreeuwen dat… wat eigenlijk? Geen idee, vast weer van die buitenlanders die hun kinderen niet fatsoenlijk Duits leren. En tssss moet je zien hoe onveilig, ze stopt haar kind gewoon in een mandje aan haar stuur in plaats van een fatsoenlijk TÜV-goedgekeurde fietskar met vlag, verlichting en bel. Oh pas op, moet je kíjken zeg, daar komt zowaar nog zo’n kind aangescheurd. Zou die óók nog bij diezelfde moeder horen? Onverantwoord, zo’n groot gezin. Slecht voor het milieu en ze krijgen ongetwijfeld te weinig aandacht en te weinig kansen in het leven.

De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden. En is óók afhankelijk van het weer en het seizoen. Want ja, deze kindjes en deze mama worden ook blij van het voorjaar. En dan loopt alles beter… “Het is lente, het is lente!” De familie Commelin danst door het park.

De wereld in het klein

Vandaag was er een modelbaan-tentoonstelling op een paar honderd meter van ons huis. Daar zijn we maar ’s een kijkje gaan nemen, en het was echt leuk! We waren vooraf even bang dat vooral Judith snel verveeld zou zijn als ze nergens aan mocht zitten, maar dat ging best goed. Er was genoeg te zien vanaf papa’s schouders – of heel wijs op een omgekeerd kratje staand.

Van verschillende plaatsen in de omgeving waren modelbouwers naar Bad Krozingen gekomen, waaronder een paar grote verenigingen. Die hebben samen een enorm arsenaal aan sporen, treinen, andere voertuigen en natuurlijk miniatuur-landschappen. Ik vind dat geniaal om te zien, en krijg meteen zin om ook zoiets in elkaar te knutselen. Die treinen zijn ook wel leuk hoor, maar de huisjes en de mensjes vind ik veel creatiever. We zagen bijvoorbeeld een jachtpartij in het bos, de brandweer in actie bij een bosbrand, een openluchtconcert, een voetbalwedstrijd, een groep skiërs… maar ook de dagelijkse tafereeltjes van een schattig huisje in het bos met een moestuintje, bloembedden en een schommel in de tuin. Alles omgeven door bergen met watervalletjes en riviertjes, doorsneden door weggetjes met allerhande autootjes, brommers, wandelaars… Noem het maar op, ze hebben het verzonnen en in elkaar geknutseld.

Na anderhalf uur hadden we genoeg gezien en gingen we weer naar huis. En zowaar, vanmiddag is er met de Lego gespeeld! Dat is toch een mooi neven-effect van zo’n uitje. Wie weet inspireert het nog tot grootste bouwwerken – en zijn ze net zo lang zoet als die modelbouwers. Ik geloof dat we dan nog heel wat uren vooruit kunnen 😉

Gitaarles

Wij hebben een gitaar. Al jaren. Hij is niet mee geweest naar Papua New Guinea (toen logeerde hij bij familie) maar verder heeft ‘ie ons trouw vergezeld bij al onze verhuizingen. In de hoes welteverstaan, want ik geloof dat ‘ie sinds Abcoude het daglicht amper heeft gezien. Daar heb ik ooit ijverig geprobeerd om gitaar te leren spelen met behulp van een handleiding op internet, maar heel succesvol is dat nooit geworden. En later, tjah… het is er gewoon nooit van gekomen.

Tot nu.

Een paar weken terug kondigde een man in onze gemeente aan dat hij een cursus wilde aanbieden aan iedereen die geïnteresseerd was om gitaar te leren spelen, ongeacht je muzikale talenten. Het doel is natuurlijk wel dat je redelijk leert spelen, zodat er ook wat meer mensen zijn die bijvoorbeeld op de zondagschool de kinderliederen kunnen begeleiden of bij een Bijbelstudie mee kunnen spelen. Maar, zo beloofde hij heel droog, als na een proefperiode van vier weken zou blijken dat je muzikale gaven echt volslagen kansloos zijn, zou hij dit gebrek niet aan de grote klok hangen en kun je dus nog steeds zonder rode kaken in de kerk verschijnen. Dat is natuurlijk een hele geruststelling. En omdat het me nog steeds wel leuk lijkt om gitaar te kunnen spelen + het best gezellig kan zijn om regelmatig met een groepje mensen les te krijgen, heb ik onze trouwe gitaar maar ’s uit de kelder gehaald. De hoes is afgestoft en Johan heeft de gitaar gestemd. Dat was nog even een dingetje – de snaren waren zo ver van het juiste pad geraakt dat een standaard app niet kon herkennen om welke snaar het ging. Dan klinkt het dus héél erg vals. Maar Johan was niet voor één gat te vangen, en het is hem gelukt.

Afgelopen woensdag was het dus zover. Met een man of zeven hebben we de eerste stapjes gezet. We kennen zowaar al twee akkoorden. “Ja, een liedje met één akkoord heb ik helaas niet kunnen vinden, dus we beginnen maar met twee”, aldus de cursusleider. Ik kan me er iets bij voorstellen 😉 Nu moet ik dus aan het oefenen, en zien hoeveel akkoorden ik uiteindelijk kan onthouden en spelen. Ik wil in ieder geval de proeftermijn van vier keer afmaken, en als het goed bevalt gaan we door tot de zomervakantie. Maar een blogpost schrijf ik nu alvast; stel dat het geheel dan mislukt, hoef ik mijn gebrek aan muzikale talent niet aan de grote klok te hangen en kan ik zonder rode kaken stukjes blijven schrijven 🙂

Schoenenfrustratie

Ik ben hevig gefrustreerd. Hannah heeft nieuwe schoenen nodig.

Ik herken de diepe zucht die mijn mama altijd slaakte als ik weer ’s nieuwe schoenen nodig had. Dat was een drama: ik had van die hoge steunzolen waardoor ik dichte schoenen nooit paste en open schoenen niet aan kon omdat de steunzool dan over de rand kwam. Wat waren we opgelucht als een winkel één paar had dat ik paste. En dat was helaas niet altijd de eerste winkel die we probeerden.

Nu gaat onze Hans dus hetzelfde paadje. Ze had in Ede al steunzolen, maar die moeten natuurlijk af en toe vervangen worden omdat haar voeten verder groeien. Dus ging ik met haar naar een winkel voor steunzolen en andere hulpmiddelen. Die wilden ons graag helpen, maar dan wel op recept van een arts. Prima, ik naar de huisarts. Die zou graag een recept uitschrijven, maar dan moest de betreffende winkel eerst aangeven welk soort steunzolen het precies moesten zijn. Ik weer terug naar de winkel… Welnee, dat konden zij niet bepalen! Daarvoor moesten we eerst naar de specialist. Dat kon zowaar zonder verwijzing van de huisarts! We hoefden alleen maar een maandje te wachten, en op de dag zelf nogmaals drie kwartier (met dus drie kinderen in een kleine wachtruimte vol volwassenen). Toen 5 minuten naar de arts en tadaaa, we hadden ons recept. Voor optimale efficiëntie gingen we meteen door naar de steunzolen-winkel, en weer 5 minuten later was de bestelling geplaatst.

Zo.

En toen konden we ze ophalen, drie weken later. Ik vond die nieuwe zolen wel heel veel groter dan de vorige, dus ik stelde voorzichtig voor om ze even te passen. Nou, ze pasten ruim hoor! Drie jaar op de groei zo ongeveer. En aangezien die zolen ook nog in schoenen moeten passen, zou onze meis ineens drie schoenmaten groter moeten gaan dragen. Dat leek me niet zo’n strak plan, en de mevrouw aan de balie vond het ook wel raar. Maar ze had een oplossing: we konden wel even naar Freiburg rijden, naar hun hoofdvestiging. Dan kon het probleem daar ter plekke verholpen worden. Goed, het was tenslotte toch schoolvakantie. Dus haalden we de auto, smeerden we een lunchpakketje en vertrokken we naar Freiburg. Daar kostte het weer een eind wachttijd (ditmaal in een grote ruimte, maar weer volstrekt niet berekend op kinderen… het zweet brak me uit) en zelfs een dosis vastberadenheid om voor elkaar te krijgen dat de zooltjes werden bijgeknipt. Nou vooruit, een centimeter kon er inderdaad wel af. Maar een duimbreedte vóór de tenen overhouden was toch wel het minimum volgens de medewerkster. Zo gezegd, zo gedaan. Dat de zooltjes ook nog in de verkeerde kleur zijn gemaakt, heb ik maar wijselijk verzwegen. Zolang Hannah daar niet over struikelt, vind ik het best.

Om de dag een beetje in balans te houden gingen we vervolgens maar naar de kinderboerderij annex dierentuin die ook in Freiburg zit. Daar zijn we al veel vaker geweest, maar het is de enige in de omgeving en hij is echt leuk. Flink groot ook, elke diersoort heeft een compleet weiland tot z’n beschikking. En er zijn een paar leuke speeltuintjes bij. Qua weer ging het net, dus onze middag was gevuld.

Op de terugweg probeerden we nog een paar schoenen voor Hannah te kopen. Haar oude waren compleet versleten doordat ze er steeds mee zit te stoepkrijten zonder op te letten wat er dan met de neuzen van haar schoenen gebeurt… Naja, dat kan gebeuren als je lekker speelt. Nu we eindelijk de nieuwe zooltjes hadden, konden we ook nieuwe schoenen uitzoeken.

Hoopten we.

Er zitten nogal wat eisen aan die schoenen: de zool moet hard zijn, anders zakt Hannah alsnog te ver naar binnen. De schoen moet groot genoeg zijn voor zooltje en voet, maar niet zo wijd dat ze er bij elke stap uit floept. En er moet iets van een klittenbandsluiting of veters of rits in, want die losse ballerina’s is ze zo kwijt – met een zooltje erbij loop je dan meer op je schoen dan erin. Eindelijk eindelijk had ik één paar gevonden dat paste en goed liep – en het zag er nog leuk uit ook. Ik was bijna helemaal blij. Tot ik doorkreeg dat dit helemaal niet bedoeld was als een paar schoenen, maar als een paar Hausschuhe. Wat dat zijn? Nou gewoon, schoenen die eruit zien als schoenen en die aanvoelen als schoenen maar die je alleen binnenshuis draagt. Ze kunnen dus ook niet tegen regen en modder en stoepkrijt. En ja, wij wonen dan wel dicht bij school, maar een overdekte doorgang hebben we nog net niet.

Einde schoenen dus. Ik heb ze met een diepe zucht weer in het rek gezet, heb m’n kinderen bij elkaar geraapt en ben mismoedig naar huis gereden. De vakantie is bijna voorbij, en Hannah heeft nog steeds nieuwe schoenen nodig. Zucht.

UPDATE:
Het is gelukt! Hannah is voorzien van een paar nieuwe schoenen. Ik hoop dat ze lekker lang mee gaan… 🙂

Verstopt!

“Adam, waar ben je, waar heb je je verstopt? Adam, waar ben je, waar heb je je verstopt?” Dat is het favoriete liedje van Judith, en het standaard verzoeknummer als we in de auto zitten. Enthousiast zingt ze mee – en ze doet het thuis na!

Regelmatig zit mevrouw “in de kast”. Ze knijpt dan haar ogen stijf dicht, telt “een – twee – vier – fünf” en komt met een luide “kiekiek!” tevoorschijn.

Soms zit ze ook op andere plekjes, maar deze is favoriet. En ze denkt serieus dat iedereen in die kast kan, zelfs met de deurtjes dicht. Twee weken terug zocht ze bijvoorbeeld opa Geurt tussen de pakken sap en de blikjes maïs. Helaas, daar zat hij niet…

Niet alleen Judith zelf wordt verstopt. Ook bibliotheekboeken kunnen dat verdraaid goed… Gelukkig hebben we ze tot nu toe altijd tijdig teruggevonden, maar het is soms kantje boord. En dan de figuurtjes op kleurplaten. Juut kleurt tegenwoordig het liefst met één kleur: “donker”. Daarmee worden alle poppetjes en dieren volledig bedekt. Waarom? Nou, natuurlijk omdat ze zich verstoppen! 🙂

Dat zijn de onschuldige verstop-acties. Hannah kan er ook wat van, maar dat vind ik soms minder geslaagd. Pas kwam ik haar ophalen bij school en was ze nergens te vinden! Haar fiets was er wel, en haar tas ook, maar zij zelf was foetsie. Dan sta je toch even raar te kijken. Ik ging maar naar binnen om de juf te vragen of zij wist waar mijn dochter uithing. Nee, ze had geen idee, volgens haar was Hannah gewoon naar buiten gegaan. Ze keek even door het raam, en ja hoor! Daar stond ze gewoon op het plein! Ik naar buiten, en weg was ze weer. Ze had zich verstopt B) Dan voel je je toch even lelijk voor schut gezet hoor… Ik had bijna zin om mezelf ook te verstoppen 😉

Op woensdag is Hannah al om half één uit tegenwoordig. Dan komt ze zelf naar huis, en een uur later haal ik Boaz op. Omdat onze dame al bijna volwassen is, mag ze dan even helemaal alleen thuis blijven en alvast haar huiswerk maken. Dat is natuurlijk heel stoer! Maar ook dan heeft ze haar verstop-acties. Zodra ze ons terug hoort komen, verstopt ze zich ergens in huis. En daar is ze behoorlijk goed in, je vindt haar niet zomaar even snel. Dus ja, de eerste keer vond ik dat ook niet heel grappig… Inmiddels ken ik het trucje en begin ik luid en duidelijk over snoepjes / koekjes / filmpjes of iets dergelijks. Dat gaat sneller dan het hele huis omspitten. 🙂

Bij Judith werkt het tot nu toe gelukkig nog zonder snoepjes: zodra ik begin te zingen “Judith, waar ben je, waar heb je je verstopt?” komt ze met een grote grijns tevoorschijn. “Kiekiek! Ikke topt!”

In bad

Gisteravond ben ik in bad geweest. En in wat voor een bad…

Dit is één van de baden in de Vita Classica thermen. 36 graden, als ik het goed onthouden heb. Heeeeeerlijk. En zo zijn er nog meer van die warme baden, eentje zelfs buiten. Ik had al vaak een grote wolk stoom zien opstijgen als ik ’s avonds door de buurt liep of fietste, maar nu heb ik er ook zelf van genoten, samen met m’n zus. Lekker al kletsend in het warme water hangen, drie keer achtereen door de stroomversnelling of proberen hoe lang we in het bubbelbad konden blijven zitten. We zijn weer helemaal relaxed!

De thermen zijn niet alleen bedoeld voor mensen als wij, die gewoon voor ons plezier een avondje gaan badderen. Er zijn ook veel programma’s voor mensen met reuma, hartproblemen, en allerlei andere ziektes. Het water hier schijnt bijzonder heilzaam te zijn – al weet ik eigenlijk niet of dat speciale water nou echt in al die zwembaden zit.

De eerste bron werd al gevonden in 1911. Door meneer Thürach, vandaar dat wij in de Thürachstraße wonen.

De Nena-bron

Sindsdien zijn er ook nog andere bronnen gevonden, en is er dus een groot complex omheen gebouwd met baden en sauna’s. De Vita Classica is één van de redenen waarom er hier in de buurt zoveel klinieken en hotels zijn: de hele omgeving komt hier naartoe om schoon en ontspannen en gezond te worden. Vroeger nog meer dan nu, omdat de verzekering toen ruimhartiger vergoedingen gaf voor dit soort therapieën. Uit die tijd stammen de houten reclame-figuren die nog altijd aan de weg staan.

Je ziet het: kromgebogen komen de mensen naar de bron, en fier rechtop lopen ze er weer vandaan. 🙂 Zo erg was het met ons niet gesteld gelukkig, maar we zijn wel lekker opgefrist en ontspannen. Een geslaagd uitje bij de buren!

Zilvervloot en een verrassing

Gistermiddag kwam hier de zilvervloot aan: een grote zwarte Volvo met brandhout, boeken, tijdschriften, broodmeel, een peuterfietsje, ranja, rookworst… en als speciale “lading” onze tante Anita en nichtje Lara! Jullie raden het al, de kapitein was opa Troost en zijn schip kwam uit Staphorst naar ons toe. Het plan was dat deze drie mensen hier een paar nachtjes zouden logeren.

Maar er was iets vreemds aan de hand. Amper waren alle spullen uitgepakt en de rust weergekeerd, wandelde er een blonde kerel binnen! Wie dat nou weer was?!

Arjan had het dwaze plan opgevat om zijn beide dames te verrassen door stiekem met de trein voor ze uit te reizen en ook naar ons toe te komen. En dat is grandioos gelukt 😉 De verbazing was groot, maar hij was uiteraard van harte welkom. En dus zit opa vandaag met Arjan op de Belchen om te skiën, verbrengt Johan zijn vrijgenomen dag in bed omdat hij ziekig is, en geniet de rest van de aanwezigheid van “tante-Nieta” en “baby-Lara”. Die kleine meid heeft voor de gelegenheid een heus paspoort laten maken en de reis van haar leven ondernomen om ons met een bezoekje te vereren. Dat is toch lief, nietwaar? 🙂

Al met al is het bezoekseizoen hier weer in volle gang. Afgelopen weekend hadden we drie gasten uit Lelystad, nu vier uit Staphorst, en volgende week verwachten we er eentje uit Ede. Gezellig hoor!