Koud

De afgelopen weken vroeg Judith regelmatig: “Mama, wanneer wordt het nu winter? Is de herfst al voorbij?” Officieel begint de winter pas op 21 december natuurlijk, maar dat vind ik altijd zo raar. Voor mij begint de winter als de blaadjes van de bomen zijn en het koud is buiten. Nou, daar is sinds deze week geen discussie meer over mogelijk. De eerste natte sneeuw is gevallen, de bergen in de verte hebben een wit laagje en het is KOUD! Bovendien zijn we begonnen met onze adventskalender. Dat doe je natuurlijk niet in de herfst. In de herfst verzamel je kastanjes en maak je boswandelingen. In de winter steek je kaarsjes aan en leef je toe naar het Kerstfeest. Dus hier is het een uitgemaakte zaak. De winter is begonnen.

Vooral Hannah heeft het zwaar te verduren nu. Ze moet ’s ochtends als eerste de deur uit, dan is het nog gemeen koud en behoorlijk donker. Maar erger is dat haar school zich erg streng houdt aan het protocol om de klaslokalen te luchten. De ramen staan dus wijd open terwijl de sneeuw op het plein ligt. De kinderen zitten binnen met hun jas aan, muts op, handschoenen aan — en de leraren proberen hun les zo in de kleden [let op de woordgrap] dat de leerlingen zo min mogelijk hoeven te schrijven. Want dat is geen doen met koude vingers… Als je zo de hele dag stil moet zitten, is dat geen pretje. Maandag was het echt té bar. Hannah had het zo vreselijk koud dat ze iets eerder van haar schoolkoor was vertrokken om een “vroege” trein te halen. Maar ze stond aanvankelijk op het verkeerde perron en was nét te laat op spoor 4. Ze kon de trein nog aanraken, maar de deuren waren al dicht. Toen moest ze dus wachten op de volgende trein, en stations zijn akelige tochtgaten natuurlijk. Toen ze eindelijk thuis kwam, was ze helemaal verkleumd. We hebben haar warme thee gegeven, met een dekentje op de bank gezet, in bad gezet, met een kruik in bed gestopt, maar het hielp allemaal niet genoeg. Ze bleef maar bibberen. Pas toen Johan de open haard flink had opgestookt en haar daar met dekbed en al pal voor parkeerde, warmde ze weer op.

Gelukkig hadden de leraren juist gisteren een studiedag en hoefde ze dus niet naar school. Zo kon ze mooi een dagje bijkomen. Vandaag is het (volgens de weerberichten) een stuk minder koud en winderig. Ik ben zelf nog niet buiten geweest 😉 maar ik heb goede hoop dat het nu ook in school een graad of 8 warmer zal zijn. Ze heeft een gebreide poncho bij zich, handenwarmers, een thermolegging, een gebreide muts… Ik ben benieuwd hoe ze straks thuiskomt.

Judith vond het alleen buiten koud. Haar Kindergarten lucht ook wel, maar wat minder extreem. Voor het buitenspelen heeft ze zich overtuigend gewapend: over haar normale kleren heen een sneeuwbroek, sneeuwlaarzen, winterjas, sjaal, muts en handschoenen. Zo moet ze de winter wel door kunnen komen. Wat haar betreft gaat het per direct hard sneeuwen en rijden we dan naar het bos om te sleeën, vuurtje te stoken en worstjes te grillen. Wat mij betreft is dat een prima idee — voor de Kerstvakantie ofzo. Als het écht winter is…

In het ziekenhuis

Deze week is voor ons een bijzonder weekje, want ik ben sinds woensdagmorgen 5.15 uur niet thuis. Ik lig in het ziekenhuis. En dat is voor ons gelukkig onbekend terrein; behalve rond de bevallingen heb ik al heel lang geen ziekenhuisbed van dichtbij gezien. De laatste keer was denk ik als kleuter, toen ik m’n amandelen heb laten knippen.

Maar nu ben ik dus de pineut. Ik heb endometriose, waarschijnlijk ontstaan na de laatste keizersnee. Dat geeft regelmatig vervelende buikpijn en het lukte niet om het met medicijnen onder controle te krijgen. Daarom was het advies om de pijnlijke plek, die ook op echo’s goed te zien was, weg te laten halen en dan meteen te kijken of er nog meer plekjes in m’n buik verstopt zaten. Het plan was om me s morgens vroeg te melden, een nachtje te blijven en dan weer naar huis te gaan. Maar dat viel een beetje tegen, er zaten meer en grotere endometriosehaarden en verklevingen dan verwacht. Ze hebben dat waarschijnlijk allemaal weg kunnen halen, maar dat was dus wat meer werk dan ze eerst dachten. Bovendien kreeg ik woensdagmiddag een nabloeding, en ze willen me pas naar huis laten gaan als die onder controle is. Daarvoor krijg ik nu regelmatig echo’s en ze houden mijn bloedwaarden in de gaten. Als het er vandaag allemaal goed uitziet, mag ik hopelijk zaterdagmorgen naar huis.

Voor Johan en de kinderen is dit natuurlijk ook raar en spannend. Ze mogen niet op bezoek komen en moeten maar afwachten wanneer mama weer thuis komt. Maar volgens Johan doen ze het goed. Ik ben trots op hen 🙂

Nieuwe ID-kaart (aflevering 3)

Hoera, het project ID-kaart is voltooid. Vandaag is Johan heen en weer gereden naar Bern om drie gloednieuwe ID-kaarten op te halen. Helemaal chique met foto’s, handtekeningen en chips.

Dat was het dan. Meer is er eigenlijk niet over te vertellen. Het was meer “heen en weer” dan Bern. Hij vond meteen een parkeerplaats voor de deur van de ambassade en stond met 5 minuten weer buiten. Tsjakka!

Op het nippertje

Ik zag zojuist tot m’n schrik dat onze laatste blogpost al erg lang geleden is. En dat is niet omdat ons leventje zo saai is dat er niets te schrijven is. Integendeel! We hebben een heerlijke herfstvakantie gehad in Nederland 🙂

Vrijdag 29 oktober zouden de nieuwe Corona-reisregels weer bekend worden gemaakt voor de week erop, voor onze vakantie dus. De besmettingscijfers in zowel Nederland als Duitsland liepen stevig op, dus we hielden er ernstig rekening mee dat de grens dicht zou gaan. In dat geval zouden we wel naar Nederland mogen reizen, maar moesten we bij terugkomst vijf dagen in quarantaine. Dat schiet natuurlijk niet op als je maar een week vakantie hebt. Dus wachtten we ongeduldig tot de website van het RKI geactualiseerd werd. Meestal gebeurt dat rond half elf ’s ochtends. Dit keer duurde het maar liefst tot half één. Maar toen kwam daar toch de verlossende melding: we mochten gaan! Johan heeft snel de kinderen uit school gehaald, ik heb de tassen ingepakt, samen hebben we het huis vakantie-klaar gemaakt en om half drie reden we weg. Dat ging erg vlot dus. Helaas was het tempo er meteen uit toen we op de snelweg zaten, want het was druk op de weg en er waren veel wegwerkzaamheden. Lekker doorrijden was er dus helaas niet bij. We hebben van de nood een deugd gemaakt door op het drukste tijdstip wat patat te eten, en verder was het gewoon geduld oefenen… Om kwart over elf kwamen we in Woudenberg aan en stond ons bed gelukkig al klaar!

De verdere week hebben we al onze broers en zussen ontmoet, alle opa’s en oma’s ook, en natuurlijk ons neefje en nichtjes. Daar kwamen we tenslotte voor 😉 Kleine baby’s worden zó snel groot, die wilden we graag eens ontmoeten. En dat gaat via Skype of Zoom toch minder goed dan in het echt.

En verder heeft Boaz in de vrachtauto gereden, zijn we naar het zwembad geweest, hebben we blaadjes geharkt in de tuin en nog een keer patat gegeten. Er zijn een heleboel spelletjes gespeeld en er is uitgebreid bijgepraat. Het was fijn, zo’n weekje.

Onderaards avontuur

Judith had al een tijdlang een grote wens: ze wilde heel graag schatzoeken in een oude mijn in Münstertal. Maar daarvoor moet je 5 jaar oud zijn, dus moest ze geduld hebben. Heel veel geduld zelfs, wel een half jaar. Afgelopen dinsdag was ze ein-de-lijk jarig. En gelukkig is de mijn open tot eind oktober, dus we konden precies vandaag nog terecht met onze grote dame!

We kregen een uitgebreide rondleiding in een mijngang van 700 meter lang. Vroeger werd hier onder andere zilver, lood en fluoriet gewonnen. Er reden ooit zelfs treintjes door de mijn, dus er was ruimte genoeg om comfortabel rond te wandelen. Tijdens de rondleiding mochten de kinderen zelf proberen een stuk rots uit te hakken, bekeken we verschillende soorten gesteente met UV-licht (waardoor fluoriet paars oplicht en een ander soort steen groen) en klommen we door smalle schachten. Het was een heel avontuur. En aan het eind van de route mochten de kinderen zelf schatten zoeken. Ze kregen een flinke schep zand met mooie steentjes erin verstopt, en moesten dat met een speciale zeef uitpluizen.

Het was een leerzaam en leuk uitje. En dicht bij huis, in een omgeving waar we vaak boswandelingen maken. Dat blijft toch een gek idee, dat je daar lekker kunt wandelen zonder enig idee te hebben van de labyrinten die zich onder je voeten bevinden. Hier hebben honderden mensen jarenlang gezwoegd en gezweet om met hamer en beitel hun weg door de berg te graven. Op die manier konden ze per persoon zo’n 5 centimeter per dag weghakken. Het duurde dan ook 20 jaar voordat ze überhaupt bij de ertsaders aankwamen! Ik geloof niet dat ik daarvoor de motivatie had kunnen opbrengen… Ik ben dan ook gewoon gruwelijk verwend en niet gewend om hard te werken als ik iets graag wil. Ik surf gewoon even naar Amazon en dan wordt het wel thuisbezorgd…

Nieuwe ID-kaart (aflevering 2)

Vandaag was het zover. Onze afspraak bij de ambassade in Bern.

We waren zorgvuldig voorbereid. We hadden alle formulieren ingevuld, de documenten als origineel en kopie per kind in een mapje gestopt, voldoende contanten gepind voor het geval onze bankkaart niet geaccepteerd zou worden en de pasfoto’s in viervoud bijgevoegd. Onze auto was voorzien van een Zwitsers vignet, Johan had online formulieren ingevuld die aangaven dat wij, omdat we in een buur-gebied wonen, zonder verdere corona-papieren de grens over mochten. De auto had een volle tank en de kinderen waren afgemeld op school. Alleen een goed humeur ontbrak nog. Want we vonden het gewoon een stom klusje en ik zag minstens 5 mogelijkheden hoe het alsnog kon mislukken.

Het zoeken van een parkeerplaats in Bern bood de oplossing voor het slechte humeur. Dichtbij de ambassade parkeren is een illusie, zoals in veel binnensteden. Daarom zochten we op Internet naar parkeerplaatsen in de omgeving, en vonden er eentje bij Tierpark Dählhölzli. Dat bleek een kleine dierentuin te zijn waar je voor 24 Frank met het hele gezin naar binnen mocht. Johan en ik keken elkaar eens aan en draaiden de bekende slogan van de Belastingdienst om: “Makkelijker kunnen we het niet maken, maar misschien wel leuker”. We zouden bij de dierentuin parkeren, een stepje meenemen om de afstand tot de ambassade te overbruggen, en dan na afloop de dieren met een bezoekje vereren.

Om 8 uur ’s morgens gingen we op pad. De rit verliep vrij soepel en de parkeerplaats was snel gevonden. Een wc ook, tot onze opluchting. Maar de parkeerautomaat accepteerde alleen munten — en dan alleen Zwitserse Franken. Die hadden we niet. Gelukkig was de man van het dierentuinrestaurant zowel vriendelijk als slim en wilde hij wel wat munten ruilen. Wisselkoers 1:1, dat kan wel uit voor hen 😉 Boaz vond dat hele gebeuren natuurlijk razend interessant, die veert helemaal op zodra het gesprek op geld of bijzondere munten komt. Het zonnetje scheen en vol goede moed gingen we op pad.

We waren mooi op tijd en de ambassade leek gesloten. Niemand te zien, geen licht aan, deur op slot. Gelukkig konden we aanbellen en bleek er toch iemand binnen te zijn. Onze mappen vol papieren kwamen voor de dag en die werden stuk voor stuk goedgekeurd. De kinderen zetten allemaal een mooie handtekening en de foto’s werden opgeplakt. Maar toen ging het mis: de foto’s voldeden wel aan de paspoorteisen van Duitsland, maar niet aan die van Nederland. Er is namelijk per land een ander voorschrift qua fotoformaat.

Zucht.

Als je je nog herinnert hoeveel moeite die pasfoto’s ons gekost hebben, dan begrijp je dat ik hier niet echt vrolijk van werd.

Maar het ambassadepersoneel stond er niet van te kijken, dit gaat heel vaak mis kennelijk. Ze wisten verderop in de straat wel een fotograaf die de eisen wél kende, dus moesten we daar maar snel even heen lopen. Zo gezegd, zo gedaan. En zowaar: het ging bij alledrie in één keer goed! Het zijn niet de mooiste foto’s ooit, maar dat zijn paspoortfoto’s sowieso nooit. Als ze maar aan de eisen voldeden en we zelf konden zien om welk kind het ging, waren wij dik tevreden. Als wij ooit nog een nieuwe baan zoeken, worden we misschien ook wel paspoortfotofotograaf. In een paar minuten 75 Frank opstrijken is niet gek. Maar deze fotograaf was wel aardig. Hij vroeg Judith hoe oud ze was, en toen moest natuurlijk even verteld worden dat ze morgen jarig hoopt te zijn. Prompt kreeg ze een extra foto afgedrukt op wat groter formaat. Daar is ze natuurlijk héél trots op. Het voelt als een soort diploma dat Judith nu een grote meis is die zonder mekkeren op de foto kan gaan 🙂

Opgelucht gingen we weer naar de ambassade terug. Daar werden we begroet met de mededeling dat hun pinautomaten een storing hadden en we dus alleen contant konden betalen. En nee, dat kon hier niet in euro’s. (Tankstations en dierentuinen kunnen wel met euro’s overweg, maar de Nederlandse ambassade accepteert alleen Zwitsers geld… tjah.) Gelukkig kenden ze ook hier wel een adresje voor, en dus mocht Johan nogmaals op pad om Zwitserse Franken te scoren.

En toen waren we klaar! Tenminste, we zijn op de helft. We zullen natuurlijk nog een paar weken geduld moeten hebben tot de ID-kaarten klaar zijn en ze dan komen ophalen. Dat moet officieel weer met z’n allen, want de persoon voor wie een identiteitsbewijs wordt aangevraagd moet het persoonlijk komen ophalen. Maar de dame achter de balie vond dat eigenlijk zelf een beetje onzinnig. Dus zei ze, weet je wat, ze zijn allemaal minderjarig en ik vind het wel prima. Als één van de ouders komt en de oude ID-kaarten meebrengt, kan je van mij je nieuwe kaarten meekrijgen. Laat die kinderen dan maar lekker op school.

Kijk. Dat vinden we dan wel weer erg sympathiek. Johan en ik moeten nog even strootjes trekken wie van ons die reis mag gaan maken, maar het wordt in ieder geval makkelijker dan met z’n allen.

En toen was het dus tijd voor de dierentuin. We zagen een luipaard, een heleboel vissen en vogels, bruine beren, zeehonden, wilde katten en nog veel meer. Om met een uitspraak van Juud te eindigen: “Dit was een dag vol met avonturen!”

Steenkolenduits

Duits en Nederlands lijken erg veel op elkaar. Als je een woord niet kent, kan je heel vaak op de klank af wel gokken wat het Nederlandse equivalent is. Maar niet altijd… Hieronder een paar woorden die bedrieglijk veel op elkaar lijken, maar toch nét iets anders betekenen.

  • Loch — lok. Helaas. Een “Loch” is een gat. Misschien heeft dat een link met het Schotse woord “loch” voor meren, zoals in Loch Ness?
  • Flur — vloer. Het komt in de buurt, maar een “Flur” is een gang. De vloer heet “Fußboden”.
  • Büro — bureau. Ook dit heeft wel met elkaar te maken, maar er is een wezenlijk onderscheid. Johan heeft namelijk wel een bureau thuis, maar helaas geen Büro. Dat had het afgelopen jaar een hoop rust in de tent kunnen geven. Maar aangezien wij drie kinderen hebben die we liever niet allemaal op één slaapkamer willen leggen, hebben we het voormalige Büro als slaapkamer in gebruik. Met een bureau erin om huiswerk aan te maken 😉 Een Büro is dus een kantoor of werkkamer.
  • Nog iets dat elk huis toch wel heeft: een Rahm. Helaas, die tref je bij ons niet standaard aan. Wel als er een feestje is. Het smaakt extra lekker als je er even goed mee schudt. Al geraden? (Slag)room!
  • Volgende kandidaat: Speicher — spijker? Uiteraard niet, anders stond ‘ie niet in dit lijstje. Een “Speicher” is een opslag van iets. Van data (bij computergeheugen) of van water of graan of wat ook maar.
  • Ook een leuke: “Winkel”. Dat is niet het gebouw waar je boodschappen kunt doen. Het is een hoek. In de bouw kennen we dat ook in het Nederlands, daar gebruik je immers een winkelhaak. Een hoek-meter dus.
  • Om in de winkel-hoek te blijven, nemen we als volgende “gekocht”, bijvoorbeeld in “Ich habe etwas leckeres gekocht”. Als een gastvrouw dat zegt, is ze niet naar de winkel om de hoek geweest maar heeft ze zelf achter het fornuis gestaan. Want “kochen” is koken, en “gekocht” is het voltooid deelwoord daarvan.
  • Met al die woorden die op elkaar lijken, kan je je zomaar verspreken. Hoe zeg je dat in het Duits? “Versprechen”? Liever niet. Dat betekent namelijk dat je iets belooft. En tjah, “versprochen ist versprochen, und wird nicht gebrochen”. Goed opletten dus!

Eerste schoolweek

De vakantie is voorbij, de scholen zijn weer begonnen. Boaz ging maandag weer aan de slag, Hannah had dinsdag haar eerste dag. Dat was een soort introductiedag waar de ouders ook bij mochten zijn. Gelukkig was een echtpaar uit onze gemeente bereid om Boaz en Judith uit school te halen, dus konden Johan en ik allebei mee naar Freiburg. De school is heel dicht bij Johans werk, dus hij ging ’s morgens al op tijd naar de uni, zette z’n studenten aan hun tentamen, kwam daarna naar de Einschulung van z’n dochter, en ging ’s middags nog even weer naar de universiteit terug.

Van woensdag t/m vrijdag heeft Johan steeds ’s morgens op de uni gewerkt en ’s middags thuis, zodat hij met Hannah mee kon reizen. Want ja, dit gaat wel even anders dan we gewend waren! Tot nu toe hoefde Hannah maar 500 meter naar school. Nu moet ze eerst naar het station, dan met de trein naar Freiburg, en daar nog een paar stappen lopen naar de school. En op de terugweg uiteraard hetzelfde riedeltje omgekeerd. Niet heel ingewikkeld, maar er kan toch wel één en ander mis gaan. Op dag 1 was de trein op de heenweg te laat, dus moesten Hannah en ik hard rennen om nog op het laatste nippertje de aula binnen te glippen. Op dag 2 vertrok de trein ineens van een ander spoor dan gepland, en dat werd omgeroepen terwijl er net een internationale trein langs kwam denderen. Dan moet je dus even heel goed opletten om niet in Basel of Karlsruhe te belanden. Op dag 3 had de trein op de terugweg vertraging. Al met al een leerzaam weekje; straks kijkt ze nergens meer van op en kan ze alles helemaal zelf 😉

Boaz kan nog naar z’n oude vertrouwde school, al is zelfs daar de route veranderd. Pal naast de school wordt een enorm nieuw hotel gebouwd, en daarom moeten we omrijden. Maar goed, we kunnen er nog steeds in 5 minuten zijn 😉 Hij heeft grotendeels dezelfde leraren als vorig jaar, maar wel een nieuwe klas. Eén meisje uit zijn oude klas is ook naar klas 3 gegaan, maar de andere kinderen moet hij nog een beetje leren kennen. Gelukkig kan hij in de pauze ook nog met z’n oude vriendjes spelen, dus ik denk dat het allemaal wel goed komt.

En dan zijn er natuurlijk nog al die kleine eerste-schoolweek-regeldingetjes. We hadden de schriften, snelhechters et cetera al klaar liggen, maar de eerste dagen is er altijd wel iets dat toch nog moet gebeuren:

  • Op maandag: “Mama, ik heb mijn nieuwe lesrooster! Op dinsdag moet ik om 8 uur beginnen”. Wij stonden netjes om 8 uur bij school, maar naast nog 5 klasgenootjes was het akelig leeg. Bleek het rooster pas woensdag in te gaan. Tjah…
  • “Mama, in klas 3 mag je met vulpen schrijven! Kan je die even kopen? Ik heb hem morgen nodig, zegt de juf”. Gelukkig lag er nog eentje in de bureaula.
  • Een dag later: “Mama, ik moet ook Tintenkiller hebben.” Dat is een soort typex. Voor zover ik wist streng verboden op school omdat het meestal één grote ravage veroorzaakt en alle bladzijden aan elkaar plakt. Maar echt, dit jaar mag het. Prima, maar zoonlief wacht maar een paar dagen. Dat spul heb ik niet op voorraad en ik ga niet weer op stel en sprong naar de winkel om half 5 ’s middags.
  • “Mama! Mijn tekenblok voor kunst is kwijt op school. Kan ik morgen een nieuwe mee krijgen?”
  • “Mama! Ik heb mijn schoolbijbel gekregen! En hier zijn 66 stickertjes. Wil je die even inplakken? Bij elk Bijbelboek eentje, dan kan ik ze makkelijk vinden. Morgen het eerste uur heb ik ‘m weer nodig.”
  • “Mama! Ik kan mijn kluisje niet vinden. De leraren ook niet. Kan je even bellen naar dat bedrijf?” Het bedrijf zegt dat het kluisje er toch echt moet zijn. Alle andere leerlingen hebben hun kluisje wel gevonden… Johan is de volgende dag maar even mee naar binnen gelopen. En jawel, het zat verstopt achter een openstaande deur.
  • “Mama! Mijn rooster en cijfers en alle belangrijke dingen staan in EduPage. Zal ik je even leren hoe dat werkt?”
  • “Mama, hier is een lijst met boeken. Je moet aankruisen welke je wilt kopen en welke je alleen wilt lenen. Morgen moet ik ‘m weer inleveren. Met precies gepast contant geld in een envelop. Ohja, en ik moet nog een envelop met 5 euro mee. Ook morgen”. Fijn. En hoe weet ik welke boeken we nodig hebben en welke niet? Kop of munt dan maar 😉
  • “Mama! Ik heb een pasfoto nodig.” Ha, kat in t bakkie. Die hebben we zo liggen! 🙂
  • “Mama! Ik heb nog een pasfoto nodig!” Idem. Wat zijn we toch goed voorbereid B-)
  • “Mama! Ik heb op school boeken gekregen. Ze liggen daar in mijn vakje in de kast. Kan jij even kaften kopen?” “Is goed lieverd. Hoe groot zijn je boeken? En hoeveel heb je er?” “Ehm, dat weet ik niet. Koop maar gewoon van alle 8 soorten die er zijn, een stuk of 5. Dan zal het wel goed zijn. Maar misschien heb ik ook geen kaft nodig, want de juf zegt dat ze er soms nog om zitten van vorig jaar. Maar daar heb ik niet op gelet hoor…”
  • Op school kan Hannah tussen de middag warm eten. Handig als je ’s middags les hebt en er, als een echte Duitser, op staat om ’s middags je warme hap te krijgen. Maar ook daarvoor heb je natuurlijk weer een pasje en een pincode nodig, moet je vooraf bestellen wat je wilt eten, moet er geld op je account staan… Gelukkig heeft ze voorlopig alleen op woensdag een lange dag. De rest van de dagen is ze rond half 2 thuis. Dat klinkt vroeg, maar de lessen beginnen elke dag al om 7:50!
  • De nieuwe school heeft een ander soort corona-tests. Uiteindelijk wel handig, want als je alle toestemmingsverklaringen hebt ingevuld worden de testen op school gedaan. Met de hele klas in een bakje tuffen (min of meer), even goed roeren, en dan wordt dat opgestuurd naar het lab. Alleen als er coronavirussen worden aangetroffen, moet elk kind nog apart getest worden. Ik vind het prima dat ik al dat gespuug niet hoef te begeleiden B-)
  • Boaz en Judith moeten we nog wel zelf testen, twee keer per week. Naar verluid straks zelfs drie keer. Jipperdepip. Ik heb het nu dus al één keer vergeten, dus toen werd Johan gebeld en is Boaz op school getest door de secretaresse.

En dan begint natuurlijk ook het huiswerk weer. Boaz zat wat dat betreft nog goed in het ritme, want hij heeft in de vakantie elke dag een portie Duits moeten doen. Hannah zal wel weer even moeten wennen. Deze eerste week hoefde ze nog geen echt huiswerk te doen. Heel verstandig van die leraren, want zo’n eerste week is (naast de regeldingetjes) heel intensief qua indrukken. Dan kruip je bij thuiskomst het liefst met een boek op de bank, in bed of in bad 😉

En ik? Ik zit de hele ochtend alleen thuis. Mijn vakantie is zojuist begonnen B-)

Nieuwe ID-kaart (aflevering 1)

We zijn begonnen met een nieuw project: het aanvragen van nieuwe ID-kaarten voor onze kinderen. Beide dames hebben namelijk uiterlijk in april een nieuwe nodig, en Boaz een jaar later. Voor het gemak doen we ze alle drie maar tegelijk, want het heeft nogal wat voeten in de aarde…

Een Nederlandse ID-kaart kan je natuurlijk niet aanvragen bij een Duits gemeentehuis. Daar is een ambassade of grensgemeente voor nodig. Een paar jaar geleden kon het ook nog bij een consulaat, bijvoorbeeld in Straatsburg (uurtje rijden). Of in München of Düsseldorf. Maar tegenwoordig moet je volgens de officiële websites naar Berlijn (816 kilometer…), naar Schiphol (708 kilometer) of naar een grensgemeente in Nederland. De laatsten hebben echter enorme wachtlijsten en hebben liever dat je je geluk elders beproeft. En het vervelende is natuurlijk dat één bezoek niet voldoet: je moet komen voor de aanvraag én je moet het persoonlijk op komen halen. Opsturen is onmogelijk “door corona”. Zie je de logica? Omdat reizen nu lastiger is, moet je twee keer komen met je hele gezin. En dat kan dan niet binnen drie dagen (zodat je een hotelletje pakt of bij familie blijft slapen), maar duurt één tot drie weken. Bovendien gaat het alleen tijdens kantoortijden, dus niet in een kerst-, paas- of pinkstervakantie of in het weekend.

Conclusie: wat een gedoe…

Maar lang leve het internet en lang leve mopperige googlende huisvrouwen. Via via kwam ik een tip op het spoor om naar Zwitserland te gaan. Daar zit een Nederlandse ambassade in Bern, en hoewel de officiële websites er geen melding van maken, mag je als Nederlander die woonachtig is in Duitsland ook daarheen voor je documenten. Johan heeft er achteraan gebeld en het schijnt te kloppen — al had hij een dame aan de lijn die niet bijzonder goed op de hoogte leek te zijn van de mogelijkheden en regels. Dus het kan zijn dat er toch een kink in de kabel komt… Maar het is de moeite waard om te proberen, want Bern is voor ons in ongeveer twee uur te bereiken. Dat lukt nog een keer na schooltijd! Dan moet natuurlijk wel de grens open blijven, maar op het moment is dat het geval.

Op dus naar de volgende stap: het invullen van formulieren en het verzamelen van andere benodigdheden. Bij het gemeentehuis heb ik drie exemplaren van een “erweiterte Meldebescheinigung” gehaald om te bewijzen dat wij hier wonen én dat we toch Nederlanders zijn. Geboorte-aktes hebben we nog liggen, en die schijnen in bepaalde gevallen geldig te blijven. Ook wel prima natuurlijk, want vijf jaar later is je geboortedatum en -plaats heus niet gewijzigd. Kopieën van ouderlijke paspoorten kunnen we maken, adressen en paspoortnummers en leeftijden en lengtes kunnen we ook invullen. Contant geld heb ik alvast gehaald, want in de ambassade worden niet alle bankpasjes geaccepteerd en we willen uiteraard niet dat het daarop misgaat. Resten nog de pasfoto’s.

Er is een winkel in Bad Krozingen die pasfoto’s maakt. Op de website wordt er voor geadverteerd en in de winkel hangt een bijna manshoge poster die je belooft dat je de kiekjes meteen kunt meenemen. Dus ik toog daarheen met drie kinderen in m’n kielzog. Tevergeefs. “Sinds corona doen wij dat niet meer. In onze winkel kunnen we geen anderhalve meter afstand houden tijdens het fotograferen”. Serieus jongens? En in die anderhalf jaar heb je daar geen oplossing voor bedacht, je poster niet afgeplakt en je website niet bijgewerkt? “Eh nee, want de website geldt voor alle filialen, en in Staufen of Heitersheim kan het wel. Dus u kunt daar wel even heen gaan”. Super service dames, en de poster in jullie filiaal mag zeker ook niet weggehaald worden van het hoofdkantoor. Helaas is deze winkel de enige in de hele stad die pasfoto’s kan maken, dus gingen we vanmorgen maar naar Heitersheim. Hannah en Boaz waren zo klaar. Even gaan zitten, mondkapje af, serieus kijken — klaar. Maar Judith was een ander verhaal. Die ging weer lekker dwars doen in de winkel. Huilen, janken, de verkeerde kant op kijken. Dan krijg je dus zo’n soort foto:

Maar ja. Die voldoet niet aan de paspoorteisen. Er viel geen land mee te bezeilen en daar had de fotograaf natuurlijk ook geen zin meer in, dus zijn we vertrokken met foto’s van twee kinderen in plaats van drie. Op de parkeerplaats was kind 3 alweer de vrolijkheid zelve, want we gingen lekker naar de speeltuin!

Had ze gedacht.

Hannah en Boaz mochten lekker gaan spelen. Maar kind 3 mocht plaatsnemen op een bankje in een park en kreeg een degelijke preek van haar vader. Het duurde ongeveer een uur voor ze overtuigd was van zijn standvastigheid en ze bereid was opnieuw naar de winkel te gaan. Korte tijd later waren vader en dochter in het bezit van een officiële pasfoto — huilogen staan gelukkig niet vermeld als diskwalificerend kenmerk. Bij deze mijn publieke pluim voor de vader die zo lang rustig voet bij stuk bleef houden en onze kleuter uiteindelijk zover kreeg dat ze toch op de foto ging.

Tot zover onze vorderingen met de ID-kaarten. Volgende week krijgt Hannah haar lesrooster en dan gaan we proberen een afspraak te maken in Bern. Dan moeten we nog een Zwitsers vignet regelen voor de auto en kunnen we ons geluk gaan beproeven. Wordt vervolgd.