Ochtendroutine

Er was eens een huis. In dat huis woonden vijf mensen: een papa, een mama en drie kindjes.

’s Morgens in alle vroegte worden de kinderen wakker. Soms kruipen ze nog even bij hun papa en mama in bed. Dan zijn die dus ook wakker, en is het tijd om op te staan.

Als eerste gaan de mensen ontbijten. Ze eten een bordje havermout of een boterham, en ze drinken sinaasappelsap en thee.

En dan is het tijd voor ochtendgymnastiek!

Daarna wordt er ijverig gewerkt en gestudeerd, en natuurlijk ook gespeeld. Maar dat hebben we niet meer allemaal “gefilmd”…

Is dat veel of is dat weinig?

Boaz is volop bezig om te leren hoe groot of hoe klein getallen zijn. Hij begint het al aardig door te krijgen. Alles wat “honderd” is, is groot maar te overzien. Als iets “duizend” is, dan is het echt veel! Maar hoeveel precies, dat is nog lastig. Hij weet bijvoorbeeld niet of er in Duitsland nou wel tweeduizend mensen wonen, of toch niet helemaal. Gelukkig is hij een poosje terug naar de kerk geweest bij opa Troost, dus daar konden we nu mooi naar terugverwijzen. In opa’s kerk zijn er wel tweeduizend mensen in één keer bij elkaar! Woooooowwwwww, die kerk is nu echt helemaal geweldig natuurlijk 😉

Het inschatten van “tijd” is nog lastiger. Is een uur nou meer of minder dan acht minuten? Hoe lang werkt papa op een dag — tien uur of zelfs wel 300 minuten? En hoe lang kunnen we “planken” bij onze ochtendgymnastiek? Vijftien seconden of wel bijna een heel uur en nog een halve erbij? 😉

Wij glimlachen om zijn inschattingen, maar eigenlijk zijn we zelf nog niet veel verder. Een corona-sterftecijfer van 0,5 procent in Duitsland, dat is gelukkig super laag, toch? En rond de 7 procent in Italië, dat valt ook nog wel mee. Maar als dat toch meer dan 700 mensen per dag blijken te zijn, schrikken we. Vervolgens rekenen we uit dat in Italië 60 miljoen mensen wonen, waarvan er statistisch gezien elke dag 1500 sterven, in de winter zelfs duidelijk meer, ook als er niets bijzonders aan de hand is. Wat is dan veel, wat is weinig? In Duitsland zijn tot nu toe 253 overledenen gemeld. Maar in 2018 stierven er 954.874 mensen in één jaar zonder dat er een pandemie was. Statistisch gezien vallen die corona-doden dan (nog) helemaal niet op.

Nog ingewikkelder wordt het bij aantallen geïnfecteerde mensen. Moeilijk te meten omdat we niet iedereen kunnen testen, maar er zijn naturlijk wel aantallen bekend van bevestigde zieken. In Duitsland zijn dat er nu 42.288. Is dat veel? Ja, in absolute zin natuurlijk wel. Maar op een bevolking van 80 miljoen mensen is dat 0,05 procent, dus 5 op de 10.000 mensen. Dat is toch haast niks?!?

Momenteel heeft Duitsland zoveel IC-bedden beschikbaar voor corona-patiënten, dat er elke dag 40.000 nieuwe zieken bij kunnen komen, waarvan dan een klein deel een IC-bed nodig gaat hebben. Als we onder die grens blijven, kan ons gezondheidssysteem het aan. Dat klinkt mooi, en we doen ons best. Maar experts zijn het erover eens dat het corona-virus pas ongevaarlijk wordt als 60-70% van de bevolking immuun is. In Duitsland zijn daar dus 48 tot 56 miljoen genezen mensen voor nodig. Wil je dat punt bereiken met 40.000 nieuwe zieken per dag, dan hebben we nog wel even te gaan… 🙁 Want 48.000.000/40.000 = 1.200 dagen, dat duurt meer dan drie jaar! Opnieuw: zijn er veel zieken, of zijn het er super weinig? Breidt corona zich snel uit, of duurt het verschrikkelijk lang? Zingen we het hier een paar weken uit in huis, of moeten we ons de komende jaren ingrijpend aanpassen?

Ik ben geen wiskundige — daar heb ik iemand anders voor — en ik overzie zulke grote getallen niet. Nog ingewikkelder wordt het als ze gaan praten over stijging van het aantal geïnfecteerden, niet in absolute aantallen maar in procenten ten opzichte van de groei van de afgelopen dag. Dan raak ik al snel de draad kwijt: is dat nou goed nieuws of niet? Stevenen we af op een enorme ramp, of valt het allemaal nog wel een beetje mee?

“Wie het weet mag het zeggen”, klinkt dan als een goed idee. Maar het probleem is natuurlijk dat er ook veel mensen denken dat ze iets weten, en dat dan op internet rondbazuinen. Of dat ze iets hopen en dat dan maar als feit presenteren: “Het is allemaal een storm in een glas water, als we de naam corona niet kenden zag dit eruit als een normale griep”. “Het is gewoon een opgeklopt verhaal van de WHO die meer geld wil. In 2009 waarschuwden ze ook voor een pandemie door de varkensgriep, en we werden er amper verkouden van”. “Je kunt maar beter zorgen dat je kasten vol staan met eten, want over een paar weken ligt alles plat!”. “Die maatregelen hebben geen zin, we kunnen niet maandenlang opgesloten blijven zitten dus iedereen die nu niet ziek wordt, die wordt het over drie maanden alsnog”.

Wat is waarheid? Wat is wijsheid? Wie het echt weet mag het zeggen, ik hang aan zijn lippen. En tot die tijd moet ik het maar doen met de kleinschalige getallen die ik wel kan overzien: één man, één vrouw en drie kinderen in huis, 100% van de bewoners gezond, en elke 8 minuten een kind dat zich verveelt. Dat is dus zo’n 90 keer per dag, met een geleidelijke maar niet exponentiële stijging ten opzichte van de voorgaande 14 dagen.

Petrus

We vergeten af en toe bijna welke dag het is, omdat elke dag er vrijwel hetzelfde uitziet: opstaan, ontbijten, ochtendgymnastiek doen, aankleden / tanden poetsen / haren kammen, schoolwerk, pauze, weer schoolwerk, lunch, en dan zijn we ‘s middags wat meer flexibel. Als het mooi weer is spelen de kinderen buiten, maar ze kijken ook filmpjes, Hannah doet nog wat schoolwerk, of we spelen spelletjes. Johan probeert zo veel mogelijk te werken achter z’n bureau.

Op zaterdag was er geen schoolwerk, maar verder was de dagindeling hetzelfde. Extra fijn om het dan op zondag toch een beetje “anders dan anders” te doen en nog wat gevoel te houden voor “tijd”! We ontbeten wat later, met de zondagse cornflakes en muesli, en ik kreeg zelfs ontbijt op bed 🙂 We lieten de ochtendgymnastiek een keertje zitten en in plaats van schoolwerk keken we mee met een kinderdienst op Internet. Johan en ik luisterden nog een “grotemensenpreek” 😉 en we liepen een rondje door het park.

Aanvankelijk leek het erop dat dat niet meer mocht en de burgemeester is ook geen voorstander, maar dit weekend is het dus toch nog toegestaan om er eventjes uit te gaan voor een wandeling als je dat met maximaal twee personen doet óf met maximaal 5 personen uit je eigen huishouden. Tot alle andere mensen moet je 1,5 meter afstand houden en je mag niet naar speeltuintjes en dergelijke. Het komt er dus op neer dat je je hond of kind mag uitlaten en dan weer snel naar binnen moet. De burgemeester heeft er al bij gezegd dat hij de kans groot acht dat we na het weekend alleen nog voor boodschappen en artsbezoeken naar buiten mogen – en dan dus niet meer mét kinderen, maar in je eentje. Het is onderhand echt niet leuk meer; we zijn benieuwd hoe de komende maanden er uit gaan zien. Tot nu toe zijn er in Duitsland nog heel weinig mensen overleden, hopelijk blijft de gevreesde toename weg en krijgen ze de situatie wat meer onder controle.

Zondagmiddag doen we altijd een Bijbelmoment, en dat kan nu natuurlijk ook gewoon. We dachten na over Petrus. Eén van Jezus’ discipelen, een echte haantje de voorste en vol zelfvertrouwen:

“Ook al keert de wereld U de rug toe:
‘k ga nooit bij U vandaan!
Zelfs al moest ik met U sterven,
ik ga waar U zult gaan.
Getuig met luide stem:
ik dien U met mijn leven,
met alles wat ik ben,
zal ik mij aan U geven!”

Zo wordt het verwoord in een prachtig lied van Sela, “Gebed om vergeving”. Een goede titel voor dit lied, want ja, ondanks zijn grote woorden ging Petrus grandioos onderuit en ontkende hij drie keer Jezus zelfs maar te kennen. Juist toen het erop aan kwam, bleek zijn geloof niet sterk genoeg. Maar het verhaal eindigt daar niet. We lazen ook Johannes 21, na Jezus’ opstanding. Drie keer stelt Jezus de indringende vraag: “Petrus, houd je van Mij?” En drie keer belijdt Petrus: Ja Heere, ik houd van U, ik kan niet zonder U. Hij ontvangt vergeving en krijgt zelfs de opdracht om voor Gods gemeente te zorgen. In Handelingen lezen we hoe deze Petrus één van de leidende figuren is geworden in de Vroege Kerk. Ongelooflijk toch?

We hebben er samen even over gepraat hoe mooi en belangrijk het is dat ook deze verhalen in de Bijbel staan. Want Petrus is bepaald niet de enige die – ondanks grote woorden en goede voornemens – onderuit gaat. Dan overkomt ook ons. Wat is het dan troostrijk om te weten dat er bij God vergeving is. Zelfs voor mensen die Hem op cruciale momenten de rug toekeren en die zichzelf keihard tegenvallen.

Als werkje hadden we dit keer iets “spannends”, want de kinderen wisten niet wat het ging worden. Ze mochten hun hand omtrekken op een vouwblaadje en vervolgens uitknippen. Die uitgeknipte hand werd op een tweede blaadje geplakt, maar ze zagen nog steeds niet de link met het verhaal. Pas toen ik een oogje, snaveltje en pootjes tekende viel het kwartje: het is een haan! 🙂 Dat idee had ik niet zelf bedacht hoor, dat circuleert gewoon op Internet. Maar het is een mooie herinnering voor ons: pas op dat je jezelf niet overschat, vertrouw niet op je eigen geloof, maar leef in afhankelijkheid van Jezus’ kracht en vergeving. Niet als een haantje de voorste, maar als een kuikentje onder Gods vleugels.

Ter leering ende vermaeck

Als je man een nerd is, zie je dat al snel terug in de manier waarop hij zijn kinderen bezig houdt.

https://hannah.commelin.net/

Probeer het maar eens, vooral de code-kraker is leuk 😉 Vul bovenin een zinnetje in en laat je huisgenoten of kinderen proberen om de zin te vinden! En als je niemand hebt om een zin voor je in te vullen, probeer dan de code die Johan voor je klaar heeft gezet.

Nog een andere tip die onze kinderen momenteel heel leuk vinden: uitgeverij De Banier biedt een gratis luisterboek aan over Maarten Luther. Elke (school)dag verschijnt er een nieuw hoofdstuk. https://www.debanier.nl/luisterboek

Verplichte vakantie

Zoals velen dezer dagen, hebben ook wij “verplicht vakantie”. Sinds vorige week donderdag zijn Johan, Boaz en Judith thuis en vanaf maandag heeft ook Hannah zich aangesloten. Hoe lang dat allemaal gaat duren is nog niet bekend, maar de school en Kindergarten openen hun deuren in ieder geval pas ná de Paasvakantie, dus na 19 april. Het collegeseizoen aan de universiteit wordt misschien uitgesteld, zodat ze later beginnen en in de zomervakantie door moeten werken. Gelukkig zouden er de komende paar weken sowieso geen colleges zijn, dat geeft Johan en z’n collega’s wat tijd om plannen te maken.

Vandaag (dinsdag) kwam er nog een flinke schep bovenop onze verplichte vakantie, doordat zowel internet als mobiele telefoonverbindingen uitgevallen zijn. Dat zet vooral voor Johan een stevige streep door z’n plannen, want om thuis te kunnen werken is een functionerende internetverbinding onmisbaar — voor overleg met collega’s, voor het opzoeken van informatie, voor het samen schrijven aan artikelen… En mijn werk voor GlobalRize ligt ook op z’n gat zonder internet. Waarschijnlijk is dat ook het probleem, dat er nu teveel mensen teveel met Internet in de weer zijn en het systeem overbelast is. Van het één komt het ander, zogezegd.

Qua schoolwerk is het begrip “vakantie” trouwens niet helemaal op z’n plaats. Hannahs leraren hebben weekschema’s doorgemaild voor Duits en rekenen, met allemaal opgaven die gemaakt moeten worden. Grotendeels kan onze dame dat zelfstandig, maar af en toe heeft ze toch ook wel wat uitleg nodig — en vooral veel motivatie 😉 Bovendien proberen we haar Nederlandse lessen door te laten gaan, werkt ze aan een aardrijkskundeproject over Nordrhein-Westfalen en kijken de kinderen elke dag een educatief filmpje (als de internetverbinding werkt). Boaz en Judith krijgen ook “huiswerk” om een beetje rust in de tent te krijgen en een soortement structuur in de dag te bouwen. Maar dat wordt niet door de Kindergarten aangeleverd, dat moeten we zelf op poten zetten. Gelukkig is er online van alles te vinden (opnieuw: als de internetverbinding werkt…) en hebben we nog wel één en ander in huis aan knutselmateriaal en werkboekjes. Bovendien is het heerlijk weer! We zijn nog nooit zo blij geweest met ons terras en met de tuin 🙂

Qua bezoek is dit juist een omgekeerde vakantie, want verschillende mensen die van plan waren om onze kant op te komen vanuit de VS en vanuit Nederland kunnen nu niet komen. Dat is natuurlijk heel jammer, want we zien altijd best wel uit naar bezoek van familie of vrienden. Als karige compensatie hebben we een goede webcam aangeschaft om te kunnen Skypen — maar opnieuw, ook daarvoor hebben we Internet nodig! Alles wat verder gaat dan eten en slapen, is daar van afhankelijk geloof ik 😉 En ook deze blogpost uiteraard. Dus mocht het even duren voor die online verschijnt: sorry mensen, we hadden verplicht vakantie!

Dynamisch

Dat is het label dat ons Ministerie van Gezondheid aan de huidige toestand in deze omgeving heeft gehangen. Ze bedoelen dus dat er van alles verandert en dat ze benieuwd zijn waar het allemaal nog toe gaat leiden. Nou, dat zijn wij ook.

Het gebied hier net over de Rijn geldt inmiddels als risicogebied, in het rijtje met China, Iran, Zuid-Korea en Italië. De kinderen die daar wonen, mogen dus niet meer naar onze school. Maar ook met zulke maatregelen houd je een virus niet tegen, en in Freiburg zijn al verschillende scholen helemaal dicht. We houden er rekening mee dat Johan vanaf maandag niet meer naar z’n werk mag, en de kinderen misschien niet meer naar school en Kindergarten. Oef, ik ben benieuwd hoe lang we ze dan thuis mogen vermaken!

Ik wilde vandaag even op bezoek bij een oudere dame uit onze gemeente, maar het verzorgingstehuis is afgegrendeld. Alleen het personeel mag er nog in, en de bewoners natuurlijk. Maar die komen toch niet zo vaak de deur uit. Op zich wel begrijpelijk allemaal — als die oude mensjes massaal ziek worden heb je echt wel een probleem — maar het is ook wel sneu dat ze nu helemaal geen bezoek meer mogen krijgen. Gelukkig kan “onze” mevrouw nog bellen, maar dat zullen niet alle bewoners voor elkaar krijgen.

En dan is er natuurlijk nog de kerk. Onze gemeente is niet zo heel groot, dus we overschrijden momenteel nog niet het toegestane aantal bezoekers. Maar als de grens nog verder wordt bijgesteld bereiken we die wel, en dan moeten we ons opsplitsen of via internet meeluisteren ofzo. Ook niet ideaal, zeker niet als je al de hele week thuis hebt gezeten 😉 Maar goed, ze verzinnen die regels natuurlijk ook niet omdat het zo leuk en gezellig is. Men probeert het aantal zieke mensen te spreiden, zodat de ziekenhuizen niet overvol raken.

Al met al een dynamisch gebeuren. Volgende week verwachten we bezoek uit Nederland, maar het is nu de vraag of die naar ons toe mogen komen. En of ze, eenmaal hier, weer terug mogen 😉 We hopen maar dat het voorjaar snel doorzet en het virus op de vlucht jaagt — graag ruim vóór de bruiloften in onze familie op de agenda staan!

Mama of dienstmaagd

Al zo’n beetje vanaf Judiths geboorte ligt vast welk beroep ze later geacht wordt te kiezen: Boaz wil bij de brandweer, Hannah bij de politie, dus moet Judith de medische hoek in. Dan hebben we alle hulpdiensten paraat in de familie. Dat is in geval van nood natuurlijk veel nuttiger dan een tuinman, wiskundige of accountant.

Maar Judith heeft zelf ook een mening. Vandaag heeft ze me nog weer haarfijn uitgelegd hoe ze haar toekomst voor zich ziet: “Als ik groot ben, word ik mama. En als jij dan klein wordt, ben jij mijn kind. Dan sorg ik voor jou.” Ik kan me vergelijkbare redenaties herinneren van Hannah en Boaz. Ergens in hun hoofdjes zit het idee van een wipwap: als de één groter wordt, wordt de ander kleiner. En het helpt niet om uit te leggen dat mama tegen die tijd waarschijnlijk eerder een oud omaatje geworden is en er misschien wel een nieuw baby’tje gaat groeien in Judith’s buik — dat zou raar zijn, ze wordt natuurlijk alleen mama van iemand die ze al goed kent en lief vindt 😉 Wat mantelzorg betreft kan ik de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Ze staan in de rij om voor me te zorgen…

Judith wil dus haar mama opvolgen. Hannah heeft dit idee al lang laten varen: die neemt later een dienstmaagd! Ze beschouwt mij als de dienstmaagd van ons gezin, en is niet van plan die rol later zelf te gaan vervullen. Niks hoor, ze spaart haar zakgeld wel op en dan betaalt ze iemand om voor haar te stofzuigen, te wassen en eten te koken. Maar ze kent ook haar grenzen, want heel filosofisch bedacht ze: het is maar goed dat ik geen geld heb voor 28 dienstmaagden, want dan zou ik zelf helemaal niets meer doen en dan word ik lui 🙂 Nou inderdaad, als er dan ook nog een leuke persoonlijke auteur tussen al die dienstmaagden blijkt te zitten komt mevrouw haar bed niet eens meer uit. Diep onder de dekens, stapel verse boeken erbij… Het is maar goed dat ze ook bij de politie gaat, dan krijgt ze nog wat frisse lucht en beweging.

Boaz is er nog niet helemaal uit hoe z’n toekomst eruit moet zien. Sowieso wordt hij brandweerman, maar dat kan je ook naast een andere baan doen. Hij wil ook graag voor mij blijven zorgen, maar voor het huishouden heb je natuurlijk maar een paar uurtjes per week nodig (ja, uiteraard… Wat fijn dat ik zo’n relaxte indruk wek!). Dus misschien wordt hij toch ook nog astronaut, of iets anders. Gelukkig is er nog genoeg tijd om een keuze te maken.

Ik geloof niet dat één van onze kinderen van plan is in Johans voetsporen te treden. Al zijn enthousiasme ten spijt wekt een baan als wiskundige ook bij ons kroost een saaie indruk. De hele dag een beetje nadenken en achter je laptop zitten, pffff. En als je al eens een filmpje mag kijken, dan is dat gewoon van een andere wiskundige die op een krijtbord staat te krabbelen. Saai. Dan kan je toch maar beter huisvrouw zijn. Dat is tenslotte best een fijn leven: als de zon schijnt kun je in de tuin werken, maar als het regent blijf je heerlijk binnen; je mag boodschappen doen en kunt alles kopen wat je zelf lekker vindt — betalen doe je gewoon met het pasje van je man; als je eten kookt kies je natuurlijk ook altijd iets wat je zelf lust; en je mag dweilen met die leuke dweil die vanzelf water spuit als je in het handvat knijpt. Eigenlijk is het best gek dat zoveel vrouwen tegenwoordig per se buitenshuis willen werken… daar heb je dan toch een man voor?!

Ik ben benieuwd hoe de zaken er over een jaar of 15 voorstaan. Misschien werk ik dan wel buitenshuis, en wordt het huishouden voor me gedaan door een team van liefhebbende dienstmaagden. Of ze vliegen allemaal het huis uit zodra ze 18 zijn en “lekker zélf mogen kiezen waar ze zin in hebben”. Wellicht dat ze dan hun vieze sokken nog komen brengen in het weekend, omdat ze hun zakgeld liever aan andere zaken spenderen dan aan een wasvrouw. Maar waarschijnlijk denk ik nu te bekrompen. Tegen die tijd hoeft niemand meer aan de slag in huis, omdat de robots alles overnemen. Dan liggen we met z’n allen diep onder de dekens, met een stapel verse boeken naast ons kussen. En als er onverhoopt iets mis gaat, bellen we onze persoonlijke hulpdiensten. Daar heb je tenslotte familie voor.

Skiën

Deze winter is er erg weinig sneeuw gevallen. Zo weinig, dat Hannahs skiweek met school is afgezegd… Dat is natuurlijk best even een teleurstelling. Maar zelfs met sneeuwkanonnen kun je niet alles naar je hand zetten: als het te warm is en/of het regent, dan is kunstmatig gespoten sneeuw ook zo weer weg.

Maar eind deze week begon het dan zowaar toch nog even te sneeuwen. Vrijdag scheen het zonnetje, en daarmee hadden we ongeveer de enige dag die geschikt was om te skiën (met heftige windstoten enzo wil je niet boven zijn als het net gesneeuwd heeft). Omdat Johans ouders hier zijn met twee ski-lustige tieners én onze kinderen vakantie hebben, zijn we dus de berg opgegaan om ons geluk te beproeven. Het scheelde niet veel, regelmatig zag je grond of gras tussen de sneeuw opduiken, maar ze hebben kunnen skiën! Hannah kon het nog van vorig jaar, en Boaz heeft nu z’n eerste ervaringen opgedaan 🙂 Juut moet helaas nog even wachten…

Uitje naar de Ravennaschlucht

Vandaag was het zo’n heerlijke zaterdag met zonnig weer, geen grote huishoudelijke klussen / visite / afspraken / verplichtingen… Tijd om er op uit te gaan dus!

De meeste uitjes zijn natuurlijk het leukst als het zo tussen de 18 en 25 graden is, maar dat gaat in februari niet lukken. Toch wilden we graag de natuur in. We besloten om gewoon lekker te gaan wandelen, wat proviand mee te nemen, maar ons niet vast te pinnen op een uitgebreide picknick. In geval van nood zijn er altijd nog wel restaurantjes te vinden 😉

Een wandeling die ik nog op mijn verlanglijstje had staan, was die in de Ravennaschlucht. Alleen die naam al klinkt avontuurlijk, en de foto’s en verhalen op Internet deden daar nog een schepje bovenop. Bovendien las ik een verslag dat de wandeling bijzonder geschikt is voor kinderen die smalle klauterpaadjes met stenen en boomwortels verkiezen boven asfaltwegen. Perfect voor ons kroost. We moesten er wel zo’n 40 minuten voor rijden, maar vooruit. Het is tenslotte voorjaarsvakantie, dan mag je wel ’s iets geks doen.

De enthousiaste verhalen op Internet hadden niets teveel gezegd. Wauw, wat is het daar mooi! Een tamelijk wild riviertje heeft een smal ravijn uitgesleten waar je nu heerlijk kunt wandelen over smalle paadjes, bruggetjes en trappetjes. Nu eens aan de ene kant van de rivier, dan weer een stukje aan de andere kant, soms kan je het water aanraken, dan zit je er weer 6 meter boven… Volgens de toeristeninfo is de hoogste waterval 16 meter hoog. Wij vinden het altijd wat lastig te bepalen waar een waterval begint en eindigt, maar er was in ieder geval veel moois te zien.

Gezien de vele afgeknapte bomen kan het er ruig aan toe gaan hier, en de restjes sneeuw en ijs die in het zonlicht schitterden lieten zien dat de vorst nog niet zo lang verdwenen is. Maar vandaag scheen de zon dus, en als we doorliepen was de temperatuur goed. Een echte picknick lukte alleen op het eindpunt, toen we uit de “schlucht” in de volle zon zaten. Maar een versgebakken bolletje smaakt ook goed als je het al lopend opeet.

Deze “schlucht” heeft ook qua historie één en ander te bieden. We zagen een oude zaag die op waterkracht bomen aan planken zaagde, nog een watermolen, en verschillende panelen met uitleg over 37 meter hoge spoorbrug aan het begin van de Ravennaschlucht. Die is tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest, maar al snel weer herbouwd omdat ze nodig was voor het vervoer van herstelbetalingen van Duitsland aan Frankrijk, in de vorm van boomstammen uit het Zwarte Woud. Sindsdien rijden er dus weer treinen over. Volgens Wikipedia is deze Ravennabrug de enige spoorbrug van de Deutsche Bahn die verwarmd kan worden. Een bijzonder staaltje bouwkunst.

Bovendien staat er een prachtig “Hofgut”, zo’n klassieke boerderij met grote balkons en veel muurschilderingen. Eén van die schilderingen vertelde ons dat Marie Antionette daar in 1770 heeft gelogeerd. Kennelijk is dat nog steeds goede reclame 😉 En Johann Wolfgang von Goethe was er in 1779, die heeft zelfs een compleet hotel naar zich vernoemd gekregen. Moet je nagaan, en daar mochten wij zomaar naar de wc…

We hebben ons alvast voorgenomen dat we zo rond mei/juni en oktober nog eens terug willen naar deze plek. Eén keer als alles fris groen is en je lekker lang kunt picknicken, en een keer als alle loofblaadjes verkleurd zijn. Als het nu al zo mooi was…

Als kleine verrassing troffen we vlak bij de parkeerplaats nog een “oude bekende”. Hij bestaat dus toch echt…