Alles onder controle

Hannah heeft al heel wat boeken verslonden over paarden. Bijvoorbeeld over Winnetou en Old Shatterhand die aan de zijkant van hun paard gaan hangen zodat ze niet te zien zijn voor de naderende vijand en dan net tussen de benen van hun paard doorschieten. In één keer raak natuurlijk. Of over meisjes die op kamp gaan met hun pony, of die met hun favoriete paard wedstrijdspringen. Maar natuurlijk hebben wij dan weer geen paard, dus het echte leven is teleurstellend saai.

Een poosje terug hoorden we over een pony-boerderij in Schallstadt. Een vriendinnetje van Judith was daar erg enthousiast over. Naar eigen zeggen heeft ze daar al heel veel medailles gewonnen en staat iedereen versteld van haar paardrijkunsten. Volgens haar ouders heeft ze precies twee keer op een pony gezeten. Maar goed, een beetje fantasie geeft kleur aan het leven, nietwaar? Vandaag hadden wij een paar pony’s “geboekt”. We wisten niet precies wat de bedoeling was, maar in ieder geval zouden de kinderen er op mogen rijden. Dat leek ze wel wat, konden ze eindelijk laten zien dat ze natuurtalenten zijn als het aankomt op het temmen van wispelturige hengsten.

Toen we aankwamen, kregen Johan en ik elk een touw in handen gedrukt met een pony eraan. De kinderen mochten er om de beurt op zitten en zo zouden we een tochtje door de omgeving maken. De eigenaar legde uit waar we langs moesten lopen; eerst de weg oversteken, dan zo schuin over de parkeerplaats van de supermarkt naar een landweggetje, daarna over de brug… enzovoorts. “En als je na een half uur de weg nog niet gevonden hebt, dan draai je maar gewoon om”. Grapjas. Heel strak georganiseerd was het dus niet, we moesten gewoon maar gaan met de banaan pony. Het was geen probleem dat we nog nooit met een pony op pad waren geweest. Volgens die man was het net als bij kinderen: als je laat merken dat jij de baas bent, luisteren ze vanzelf.

Nou, dat hebben we gemerkt. B-) Die pony van mij luisterde net zo goed als mijn kinderen doorgaans doen. Hij was er vast van overtuigd dat ‘ie om de paar stappen een hap gras nodig had en dat ik hem toch niet tegen kon houden om dat te doen. Dat klopte, en als zo’n beest dat eenmaal door heeft, heeft ‘ie natuurlijk geen reden meer om naar mij te luisteren. Johan had de wind er wat beter onder, dus hebben we van pony gewisseld. Dat hielp een poosje: die van mij liep braaf verder en ik hoorde Johan regelmatig streng “Lucy!” roepen. Het duurde even voor mijn gebrek aan opvoeding uitgewerkt was, kennelijk. Na een half uurtje zijn we omgedraaid om weer richting de stal te gaan, en dat was het moment dat ook de “brave” pony doorkreeg dat ‘ie best een hapje kon nemen als ik er naast liep. Vanaf toen was het gedaan met mijn gezag 😉 Gelukkig waren we het in grote lijnen wel met elkaar eens en wilden we allebei dezelfde kant op; het verschil zat in het tempo en het gewenste aantal etenspauzes.

Boaz en Hannah waren wel een beetje boos op die eigenwijze pony’s, maar ze zaten daar best lekker boven op hun rug. Judith vond het erg spannend. Toen die merkte dat zo’n beest ook een eigen wil heeft, wilde ze er eigenlijk al niet meer op. Want stel je voor hè, straks slaat ie op hol en dan moet je maar zien waar je terecht komt… Zij heeft er dus vooral achteraan gelopen, en soms een stukje geholpen om het touw vast te houden. Het heeft wel indruk gemaakt geloof ik. Vooral dat de ene pony echt heel veel ging poepen, midden op het pad van de ponyboerderij nog wel!

Op de terugweg in de auto maakten ze alweer plannen voor “de volgende keer dat we hierheen gaan”. Dan willen ze graag paardrijles van de eigenaar. Want als ze het van papa of mama moeten hebben, dan wordt het nooit wat met hun rijvaardigheden! Stel je toch voor dat Old Shatterhand bij ons was opgegroeid. Dan werd ‘ie door de eerste de beste indiaan in de boeien geslagen omdat z’n paard eigenzinnig gras liep te eten aan de kant van de weg… Op die manier word je natuurlijk nooit beroemd.

We zullen nog even zien. We stoppen nu eerst alle ruiters in bad en proberen ze in bed te krijgen. Als we de teugels goed strak houden, luisteren ze vast vanzelf…

7 kilometer. Min-des-tens

Afgelopen zaterdag hadden we niets bijzonders op de planning en het was droog. Een goede gelegenheid om een stukje te gaan wandelen. We startten dit keer gewoon vanuit huis en volgden de Neumagen naar Staufen. Een wandeling van zo’n 6 kilometer. Dat is dus 6.000 meter, oftewel 600.000 centimeter. Pfoeh, best een prestatie. Aan het eind van de route hadden we echt wel een lekker ijsje verdiend. En het speeltuintje was ook welkom. Omdat 12 kilometer wandelen echt wat teveel van het goede zou zijn, hebben we op de terugweg het treintje genomen. Maar vanaf het station is het nog ongeveer een kilometer naar ons huis, dus we hebben echt min-des-tens 7 kilometer gelopen. En ook nog een stuk van het ijscafé naar de speeltuin en daarna naar het station in Staufen, dat moet zeker ook genoemd worden. Dus misschien… we hebben het niet gemeten helaas, maar misschien waren het wel 8 kilometer. Of heel misschien wel 9. Wow zeg, hoe langer we erover praatten tijdens het eten, hoe stoerder we ons voelden 🙂 🙂

In de krant stond een leuke foto van een nieuwe kampeerplek in het bos. Daar kan je alleen lopend naartoe, je moet zelf al je spullen meenemen en kunt dan ter plekke gebruik maken van water uit het beekje, een wc-hokje en een vuurkuil. Dát is nog eens stoer! Helaas zijn er maar weinig van zulke kampeerplekken in de omgeving en zitten ze voortdurend volgeboekt, maar we houden het in ons achterhoofd. Tot het zover is, kunnen we mooi blijven wandelen. Niet omdat mama het zo graag wil (wat natuurlijk wel zo is), maar als training voor een super stoer Indianenavontuur!

Boaz is rijk

Boaz is acht jaar geworden! Wat een stoere kerel al hè 🙂

Het leukste van jarig zijn, is dat je ook cadeautjes krijgt. Dit jaar stond er een nieuwe fiets klaar. Op z’n oude fiets botsen z’n knieën bijna tegen z’n kin, dus het was tijd voor een echt race-monster met acht versnellingen.

Daarnaast kreeg hij Mega-Monopoly. Een kolfje naar zijn hand, want met dat spel kun je andere mensen keihard uitmelken en zelf steenrijk worden. Daar moet je dan wel geduld voor hebben, want een potje duurt gerust 5 uur. Iets korter duurt Jumbo Jet, een spel waar je met een vliegtuig rond de wereld moet vliegen op jacht naar… juist, het geld van je tegenstander.

Een ander zeer geslaagd cadeautje waren exotische munten. Boaz spaart al een hele tijd verschillende euro-munten, en inmiddels heeft hij daar al een heleboel van. Deze week had ik toevallig een Griekse 2-euromunt in m’n portemonnee, die hebben we aan de collectie toegevoegd. Maar voor z’n verjaardag kreeg hij van verschillende mensen ook ander geld: Amerikaanse dollars, Indonesische en Israëlische munten, en zelfs geld uit Taiwan, Hongkong en China! Wow man, dat is wel echt speciaal. En we hebben meteen een cadeau bedacht voor z’n volgende verlanglijstje: een map om alle munten mooi in te bewaren. Want de huidige vakjes-doosjes stromen inmiddels over 🙂

Paasvakantie

We hebben Paasvakantie. Johan en Judith een lang weekend, Hannah anderhalve week en Boaz zelfs twee weken. En ik… ik heb natuurlijk altíjd vakantie 😉

Het was de afgelopen dagen heerlijk weer en dat hebben we goed benut. Boaz is bijna jarig, en om dat alvast te vieren kwamen onze opa en oma uit Staphorst een paar dagen langs. Konden ze meteen hun nieuwe camper uitproberen en lekker wandelen. We hebben samen de Belchen beklommen, gepicknickt en uiteraard de nodige spelletjes gedaan. Vanmiddag zijn ze weer vertrokken.

Morgen hopen we Boaz z’n verjaardag te vieren. En omdat het dan eerste Paasdag is, gaan we met z’n allen naar de kerk. Dat is best bijzonder, omdat onze gemeente de laatste jaren is gegroeid en we niet meer allemaal in de kerkzaal passen. Gewoonlijk zitten we dus over verschillende locaties verspreid, maar voor Pasen is er een grotere zaal in Freiburg gehuurd waar we allemaal genoeg plek hebben. De kinderen hebben al weken geoefend op de liederen die ze mogen gaan zingen. We zien er naar uit om zo samen Jezus’ opstanding te kunnen vieren, vooral omdat dat de afgelopen twee jaar amper mogelijk was.

En natuurlijk heeft Boaz er heel veel zin in om jarig te zijn. We hebben een heerlijke taart gemaakt, er staat een nieuwe fiets klaar en nog een aantal pakjes uit Nederland… spannend hoor 🙂 Woensdag mag hij een kinderfeestje houden. Als het weer een beetje meezit willen we op de Krozinger Berg een vuurtje gaan stoken en worstjes gaan bakken. Daar is een leuk stukje bos waar je ook goed verstoppertje kunt spelen. Dat valt bij een groep jongens vast beter in de smaak dan knutselen enzo…

Zo’n paasweekend is ook een beetje speciaal omdat we 4 jaar geleden nét voor Pasen hierheen verhuisd zijn. We vieren dus een soort jubileumpje. Twee jaar zonder corona, twee jaar met corona… wat zal het “nieuwe jaar” ons brengen?

Naar school

Het heeft een tijdje geduurd, maar inmiddels zijn we allemaal weer gezond! Hannah is weer opgeknapt, Judith is opnieuw een paar dagen thuis geweest maar daarna ging het gelukkig weer goed en Johan is er vanaf gekomen met een paar dagen “niet zo fit zijn”.

Tijd om iedereen weer naar school te sturen. Boaz had deze week een dag vrij omdat de juf ziek was en Hannah komt regelmatig eerder thuis omdat er lessen uitvallen, maar de meeste dagen kunnen ze gelukkig gewoon naar school. Vanaf komende maandag zelfs zonder mondkapje! We begonnen er haast aan te twijfelen of dat nog zou gebeuren dit schooljaar, maar het lijkt er nu echt op. Ze zijn er blij mee, eindelijk weer wat meer lucht 🙂

En vandaag, op zaterdag dus, mocht ook Judith naar school! Ze mocht een middagje ‘snuffelen’ aan het basisschoolleven. Dat was natuurlijk wel een beetje spannend, maar ze heeft het grote voordeel dat ze de school al kent van Hannah en Boaz, en ook de helft van het personeel al kent uit de kerk. Ze kwam zojuist blij thuis en ze kan bijna niet wachten tot de zomervakantie voorbij is. Tjah, dat duurt toch echt nog wel een poosje. We liepen net nog tussen de sneeuwvlokjes door!

Ziekenboeg

Toen we net goed en wel terug waren uit Nederland begon Judith over te geven, op maandagmorgen. Drie dagen lang hield ze helemaal niks binnen, daarna knapte het gelukkig op en vrijdag ging ze weer naar de Kindergarten. Ze had haar vriendjes zó gemist na een week vakantie en daarna bijna een week thuis. Maar ze is nog steeds wel sneller moe en chagrijnig dan anders. Het heeft er ingehakt, geloof ik.

De zondagnacht daarop spuugde Boaz z’n hele bed onder en sliep er gewoon doorheen… Wát een troep. Ook hij was een paar dagen ziek. Donderdag kon hij weer naar school.

Deze zaterdagmorgen werd Hannah ziek. Inmiddels is het maandagmorgen, maar ze houdt nog geen kruimel binnen. Ik heb het zelf inmiddels ook, maar wat minder heftig gelukkig. Een paar slokken drinken gaan goed en af en toe een hapje brood ook. Hopelijk blijft dat zo en kan ik nog een beetje voor m’n zieke kippie zorgen…

Alleen Johan is nog gezond. Dus hij is onze mantelzorger B-) Ik ben benieuwd wat er volgend weekend gaat gebeuren…

Vakantie

Het is alweer een week terug dat we thuis kwamen, maar we hadden nog steeds geen berichtje geschreven over onze vakantie. Dat voelt ook een beetje dubbelop, omdat we zoveel mensen in die week gezien en gesproken hebben — wat vertel je dan nog 😉 Maar goed, even kort dan:

  • De Duitse regering besloot precies in onze vakantie de reisregels te versoepelen. Dus konden we zonder problemen naar Nederland en terug. We hadden alleen negatieve tests nodig voor de terugweg; ik zag het nog wel gebeuren dat we precies dan positief zouden testen en niet naar huis zouden mogen. Maar het is helemaal goed gekomen.
  • De eerste helft van de vakantie hebben we bij Johans ouders gelogeerd. We hebben een nieuw nichtje bewonderd, een nieuw huis bekeken, bijgepraat met broers en zussen, de zee gezien, Madurodam bezocht, door het bos gewandeld…
  • Johan is twee dagen naar Leiden geweest voor z’n werk en heeft ook daar nog een vriend opgezocht. En omdat hij in Leiden gestudeerd heeft, is het natuurlijk sowieso leuk om daar weer eens rond te lopen.
  • De tweede helft van de vakantie zaten we in Staphorst. We aten Chinees met de hele familie, ik ben een ochtendje naar Oldebroek geweest naar mijn “werk”, we hebben de kinderboerderij weer eens bezocht, met onze nichtjes en neefje gespeeld, en zo nog wat dingen meer.

Al met al een geslaagde week. Het was leuk om weer even in Nederland te zijn.

Vertrouwen

Het dreigt een groot probleem te worden: de burgers verliezen het vertrouwen in de regering. En soms denk ik ineens: vind je het gek…

Uit de tijd vóór de pandemie herinner ik me een spreekwoord: Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Nu zijn we inmiddels allemaal ontwend aan het hebben van gasten en aan het bediend worden door een waard, maar de onderliggende waarheid blijft recht overeind staan.

Een voorbeeldje. Vroeger bracht ik Judith naar de Kindergarten, hielp haar om haar jas op te hangen en haar sloffen te zoeken, maakte een praatje met de juf en ging daarna weer naar huis. Tegenwoordig mag je het gebouw niet in als ouder. Al twee jaar niet. Een tijdlang mocht je zelfs het hek niet in, maar moest je je kind daar afzetten en er op vertrouwen dat het werd opgevangen. Maar dat is alweer verleden tijd, want tegenwoordig ben je juist verplicht om met een mondkapje op tot de deur mee te lopen. Niet verder. Maar ook geen meter mínder ver. Want precies op de drempel moet je de juf een formulier overhandigen waarop staat:

  • de naam van je kind
  • het adres van je kind
  • de geboortedatum van je kind
  • het weeknummer van deze week
  • de datum van deze dag
  • het tijdstip waarop je deze dag een coronatest hebt uitgevoerd
  • de naam van de persoon die de coronatest heeft uitgevoerd
  • de uitslag van de coronatest
  • de handtekening van degene die de coronatest heeft uitgevoerd

Pas als de juf haar leesbril heeft opgezet en het papier zorgvuldig heeft bestudeerd, gaat de deur verder open en mag je kind naar binnen. De ouder niet, die moet rechtsomkeert maken en het terrein zo spoedig mogelijk verlaten. Dit is het normale dagelijkse beleid. Als er een besmetting in de groep is, worden de test-eisen nog veel strenger, dan moet je elke dag langs een officiële teststraat en mag die testuitslag maximaal 24 uur oud zijn aan het einde van de Kindergartendag. En dat wordt daadwerkelijk strikt in acht genomen, op de 5 minuten nauwkeurig.

Zo langzamerhand bekruipt mij het gevoel dat de balans zoek is. De balans tussen coronamaatregelen op Kindergartens of scholen en de narigheid die daarmee in ziekenhuizen wordt voorkomen. De balans tussen het vertrouwen dat van ouders wordt gevraagd en het wantrouwen waarmee ze elke dag weer worden geconfronteerd als ze hun kind komen brengen. Hoe zou de juf reageren als ik dagelijks zou vragen om haar “verklaring goed gedrag”, diploma’s, inentingspapieren en testbewijzen en zou willen controleren of die formulieren bij alle personeelsleden nog wel geldig zijn? Hoe zou ze reageren als ik een ondertekende verklaring wil dat ze ons kind goed zullen begeleiden, pedagogisch verantwoord zullen bejegenen en geen emotionele of lichamelijke schade zullen berokkenen — elke dag weer?

Waarschijnlijk mag ik dan het hek niet meer in. En gelijk hebben ze natuurlijk… Een beetje vertrouwen is wel zo gezond. Nu de overheid nog.

Een andere wereld

Vrijdag zaten Johan en ik heerlijk in het zonnetje te lunchen. Wel met een warme jas of vest aan, maar het was zó lekker dat we er de tuinstoelen voor uit de kelder hebben gesjouwd. En die laten we nu lekker buiten staan in de hoop dat de zon zich de komende weken vaak laat zien.

Maar zaterdag stapten we onverwacht een andere wereld in. We hadden zin om even een wandelingetje te maken, en dan niet de standaard rondjes vanaf ons huis. We zouden even een stukje met de auto gaan. Johan vond St.Ulrich wel een goed idee omdat je daar altijd zo’n mooi uitzicht hebt. En het is niet ver, ongeveer een half uurtje rijden waarbij de rit zelf ook al mooi is. Prima dus. Schoenen en jassen aan, wat koekjes mee en gaan.

Het laatste stukje gaat de weg aardig omhoog met flink wat haarspeldbochten. Dat betekent ook dat het een paar graden kouder wordt, en dat was nét voldoende voor een laagje sneeuw! We voelden ons even heel dom dat we daar niet aan hadden gedacht. Als we de sneeuw bewust opzoeken, gaan we nooit hier naartoe. Maar gelukkig hadden we warme jassen aan, mutsen en handschoenen bij ons én lag er zowaar nog een slee in de kofferbak. Alle ingrediënten dus voor een heerlijk wandelingetje met sneeuwpret onderweg.

Kijk, zo zag het eruit bij de auto:

Over de asfaltweg-met-sneeuw konden we prima lopen, en naast het pad lagen glooiende weilanden waar je heerlijk kon sleeën. Dat was echt een onverwacht uitstapje naar een andere wereld. Wit, stil, met een weids uitzicht over de omgeving. Een stukje winter-wonderland vlakbij huis.

Scheurkalender

  • Een dombo-octopus zonder inktzak, maar mét paraplu-tentakels.
  • Kinderen die vijf ouders hebben, omdat ze zijn verwekt uit een eicel en een zaadcel, vervolgens door een draagmoeder zijn uitgedragen en door twee wensouders geadopteerd.
  • Een dino-deur die de hypothese dat mensen tegelijk met dinosaurussen geleefd hebben, ondersteunt — en dus de hypothese dat dino’s al miljoenen jaren vóór het ontstaan van mensen uitgestorven waren, afbreuk doet.
  • De zeven klassieke wereldwonderen.
  • Hoe je het begrip “drie-eenheid” inzichtelijk kunt maken, en wat de beperkingen zijn van de verschillende modellen.

Dat zijn zomaar wat onderwerpen die in huize Commelin dringend besproken moeten worden om 6.15 uur in de ochtend, als ik nog half tastend door het huis stommel met m’n ogen vol slaap. Veel van die onderwerpen lenen zich uitstekend voor een intensief debat waar nog weer allerlei verwante thema’s aan verbonden kunnen worden. Wie is er nou niet geïnteresseerd in bewijzen vóór of tegen de evolutietheorie, in een bespreking van de maatschappelijke chaos die ontstaat als mensen de Bijbelse normen en waarden vaarwel zeggen of in allerlei interessante feitjes over het uitmuntende zicht van adelaars tegenover de tastzintuigen in de staart van een mol?

Aanvankelijk was ik zo naïef dat ik me afvroeg waarom dit alles op een nuchtere maag en onder tijdsdruk van de ochtendspits aan bod moest komen. Al snel viel het kwartje. Het is de schuld van onze WEET – scheurkalender. Zodra het eerste kind ’s ochtends naar de wc gaat, wordt er een blaadje van de kalender gescheurd. Ziedaar de inspiratie voor alle gesprekken. Of voor meerdere onderwerpen tegelijkertijd, want met name Hannah houdt er van om ook alvast verder te bladeren en een voorproefje te nemen op alle boeiende zaken die de rest van het jaar nog aan bod komen.

We hebben inmiddels ook een “raadsel van de maand” gehad. De vraag was als volgt: Iemand rijdt met 10 km/h een berg op, en daarna hetzelfde stuk weer naar beneden. Hoe snel moet hij afdalen om gemiddeld 20 km/h te rijden op z’n hele tocht? Dat is dus niet 30 km/h. Het antwoord dat we instuurden, luidt: “dat is onmochelijk”. Wij weten ook waaróm het niet kan. Wie dat aan ons kan uitleggen, mag een appje sturen en krijgt dan een mooie passende emoticon terug.

Een ander boeiend stukje informatie, van eergisteren, ging over het spel Monopoly. Dat kennen Boaz en ik van voor tot achter. Maar ik wist niet dat het ontwikkeld was om kinderen te leren hoe oneerlijk het systeem van steeds rijker wordende grondeigenaren en uitgebuite huurders is. Eerlijk gezegd werkt het hier andersom; Boaz is laaiend enthousiast als hij hele steden heeft gekocht en daar hotels heeft gebouwd “om mama lekker uit te melken”. Een andere vraag die nu eindelijk is opgelost: wat is de logica achter de selectie van steden en straten? Waarom zit Hilversum erin, maar Zwolle niet? Heel simpel. De eerste Nederlandse versie werd verkocht door warenhuis Perry, en ze kozen alle straatnamen waar zich een vestiging van hun winkel bevond. Het hoofdkantoor stond in… de Kalverstraat. Ik ben dan weer zo’n zuurpruim die zich afvraagt of een winkel écht in elke stad waar ze gevestigd zijn, drie vestigingen heeft. Het lijkt mij handiger om dat wat te verspreiden over het land. Maar het is een leuk verhaal.

Ik ben erg benieuwd wat we de rest van het jaar nog zullen leren. Misschien moet ik ’s avonds maar vast spieken wat er de volgende ochtend aan bod komt. Dan kom ik goed beslagen ten ijs als de discussies losbarsten en hoef ik mijn hersens niet meer te pijnigen over het waarom en waartoe van diepgaande vragen op de vroege ochtend.