Musical

Weten jullie wie dit is? Dat is Hannah, de vrouw van Cham 😉

Vandaag was het éindelijk zover, na een half jaar oefenen. Hannahs school voerde een musical op over Noach. Alle ouders, broers, zussen en andere belangstellenden mochten komen kijken en luisteren. En aansluitend was er dan op school het zomerfeest, om tegen het einde van het schooljaar nog een keer als school bij elkaar te komen onder het genot van allerlei lekkers. En om voor het eerst in het bestaan van deze school afscheid te nemen van de oudste groep: die hebben er nu vier jaar Grundschule opzitten en gaan naar het voortgezet onderwijs.

Een beeld zegt meer dan een verhaaltje, dus hieronder een paar foto’s:

Dit is het koor (in regenboogkleuren!) met daarnaast Noachs familie en een paar buren. Veel liederen werden gezamenlijk gezongen, maar er waren ook stukjes waarin een paar kinderen apart zongen of een toneelstukje opvoerden. Samen werd zo het hele verhaal over Noach verteld, van de eerste plankjes die gezaagd werden voor de ark tot de belofte van God dat er nooit meer zo’n zondvloed zou komen. We hebben er drie kwartier lang van genoten!

Bloedserieus aan het zingen en spelen

De kinderen hadden het zichtbaar warm in hun kostuums, maar het zag er wel heel “echt” uit en ze zaten goed in hun rol. Het vele oefenen heeft z’n vruchten afgeworpen. Nu hebben ze nog een week school, daarna zomervakantie, en dan mogen ze dezelfde musical nog een keer opvoeren: op het Einschulungsfest waarop de nieuwe eersteklassers welkom worden geheten. Een warmer welkom kan je je toch nauwelijks voorstellen! 🙂

Wat is dát nou weer voor woord?

Jullie herkennen het vast. Soms ben je een tekst aan het schrijven of typen met woorden die je al lang kent en die je regelmatig gebruikt, en dan bekruipt je ineens het merkwaardige gevoel: “Wat ben ik hier eigenlijk aan het doen? Dit is toch helemaal geen woord??? Schrijf je dat echt zo?”

Ik had dat vorige week, toen ik een artikel schreef over “de kerk”. Dat moest in het Engels, dus ging het over “the church” dit en “the church” dat. Als je dat 10 keer in korte tijd doet, wordt het ineens een heel gek woord. Probeer zelf maar eens.

(Hiervoor heb ik net uitgelegd dat de kerk in het Nieuwe Testament benoemd wordt als de tempel van God.)
‘This temple is built by Jesus Christ Himself. He gives us the assurance that “I will build my church, and the gates of hell shall not prevail against it” (Matthew 16:18).
This is not to say that the church is already perfect. History has shown the contrary. Since the church consists of humans who remain sinful despite being saved, sin and brokenness are present in the church as well.’

Als je dat woord eens even “proeft” en er goed naar kijkt, dan ziet het er zo gek uit. En het klinkt ook helemaal niet. Dat kan toch niet goed gespeld zijn zo…? Wat heb ik hier nou eigenlijk voor onzin neergekladderd…? Ik vroeg het zelfs oprecht aan Johan. Maar hij had de tekst niet geschreven, dus hij had nog een heldere blik 😉 Én hij kon me verder helpen in mijn verwarring. Dit verschijnsel is namelijk geen teken van afnemende hersencapaciteit of een naderende overspannenheid, het heet gewoon “semantische verzadiging” en het kan iedereen overkomen.

Kijk, dat lucht op. Altijd handig om een man te hebben die dit soort kennis in een laatje in z’n hoofd heeft opgeslagen.

Voor jullie informatie citeer ik een stukje van de Wikipedia-pagina – die kan het beter uitleggen dan ik. “Semantische verzadiging is een psychologisch verschijnsel waar het steeds herhalen van een woord leidt tot een (tijdelijk) verlies van betekenis bij de toehoorder die het woord dan interpreteert als een herhaalde reeks betekenisloze klanken. Als een persoon vele malen hardop het woord “badkuip” uitspreekt is de kans groot dat op een gegeven ogenblik het woord zijn betekenis voor de uitspreker verliest, er wordt niet meer aan het desbetreffende sanitair gedacht maar wordt er alleen maar een geluid waargenomen dat met geen enkel begrip geassocieerd wordt.”

Zie je? Dat is dus precies wat ik bedoelde, behalve dat ik het ook heb als ik een woord steeds opnieuw typ in plaats van uitspreek. Misschien moet dat verschijnsel dan nog weer een aparte benaming krijgen, maar voorlopig scharen we het hier maar onder. (“Typ” is trouwens ook een uitstekend geschikt woord om hiermee te experimenteren). Wikipedia kan ons zelfs haarfijn uitleggen hoe semantische verzadiging in mijn brein werkt:

“De verklaring die gegeven is voor het fenomeen is dat het hardop herhalen een specifiek neuraal patroon oplevert in de cortex dat correspondeert met de betekenis van het woord. In een hoog tempo hardop herhalen heeft tot gevolg dat zowel de centrale als de perifere sensori-motorische neuronen tegelijk afvuren, hetgeen resulteert in een verzwakte neurale reactie. Hoe vaker herhaald, hoe zwakker de reactie.”

Ik had dus gewoon te snel gewerkt kennelijk. Of ik was te eentonig in mijn woordgebruik. In ieder geval is er niets mis met mijn brein, en weet ik nou éindelijk hoe “dit” heet. Want ik heb dit wel vaker, ook met gewone Nederlandse woorden. Of Duitse, maar dat komt waarschijnlijk ook omdat ik die daadwerkelijk nog niet goed genoeg ken.

Om nog even een stapje uit te zoomen: het verschijnsel dat je er op een gegeven moment achter komt dat er echt een woord bestaat voor datgene wat jij al zo vaak hebt meegemaakt maar waar je de vinger niet op kon leggen, dat je eindelijk ineens begrijpt hoe iets in elkaar steekt, daar hebben ze alleen in het Duits een goed woord voor. Zoiets heet een Aha-Erlebnis. Om opnieuw Wikipedia te citeren: een Aha-Erlebnis is “das schlagartige Erkennen eines gesuchten, jedoch zuvor unbekannten Sinnzusammenhanges”. Kijk. Dat wou ik jullie niet onthouden. Want zo’n Aha-Erlebnis, dat kan gewoon een enorme opluchting zijn. Ook in het Nederlands 😉

Groot

Judith wist al precies wat er donderdag ging gebeuren: “Opa grooooote auto, opa veel pakketjes voor ons, vele spullen, vele eten, wij alles weerre hebben”. En ze had gelijk 😉

Het grootste “ding” dat opa dit keer bij zich had, was een stapelbed voor de dames. In stukken uiteraard, dus er moest heel wat gesjouwd worden! Ons kroost was maar al te graag bereid om te helpen, en ze hebben zich in het zweet gesleept. Daarna moest er een kast in elkaar worden gezet, en een bed, en tenslotte moest het tweede bed bovenop de kast komen. Ook daarbij werd weer ijverig geholpen met dragen, sjouwen, vasthouden, schroefjes aangeven… wat fijn dat we al zulke grote helpers hebben! 🙂

Inmiddels is de hele boel geïnstalleerd en hebben de dames al een nacht in hun nieuwe bed geslapen. In hun gróte bed dus, laat dat duidelijk zijn. Judiths ledikantje is niet meer nodig, dat is voor baby’s. Zij is nu een grote meid. En haar kleren liggen niet meer in een commode, maar in een grote kast! Nu wordt het vast nóg leuker om zich aan en uit te kleden. Ze heeft zelf goed meegedacht over de kastindeling, en besloten dat haar knuffels en al haar pyjama’s in het boekenkastje bij haar bed moeten liggen. Voor de knuffels is dat heel gezellig, en Judith kan bij het naar bed gaan probleemloos uit al haar pyjama’s kiezen. Dat is best belangrijk natuurlijk 😉

Boaz sliep tot nu toe heerlijk in een peuterbed – een hele mooie, met een soort tent erop. Maar nu Hannahs bed over was, wilde hij ook wel een stapje “groter”. Dus hebben we opa’s auto op de terugweg opnieuw volgeladen. Een buurvrouw vroeg zich al af of we aan het verhuizen waren… Nee hoor, het blijft beperkt tot een interne verbouwing. Voorlopig vinden we dat genoeg.

Nu slaapt dus ook Boaz in een “nieuw” bed, en hebben ze allemaal een ledikant van twee meter. Daarmee moeten ze ’t kunnen uitzingen tot ze volwassen zijn. Als ze te zijner tijd een nóg langer bed willen – zoals hun vader – dan gaan ze maar op kamers of ze regelen ’t zelf met opa 🙂

Update een paar uur later: het lekker gaan slapen in nieuwe bedden blijkt toch nog niet zo eenvoudig als opa eenmaal weg is. Vanavond hadden ze allemaal anderhalf uur nodig om in slaap te vallen… :/ Niet vanwege het nieuwe bed, maar vanwege mama die gitaar speelde, mama die toen maar ging naaien, Judith die lag te praten, Hannah die het lichtje uit deed (of zoiets), een zich-niet-lekker-voelende buik, en een alleen-gevoel-omdat-opa-weg-is. Het is wat. Gelukkig heeft Boaz de oplossing paraat: opa moet maar gewoon altijd bij ons komen wonen. Dat vindt iedereen veel gezelliger. 🙂

Geld

Geld is de laatste dagen hét gespreksonderwerp hier thuis. Hannah krijgt wekelijks zakgeld, de andere twee nog niet. Dat is op zichzelf natuurlijk al regelmatig aanleiding tot discussie. Maar nu heeft Judith ook een eigen “spaarpot” met muntjes erin, en is het onderwerp helemaal actueel. ’s Morgens voor het ontbijt begint het al: muntjes tellen, muntjes ruilen, vergelijken hoeveel geld ieder heeft… en natuurlijk bediscussiëren welk muntje uit welke spaarpot kwam, wie van wie heeft gestolen en zoeken of de kwijtgeraakte muntjes misschien onder mama’s bed liggen [dat zou zomaar kunnen, want Judith verstopt zich daar nogal eens].

Voor Hannah had geld deze week nog een bijzondere betekenis: haar wiebelende voortand is er éindelijk uit, na heel veel wiebelen (ook ’s nachts) en ongeduldig wachten. Ze was zelfs al aan de gang met touwtjes aan de deurklink, maar dat lukte toch niet zo goed als in de boekjes. Dolgelukkig was ze toen die tand er dan eindelijk toch uit ging. Maar wat hebben losgeraakte melktanden met geld te maken…? Dat wilde Hannah nu ook eens haarfijn uitzoeken. Bij de twee tanden die er een poosje geleden uitgingen, lag er de volgende ochtend een muntje onder haar kussen. Natuurlijk gelooft ze echt niet, heus niet, natúúrlijk niet, dat er zoiets als een tandenfee bestaat. Maar helemaal zeker was ze kennelijk toch niet, want ze had een lakmoesproef bedacht: papa was in Italië en ze ging hem niets vertellen, en dan wilde ze wel eens zien of er ook deze keer een muntje lag. En inderdaad: niks te zien. Pas toen papa een paar dagen later terug was, lag er ineens 50 cent onder haar kussen. Betrapt! 😉

Judith is natuurlijk nog rijkelijk jong om de waarde van geld te snappen. Boaz ook trouwens; die verzekert mij af en toe troostend dat hij z’n spaarcentjes goed bewaard “voor als jullie een keer arm worden – dan mag je mijn geld hebben en kan je toch nog boodschappen doen”. Heel lief bedoeld natuurlijk 😉
Judith vond vanmorgen dat mijn horloge er niet meer zo goed uitzag, en laten we nou net voorbij een juwelier fietsen!
“Mama, jij nieuwe loosje kopen!”
“Oh ja? Die zijn wel mooi, maar dat kost ook veel geld…”
Handje op mijn arm, toontje “ach jij arme schat”: “Jijje loosje kopen, ikke jou betalen!”
Haha. Ze heeft welgeteld 5 muntjes van 10 eurocent, en dan nog 3 van 50 cent. Dat is voor haar weliswaar héél veel, maar ik denk niet dat de juwelier akkoord gaat…

Op de website van het NIBUD vond ik: “Kinderen die al op jonge leeftijd leren hoe ze met geld om moeten gaan, komen later minder vaak in de financiële problemen. Aan u als ouder de taak om uw kind voor te bereiden op financiële zelfstandigheid.”
Kijk, dan komt het met ons kroost vast helemaal in orde 🙂

Verkleden

Dat gebeurt hier heel frequent de laatste weken. Judith haalt er veel voldoening uit om zichzelf meerdere keren per dag prachtig uit te dossen. Ze trekt haar kast open, gaat er ’s goed voor zitten en haalt vanalles voor de dag. Inmiddels heb ik maar gezorgd dat de winterkleren ver buiten haar bereik zijn opgeruimd, want dat werd echt te gortig. Maar zelfs nu presteert ze het nog gerust om met een lange legging, een zwembroekje en een rokje aan naar me toe te komen, met de vraag: “mama, helpe prinses?” Dan moet er dus een (prinsessen)jurk aangetrokken worden. Zonder dat is je outfit niet compleet!

Aangezien mevrouwtje een goed eind op weg is om zindelijk te worden maar ze af en toe toch nog geen zin heeft, of geen tijd… komt het ook nogal eens voor dat alles uitgetrokken en in de wasmand gegooid moet worden. En dan kan ze weer van voor af aan beginnen. Of als ze met water heeft gespeeld en alles nat is geworden (stel je voor, met deze hitte is het natuurlijk erg problematisch om een beetje nat te zijn). Of als ze gewoon zin heeft in iets “nieuws”. Of gewoon omdat het kan. Ze kan er best een poosje zoet mee zijn – en daarna ben ik weer even zoet met alle kleren sorteren, opvouwen en inruimen 😉 Maximaal een keer per dag, voor de rest laat ik lekker alles liggen of schuift ze het zelf weer “keurig” op z’n plek. Gelukkig is ze nu nog op een leeftijd dat mensen glimlachen als ze met een curieuze combinatie op straat verschijnt, of als er een jas en een muts in onze fietstas liggen bij 35 graden Celsius. En mensen die we vaak tegenkomen, weten inmiddels wat voor soort dame het is. Toen ze weer ’s volledig onnodig met een dik vest aankwam, terwijl ze eerder die ochtend met blote armen en blote benen langs was gekomen, grinnikte iemand begrijpend: “Dat heeft ze zeker zelf weer bedacht, of niet?”

Ook verder wordt er wel iets vaker verkleed dan normaal, met deze warmte wordt alles nou eenmaal sneller vies en nat en plakkerig. Gelukkig trekt de wasmachine zich niks aan van warmte, en was drogen gaat nu als een trein. Aangezien Judith met alle liefde de wasmand helpt sjouwen, en ook prima de zeep in het bakje kan doen en op de knopjes kan duwen, heb ik er uiteindelijk niet eens zoveel werk aan 😉

Ook bij ons laatste Bijbelmoment hadden we een verkleedpartijtje. Het ging over de geestelijke wapenrusting, specifiek over de gordel van de waarheid. Nu was het onze kinderen wel meteen duidelijk waarom een soldaat een zwaard en een schild nodig had, maar een gordel of riem…? Mijn ouwe trouwe badjas bood uitkomst. Toen Boaz die achterstevoren aan had, kon hij inderdaad niet lopen of rennen zonder de boel met z’n handen omhoog te houden. Maar met volle handen kun je niet vechten… Daar kwam een ceintuur toch wel heel goed van pas. Met een gordel die je kleren omhoog houdt, heb je de handen vrij om te vechten. Alleen zo kun je lopen zonder te struikelen. Vervolgens konden we uitleggen hoe je thuis moet zijn in de waarheid van Gods Woord, om niet van de weg te raken of in verwarring te raken. De komende weken hopen we steeds een stuk van de geestelijke wapenrusting te behandelen. Niet direct eenvoudige onderwerpen, maar wél heel aansprekend voor een dappere ridder en een prinses die zich graag en vaak verkleedt 😉

Kamperen

Wat doe je als je een tent in de gang hebt staan en het is mooi weer, en bovendien hebben de kinderen vakantie? Precies, dan zoek je een camping op. Maar wat doe je als manlief maar één dagje vrij heeft? Wel, dan zoek je een camping in de buurt van zijn werk! Dat deden wij dus afgelopen week. Op donderdag was er hier een nationale feestdag waarop ook Johan vrij had, en toen hebben we onze auto helemaal volgepropt. Half uurtje rijden, en de vakantie kon beginnen! Wil je dat vakantiegevoel vasthouden, dan moet je natuurlijk wel af en toe een oogje dichtknijpen als je verkeersborden tegenkomt met al te bekende plaatsnamen erop 😉 Maar dat vonden we geen probleem voor zo’n mini-vakantie, we gingen tenslotte voor het kamperen en niet om een nieuwe omgeving te ontdekken.

We waren gewaarschuwd dat deze tent het bij regen wellicht niet helemaal droog zou houden, dus we knepen ‘m wel een klein beetje toen er donkere wolken over kwamen drijven. Uiteindelijk regende het gelukkig niet zo veel, en wat er viel bleef waar het hoort: buiten. Op 50 ml na wat we in een bakje hebben opgevangen, maar dat was te weinig om de pret te drukken.

Officieel was de tent maar voor vier personen bedoeld, dus Judith had haar eigen tentje meegebracht. Dat zetten we ’s nachts in het leefgedeelte van de tent, en zo had mevrouwtje haar eigen “plekkie”. Vooraf had ze al goed geoefend met slapen in haar tent – bij ons op de slaapkamer. 🙂 Wat dat betreft was ze dus al een ervaren kampeerder. Wel is zo’n tent natuurlijk heel gehorig, en was het vooral de eerste avond erg moeilijk voor de kinderen om te gaan slapen terwijl er nog andere mensen aan het praten en spelen waren. En vervolgens om ’s morgens zachtjes te doen terwijl die andere mensen nog sliepen… Gelukkig stonden we aan de rand van de camping en keken we uit op de koeienwei – en die koeien raakten niet ondersteboven van ons. Omgekeerd zorgde het wel voor hilariteit toen een grote koe pardoes tegenover onze tent haar staart optilde en een enorme koeienvlaai op het gras deponeerde! Judith was diep onder de indruk. Ze is zelf volop bezig met “naar de wc gaan”, maar zoiets had ze nog nooit gezien 😉

En verder hebben we genoten van de kleine dingetjes die kamperen zo leuk maken. Rustig wakker worden terwijl je de vogeltjes hoort zingen. Een vers eitje koken op een gasbrandertje – en het water meteen gebruiken voor een kopje thee. Buiten ontbijten met uitzicht op een prachtige omgeving. Samen naar de wc, afwassen, naar de speeltuin, kijken bij de paarden en koeien, een rondje rijden op de pony, voorgestoomde rijst en chili con carne uit blik samen in één pannetje warm maken, pudding maken omdat je geen koelkast hebt voor andere toetjes, en op je buik op een luchtmatrasje liggend een Gezinsgids lezen. We moesten zelfs nog echt improviseren, omdat de supermarkten donderdag vroeger gesloten bleken te zijn in verband met de feestdag, en we dus pas vrijdagmorgen boodschappen konden doen. En ik had zo min mogelijk etenswaren meegenomen, omdat we nou eenmaal niet zoveel ruimte hadden in de auto… Maar een brood was er nog, theezakjes ook, Johan haalde ’s morgens vroeg verse eitjes bij een boerderij verderop, en zo hadden we alsnog een prima ontbijt. Avondeten is ook goed gekomen met een restje pastasalade dat we bij ons hadden – en dat hebben we aangevuld bij het campingrestaurantje. Daar verkochten ze Flammkuchen en ijs, dus we hebben ons prima gered 😉

Vrijdag is Johan naar de universiteit geweest, en zaterdagmorgen zijn we alweer op tijd opgebroken. Heel lang was het dus niet allemaal, maar het was leuk om er even “uit” te zijn en na lange tijd weer eens te kamperen. Uiteindelijk is dat voor ons toch het ultieme vakantiegevoel…

Rare Nederlanders; gekke Duitsers

Afgelopen weekend waren we op bezoek bij een echtpaar uit onze kerk. We kennen hen al lang; we komen ze vrijwel elke zondag tegen in de kerk, en bovendien geeft “hij” gitaarles en leidt “zij” de zondagsschool. Maar nu gingen we dan voor het eerst bekijken waar ze wonen en wat uitgebreider bijpraten.

Ze wonen dus in zo’n typisch Duits huis, een soort grote boerderij. Maar daarvan huren ze maar een stukje, vanaf de weg amper te zien. Het is lastig uit te leggen hoe zoiets in elkaar steekt: vanaf de weg denk je dat er aan de voorkant een woonhuis zit en daarachter alleen inpandige schuren met trekkers ofzo (voor de kenners: een grote baanderdeur), maar als je een tuinpaadje volgt kom je bij een achterdeur, dan een trap omhoog naar een halletje, dan rechtsaf naar een ander halletje, dan weer een trap en tadaa… je staat in hun woning. Met grote houten gebinten, een fantastisch uitzicht op de schapen en koeien van de buurman, en nóg een trap om naar de slaapkamers te gaan. Een huis met karakter, zullen we maar zeggen. Super leuk om een keer te zien; als buitenstaander heb je echt geen idee wat er allemaal schuil kan gaan in die grote Duitse huizen.

We gingen gezellig eten en water-met-bubbeltjes drinken – of sap, tot opluchting van ons kroost. Gelukkig zijn deze mensen trouwens niet zo snel van hun stuk gebracht als er ’s iets anders gaat dan ze gewend zijn of als de kinderen zich niet helemaal aan de etiquette houden. Ze hebben zelf vier “grote” kinderen en kunnen wel tegen een stootje. Dat scheelt peentjes zweten 🙂 En ze zeggen gewoon hard lachend: “Tsjonge, altijd als we bezoek hebben met jonge kinderen zijn we zó blij dat wij dat allemaal niet meer hebben!” Haha. Ze hebben ons zelf uitgenodigd, en ze kennen ons inmiddels voldoende om te weten wie ze in huis haalden. Kennelijk stoorde hen dat helemaal niet, en volgens mij vonden ze het heel gezellig.

En ze hebben nog Duplo, dat is ook altijd erg fijn.

Over en weer hebben we een beetje verteld waar we vandaan komen en hoe ons leventje er tot nu toe uitgezien heeft. We probeerden bijvoorbeeld uit te leggen dat heel veel Protestanten in Nederland hun baby’s laten dopen – wij ook. Dat leverde grote ogen op. In Duitsland is dat weliswaar ook gebruikelijk in de landskerk en bij de Rooms-Katholieken, maar niet bij de “echten” 😉 Wie het geloof werkelijk serieus neemt en op het juiste pad loopt, ziet vanzelfsprekend in dat je pas als volwassene gedoopt zou moeten worden. Dat mochten we dus even haarfijn uitleggen in ons beste Duits, want dat vonden ze wel interessant. En sowieso hoe kerkelijk Nederland in elkaar steekt, en uit wat voor soort gemeentes wij komen. Dat valt oprecht nog niet mee, omdat juist dit soort woorden zo sterk kunnen variëren qua betekenis. Neem ter vergelijking het Engelse “evangelical” en het Nederlandse “evangelisch”. Als aanduiding van een kerkelijke richting is dat volslagen verschillend. Als je zulke dingen eenmaal weet, houd je er rekening mee. Maar om dat aan te voelen en af te tasten… Dat is best complex. Ik hoop maar dat we de juiste nuances hebben gevonden. En anders komen ze zelf maar een keer kijken.

We hebben trouwens ook weer even gehoord welk beeld wij Nederlanders oproepen in Duitsland: qua ethiek zijn wij het uiterste afvoerputje. De bejaarden in de grensstreek verhuizen massaal naar Duitsland om hun leven te redden, want in Nederland word je zomaar geëuthanaseerd als je familie geen zin heeft om je nog te verzorgen. Ze wilden even van ons weten of dat helemaal klopt. Nou, het is wel bar en boos af en toe, maar zó zot gelukkig nog niet hoor! Wat helaas wel klopt is dat in Nederland de wetgeving rondom abortus soepeler is, en dat Duitse vrouwen dus het advies krijgen om naar Nederland te gaan als ze hun baby niet willen houden. Diep triest, en bepaald geen reclame voor ons kikkerlandje.

Iets anders dat ons telkens weer opvalt als we met Duitsers in gesprek zijn, is dat de taboes net iets anders liggen. Dit was nu al de derde keer dat mij ronduit werd gevraagd of we nog een vierde kindje zouden willen krijgen. Deze keer wel met een grapje, want “als jullie straks weer teruggaan naar Nederland, heb je toch wel een aandenken nodig aan ons mooie land” 😉 Maar ook in andere gesprekjes, gewoon in de hal van de kerk, zijn mensen daar benieuwd naar. Nou uuuhm sorry, dat vind ik een privé-onderwerp! Dat deel ik echt niet met iedereen, en zeker niet binnen 5 minuten. Maar kennelijk is dat een normale vraag. Net als dat een zwangere vrouw met Jan en alleman deelt of ze een jongetje of een meisje verwacht, en sommigen zelfs wat de naam wordt. Onze tandartsassistente hoopt bijvoorbeeld binnenkort oma te worden van een meisje met de naam Hannah. Niet dat wij die mensen verder kennen ofzo, maar dat wordt gewoon even meegedeeld. Waarschijnlijk zijn er ook wel Nederlanders die dat doen, maar volgens mij toch minder. Ik stond de eerste keer tenminste even met m’n mond vol tanden. Rare Duitsers.

Eén raar iets nemen onze kinderen maar al te graag over. Of misschien moet ik zeggen dat ze onze Nederlandse rariteit maar al te graag achter zich laten. Als we in Nederland bij iemand op bezoek gingen, kregen we meestal best iets lekkers bij de thee. Een stuk cake, of zelfs een punt taart. Mjummie. Maar het kwam echt niet in ons op om meteen daarna nog een tweede en een derde stuk achterover te slaan! Dat dóe je toch gewoon niet, of is dat onze persoonlijke afwijking?!? Hier wel hoor, ik had heel lief een grote plaattaart meegenomen en die werd ook zeker gewaardeerd. Maar daarnaast moet er dan minstens nog een soort taart geserveerd worden, én opgegeten. Dus je gaat gezellig aan de eettafel zitten en eet taart met slagroom en cake met slagroom en meloen en nog meer taart met slagroom tot je geen boe of bah meer kunt zeggen.
Nu is dat uiteraard niet zo’n probleem als je op bezoek bent, maar als gastvrouw heb ik daar ooit bijna een flater geslagen. Toen was er een gezin bij ons op bezoek, en had ik ook een plaattaart gemaakt met 2 keer zoveel stukken als dat er mensen waren. En omdat ik niet wist of alle kinderen die taart lustten, had ik er ook een schaal soesjes bij. Met het idee: dan hebben ze iets te kiezen! Maar zo werd het helemaal niet opgevat 🙂 De hele taart ging moeiteloos naar binnen, tussendoor ook alle soesjes, en toen kwam de heerlijk onbeschaamde vraag: “Was gibt’s noch?” Gelukkig lagen er nog een paar zakken chips in de kast. Onze kids keken stomverbaasd, maar waren zo wijs om geen bezwaar te maken. Die zijn zo cultureel sensitief, die voelen haarfijn aan dat je je aan sommige gewoonten het beste stilzwijgend aan kunt passen 🙂 🙂

Toppie!

Afgelopen zaterdag was voor ons een top-dag. Samen met Hendrik-Jan en Claudia zijn we de Belchen opgeklommen. Dat is de hoogste berg hier in de omgeving, te zien als je vanaf de snelweg naar ons huis rijdt. Johan is er al een aantal keer opgeklauterd, en Hannah en Boaz ook een keer. Nu gingen we dus met z’n allen.

Eerst gingen we met de auto naar een wandelparkeerplaats in de buurt van Münstertal, en vandaar gingen we te voet verder. Door het bos met smalle klauterpaadjes, maar ook over weggetjes met een fantastisch uitzicht over het Zwarte Woud, over de Rijnvallei… zelfs de Zwitserse bergen met eeuwige sneeuw konden we in de verte zien liggen! Eiger, Mönch, Jungfrau… We krijgen al helemaal zin in onze zomervakantie in de bergen 🙂 Maar ook deze tocht was al prachtig. Het voelt toch altijd een beetje als vakantie om in de bergen te zijn, ook al wonen we in de buurt. En als je dan op je wandeling van die typische bordjes tegenkomt met “Belchen – 4.0 km” en daaronder nog 5 andere routes naar bergen verder weg, dan voel ik me een echte toerist in een prachtige omgeving en bovendien heerlijk weer.

Natuurlijk hielden we ook regelmatig even pauze om van het uitzicht te genieten, op adem te komen en wat te eten en te drinken. Voor zo’n klimpartij heb je tenslotte “kracht” nodig, liefst in de vorm van gedroogde worstjes, chippies of snoepjes…

Al met al was het een hele klim, en waren we blij toen het Belchenhaus in zicht kwam. Dat is een restaurant vrijwel op de top van de berg, waar ze allerlei lekkers verkopen en je even lekker uit kunt rusten. Vandaar is het dan nog maar 250 meter naar de echte top, dus die hebben we ook nog even gelopen. Daar heb je dan een 360 graden vrij uitzicht over een groot stuk van het Zwarte Woud, een deel van Zwitserland en aan de overkant van de Rijn ook Frankrijk.

Boaz op de top van de Belchen
“Het kruis”, de markering voor het hoogste punt.

Toen we voldoende uitgerust waren, gingen we weer op weg naar de auto. Dat was natuurlijk vooral bergaf, dus kostte minder energie. Maar ook een paar uur naar beneden lopen voel je uiteindelijk wel in je voeten, dus we vonden het niet erg om onze auto weer te zien. Al met al was het een top-dag waar we van genoten hebben. Weer een mooie herinnering rijker, waar we nog eens aan terug kunnen denken als we van de snelweg af komen en de Belchen voor ons zien opdoemen 🙂

Warm

Vandaag was Freiburg de op één na warmste stad in Duitsland. Om 18:00 uur vanavond was het daar 32,6 graden Celsius, aldus de website wetter.com. Aangezien wij daar nogal dicht in de buurt wonen, was de temperatuur bij ons waarschijnlijk vergelijkbaar. In ieder geval was het vandaag warm. En gisteren ook.

Met het warme weer komen ook de zomerse genoegens weer om de hoek kijken: ijsjes eten, in een buitenbadje spelen, met de hele klas naar het zwembad, watermeloen smullen… En de zonnehoedjes moeten weer uit de kast, want op Hannahs school was er alweer een kind met een zonnesteek. Dat is niet bepaald een aanlokkelijke ervaring, dus we proberen onszelf een beetje te beschermen. Een heel effectieve manier om de warmte gezond te doorstaan en niet oververhit te raken, is trouwens om midden op een fonteintje te gaan zitten. Tegenover het station staan er een stuk of acht op een rij, midden op het marktplein. En laten we daar nou dagelijks langs komen van en naar de Kindergarten…
Judith is nog een beetje voorzichtig, die laat haar hand of voet nat spetteren – en wordt dan per ongeluk toch helemaal nat. Boaz en Hannah kennen geen enkele beperking. Ze gaan midden boven zo’n spuitmond staan, liggen languit in de plassen, springen van het ene fonteintje naar het andere… Die kan ik na drie minuten dus echt uitwringen 🙂 Maar daarna klagen ze een poosje niet meer over de warmte.

Gelukkig is ons huis helemaal niet te warm. En ook verder valt het eigenlijk best mee; we denken dat dat komt omdat alle huizen en straten et cetera nog niet door en door warm zijn aan het begin van de zomer. Dat komt nog 😉

Verder gaat alles deze week nog z’n gewone gangetje. In het Pinksterweekend krijgen we visite uit Nederland 🙂 en daarna is het hier twee weken Pinkstervakantie. Als het dan nog zo warm is, moeten we maar vakantie gaan vieren in de rivier ofzo. Die stroomt momenteel nog goed, en is ook nog behoorlijk fris 😉 En anders gaan we pootjebaden in de Rijn. Die heeft in onze omgeving momenteel een watertemperatuur van zo’n 17 graden Celsius, aldus de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn. Fris genoeg om onze heethoofden weer even lekker af te koelen…

Indianenkamp

Vanmiddag is het eindelijk zo ver: Hannah mag op Indianenkamp. Samen met kinderen uit onze kerk en natuurlijk een aantal echte Indianen-opperhoofden. Gewoonlijk verkleden die zich als normale mensen, maar de komende paar dagen laten ze hun ware aard zien 😉 Johan heeft gisteren al hard geholpen bij het opzetten van de tipi-tenten – deels in de stromende regen. Gelukkig is het nu lekker weer en zijn de vooruitzichten redelijk goed.

Bij het opzoeken van de spullen begint het ook bij ons te kriebelen: luchtbed, slaapzak, een zaklampje… het kampeer-avontuur lonkt 🙂 Binnenkort krijgen we een tent te leen, dus als het in de Pinkstervakantie lekker weer is willen we één of twee nachtjes gaan kamperen. Gewoon ergens in de buurt, omdat kamperen een avontuur op zich is en er hier heel veel mooie plekjes zijn!

Maar nu is Hannah dus aan de beurt. Het wordt de eerste keer dat ze zonder ons op kamp gaat, tot nu toe heeft ze alleen bij onze families gelogeerd. En twee keer een poging gedaan bij een vriendinnetje in Ede, maar beide keren hebben we haar weer opgehaald… Inmiddels is ze natuurlijk een flink stukje ouder en zelfstandiger, en ze heeft er veel zin in. En wij ook, want op Hemelvaartsdag mogen we allemaal komen helpen bij de knutselactiviteiten.

Een beetje geoefend hebben we trouwens ook al, voor dat Indianenleven. We waren pas bij een gezin uit de kerk dat een enorme tuin heeft, met vuurplaats en vijver. En hoewel hun huis in Frankrijk staat zijn het echte Duitsers: zodra de zon zich laat zien wordt er gegrild! Dus zaten we gezellig bij een houtvuurtje worstjes te eten en klommen de kinderen in de boom. Na verloop van tijd moest uiteraard ook de vijver nauwkeuriger bestudeerd worden, en visjes gevangen “voor het eten”. Je raadt het al, het duurde niet lang voor de eerste “vis” zelf in het water lag. Toen de eerste schrik bedaard was bleek dat eigenlijk best leuk, dus sprongen ze er even later in hun ondergoed in. Brrrrr. Het zag er heel koud uit, maar volgens hun kon het prima. En als ze het toch een beetje koud hadden lieten ze zich opwarmen bij het vuur. Dat klinkt toch alvast als echte Indianen, nietwaar?