Huiswerk

Nu de school weer begonnen is, komt er ook weer huiswerk mee. Voor Hannah én voor mij, want aan het begin van het schooljaar moeten er soms nog wat nieuwe spulletjes worden aangeschaft (en nee, daar krijg je geen lijstje van, dat hoor je per dag en moet het liefst stante pede worden geleverd). Hannah vindt het wel grappig: “Mama, kijk maar in m’n agenda, er staat weer huiswerk in!” (met een zogenaamd zielig gezicht) “… maar niet voor mij, het is huiswerk voor jou!” (stralende snoet) 🙂

Toch moet ze zelf ook echt weer aan de slag. En dat is best weer even wennen. Het werk op zich is niet te moeilijk, maar ijverig doorwerken is wél heel lastig voor onze meis. En als je om de drie letters afgeleid bent of even gaat verzitten of je boek anders neerzet of… dan maak je natuurlijk ook sneller fouten. En dat is tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk recht te poetsen, want ze schrijven nu ook hun huiswerk met vulpen in plaats van potlood. Er zijn dus al héél wat woorden doorgestreept en opnieuw geschreven… We proberen de moed erin te houden en het positief te bekijken: als ze nu tegen haar werkhouding aanloopt en merkt dat alles niet vanzelf gaat, kan ze er al jong aan gaan werken om haar huiswerk beter aan te pakken (en niet zoals haar papa pas na de middelbare school aan dat proces beginnen B-) ) Maar het is een hele klus elke dag.

De jongste twee vinden het woord “huiswerk” nog wel stoer, dus die willen af en toe óók. Leve de prikkaarten, kleurboeken of volg-de-stippellijn-opdrachten. Helaas is ook hun concentratieboog niet enorm 🙂 dus ligt vooral de hele tafel vol met allerlei net-begonnen werk en spel en creatieve therapie – bijvoorbeeld omdat strijkkraaltjes op vormpjes leggen best inspannend is, maar strijkkraaltjes overscheppen van het ene bakje in het andere veel makkelijker gaat. En als er dan weer eens een scheut naast rolt, zeg je snel even “sollie mama!” en ga je vrolijk verder.

En zo komen we bij de laatste soort huiswerk, namelijk de poets- en opruimklusjes die ik zou kunnen doen als de rest het huis uit is. Gelukkig hoef ik daar niet m’n hele ochtend mee te vullen, want naast huiswerk heb ik ook thuiswerk – achter m’n computer met een kopje chocomelk binnen handbereik en een plakje bananencake ernaast. En ik kreeg pas “huiswerk” van Boaz: hij vond het niet helemaal eerlijk dat ik zo vaak aan het naaien was voor mezelf of voor de meiden, maar haast nooit voor hem. Daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in, want sinds hij heeft leren lopen heb ik nog nooit een broek voor ‘m genaaid en maar zelden een shirt of trui. Nu heb ik dus een heerlijk warme lap fleece met vliegtuigen erop gekocht en daarvan een trui gefabriceerd. Met voorop zo’n grote zak waar hij z’n handen in kan steken. Dat is wel nodig nu, want vanmorgen op de fiets ontdekten we weer dat het “zwetens-koud” was. Erg koud dus 😉 vooral als het ook nog “windert”. Ach ja, zo hebben we ook qua Nederlands nog wat huiswerk te doen…

Naar de Kindergarten

Voor wie het nog niet had meegekregen: onze Judith is deze week begonnen op de Kindergarten. Daarmee is een langgekoesterde wens in vervulling gegaan!

Het systeem van een Kindergarten is hier vrij flexibel. De aankomsttijd is ergens tussen half 8 en 9 uur, net wat voor de ouders goed uitkomt. Kinderen die vroeg aankomen hebben soms een ontbijttrommeltje bij zich, en verder wordt er tot 9 uur vrij gespeeld. Aangezien ik geen speciale reden had om Boaz en Judith de eerste dag vroeg te brengen, wou ik ze gewoon tegen negenen afleveren (zo doen we dat gewoonlijk: samen op pad, Hannah afzetten bij school en dan verder naar de Kindergarten). Maar Judith stond om 8 uur al klaar in de gang 🙂 Jas aan, tas op de rug, alleen haar ene sandaal ontbrak nog. Ik kon het niet over m’n hart verkrijgen om haar dan nog bijna een uur te laten wachten, dus ik heb ze maar wat eerder gebracht 😉

De ophaaltijd is ook flexibel: ofwel tussen kwart over 12 en half 1, ofwel tussen half 2 en 2 uur. Tussen die twee tijden in hebben ze dan nog een gezamenlijk fruitmoment – want middageten doe je pas thuis. Ik dacht in mijn onschuld dat het dan wel een goed idee zou zijn om Judith “vroeg” op te halen omdat het anders wel heel intensief zou zijn meteen. De eerste dag werd dat nog wel geaccepteerd, maar inmiddels heeft ze door dat je “kort” of “lang” kunt blijven, en is mij meegedeeld dat “ikke laaaang blijven, lang spelen”. Goed hoor lieverd… geniet ervan 🙂 En een middagslaapje is voor baby’s, dus dat wil ze ook niet meer. Tjah.

Vooraf vond onze dame het toch nog wel fijn dat Boaz ook naar de Kindergarten gaat. Dat voelde toch lekker vertrouwd denk ik. En wij dachten: dan kan hij haar mooi een beetje helpen als ze er niet uitkomt met haar Duits. Nou, dat was dus niet nodig. Vanavond aan tafel vertelde ze trots: “Ikke zelluf heel goed Duist prate. Ikke juf zeggen: “Ich muss pipi machen!”” Dat is inderdaad een heel nuttig zinnetje, dat juffen tot onmiddellijke actie aanspoort. Ook liedjes zingen vindt ze heel leuk, en ze kon me precies uitleggen dat ze een bewegingsliedje hadden geleerd over je ogen, je oren, je neus en je knieën. Stiekem zijn we wel een beetje trots op onze “beetje grote meis”. Het is geweldig om te zien met hoeveel plezier ze naar de “Kiennekaate” gaat en hoe goed ze zich redt met het Duits. Want vergis je niet: “Ikke kanne zelluf Duist praate! En ikke ook Nelelans praate! Echt!”

🙂

Gebaande paden

Als je in een wandelgids zoekt naar een kindvriendelijke wandeling, vind je vooral geasfalteerde paden met weinig hoogteverschil. Nou, dat is voor onze kinderen dus helemaal fout. Op vakantie hebben we dat al vaak gemerkt, en ook zaterdag weer. We hadden een wandelingetje van krap 5 kilometer uitgezocht, een kwartiertje rijden van ons huis. Onderweg waren er een paar informatiebordjes, en er zou een prehistorische grot te zien zijn. Dat klonk goed! En het was inderdaad een fijne wandeling. Maar dan vooral het stuk van de gebaande paden af…

We parkeerden onze auto in een dorpje en gingen van daaruit tussen de wijngaarden door de “berg” op. Prachtig om te zien in dit seizoen, en een goede aanloop naar ons volgende Bijbelmoment over Jezus als de wijnstok… Je ziet de volle trossen hangen, bijna rijp om geoogst te worden. En van een afstandje vormen al die wijngaarden een mooi geometrisch patroon:

En toch was deze wandeling helemaal niks. Het was zwaar. Het was moeilijk. Judith werd er ziek van. Ze hadden honger. Het was te warm. Het waaide te hard (je moest bijna een veertje opsteken om de wind op te merken, maar toch). De jassen waren moeilijk om mee te slepen. En Judith moest gewoon echt gedragen worden, want haar benen waren zooooo moe.

De reden van alle narigheid? De weg was breed en geasfalteerd.

Echt waar. Zodra de weg overging in een bospad, huppelden de drie avontuurs goedsmoeds vooruit. Moeheid, warmte en ziekte waren plotsklaps vergeten, de wereld was prachtig. Het avontuur lonkte, en in hun fantasie zagen ze de beren en Indianen al achter de struiken zitten loeren. Zelfs als Judith een keer struikelde over een grote steen, stond ze gewoon weer op om dapper verder te gaan.

Onze kinderen zijn gewoon niet geschikt voor gebaande paden. Ik denk stiekem dat ze dat geërfd hebben van hun vader. Die klaagt weliswaar niet als ‘ie over asfalt moet lopen, maar de echte grijns verschijnt pas als hij moet zoeken naar het juiste pad, of van steen naar steen moet springen. Dan komt de berggeit in hem tot leven 😉

Écht leuk werd het, toen we op den duur inderdaad de beloofde grotten vonden. Die lagen natuurlijk niet helemaal direct aan het paadje, maar een paar meter hoger. Dus moesten we op handen en voeten naar boven (en weer naar beneden!), zoekend naar de volgende boomwortel om ons aan vast te houden. We moesten Hannah en Boaz af en toe waarschuwen dat ze dit keer niet gezekerd waren met touwen… Broeken onder de blubber, handen vies – de ultieme bos-belevenis 🙂 En als je kleren dan toch al vies zijn, kan je ook gewoon lekker op de bosgrond gaan zitten om een broodje te picknicken.

Rare snuiters, die kinderen van ons. Maar ergens begrijp ik hun voorkeur wel…

De zomer is voorbij!

Er zullen waarschijnlijk nog wel een paar zonnige dagen komen, maar de echte zomer is hier voorbij. Daarvoor zijn drie onmiskenbare aanwijzingen:

  • Onze afstreepkalender is op twee hokjes na vol. Ik had een overzicht gemaakt van de zomer: wanneer begint de schoolvakantie, wanneer gaan we naar Oostenrijk, wanneer komt er bezoek, enzovoorts. Heel pedagogisch verantwoord, en het gaf een beetje duidelijkheid in de planning. Alleen voor Judith helpt het natuurlijk nog niet, die vraagt gewoon een aantal keer per dag: “Gaanne wij nou naartoe dan?” Maar nu is de kalender dus bijna vol. En volgende week begint de school weer (op woensdag) en gaan Boaz én Judith allebei naar de Kindergarten (vanaf dinsdag). Voorbij met alle geluier – aan de slag!
  • Het weer is omgeslagen. Het is gewoon frisjes zonder jas buiten! En het heeft vannacht geregend, dat geeft meteen een snuifje herfst in de lucht. Gisteren zaten we nog een paar uur lang lekker in het zonnetje in de speeltuin, maar ik geloof niet dat dat deze week nog weer lukt. Nou kan ik natuurlijk ook met een jas aan op een bankje zitten, maar dat voelt toch anders. Ik heb maar snel van de gelegenheid gebruik gemaakt en een lekker stoofpotje op het vuur gezet.
  • Johan was gister jarig. Dat is altijd zo ongeveer aan het begin van het nieuwe schooljaar, en past dus prachtig in ons overzichtelijke jaarritme: Hannahs verjaardag valt standaard in de kerstvakantie, Boaz is rond Pasen jarig (dat is hier ook een schoolvakantie), Judith en ik rond de herfstvakantie en Johan dus aan het eind van de zomervakantie.

Die verjaardag van Johan was trouwens niet heel uitgebreid dit jaar. Familie was nog pas hier geweest of samen met ons op vakantie, dus er kwam niemand vanuit Nederland. Op z’n werk trakteren vond meneer ook niet nodig, en verder iemand uitnodigen… daar heeft hij al helemaal niet aan gedacht. Eigenlijk past dit prima bij Johan: hij vindt het super gezellig als mensen langs komen en liefst dan ook meteen een paar dagen blijven, maar die “verplichte nummers” als massale verjaardagen en recepties vindt hij helemaal niks. Dus zat hij gisteravond volmaakt tevreden op de bank: hij was blij met z’n cadeautjes, had thuis gewerkt en tijd genomen om ’s middags een tijd lang in het zonnetje in de speeltuin te zitten, én hij had de kans gehad om z’n nieuwe cd te beluisteren en een beginnetje te maken in z’n nieuwe boek. Wat wil een mens nog meer… Nou, Johan dus niet zoveel 🙂

“Waarom staan die stenen daar?”

Als we met onze kinderen op pad zijn in het bos, bij een rivier of in de bergen, moet er altijd van alles verzameld worden. Vogelveren, stoere takken, kastanjes en eikels, en ook stenen. De meeste verzamelde bijzonderheden verdwijnen na een poosje geruisloos uit ons huis, om te voorkomen dat we ondergesneeuwd raken. Maar de stenen hadden inmiddels een aardig hoopje gevormd op ons terras. Tijd om er weer eens iets mee te doen, nadat we er al ’s een aantal hebben beschilderd en andere gediend hebben om onze speeltent op z’n plek te houden tijdens een bijna-storm.

Zondag hielden we een Bijbelmoment met onze stenen, gekoppeld aan het verhaal uit Jozua 4 waar de Israëlieten de Jordaan oversteken en als herinnering aan Gods wonderen een gedenkteken oprichten met twaalf grote stenen. Hanna Lam heeft er een treffend liedje over geschreven: “Waarom staan die stenen daar? (…) Het is een verhaal, luister ik vertel het je allemaal!”

Ook voor ons als gezin is het natuurlijk goed om af en toe weer terug te denken aan momenten waarop we bijzonder Gods hulp hebben ervaren, of dingen waarin Hij ons bijzonder gezegend heeft. Dus pakten we onze stenen erbij en schreven er verschillende dingen op: De Heere gaf ons een fijn huis, school en kerk in Bad Krozingen. Dat was bepaald niet vanzelfsprekend, en dus een goede reden tot dankbaarheid. We zijn allemaal gezond en kunnen ons (school)werk doen. Wat verder terug: we kregen drie gezonde kinderen. Bij de doop beloofde God dat Hij ook hun God en Vader wil zijn. Nog verder terug, alweer 12,5 jaar: de Heere bracht een jongen en een meisje met een nogal verschillende levensgeschiedenis bij elkaar in een vwo-klas in Kampen… Hannah snapte ‘m meteen, dat waren papa en mama 😉 Voor haar is het natuurlijk volkomen logisch dat Johan en ik “bij elkaar horen”, maar als je bedenkt hoe verschillend ons leventje tot ons 15e was, is het best speciaal dat we elkaar tegengekomen zijn. Ik woonde vanaf mijn geboorte op hetzelfde adres, ging in hetzelfde dorp naar school en kerk, had al mijn familie daar… Johan had alleen al 6 basisscholen gehad, in verschillende werelddelen gewoond, had helemaal geen familie in Overijssel wonen – maar kwam uiteindelijk toch op de Pieter Zandt terecht, net als ik. Gelukkig maar 🙂 We concludeerden samen dat we nog geen dag spijt hebben gehad van onze relatie, dus ook dat was een steentje waard.

Ik vond het mooi om te horen dat er ook andere dingen genoemd werden: “Dat de Heere bij ons is”. “Dat iedereen die in God gelooft, eeuwig leven krijgt”. “Dat de Heere goed is”. Ook dat zijn stenen die als een onmisbaar fundament onder ons leven liggen, en die het waard zijn om steeds opnieuw bekeken te worden zodat we ervoor kunnen danken. Aan ons als ouders de taak om erover te vertellen, zodat ook onze kinderen vertrouwd raken met Gods wonderen en Zijn karakter leren kennen.

Weer helemaal thuis

We hebben onze twee weken vakantie er helaas weer op zitten, en zijn vanmorgen vies vroeg richting huis vertrokken. Het doel daarvan was om files te vermijden, en dat is gelukt! Vóór koffietijd ’s morgens waren we thuis, en dus moest er als eerste een heerlijk kopje chocolademelk gemaakt worden.

Maar toch was het nog niet als vanouds. Hannah keek eens keurend rond: “Het ruikt hier een beetje raar. Net als toen we gingen verhuizen”. Snel de ramen open dus. Maar nog steeds stonden de planten niet op hun normale plek, en alles was zo… leeg! Zo… netjes! Dat voelde kennelijk kaal en ongezellig. Gelukkig hadden we de dag nog voor ons, en was er genoeg tijd om alle tassen in de gang te parkeren, de was in grote hopen te sorteren, de meegebrachte boodschappen op tafel uit te stallen en één en ander aan speelgoed voor de dag te trekken. Toen ik ’s avonds ook nog had gekookt, constateerden we tevreden: “Dit is weer helemaal de keuken van mama”.

Om dat te begrijpen moet je de verhaaltjescd’s van Sofie gehoord hebben. Die zijn echt hilarisch herkenbaar – ze zijn bedoeld voor kinderen maar Johan en ik vinden ze ook leuk 🙂 Op één verhaaltje gaat de moeder van Sofie naar boven om de kamer van dochterlief op te ruimen. Haar spullen liggen overal in het rond, oude handdoeken vormen een geliefd hutje en een vies stokje blijkt het favoriete speelgoed van de knuffel dat écht niet weggegooid mag worden. Je moet waarschijnlijk zelf een kind in die leeftijd hebben om het probleem te snappen 😉 Toch zet de moeder door, en even later is alles weer netjes! Sofie vindt het maar wat handig dat ze nu al haar spullen zo makkelijk kan vinden. Ze gaat meteen aan de slag om voor de knuffel een ziekenhuisbedje te maken, papieren pillen te knippen [lees: de hele kamer overhoop te halen] en dan constateert ze tevreden: “Het is weer helemaal de kamer van Sofie!”.

Nou, dat gevoel heerst hier dus ook. Het aanrecht is weer een zooitje, er staan stukken knikkerbaan in verschillende stadia op de vloer, de laatste doos met knutselspulletjes en boeken moet nog worden opgeruimd, het wasrek op het terras hangt vol… We zijn weer helemaal thuis 🙂

Maar we hadden natuurlijk ook nog niet verteld hoe de vakantie was. Nou, het was heerlijk. We hebben twee weken lang in een groot huis gebivakkeerd waar af en aan mijn familie langskwam – en wij bleven als echte feestneuzen natuurlijk de volledige tijd 🙂 We hebben gewandeld, speeltuintjes bezocht, we zijn met kabelbanen de berg op geweest, de sportievelingen hebben rotsen beklommen… alles wat je in de Alpen kunt doen en thuis niet [of ook wel, maar op vakantie is het toch anders]. En het voordeel van zo’n familievakantie is natuurlijk dat je ook veel tijd hebt om spelletjes te doen, praatjes te maken en gewoon samen op te trekken. We zullen er nog wel een keer over uitwijden denk ik, maar voor nu alvast een paar foto’s:

Vader en dochter aan het klimmen
Dat kleine mannetje is Boaz 🙂
Vasthouden meisje! Ze is heel beneden gekomen 🙂

Vakantie

“Op vakantie gaan betekent: je dagelijkse bezigheden uitvoeren in primitievere omstandigheden dan je normaal gewend bent”.

Tjah, daar sta je dan met een tas kleding in de hand, slalommend tussen de zwemspullen en de spelletjes door op weg naar de auto. Is dat echt zo? Halen we ons met het hele vakantie-gebeuren eigenlijk vooral een hoop ongemak op de hals? Feitelijk wel natuurlijk: alles moet ingepakt worden, de was moet nog even worden weggewerkt terwijl je de te wassen kleren nog aan hebt, het huis moet netjes “voor als de buurvrouw de plantjes komt gieten”, we staan misschien zelfs extra vroeg op… omdat het vakantie is?! En dan moet ook nog de koelkast precies leeggegeten worden, moeten we een eind in de auto zitten, laten we het grootste deel van ons speelgoed thuis, hebben we op vakantie geen internet 🙂 … Tjonge jonge.

En toch hebben we er zin in. Dan moet zo’n vakantie toch wel iets heel bijzonders en verfrissends zijn. Ik denk dat daar vier dingen bij meespelen:

  1. In een andere omgeving zijn, is leuk en verfrissend. We verheugen ons op de bergen, op het verkennen van “ons” dorpje, op het ontdekken van leuke picknickplekjes en het zien van watervallen. “Er even uit zijn” is niet voor niets een populair begrip.
  2. In ons geval: samen zijn met familie die we anders niet zo vaak spreken. Ons kleine nichtje zien, spelletjes doen met broers en zussen, op avontuur met opa… Kortom alle kleine dingetjes die we best wel missen nu we in Duitsland wonen. En we hopen natuurlijk op oppas zodat Johan en ik met z’n tweetjes een avondwandeling kunnen maken of ergens ongestoord een stukje appeltaart kunnen eten!
  3. Afstand nemen van ons werk. Goed, niet van 80% van mijn werk, want de kinderen gaan natuurlijk mee en we moeten daar ook eten. Maar wel van de dagelijkse sleur en vooral voor Johan ook van wiskunde. Zijn hoofd uitzetten zal wel niet helemaal gaan, maar als z’n laptop thuisblijft en hij niet op internet kan, scheelt dat toch al een heel stuk. Ik heb goede hoop dat dat uiteindelijk meer ontspant dan thuis op de bank zitten. We komen vast helemaal relaxed terug.
  4. Tijd hebben voor leuke dingen. Lezen, wandelen, spelletjes doen, enzovoorts. Als je normaalgesproken 40 uur per week werkt en ook nog heen en weer reist, zou je in de vakantie toch aan andere dingen toe moeten komen. Aangezien Johan permanent een grote stapel boeken heeft liggen die smeken om gelezen te worden, komt dat bijzonder goed uit. Nu nog hopen dat onze kinderen zich ook vermaken, die hebben op vakantie natuurlijk niet al hun speelgoed bij zich. En we zitten dit keer niet op een camping met drie speeltuinen en een zwembad. Maar we hebben wel een animatieteam 😉

Ik zei het al: we hebben daar geen internet. Dus we kunnen ook geen blogs plaatsen. Dat betekent dus twee weken stilte hier! We zullen achteraf verslag doen hoe ontspannend en inspirerend onze vakantie was. Tot later!

Ollie

Hieronder zien jullie Judiths favoriete boek. Het gaat over Gonnie en Gijsje, twee parmantige gansjes met laarsjes aan. Die laarsjes waren de aanleiding waarom oma Paula ons dat boek gegeven heeft: er staat een gansje in met één blauw en één rood laarsje. Dat is een stukje familiegeschiedenis. Toen Johan klein was had hij rode laarsjes, maar er was er eentje kwijtgeraakt. Vervolgens werden er nieuwe laarsjes gekocht, precies dezelfde maar dan in het blauw. En ook daar raakte er eentje van kwijt! Vanaf toen lopen kleine Commelinnetjes dus op één rood en één blauw laarsje. Judiths voeten zijn inmiddels alweer te groot geworden, maar we bewaren de laarsjes nog trouw voor het volgende kindje in de familie 🙂

Het leukste aan het boek is dat je op de kaft een klepje omhoog kunt duwen, waardoor er een klein gansje uit het ei komt. En dat is meteen het favoriete verhaaltje in dit boek: Gonnie en Gijsje zien een ei. In dat ei zit Ollie, een klein gansje. Maar Ollie wil er niet uit! Een heel verhaal lang proberen Gonnie en Gijsje hem zo ver te krijgen dat Ollie uit het ei komt, maar hij doet het niet! “Ik kom er niet uit!” “Ik kom er echt niet uit!” “Ik kom er toch niet uit!” Die zinnetjes worden door onze jongedame steeds weer herhaald, tot ze dan met een grote grijns het klepje omhoogduwt: “Komme toch uit!”

Zie je hoe boos Gonnie en Gijsje zijn? Die Ollie trekt zich er niks van aan 🙂

Het blijft een kostelijk herkenbaar verhaaltje. Een verdraaid eigenwijs klein gansje dat ECHT NIET gaat doen wat de anderen van hem vragen. Ze kunnen achter hem aan rennen, ze gaan zelfs bovenop het ei zitten, ze trekken alles uit de kast – maar die kleine doet gewoon precies wat ‘ie zelf wil. Ik herken daar wel iets in. Niet dat ik zelf eigenwijs ben natuurlijk. Maar onze Judith kan er wat van… Regelmatig heeft ze geen zin om mee te gaan als ik Boaz op moet halen van de Kindergarten (en als we er eenmaal zijn wil ze niet mee terug naar huis). Ze wil dan haar schoenen niet aan, haar helm niet op, ze gaat gewoon NIET MEE! Gelukkig heeft ze nog de leeftijd dat ik haar gewoon onder de arm kan pakken en in het fietsstoeltje kan planten, maar gezellig is anders. Ze maakt haar protesten luidkeels kenbaar, en de hele buurt geniet mee. Vasthoudend is ze ook. Gister heeft ze het 1,3 van de 1,5 km volgehouden om als een soort mantra te herhalen: “Ikke ga niet mee. Ikke ga niet mee. Ikke wil niet mee. Ikke ga echt niet mee” [herhaal]. Dat ze ondertussen al lang achterop zat en tegen wil en dank toch richting Kindergarten convergeerde, dat deed er kennelijk niet toe.

Ik heb zelfs heel pedagogisch geprobeerd om haar de gelijkenis met Ollie onder ogen te brengen. Maar daardoor raakte ze zo mogelijk nog meer beledigd: “Ikke IS NIET OLLIE! Ik ga niet mee. Ikke ga niet mee. Ik ga toch echt niet mee”…

Gijsje en Gonnie losten het probleem uiteindelijk op door weg te lopen en te zeggen: “Dan kom je er toch niet uit!” Maar dat werkt bij Judith niet meer. Als ik wegloop en zeg: “Dan moet je maar alleen thuis blijven. Mama gaat nu weg”, dan is er 50% kans dat ze dat een prima oplossing vindt. Dus ja, dat heeft niet meer het gewenste effect. Mij blijft weinig anders over dan mijn tegenstribbelende “ei” maar gewoon op te pakken en in de gordels te zetten. Gelukkig is deze strijd na de zomervakantie waarschijnlijk een stuk minder: dan mag madame zélf naar de Kindergarten. En daar is ze het roerend mee eens. Alweer net als Ollie, want kijk maar op de laatste bladzijde hierboven. Ollie is nog maar net uit zijn ei, of hij wil OOK! Als hij niet meteen krijgt wat hij wil – omdat hij het nog niet heeft gevraagd – stampt hij heel boos in het rond. Pas als hij ook laarsjes krijgt, net als de groten, is hij tevreden. Dan stapt hij twee rondjes en besluit vervolgens dat de laarsjes toch te warm zijn en dat ‘ie iets anders wil.

Hier houdt de gelijkenis op, wat mij betreft. Als Judith straks naar de Kindergarten mag, is ze helemaal tevreden. Dan gaat ze elke ochtend vrolijk de deur uit en speelt dat het een lieve lust is. En het rode en blauwe laarsje staan te wachten tot het volgende kindje in onze familie uit zijn “ei” komt. Ik ben benieuwd of die net zo eigenwijs gaat zijn 🙂

Geestelijke wapenrusting

De afgelopen tijd hebben we bij onze zondagse Bijbelmomenten nagedacht over de geestelijke wapenrusting. Niet direct een makkelijk thema, maar het sprak onze kinderen – vooral ridder Boaz – wel erg aan. De kunst is dan natuurlijk om het leuk te houden met knutselwerkjes enzo, én ze iets mee te geven van de achterliggende theologische concepten en Bijbelse ideeën. Dat laatste probeerden we door steeds weer in gesprek te gaan, en door elke week de elementen van de wapenrusting weer te benoemen aan de hand van een soldaatje dat we steeds verder “aankleedden”.

Als eerste was de gordel van de waarheid aan de beurt. Een Romeinse soldaat met zo’n losse tunica kon makkelijk over z’n kleren struikelen. Daarom had hij een stevige riem nodig. Net zo moeten wij geworteld zijn in de waarheid, ons wereldbeeld bouwen op Gods Woord, om niet te struikelen.

Als tweede kwam het borstharnas van de gerechtigheid aan de beurt. Daar moesten we zelf ook even over nadenken. Wat betekent dat precies? Uiteindelijk kwamen we uit op het concept van “toegerekende gerechtigheid”. Een hele mondvol, en niet meteen Jip-en-Janneke-taal. Maar met een knutselwerkje kwamen we er aardig uit.

Het borstharnas beschermt ons hart en onze gevoelens. Satan wil onze gevoelens graag de verkeerde kant op sturen, hetzij door ons trots te maken (“Kijk eens hoe goed ik ben, God zal vast blij met mij zijn!”) of door ons depressief en onzeker te laten zijn (“Ik ben zo slecht, de Heere wil mij vast niet…”). Maar onze redding is niet gebaseerd op onze eigen gerechtigheid en prestaties, maar alleen op die van Jezus. Als we in Hem geloven, neemt Hij ons vuile hart op Zich en krijgen wij Zijn gerechtigheid (uitgebeeld als het gouden hart). Met een splitpennetje konden we dat mooi laten zien. En als we dit in gedachten houden, zijn we beschermd tegen satans aanvallen.

Na de gordel en het borstharnas kwamen we bij de schoenen/sandalen van de bereidheid van het Evangelie van de vrede. Pfoe, dat was een hele mondvol. En ook die begrepen we pas na er meer over gelezen te hebben. Schoenen zijn nodig om niet uit te glijden, om stevig te staan. In het leven moet je ook stevig staan, zodat je niet van het juiste pad afglijdt. Hoe doe je dat? Door de bereidheid van het Evangelie van de vrede. Anders gezegd: als je het hoogste belang hecht aan de goede boodschap van God die vrede brengt tussen Hem en jou. Dat Evangelie is zoveel waard, dat je er alles voor over hebt, ook de moeilijkheden en verantwoordelijkheden die ermee gepaard kunnen gaan. Als dat je uitgangspunt is kun je stevig staan, ook als je misschien het gevoel hebt dat je principes schadelijk zijn voor je carrière, of onaangenaam voor mensen om je heen, of een streep halen door je eigen verlangens. Het Evangelie is dat allemaal waard, en daarom hoef je geen water bij de wijn te doen.

Hierna kwam het schild van geloof. Dat was makkelijk qua werkje: een stuk karton met een handvat eraan, en versieren maar. Met zo’n schild kun je vijandelijke pijlen afweren. Zo kunnen we door het geloof de aanvallen van satan (a) doorzien en (b) afweren – hetzij directe aanvallen, hetzij aanvallen via andere mensen. Als voorbeeld namen we Paulus die in de gevangenis zat en bovendien in de steek gelaten werd door medegelovigen. Maar hij liet zich niet in de put brengen; hij was sterk in het geloof.

Een week later kwam de helm van de (hoop op de) zaligheid. Dat zag er heel stoer uit 😉

Een helm beschermt iemands hoofd. Zo helpt de hoop op Gods heerlijke toekomst om onze gedachten te beschermen. Als het leven soms moeilijk is, als we geneigd zijn het bijltje erbij neer te gooien, dan krijgen we nieuwe moed door te denken aan de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde die de Heere beloofd heeft.

En toen kwam dan eindelijk, eindelijk het zwaard aan de beurt. Daar is naar uitgezien 😉 Ik heb ze expres alleen een kartonnen zwaard laten maken, daarmee bleef de schade beperkt 🙂 En je kunt het mooi versieren natuurlijk.
Inhoudelijk bespraken we het verhaal over Jezus die in de woestijn verzocht werd. Bij elke aanval van satan antwoordde Jezus met een citaat uit Gods Woord. Daarmee worden satans halve waarheden onderuit gehaald, en uiteindelijk slaat hij dan op de vlucht. Om dit zwaard te kunnen gebruiken is het dus enorm belangrijk om de Bijbel goed te kennen!

We hebben heel wat geleerd. Ik heb niet de illusie dat alle moeilijke woorden en concepten nu voor eens en voor altijd in ons hoofd zitten, maar er is in ieder geval weer een stap gezet. Stapje voor stapje gaan we door, zodat we hopelijk allemaal als goed bewapende soldaten het leven in kunnen gaan. In Gods kracht, in verbondenheid met Hem – daar gaan we het morgen nog over hebben, als afsluiting van onze serie. En dan is het tijd voor vakantie 🙂 Dan hopen we weer andere thema’s aan te snijden, aansluitend op “wandelen” en “bergen” enzo… 🙂 🙂