Vertrouwen

Het dreigt een groot probleem te worden: de burgers verliezen het vertrouwen in de regering. En soms denk ik ineens: vind je het gek…

Uit de tijd vóór de pandemie herinner ik me een spreekwoord: Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Nu zijn we inmiddels allemaal ontwend aan het hebben van gasten en aan het bediend worden door een waard, maar de onderliggende waarheid blijft recht overeind staan.

Een voorbeeldje. Vroeger bracht ik Judith naar de Kindergarten, hielp haar om haar jas op te hangen en haar sloffen te zoeken, maakte een praatje met de juf en ging daarna weer naar huis. Tegenwoordig mag je het gebouw niet in als ouder. Al twee jaar niet. Een tijdlang mocht je zelfs het hek niet in, maar moest je je kind daar afzetten en er op vertrouwen dat het werd opgevangen. Maar dat is alweer verleden tijd, want tegenwoordig ben je juist verplicht om met een mondkapje op tot de deur mee te lopen. Niet verder. Maar ook geen meter mínder ver. Want precies op de drempel moet je de juf een formulier overhandigen waarop staat:

  • de naam van je kind
  • het adres van je kind
  • de geboortedatum van je kind
  • het weeknummer van deze week
  • de datum van deze dag
  • het tijdstip waarop je deze dag een coronatest hebt uitgevoerd
  • de naam van de persoon die de coronatest heeft uitgevoerd
  • de uitslag van de coronatest
  • de handtekening van degene die de coronatest heeft uitgevoerd

Pas als de juf haar leesbril heeft opgezet en het papier zorgvuldig heeft bestudeerd, gaat de deur verder open en mag je kind naar binnen. De ouder niet, die moet rechtsomkeert maken en het terrein zo spoedig mogelijk verlaten. Dit is het normale dagelijkse beleid. Als er een besmetting in de groep is, worden de test-eisen nog veel strenger, dan moet je elke dag langs een officiële teststraat en mag die testuitslag maximaal 24 uur oud zijn aan het einde van de Kindergartendag. En dat wordt daadwerkelijk strikt in acht genomen, op de 5 minuten nauwkeurig.

Zo langzamerhand bekruipt mij het gevoel dat de balans zoek is. De balans tussen coronamaatregelen op Kindergartens of scholen en de narigheid die daarmee in ziekenhuizen wordt voorkomen. De balans tussen het vertrouwen dat van ouders wordt gevraagd en het wantrouwen waarmee ze elke dag weer worden geconfronteerd als ze hun kind komen brengen. Hoe zou de juf reageren als ik dagelijks zou vragen om haar “verklaring goed gedrag”, diploma’s, inentingspapieren en testbewijzen en zou willen controleren of die formulieren bij alle personeelsleden nog wel geldig zijn? Hoe zou ze reageren als ik een ondertekende verklaring wil dat ze ons kind goed zullen begeleiden, pedagogisch verantwoord zullen bejegenen en geen emotionele of lichamelijke schade zullen berokkenen — elke dag weer?

Waarschijnlijk mag ik dan het hek niet meer in. En gelijk hebben ze natuurlijk… Een beetje vertrouwen is wel zo gezond. Nu de overheid nog.

Een andere wereld

Vrijdag zaten Johan en ik heerlijk in het zonnetje te lunchen. Wel met een warme jas of vest aan, maar het was zó lekker dat we er de tuinstoelen voor uit de kelder hebben gesjouwd. En die laten we nu lekker buiten staan in de hoop dat de zon zich de komende weken vaak laat zien.

Maar zaterdag stapten we onverwacht een andere wereld in. We hadden zin om even een wandelingetje te maken, en dan niet de standaard rondjes vanaf ons huis. We zouden even een stukje met de auto gaan. Johan vond St.Ulrich wel een goed idee omdat je daar altijd zo’n mooi uitzicht hebt. En het is niet ver, ongeveer een half uurtje rijden waarbij de rit zelf ook al mooi is. Prima dus. Schoenen en jassen aan, wat koekjes mee en gaan.

Het laatste stukje gaat de weg aardig omhoog met flink wat haarspeldbochten. Dat betekent ook dat het een paar graden kouder wordt, en dat was nét voldoende voor een laagje sneeuw! We voelden ons even heel dom dat we daar niet aan hadden gedacht. Als we de sneeuw bewust opzoeken, gaan we nooit hier naartoe. Maar gelukkig hadden we warme jassen aan, mutsen en handschoenen bij ons én lag er zowaar nog een slee in de kofferbak. Alle ingrediënten dus voor een heerlijk wandelingetje met sneeuwpret onderweg.

Kijk, zo zag het eruit bij de auto:

Over de asfaltweg-met-sneeuw konden we prima lopen, en naast het pad lagen glooiende weilanden waar je heerlijk kon sleeën. Dat was echt een onverwacht uitstapje naar een andere wereld. Wit, stil, met een weids uitzicht over de omgeving. Een stukje winter-wonderland vlakbij huis.

Scheurkalender

  • Een dombo-octopus zonder inktzak, maar mét paraplu-tentakels.
  • Kinderen die vijf ouders hebben, omdat ze zijn verwekt uit een eicel en een zaadcel, vervolgens door een draagmoeder zijn uitgedragen en door twee wensouders geadopteerd.
  • Een dino-deur die de hypothese dat mensen tegelijk met dinosaurussen geleefd hebben, ondersteunt — en dus de hypothese dat dino’s al miljoenen jaren vóór het ontstaan van mensen uitgestorven waren, afbreuk doet.
  • De zeven klassieke wereldwonderen.
  • Hoe je het begrip “drie-eenheid” inzichtelijk kunt maken, en wat de beperkingen zijn van de verschillende modellen.

Dat zijn zomaar wat onderwerpen die in huize Commelin dringend besproken moeten worden om 6.15 uur in de ochtend, als ik nog half tastend door het huis stommel met m’n ogen vol slaap. Veel van die onderwerpen lenen zich uitstekend voor een intensief debat waar nog weer allerlei verwante thema’s aan verbonden kunnen worden. Wie is er nou niet geïnteresseerd in bewijzen vóór of tegen de evolutietheorie, in een bespreking van de maatschappelijke chaos die ontstaat als mensen de Bijbelse normen en waarden vaarwel zeggen of in allerlei interessante feitjes over het uitmuntende zicht van adelaars tegenover de tastzintuigen in de staart van een mol?

Aanvankelijk was ik zo naïef dat ik me afvroeg waarom dit alles op een nuchtere maag en onder tijdsdruk van de ochtendspits aan bod moest komen. Al snel viel het kwartje. Het is de schuld van onze WEET – scheurkalender. Zodra het eerste kind ’s ochtends naar de wc gaat, wordt er een blaadje van de kalender gescheurd. Ziedaar de inspiratie voor alle gesprekken. Of voor meerdere onderwerpen tegelijkertijd, want met name Hannah houdt er van om ook alvast verder te bladeren en een voorproefje te nemen op alle boeiende zaken die de rest van het jaar nog aan bod komen.

We hebben inmiddels ook een “raadsel van de maand” gehad. De vraag was als volgt: Iemand rijdt met 10 km/h een berg op, en daarna hetzelfde stuk weer naar beneden. Hoe snel moet hij afdalen om gemiddeld 20 km/h te rijden op z’n hele tocht? Dat is dus niet 30 km/h. Het antwoord dat we instuurden, luidt: “dat is onmochelijk”. Wij weten ook waaróm het niet kan. Wie dat aan ons kan uitleggen, mag een appje sturen en krijgt dan een mooie passende emoticon terug.

Een ander boeiend stukje informatie, van eergisteren, ging over het spel Monopoly. Dat kennen Boaz en ik van voor tot achter. Maar ik wist niet dat het ontwikkeld was om kinderen te leren hoe oneerlijk het systeem van steeds rijker wordende grondeigenaren en uitgebuite huurders is. Eerlijk gezegd werkt het hier andersom; Boaz is laaiend enthousiast als hij hele steden heeft gekocht en daar hotels heeft gebouwd “om mama lekker uit te melken”. Een andere vraag die nu eindelijk is opgelost: wat is de logica achter de selectie van steden en straten? Waarom zit Hilversum erin, maar Zwolle niet? Heel simpel. De eerste Nederlandse versie werd verkocht door warenhuis Perry, en ze kozen alle straatnamen waar zich een vestiging van hun winkel bevond. Het hoofdkantoor stond in… de Kalverstraat. Ik ben dan weer zo’n zuurpruim die zich afvraagt of een winkel écht in elke stad waar ze gevestigd zijn, drie vestigingen heeft. Het lijkt mij handiger om dat wat te verspreiden over het land. Maar het is een leuk verhaal.

Ik ben erg benieuwd wat we de rest van het jaar nog zullen leren. Misschien moet ik ’s avonds maar vast spieken wat er de volgende ochtend aan bod komt. Dan kom ik goed beslagen ten ijs als de discussies losbarsten en hoef ik mijn hersens niet meer te pijnigen over het waarom en waartoe van diepgaande vragen op de vroege ochtend.