Spannende kasteelruïnes

Hier waren wij vandaag. Dit is natuurlijk gewoon een foto van Google, zo te zien in de zomer genomen, maar hij geeft een mooi overzicht.

Boaz had al in de kerstvakantie gevraagd of we een keer naar de Vogezen konden gaan. Die zien er altijd zo mooi uit vanaf de rondweg. Vandaag kon dat wel; Johan is weer vrij om het huis uit te gaan na een week in quarantaine te hebben gezeten omdat hij contact had gehad met een collega die achteraf corona bleek te hebben. Een mooie aanleiding dus om er nu lekker op uit te gaan. Ik had op de kaart gezien dat er vlak bij Colmar 3 kasteelruïnes zijn waar je mooi naartoe kunt wandelen. Dat was een succes!

Ergens halverwege de route kwamen we een bijzondere steen tegen:

Er stond een bord bij dat deze steen al heel oud was en waarschijnlijk iets met ridders te maken had, maar dat niemand wist hoe de vork precies in de steel zat. Dat was natuurlijk aanleiding tot de meest creatieve fantasieën, mede gevoed door alle spannende boeken die Hannah en Boaz gelezen hebben. Het werd nog leuker toen we later een boom tegenkwamen met cijfers erop geschilderd. Zou dat een extra aanwijzing zijn??
Nee, dat kon niet, want in de tijd van de ridders hadden ze nog niet zulke verf.
En zo’n dun boompje kan hooguit 50 jaar oud zijn.
Maar misschien zijn deze tekens er wel op gezet door een achter-achterkleinkind van de ridder die wél het antwoord op het raadsel weet en andere mensen een beetje op weg wil helpen!

Toen we bovenop de heuvel aangekomen waren, stond daar een bord dat uitlegde dat we drie donjons uit de 11e en 12e eeuw zouden tegenkomen, die op één of andere manier [hier wreekt zich ons gebrekkige Frans] gelinkt waren aan de Comte de Vaudemont. Toen Hannah dat hoorde, begonnen haar ogen te stralen. Daar heeft ze een súper spannend boek over gelezen! In dat boek vindt een groep kinderen een schat van de tempeliers door een enigma op te lossen — uiteraard net iets sneller dan een grote boze boef die ook op jacht is naar dezelfde schat. Zo’n verhaal komt natuurlijk helemaal tot leven als je rondstruint tussen 11e-eeuwse ruïnes met hoge torens en diepe kerkers…

Ook zonder kennis van ridders, kruistochten en tempeliers was het een mooie wandeling. Dit soort burchten is natuurlijk op tactische locaties gebouwd, waar vandaan je een prachtig uitzicht hebt over de Rijnvallei. En de paadjes door het bos waren heerlijk; meer geschikt voor klimgeiten dan voor de gemiddelde mens, zegmaar. Al met al een prima uitje na een week opgesloten te zitten — vooruit, alleen Johan zat opgesloten, eerst in een slaapkamer en later nog in huis. We zijn heel erg blij dat hij niet positief getest heeft; dan hadden we allemaal minstens een week binnen moeten blijven. We horen om ons heen verschillende mensen die dat lot treft en we zullen er vast zelf ook nog wel eens aan moeten geloven, maar daar wil ik nog even niet teveel aan denken. Misschien dat ik dan spannende boeken ga lezen over schatten in middeleeuwse tombes enzo…

Dollars, wolken, grenzen

Boaz verzamelt munten. Hij had al eens $0.01 gekregen, maar er miste ook nog vanalles. Deze week ben ik op pad gegaan om wat geld lost te peuteren. En daarvoor kun je het beste in de VS zijn.

Van Freiburg naar New York. Chaotische overstappen zijn pijnlijk, dus vliegen we van af Zürich. Die Zwitsers zijn georganiseerd, grondig, punktueel. (Wat ze altijd van de Duitsers zeggen, maar daar flopt het nog wel eens.) Dan heb je dus een reis, van Duitsland, via Zwitserland, naar de VS. Drie landen met een ego-probleem, die door middel van regeltjes en papierwerk nietsvermoedende reizigers proberen te imponeren. Vooral in coronatijd. Met een map vol tickets, coronatests, bookingcodes, gezondheidsverklaringen, inentingsbewijzen, en andere documenten ben ik op dinsdag in de trein gestapt.

De reis ging soepel. Zwitserse piloot, dus je landt 10 minuten voor de geplande aankomsttijd. Welkom in de VS. De gate is nog bezet: wacht maar een half uur. De douane maakt met 37 vragen en een grimmig gezicht nog even duidelijk dat ze niet voor niets hun werk doen. Daarna met het OV naar Manhattan. Om politieke redenen is er geen directe treinverbinding. Awesome. De lokale bevolking begint aan avondeten te denken. Voor mij voelt het na middernacht. Van Penn Station is het 15 minuutjes lopen naar 230 Fifth. Op het dakterras eet ik een Impossible Burger met een paar collega’s. Impossible, want vegetarisch.

Voor mijn gevoel is het 4 uur ’s nachts als ik in mijn bed duik. En 3 uur later maakt mijn lichaam me weer wakker. Na een paar uur rondwoelen is het in de VS 5 uur ’s ochtends. Tijd voor de jacht op een ontbijt. Donuts hier, donuts daar, overal een donutkraam. En grauwe, grijze wolkenkrabbers in de ochtendmiezer. Ik wil geen donut als ontbijt. Een collega wijst me de weg naar een kleine supermarkt. Bakje fruit, flesje multivit (oops, blijkt wortel-gembersap te zijn), en een sandwich.

Boaz zal blij zijn met het wisselgeld.

Na de lunch lopen we naar het hoofdkwartier van een wiskundige handelsmagnaat die een deel van zijn vermogen in wiskundig onderzoek investeert. Er zijn 5 voordrachten; ik ben als tweede aan de beurt. In 15 minuten leggen we uit wat de uitdagingen zijn in ons vakgebied. De reacties zijn positief. De volgende dag mogen we om 8 uur ’s ochtends terugkomen. Want de panelleden hebben ook een jetlag.

Ik ben in de wolken. Houd je kop erbij, Johan. Beide beentjes op de grond. De huid niet verkopen voor de beer geschoten is. De volgende ochtend krijgen we huiswerk voor de komende maanden: schrijf samen een projectvoorstel. Geen garanties, maar de geldschieter lijkt enthousiast. We kunnen aan de slag.

Tijd voor de terugreis. Online formulieren invullen, gezondheidsverklaringen, bookingcodes. Alles afgevinkt. Coronatest is deze keer niet nodig. Een collega regelt een taxi van het hotel naar het vliegveld. In de haast vergeet ik mijn Möbius-sjaal die Grietje voor me gebreid heeft. Op het vliegveld ontdek ik mijn probleem. Gelukkig is er nog tijd. Eerst maar even inchecken.

Mijn collega kan zo doorlopen. Zonder coronatest. Ik wordt tegengehouden. “Op dit vliegveld mag je alleen inchecken met een geldige coronatest.” Maar ik heb alle regels zorgvuldig doorgelezen! Dit stond nergens aangekondigd. Ik krijg een ijzige blik terug: “Op dit vliegveld mag je alleen inchecken met een geldige coronatest.” Dat kan in deze terminal. Voor $250.

Ik kies voor het alternatief: met het vliegtuigtreintje naar Terminal 8. Waar is de coronatest? Buiten. 10 minuten later sta ik buiten in de wind en regen. Waar is de coronatest? Op het parkeerterrein. Na 5 minuten lopen vind ik een aftands busje. Daarnaast een bord met een QR code. De deur van het busje gaat half open: scan the code, register, come back. Deur dicht.

Ik worstel me door 5 formulieren. Wat is mijn adres? Die straat ligt niet in de VS, probeer het later nog eens. Dan maar het adres van het hotel. Wat is mijn ras? 2 opties: Black-or-Hispanic of Other. Gelukkig zijn ze hier niet racistisch. Na 42 obstakels mag ik een wattenstaafje in mijn neus laten prikken. De uitslag krijg ik 20 minuten later per mail.

Ondertussen ga ik terug naar Terminal 4. Over het parkeerterrein. Gelukkig ben ik niet heel nat geworden. Door Terminal 8, naar het vliegveldtreintje. Als ik terug ben bij mijn college is het inmiddels anderhalf uur later. Ik heb eindelijk mijn boardingpas. En mijn sjaal ligt in het hotel. De sjaal die Grietje voor mij heeft gebreid.

Ik zie er tegenop om nog een avontuur aan te gaan. Eerst maar een telefoontje wagen. De hotel-telefoon-robot neemt op. 8 opties in het menu. Optie 3, 7, en 8, klinken relevant. Bij optie 3 neemt niemand de telefoon op. Optie 7 geeft een enthousiast verhaal, om vervolgens door te verwijzen naar een website. Optie 8 dus. Ik krijg een baliemedewerker aan de lijn. Gekleurde sjaal, uiteinden aan elkaar gebreid als een lus. Ja, van wol. De medewerker loopt door de lobby. Bingo! Mijn sjaal is er nog.

Via de mail krijg ik een formulier. Creditcardgegevens invullen. Adres in Duitsland. Mijn sjaal komt me achternagevlogen. Dankuwel hotel. Dankuwel pakketjesbezorger.

In het vliegtuig is het leeg. Elke passagier heeft een hele rij stoelen voor zichzelf. Het is 9 uur ’s avonds. Mijn lichaam denkt dat het rond 3 uur ’s nachts is. Ik grijp een paar vliegtuigdekentjes van de stoelen naast mij. Twee dekens over mijn hoofd en het is donker. Als een spook zit ik in mijn vliegtuigstoel.

Zwitserse piloot. Dus we landen 10 minuten later dan gepland. Ik sta perplex. Zwitsers vliegveld, dus na 10 minuten sta ik in de stationshal. Dat ging sneller dan verwacht. Nu moet ik 2 uur wachten op mijn trein naar Freiburg. De lokale bevolking denkt dat het ongeveer lunchtijd is, en mijn lichaam is het daar volmondig mee eens. Een wiskundige van het instituut in Zürich komt even langs, en samen lunchen we in de buurt van het station.

Tijd voor de laatste etappe. Zwitserse treinen rijden op tijd. Dus ben ik precies op tijd in Basel voor mijn overstap naar Duitsland. Duitse trein vertrekken op tijd uit Zwitserland. Behalve als in Duitsland de bovenleiding kapot is. Dan moet je een uur wachten. Met het boemeltje de grens over. Om vier uur stap ik uit in Bad Krozingen. Vier lieve, enthousiaste omhelzingen. Samen lopen we door het park naar huis.

Papa, heb je ook het vrijheidsbeeld gezien? Nee. Waarom ben je dan naar New York gegaan? Goede vraag, lang verhaal. Hier is mijn wisselgeld. Gaaf! Zullen we dat nu meteen op mijn website zetten?

Open haard, chili con carne, een potje Ticket to Ride. Ik ben weer thuis. Morgenochtend uitslapen. H, B, en J beloven dat ze samen zullen ontbijten. En lief spelen. Om 8 uur ’s ochtends is het een lawaai van jewelste. Tijd voor mijn bord Brinta. Dat doet een mens goed.

09:20. Een appje uit Zürich: “Ik heb net positief getest.” Oeilala. 7 dagen quarantaine. Gelukkig is mijn eerste test negatief. Maar de besmettelijkheid is op zijn hoogst op dag 2 en 3. Nog twee dagen oppassen dus. Boaz kan wel een paar dagen bij Grietje logeren. Ik zit in zijn kamer: bed, bureau, douche. Grietje haalt een groot plastic zeil tevoorschijn, met een rits-deur erin. Een hermetisch afgesloten grens in ons gezellige huisje. Daar kan die Amerikaanse grenswacht nog wat van leren.

Tijd om een blogpost te schrijven.

Weer naar school

“Twee weken zijn véél te kort!” Hannah had nog wel langer thuis willen zijn, die heeft zich prima vermaakt met een heleboel boeken, een heleboel potjes Ticket to Ride en her en der nog wat knutselprojectjes. Maar gisteren moest ze toch echt weer op tijd haar bed uit en de kou in, want de scholen zijn weer begonnen. Ook Boaz ging weer op pad, zij het pas anderhalf uur later en slechts 500 meter ver. Judith was gisteren nog een dagje vrij en heeft mij geholpen om boodschappen te doen, de kerstversiering op te ruimen en eens goed te stofzuigen achter de bank. De sporen van de vakantie opruimen, zogezegd. En nu is ook zij weer naar de Kindergarten. Zelfs Johan is naar de universiteit vertrokken! Hij is een belangrijke voordracht aan het oefenen en dat lukt beter op kantoor dan in een huis vol vrouwen en kinderen.

Ondanks dat de vakantie leuk was, zijn we toch erg blij dat de scholen weer open mogen. Dat was nog even de vraag, gezien de stijgende besmettingscijfers. Momenteel zitten we hier nog heel ontspannen, rond de 400 besmettingen per 100.000 inwoners per week. Maar alle buurlanden zitten boven de 1000, Zwitserland en Frankrijk zelfs over de 2000, dus waarschijnlijk zal het binnenkort hier ook de pan uit rijzen. Ik las zojuist zelfs dat de WHO verwacht dat 50% van alle Europeanen de komende 6-8 weken corona zal krijgen. Dan is de kans dat wij het ook krijgen of in quarantaine moeten na contact met een besmet persoon, natuurlijk erg groot. Extra fijn dus dat de scholen nu open zijn. Elke week is er één!

Afgelopen zaterdag hebben we nog snel even van de sneeuw genoten. Het grootste deel van de vakantie was het te warm voor sneeuw, maar nu lag er in de bergen een lekker laagje. Toch wel leuk; we hadden dan wel geen witte kerst, maar toch nog een witte vakantie (op een half uurtje rijden). Kijk maar hoe mooi: