Steenkolenduits

Duits en Nederlands lijken erg veel op elkaar. Als je een woord niet kent, kan je heel vaak op de klank af wel gokken wat het Nederlandse equivalent is. Maar niet altijd… Hieronder een paar woorden die bedrieglijk veel op elkaar lijken, maar toch nét iets anders betekenen.

  • Loch — lok. Helaas. Een “Loch” is een gat. Misschien heeft dat een link met het Schotse woord “loch” voor meren, zoals in Loch Ness?
  • Flur — vloer. Het komt in de buurt, maar een “Flur” is een gang. De vloer heet “Fußboden”.
  • Büro — bureau. Ook dit heeft wel met elkaar te maken, maar er is een wezenlijk onderscheid. Johan heeft namelijk wel een bureau thuis, maar helaas geen Büro. Dat had het afgelopen jaar een hoop rust in de tent kunnen geven. Maar aangezien wij drie kinderen hebben die we liever niet allemaal op één slaapkamer willen leggen, hebben we het voormalige Büro als slaapkamer in gebruik. Met een bureau erin om huiswerk aan te maken 😉 Een Büro is dus een kantoor of werkkamer.
  • Nog iets dat elk huis toch wel heeft: een Rahm. Helaas, die tref je bij ons niet standaard aan. Wel als er een feestje is. Het smaakt extra lekker als je er even goed mee schudt. Al geraden? (Slag)room!
  • Volgende kandidaat: Speicher — spijker? Uiteraard niet, anders stond ‘ie niet in dit lijstje. Een “Speicher” is een opslag van iets. Van data (bij computergeheugen) of van water of graan of wat ook maar.
  • Ook een leuke: “Winkel”. Dat is niet het gebouw waar je boodschappen kunt doen. Het is een hoek. In de bouw kennen we dat ook in het Nederlands, daar gebruik je immers een winkelhaak. Een hoek-meter dus.
  • Om in de winkel-hoek te blijven, nemen we als volgende “gekocht”, bijvoorbeeld in “Ich habe etwas leckeres gekocht”. Als een gastvrouw dat zegt, is ze niet naar de winkel om de hoek geweest maar heeft ze zelf achter het fornuis gestaan. Want “kochen” is koken, en “gekocht” is het voltooid deelwoord daarvan.
  • Met al die woorden die op elkaar lijken, kan je je zomaar verspreken. Hoe zeg je dat in het Duits? “Versprechen”? Liever niet. Dat betekent namelijk dat je iets belooft. En tjah, “versprochen ist versprochen, und wird nicht gebrochen”. Goed opletten dus!

Eerste schoolweek

De vakantie is voorbij, de scholen zijn weer begonnen. Boaz ging maandag weer aan de slag, Hannah had dinsdag haar eerste dag. Dat was een soort introductiedag waar de ouders ook bij mochten zijn. Gelukkig was een echtpaar uit onze gemeente bereid om Boaz en Judith uit school te halen, dus konden Johan en ik allebei mee naar Freiburg. De school is heel dicht bij Johans werk, dus hij ging ’s morgens al op tijd naar de uni, zette z’n studenten aan hun tentamen, kwam daarna naar de Einschulung van z’n dochter, en ging ’s middags nog even weer naar de universiteit terug.

Van woensdag t/m vrijdag heeft Johan steeds ’s morgens op de uni gewerkt en ’s middags thuis, zodat hij met Hannah mee kon reizen. Want ja, dit gaat wel even anders dan we gewend waren! Tot nu toe hoefde Hannah maar 500 meter naar school. Nu moet ze eerst naar het station, dan met de trein naar Freiburg, en daar nog een paar stappen lopen naar de school. En op de terugweg uiteraard hetzelfde riedeltje omgekeerd. Niet heel ingewikkeld, maar er kan toch wel één en ander mis gaan. Op dag 1 was de trein op de heenweg te laat, dus moesten Hannah en ik hard rennen om nog op het laatste nippertje de aula binnen te glippen. Op dag 2 vertrok de trein ineens van een ander spoor dan gepland, en dat werd omgeroepen terwijl er net een internationale trein langs kwam denderen. Dan moet je dus even heel goed opletten om niet in Basel of Karlsruhe te belanden. Op dag 3 had de trein op de terugweg vertraging. Al met al een leerzaam weekje; straks kijkt ze nergens meer van op en kan ze alles helemaal zelf 😉

Boaz kan nog naar z’n oude vertrouwde school, al is zelfs daar de route veranderd. Pal naast de school wordt een enorm nieuw hotel gebouwd, en daarom moeten we omrijden. Maar goed, we kunnen er nog steeds in 5 minuten zijn 😉 Hij heeft grotendeels dezelfde leraren als vorig jaar, maar wel een nieuwe klas. Eén meisje uit zijn oude klas is ook naar klas 3 gegaan, maar de andere kinderen moet hij nog een beetje leren kennen. Gelukkig kan hij in de pauze ook nog met z’n oude vriendjes spelen, dus ik denk dat het allemaal wel goed komt.

En dan zijn er natuurlijk nog al die kleine eerste-schoolweek-regeldingetjes. We hadden de schriften, snelhechters et cetera al klaar liggen, maar de eerste dagen is er altijd wel iets dat toch nog moet gebeuren:

  • Op maandag: “Mama, ik heb mijn nieuwe lesrooster! Op dinsdag moet ik om 8 uur beginnen”. Wij stonden netjes om 8 uur bij school, maar naast nog 5 klasgenootjes was het akelig leeg. Bleek het rooster pas woensdag in te gaan. Tjah…
  • “Mama, in klas 3 mag je met vulpen schrijven! Kan je die even kopen? Ik heb hem morgen nodig, zegt de juf”. Gelukkig lag er nog eentje in de bureaula.
  • Een dag later: “Mama, ik moet ook Tintenkiller hebben.” Dat is een soort typex. Voor zover ik wist streng verboden op school omdat het meestal één grote ravage veroorzaakt en alle bladzijden aan elkaar plakt. Maar echt, dit jaar mag het. Prima, maar zoonlief wacht maar een paar dagen. Dat spul heb ik niet op voorraad en ik ga niet weer op stel en sprong naar de winkel om half 5 ’s middags.
  • “Mama! Mijn tekenblok voor kunst is kwijt op school. Kan ik morgen een nieuwe mee krijgen?”
  • “Mama! Ik heb mijn schoolbijbel gekregen! En hier zijn 66 stickertjes. Wil je die even inplakken? Bij elk Bijbelboek eentje, dan kan ik ze makkelijk vinden. Morgen het eerste uur heb ik ‘m weer nodig.”
  • “Mama! Ik kan mijn kluisje niet vinden. De leraren ook niet. Kan je even bellen naar dat bedrijf?” Het bedrijf zegt dat het kluisje er toch echt moet zijn. Alle andere leerlingen hebben hun kluisje wel gevonden… Johan is de volgende dag maar even mee naar binnen gelopen. En jawel, het zat verstopt achter een openstaande deur.
  • “Mama! Mijn rooster en cijfers en alle belangrijke dingen staan in EduPage. Zal ik je even leren hoe dat werkt?”
  • “Mama, hier is een lijst met boeken. Je moet aankruisen welke je wilt kopen en welke je alleen wilt lenen. Morgen moet ik ‘m weer inleveren. Met precies gepast contant geld in een envelop. Ohja, en ik moet nog een envelop met 5 euro mee. Ook morgen”. Fijn. En hoe weet ik welke boeken we nodig hebben en welke niet? Kop of munt dan maar 😉
  • “Mama! Ik heb een pasfoto nodig.” Ha, kat in t bakkie. Die hebben we zo liggen! 🙂
  • “Mama! Ik heb nog een pasfoto nodig!” Idem. Wat zijn we toch goed voorbereid B-)
  • “Mama! Ik heb op school boeken gekregen. Ze liggen daar in mijn vakje in de kast. Kan jij even kaften kopen?” “Is goed lieverd. Hoe groot zijn je boeken? En hoeveel heb je er?” “Ehm, dat weet ik niet. Koop maar gewoon van alle 8 soorten die er zijn, een stuk of 5. Dan zal het wel goed zijn. Maar misschien heb ik ook geen kaft nodig, want de juf zegt dat ze er soms nog om zitten van vorig jaar. Maar daar heb ik niet op gelet hoor…”
  • Op school kan Hannah tussen de middag warm eten. Handig als je ’s middags les hebt en er, als een echte Duitser, op staat om ’s middags je warme hap te krijgen. Maar ook daarvoor heb je natuurlijk weer een pasje en een pincode nodig, moet je vooraf bestellen wat je wilt eten, moet er geld op je account staan… Gelukkig heeft ze voorlopig alleen op woensdag een lange dag. De rest van de dagen is ze rond half 2 thuis. Dat klinkt vroeg, maar de lessen beginnen elke dag al om 7:50!
  • De nieuwe school heeft een ander soort corona-tests. Uiteindelijk wel handig, want als je alle toestemmingsverklaringen hebt ingevuld worden de testen op school gedaan. Met de hele klas in een bakje tuffen (min of meer), even goed roeren, en dan wordt dat opgestuurd naar het lab. Alleen als er coronavirussen worden aangetroffen, moet elk kind nog apart getest worden. Ik vind het prima dat ik al dat gespuug niet hoef te begeleiden B-)
  • Boaz en Judith moeten we nog wel zelf testen, twee keer per week. Naar verluid straks zelfs drie keer. Jipperdepip. Ik heb het nu dus al één keer vergeten, dus toen werd Johan gebeld en is Boaz op school getest door de secretaresse.

En dan begint natuurlijk ook het huiswerk weer. Boaz zat wat dat betreft nog goed in het ritme, want hij heeft in de vakantie elke dag een portie Duits moeten doen. Hannah zal wel weer even moeten wennen. Deze eerste week hoefde ze nog geen echt huiswerk te doen. Heel verstandig van die leraren, want zo’n eerste week is (naast de regeldingetjes) heel intensief qua indrukken. Dan kruip je bij thuiskomst het liefst met een boek op de bank, in bed of in bad 😉

En ik? Ik zit de hele ochtend alleen thuis. Mijn vakantie is zojuist begonnen B-)

Nieuwe ID-kaart (aflevering 1)

We zijn begonnen met een nieuw project: het aanvragen van nieuwe ID-kaarten voor onze kinderen. Beide dames hebben namelijk uiterlijk in april een nieuwe nodig, en Boaz een jaar later. Voor het gemak doen we ze alle drie maar tegelijk, want het heeft nogal wat voeten in de aarde…

Een Nederlandse ID-kaart kan je natuurlijk niet aanvragen bij een Duits gemeentehuis. Daar is een ambassade of grensgemeente voor nodig. Een paar jaar geleden kon het ook nog bij een consulaat, bijvoorbeeld in Straatsburg (uurtje rijden). Of in München of Düsseldorf. Maar tegenwoordig moet je volgens de officiële websites naar Berlijn (816 kilometer…), naar Schiphol (708 kilometer) of naar een grensgemeente in Nederland. De laatsten hebben echter enorme wachtlijsten en hebben liever dat je je geluk elders beproeft. En het vervelende is natuurlijk dat één bezoek niet voldoet: je moet komen voor de aanvraag én je moet het persoonlijk op komen halen. Opsturen is onmogelijk “door corona”. Zie je de logica? Omdat reizen nu lastiger is, moet je twee keer komen met je hele gezin. En dat kan dan niet binnen drie dagen (zodat je een hotelletje pakt of bij familie blijft slapen), maar duurt één tot drie weken. Bovendien gaat het alleen tijdens kantoortijden, dus niet in een kerst-, paas- of pinkstervakantie of in het weekend.

Conclusie: wat een gedoe…

Maar lang leve het internet en lang leve mopperige googlende huisvrouwen. Via via kwam ik een tip op het spoor om naar Zwitserland te gaan. Daar zit een Nederlandse ambassade in Bern, en hoewel de officiële websites er geen melding van maken, mag je als Nederlander die woonachtig is in Duitsland ook daarheen voor je documenten. Johan heeft er achteraan gebeld en het schijnt te kloppen — al had hij een dame aan de lijn die niet bijzonder goed op de hoogte leek te zijn van de mogelijkheden en regels. Dus het kan zijn dat er toch een kink in de kabel komt… Maar het is de moeite waard om te proberen, want Bern is voor ons in ongeveer twee uur te bereiken. Dat lukt nog een keer na schooltijd! Dan moet natuurlijk wel de grens open blijven, maar op het moment is dat het geval.

Op dus naar de volgende stap: het invullen van formulieren en het verzamelen van andere benodigdheden. Bij het gemeentehuis heb ik drie exemplaren van een “erweiterte Meldebescheinigung” gehaald om te bewijzen dat wij hier wonen én dat we toch Nederlanders zijn. Geboorte-aktes hebben we nog liggen, en die schijnen in bepaalde gevallen geldig te blijven. Ook wel prima natuurlijk, want vijf jaar later is je geboortedatum en -plaats heus niet gewijzigd. Kopieën van ouderlijke paspoorten kunnen we maken, adressen en paspoortnummers en leeftijden en lengtes kunnen we ook invullen. Contant geld heb ik alvast gehaald, want in de ambassade worden niet alle bankpasjes geaccepteerd en we willen uiteraard niet dat het daarop misgaat. Resten nog de pasfoto’s.

Er is een winkel in Bad Krozingen die pasfoto’s maakt. Op de website wordt er voor geadverteerd en in de winkel hangt een bijna manshoge poster die je belooft dat je de kiekjes meteen kunt meenemen. Dus ik toog daarheen met drie kinderen in m’n kielzog. Tevergeefs. “Sinds corona doen wij dat niet meer. In onze winkel kunnen we geen anderhalve meter afstand houden tijdens het fotograferen”. Serieus jongens? En in die anderhalf jaar heb je daar geen oplossing voor bedacht, je poster niet afgeplakt en je website niet bijgewerkt? “Eh nee, want de website geldt voor alle filialen, en in Staufen of Heitersheim kan het wel. Dus u kunt daar wel even heen gaan”. Super service dames, en de poster in jullie filiaal mag zeker ook niet weggehaald worden van het hoofdkantoor. Helaas is deze winkel de enige in de hele stad die pasfoto’s kan maken, dus gingen we vanmorgen maar naar Heitersheim. Hannah en Boaz waren zo klaar. Even gaan zitten, mondkapje af, serieus kijken — klaar. Maar Judith was een ander verhaal. Die ging weer lekker dwars doen in de winkel. Huilen, janken, de verkeerde kant op kijken. Dan krijg je dus zo’n soort foto:

Maar ja. Die voldoet niet aan de paspoorteisen. Er viel geen land mee te bezeilen en daar had de fotograaf natuurlijk ook geen zin meer in, dus zijn we vertrokken met foto’s van twee kinderen in plaats van drie. Op de parkeerplaats was kind 3 alweer de vrolijkheid zelve, want we gingen lekker naar de speeltuin!

Had ze gedacht.

Hannah en Boaz mochten lekker gaan spelen. Maar kind 3 mocht plaatsnemen op een bankje in een park en kreeg een degelijke preek van haar vader. Het duurde ongeveer een uur voor ze overtuigd was van zijn standvastigheid en ze bereid was opnieuw naar de winkel te gaan. Korte tijd later waren vader en dochter in het bezit van een officiële pasfoto — huilogen staan gelukkig niet vermeld als diskwalificerend kenmerk. Bij deze mijn publieke pluim voor de vader die zo lang rustig voet bij stuk bleef houden en onze kleuter uiteindelijk zover kreeg dat ze toch op de foto ging.

Tot zover onze vorderingen met de ID-kaarten. Volgende week krijgt Hannah haar lesrooster en dan gaan we proberen een afspraak te maken in Bern. Dan moeten we nog een Zwitsers vignet regelen voor de auto en kunnen we ons geluk gaan beproeven. Wordt vervolgd.