Bijna vakantie

Maandagavond. Nog één dag, dan heeft Hannah vakantie. Dat betekent dat ze morgen de laatste spulletjes mee naar huis moet nemen, zoals haar gymtas en haar pantoffels. Dan kan de schoonmaakster in de vakantie eens lekker ongestoord alles poetsen. Maar ook vandaag is er al vanalles meegekomen, en dat zit nog “netjes” in haar tas gepropt. Tijd om die tas eindelijk ’s op de kop te houden!

Kijk, dit zat er allemaal nog in. Twee kastanjes, en nog eentje, strijkkraaltjes, een boek waaruit ze ooit iets wou voorlezen of laten zien, een heleboel schriften en werkboekjes — “heeey, die had ik al een hele poos geleden uit!” —, een broodtrommel en beker, een etui, en nog veel meer ongedefinieerd spul.

Nu ligt alles dus in de gang, klaar om gesorteerd te worden. De trommel en beker mogen op het aanrecht, sommige schriften mogen in de papierbak. Dat is volgens Hannahs schatting alvast een stapel van 107 cm hoog. Strijkkraaltjes kunnen bij de verzameling, kastanjes mogen wat mij betreft weg (maar waarschijnlijk wordt die mening niet gedeeld). Maar dan hebben we nog heel wat over. Hannah kennende belandt dat tot nader order op één van de bestaande stapels.

Bij de boeken boven haar bed.

Of in haar bureau.

Of er bovenop.

Of in de mand met schoolspullen en kijkdozen van vorig jaar, die echt nog niet weg mogen.

Of netjes in het huiswerk-kastje eronder.

Op termijn dan tenminste; terwijl ik dit typ is een deel over de keukenvloer uitgespreid om aan Boaz te laten zien hoe je met allemaal papieren blokjes héél makkelijk kunt uitrekenen dat er 1000 vakjes in een bepaalde rechthoek passen.

Zucht.

Ik geloof dat ik haar in de vakantie op cursus doe bij Marie Kondo. En als ook dát niet helpt, ga ik op de eerste schooldag van het nieuwe jaar zelf aan de slag. Grondig.

De sofa-wiskundige

In de afgelopen 5 maanden ben ik ongeveer 5 keer naar de universiteit gegaan. Voor een mondeling tentamen, of om een computer opnieuw op te starten… van die dingetjes die je niet kunt doen als je onderuit gezakt op de bank hangt in de woonkamer.

De andere dagen? Dan werk ik aan de tafel in de woonkamer. Of als het daar te rumoerig is, dan zit ik aan een bureau in de slaapkamer van Boaz. En soms zit ik met mijn laptop op de bank, als een heuse sofa-wiskundige.

Op die manier heb ik twee weken geleden zelfs een hele conferentie georganiseerd, samen met een andere wiskundige die in Parijs op een sofa zat. En met deelnemers uit Australië, Engeland, Amerika, Italië, en nog veel meer andere landen. Die allemaal thuis achter een tafeltje, of op een bank zaten. En het ging fantastisch! Als de conferentie “gewoon” in Freiburg was gehouden, zoals oorspronkelijk geplanned, dan was er een maximum van 20 deelnemers. Deze online conferentie had ruim 70 deelnemers. Daarnaast hadden we nu een keur aan sprekers, en zijn alle praatjes opgenomen en op het internet geplaatst: https://www.youtube.com/channel/UCWe5B7Ikr0AI9727doEUxPg/playlists

Het grote voordeel van deze conferentie was dat het onderwerp al vrij digitaal van aard was: een inleiding in het computerprogramma Lean. Lean is een computerprogramma waarin je in een speciale taal (een mix van een programmeertaal en wiskundige symbolen) heel precies je wiskundige berekeningen en bewijzen op kunt schrijven. Het programma controleert dan dat er geen enkele schrijf- of redeneerfout in de argumentatie is geslopen. Dit soort programma’s bestaat al best een tijdje, maar in de laatste paar jaar is de interesse onder “nuchtere” praktiserende wiskundigen flink toegenomen. (Nog steeds niet heel erg veel, maar in plaats van 5 mensen wereldwijd, zijn er nu rond de 50 wiskundigen geïnteresseerd, en dat aantal neemt snel toe.) Verschillende prominente namen registreerden zich een paar dagen voor de start op de website van de workshop, waardoor we enigszins nerveus de hele planning nog eens langsliepen om er zeker van te zijn dat we een leerzame en vermakelijke week in de aanbieding hadden.

En met succes! De deelnemers waren enthousiast. Voortdurend werden er vragen gesteld in de chatroom, en in verschillende groepjes werd hard gewerkt aan opdrachten en oefeningen. Aan het eind van de week kon iedereen met een voldaan gevoel terugkijken op de geleverde prestaties.

Halverwege die week heb ik ook nog een ander project afgerond, met twee andere wiskundigen. Dit project heeft niets met Lean te maken, maar is klassieke “krijtbord”-wiskunde. Behalve dat ik nu dus al 5 maanden geen krijtbord heb aangeraakt. Ook voor dit project hebben we heel veel uurtjes via de webcam gediscussieerd. En na wat oefening verliep het overleg eigenlijk best goed. Eindresultaat: twee artikelen van ongeveer 40 en 20 bladzijden. Nu moeten we die indienen bij tijdschriften en dan hopen op positieve feedback, zodat de artikelen daar gepubliceerd kunnen worden. Helaas neemt dat proces vaak máánden in beslag, en soms zelfs meerdere jaren.

Persoonlijk vind ik de inhoud van de artikelen een stuk interessanter dan het publicatieproces eromheen. In deze artikelen bestudeerden we speciale getallen. Wat voor getallen het precies zijn zal ik hier niet uit leggen. Iets met breuken, integralen, en de exponentiaal-functie x \mapsto e^x. Eigenlijk bekijken we 4 verschillende definities van dit soort speciale getallen. En het is meteen duidelijk dat die verschillende beschrijvingen iets met elkaar te maken hebben. Maar op het eerste gezicht is het helemaal niet duidelijk dat die 4 beschrijvingen over precies dezelfde soort getallen gaan. In onze artikelen bewijzen we dat dit wel het geval is.

Het leuke aan dit soort projecten is dat terwijl je de ene puzzel oplost, er vaak weer nieuwe vragen bijkomen. Het proces wordt wel eens vergeleken met bergklimmen. Je kunt soms in de verte de top al zien liggen, maar de weg daarnaar toe is niet duidelijk. En als je dan eindelijk de weg gevonden hebt en op de top staat, dan kun je genieten van die prestatie. Maar terwijl je daar genietend om je heen kijkt en van het uitzicht geniet, zie je in de verte een andere bergpiek. Die ziet er heel interessant en uitdagend uit! Maar opnieuw is de weg ernaar toe niet duidelijk. En zo begint een nieuw avontuur.

Dat is ook hier het geval. Dus hoop ik de komende maand in de Alpen en het Zwarte Woud te genieten van bergwandelingen, maar kan ik ook vanaf mijn sofa een wiskundig bergtopje proberen te bedwingen.

Vier keer slapen

Soms zeg ik vol zelfspot tegen Johan: “Er is in ieder geval één ding waar ik goed in ben: slapen”. Als ik ’s avonds op de bank zit te lezen val ik soms gewoon in slaap, en als ik m’n bed ruik sowieso. Meestal slaap ik dan in één ruk door tot de volgende ochtend half 7. Vervolgens steek ik slaperig een hand uit naar het kussen naast me en constateer 3 van de 4 keer dat manlief verdwenen is. Die zit dan al lang en breed achter z’n laptop in een woonkamer vol spelende kinderen. “Ja, Judith was om vijf uur wakker dus toen ben ik er maar uit gegaan”.

Niks van gemerkt. Ik slaap echt als een marmot.

Onze kinderen krijgen de smaak van (uit)slapen helaas maar langzaam te pakken. Echte nachtelijke avonturen beginnen gelukkig zeldzaam te worden, maar vanaf een uur of vijf kan er zomaar eentje wakker zijn. Meestal Judith. En die gaat dan echt niet makkelijk meer slapen, de helft van de keren omdat ze zooooooo’n honger heeft omdat mama de avond tevoren weer ’s zooooooo ongelooflijk vies had gekookt. Dan zit ze dus in alle vroegte met Johan aan een bordje Brinta, maar vervolgens blijft ze wakker en is ’s middags haar energie op, wat zich uit in huilen, jammeren en nog meer huilen. Niet ideaal dus. En dat weet ze best, we hebben haar vaak genoeg verteld dat we willen dat ze pas om half 7 uit haar bed komt. Ze kan alleen nog niet klokkijken 😉

Vanmorgen had Johan ook een keer “uitslaapdag” na een intensieve werkweek. Hij had een online conferentie georganiseerd en zat dus de ganse lange week te videobellen en alles te regelen. De conferentie was erg geslaagd, maar na 5 dagen was ’t ook wel mooi geweest. Zaterdag uitslaapdag dus. Toen Judith begon te roepen was ik een keer de eerste die reageerde. Maar ik had geen zin om “midden in de nacht” al in de woonkamer te gaan zitten, dus ik stopte mevrouw weer in. Tevergeefs natuurlijk 😉 Bij poging drie heb ik haar maar uitgenodigd om bij mij in bed te kruipen, en daar sliep ze zowaar nog een mooi poosje door!

Bij het tafeldekken werd tegen elkaar opgeschept. Hannah had tot half 8 geslapen, en Boaz tot 7:20. Hij heeft een digitaal horloge, dus kan dat op de minuut nauwkeurig bijhouden. Toen zag ik Judith even denken. Het was duidelijk dat haar slaap-prestaties het niet haalden bij die van broer en zus… Maar plotseling stak ze haar neus in de lucht en verkondigde parmantig: “En wat vind je van mij??? Ik heb vannacht wel VIER KEER geslapen!”

🙂 🙂 🙂 🙂

Ik vind het een geweldige vondst 🙂

Prinsesje Tuttebel op haar fiets

Vanmiddag werd mij enigszins kribbig toegevoegd: “Ik kan het alleen al zelf! Jij moet niet steeds alles tegen mij zeggen en mij helpen.” Oh sorry mevrouw. Prinsesje Tuttebel zat op haar fiets (model Harley Davidson) en reed waardig door het park. Naast haar liep een lakei die het nodig vond om te waarschuwen: “Daar komen mensen aan, ga maar even goed opzij”. Nou, die opmerking was dus volstrekt overbodig! Tssssss, alsof ze dat zelf niet kon zien…

Madame stoorde zich overigens alleen aan haar lakei, niet aan de mensen om haar heen die met een brede grijns voorbijliepen. Ze had waarschijnlijk zelf ook geen idee dat ze er enigszins excentriek uitzag: rood hoofd van de hitte, blonde piekhaartjes alle kanten uit, een roze tulerokje dat wijduit om haar heen fladderde, en daaronder een “groot” zwart-oranje fietsje met zijwieltjes. 🙂 Dat rokje was overigens juist die ochtend nieuw gemaakt, nadat prinses hevig teleurgesteld was dat al haar favoriete jurken in de was zaten en ze dus een rokje aanmoest dat niet “wijd ging” als ze een rondje draaide. Wat andere mensen daar ook over zeggen, zonder een wijd uitstaande jurk ben je niet fatsoenlijk aangekleed… (En eigenlijk nog steeds niet zonder kroon, maar die kan mama niet naaien.)

Even leek het volmaakte plaatje in het park verstoord te worden toen het pad wat schuin afliep. “Mamaaaa! Ik ga hier heel hard, jij moet mij vasthouden!” Gelukkig maar dat die mama toch nog als reserve langs de zijlijn liep. En tjah, als een pad soms naar beneden gaat, gaat het ook weer “de berg op”. Dat viel niet mee in de hitte hoor. Puf puf puf… en toen een alarmkreet: “Maaaaam, ik ga de verkeerde kant op!” — ofwel achteruit 🙂

Haha, het doet mijn nostaligsche moederhart goed dat onze jongedame mij toch zo heel af en toe nog een beetje nodig heeft. Ze zijn allemaal al zo groot… Ook wel weer heerlijk hoor; nu Johan nog thuis werkt is het al een paar keer gebeurd dat al ons kroost op school of Kindergarten zat en wij samen onder onze kiwi-boom zaten te lunchen. Als twee bejaarden in de schaduw 😉 Met een diepe zucht: “Wat een rust hè… heerlijk!” 🙂 🙂

Politieke leiders

De kranten staan er vol van: politieke leiders die corona serieus nemen of juist niet, die er zelf ziek van geworden zijn of ondanks een positieve test volhouden kipfit te zijn, en vooral over een politieke leider die de groeiende problemen probeert te overschreeuwen door te zeggen dat het allemaal al bijna over is en door een wonder zal verdwijnen. Wat een idioterie allemaal… Ik kan me er na vier jaar nog steeds over verbazen dat zo’n groot land als de Verenigde Staten van Amerika, waar nota bene 327 miljoen mensen wonen, geen capabeler leider weet te kiezen dan de persoon die nu aan de macht is. Nee, ik ben erg blij dat ik daar niet woon.

Natuurlijk is er hier in Duitsland ook wel ’s wat. Sommige besluiten waren achteraf niet helemaal handig en terugblikkend weet iedereen het beter, maar al met al doen Frau Merkel en de ministerpresidenten oprecht hun best om hun land zo goed mogelijk door de corona-crisis te loodsen.

Ook onze burgemeester doet z’n best. Vanaf het begin van de corona-maatregelen neemt hij regelmatig filmpjes op waarin hij de nieuwste maatregelen uitlegt en zijn “liebe Mitbürgerinnen und -Bürger” oproept toch vooral hun verantwoordelijkheid te nemen zodat we met z’n allen de crisis het hoofd kunnen bieden. Een mengeling tussen burgervaderlijke bemoediging, vermaning en uitleg, die best op z’n plaats waren in de verwarrende tijd waarin de ene maatregel nog niet was ingevoerd voordat de volgende eraan kwam.

Een opvallend sympathiek gebaar was het filmpje dat onze ministerpresident van Baden-Württemberg met Pasen online zette. Ik had me nog steeds voorgenomen dat op onze weblog te zetten. Kijk dan: hoewel hij behoorlijk streng was met al z’n regels en het de burgers in die zin niet altijd gemakkelijk heeft gemaakt, leest hij hier als een burger-grootvader zijn lievelingsboek voor voor al die kinderen die hun eigen voorleesopa en -oma in corona-tijd niet konden ontmoeten. Dat is toch lief? Wat mij betreft een stuk sympathieker dan een regeringsleider die voor de microfoon staat te brallen dat híj́ alles toch zo goed heeft opgelost, terwijl ondertussen de cijfers iets heel anders vertellen. Baden-Württemberg is zo gek nog niet…

Voertuigpech en een heerlijke wandeling

We hadden deze week nogal wat voertuigpech. Eerst had ik zelf een lekke band, toen vloog Boaz z’n ketting eraf op weg naar huis, en tenslotte had Hannah een lekke band. Tenminste, we hoopten dat dat “tenslotte” zou blijven. Maar nee.

Donderdag moest papa voor werk in Frankfurt zijn. Toen was het natuurlijk een logische stap om z’n vrouw gezellig mee te nemen en bij ons te overnachten! En omdat ze vrijdag niets bijzonders in de agenda hadden staan, gingen ze samen naar Münstertal om de Belchen te beklimmen. Toen ze na een geslaagde wandeling weer terug wilden rijden, gaf hun auto er echter de brui aan. Ze kregen ‘m zelf niet meer aan de praat en ook een telefoontje naar Nederland bracht geen uitkomst. Gelukkig hadden ze een verzekering voor pechhulp in het buitenland, en uiteindelijk werd de auto kapot en wel afgeleverd bij een garage in Bad Krozingen. Maar dat kostte natuurlijk heel wat telefoontjes en heel wat wachten.

En daarmee was het probleem niet opgelost. Zaterdagmorgen gingen we dus maar weer naar de garage. De monteur had al snel gezien wat er mis was en dat dat het beste gerepareerd kon worden bij de Nederlandse garage die onlangs een grote reparatie aan de versnellingsbak had uitgevoerd. Dus gaat de auto volgende week op transport naar Nederland. En wij zouden een leenauto krijgen waarmee papa en Jantie terug konden naar Nederland. Uiteindelijk duurde dat ook nog een paar uur en moesten we ervoor naar Freiburg, maar het is gelukt. Voor een leek is het verschil met hun eigen auto amper te zien, behalve dat er nu witte nummerborden op zitten in plaats van gele 😉

En na al dat geregel maakten we dus toch nog een heerlijke wandeling! Ons oorspronkelijke plan om naar de watervallen bij Schaffhausen te gaan was in het water gevallen, maar tijdens het wachten bij de autogarage had ik in een krant gezien dat wegwerkzaamheden bij Freiburg versneld waren afgerond en daarmee de weg naar de Ravennaschlucht weer vrij was. Dat was goed nieuws, want daar wilden we graag nog eens naartoe. En het ligt voorbij Freiburg, dus kon goed gecombineerd worden met het ophalen van de huurauto. We stopten zoveel mogelijk spullen en mensen in onze auto, de rest in de trein, en togen naar Freiburg. Vervolgens dus met twee auto’s verder naar de Ravennaschlucht. Na een heerlijke picknick liepen we het ravijn op en neer. Inclusief pauzes is dat een tocht van zo’n twee uur over smalle paadjes vlak langs een riviertje, over houten bruggetjes en trappen, en langs verschillende watervalletjes. We hebben ervan genoten. Zo’n uitje voelt echt als vakantie-dicht-bij-huis, de natuur is echt prachtig.

En we hadden dit keer extra geluk: vlak bij de Ravennaschlucht staan een paar hotels en restaurants, en één daarvan heeft de voorgevel omgebouwd tot een enorme koekoeksklok. Aangezien wij daar om 1 uur zaten te picknicken en van 3 uur tot half 4 van een ijsje genoten, konden we drie keer het spektakel bewonderen. Kijk zelf maar: