Maar ik wil TOCH ZÓ GRAAG!

Iedereen die regelmatig met kleine kinderen omgaat zal het herkennen: nooit wordt er zo lekker gespeeld als ’s avonds na bedtijd; nooit is speelgoed zo geliefd als wanneer het op de weggooistapel wordt ontdekt; en als de jampot bijna leeg is wil ineens iedereen jam op z’n brood in plaats van kaas, honing of pindakaas. Alles wat niet mag of binnenkort niet meer dreigt te kunnen, wordt plotsklaps dubbel zo aantrekkelijk. Daar hebben ook onze kinderen last van. Vanavond na het eten mocht Judith niet meer buiten spelen. Nou, toen was de boot aan. Ze wou TOCH ZOOOOO GRAAG EVEN BUITEN SPELEN!

Je zou bijna denken dat het kind een stressvolle week achter de rug heeft met zwemles, speelafspraakjes en andere verplichtingen na volle schooldagen, en nu snakt naar een momentje ongestoord spelen. Maar voor de duidelijkheid: het “buiten” waar ze zo graag naartoe wilde is gewoon dezelfde paar vierkante meter slecht onderhouden grasveld met dezelfde paar omgezaagde stukken boomstam waar ze al wekenlang geacht wordt zich te vermaken. En hoewel ze er al heel wat tijd heeft doorgebracht, is dat niet altijd met zoveel enthousiasme als haar uitbarsting vanavond deed vermoeden. Kennelijk is ook de tuin pas echt aantrekkelijk als je er niet naartoe mag.

Maar eigenlijk is dit gedrag natuurlijk niets nieuws. Eeuwen geleden zei Paulus het al (in de vertaling die we momenteel met ons kroost aan tafel lezen): “Door de wet leerden de mensen wat zonde is. Want de wet verbiedt alle verkeerde verlangens. Zo leerden de mensen die verlangens kennen. En de zonde zorgde ervoor dat ze naar hun verkeerde verlangens gingen luisteren.”

Wij vonden dat maar een lastig stukje, zelfs nadat we al een paar dagen hadden gelezen over de wet en de zonde. Daarom hebben we geprobeerd het met onze Playmobil-leeuwen en poppetjes te verduidelijken: stel dat er een rivier is met aan de overkant gevaarlijke leeuwen. Dan is het natuurlijk heel gevaarlijk om die rivier over te steken! Dat snapte Judith meteen: “Dan gaat de papa-leeuw de poppetje opeten!” Zo is het ook met zonde voordat er expliciete geboden waren. Die leidt tot allerlei narigheid. Maar wat zou een goede parkwachter doen? Die zet natuurlijk een groot hek voor de rivier, om argeloze mensen duidelijk te maken dat het verboden is om over te steken. Maar wat zou het poppetje dan doen? Nou, daar konden ze zich wel in inleven. “Als je een hek ziet waar je niet langs mag, dan denk je juist extra: wat zou daar nou achter zijn?”. Precies. En als het poppetje dan tóch oversteekt, wat gebeurt er dan? “Dan eet de papa-leeuw hem nog steeds op”. Én dan krijgt ‘ie straf van de parkwachter — waarschijnlijk dan in omgekeerde volgorde 😉 Maar goed, het idee is duidelijk: nu het hek er is, is het extra verkeerd om over te steken en zijn er extra consequenties. Maar toch is het niet de schuld van het hek dat je een boete krijgt of dat je opgegeten wordt, dat is de schuld van je eigen zondige hart.

We hebben vast wat theologische details gemist of verkeerd uitgelegd, maar de grote lijn klopt denk ik wel. En dat principe heeft dus alles te maken met de praktijk van alledag. Niet alleen met onze kinderen hoor, met ons zelf net zo goed. Als ik me voorgenomen heb eens wat minder chocola te eten, zijn de paaseitjes nog extra aantrekkelijk. En nu het erop lijkt dat we de grens niet over mogen om een bruiloft bij te wonen, willen we TOCH ZÓ GRAAG! Misschien dat we, als ons geen strobreed in de weg was gelegd, nog eens zouden nadenken of 700 km heen en 700 km terug niet teveel was voor alleen een burgerlijk huwelijk (de rest wordt sowieso uitgesteld). Maar nu, nu is er nauwelijks iets wat we liever willen 😉 Maar ja, je moet consequent zijn hè. Als onze kinderen niet mogen gillen en drammen en zeuren om hun zin te krijgen, dan proberen wij dat zelf ook niet te doen in hun bijzijn. En intussen houden we het nieuws een beetje in de gaten. Wetten veranderen tegenwoordig snel; misschien mogen we tóch nog 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *