Weer naar de kerk! Maar toch niet

Morgen is het Pinksteren, en onze gemeente zag er naar uit op die dag voor het eerst weer (met een beperkt aantal mensen) een kerkdienst te kunnen houden. De draaiboeken waren opgesteld, de stoelen keurig op afstand van elkaar gezet, er is een inschrijfsysteem opgetuigd zodat iedereen een keer de kans zou krijgen om naar de kerk te gaan de komende weken… ik had er helemaal zin in. En Johan had mij de primeur gegund om naar die dienst te mogen.

Maar helaas. Het feest gaat niet door.

We kregen een mail met de daarin de mededeling dat “een persoon” uit onze gemeente contact heeft gehad met “iemand” die positief op corona is getest. Wie dat is, waar en wanneer die persoon eventueel contact heeft gehad met andere gemeenteleden, dat is allemaal een groot vraagteken. Of diegene zelf corona heeft ook, want een test kan pas na het Pinksterweekend uitgevoerd worden… [tot zover dus het belang van snel en toegankelijk testen. Als je op vrijdag hoort dat je misschien besmet bent, kun je mooi tot dinsdag wachten tot je ergens terecht kunt]. Nu heeft onze kerkenraad dus besloten om uit voorzorg de dienst af te gelasten. Ze zijn denk ik een beetje geschrokken van de berichten uit Frankfurt, en willen het zekere voor het onzekere nemen. Jammer hoor…

Het voelt ook wel een tikkeltje overdreven dat meteen niemand mag komen. Wij hebben zelf bijvoorbeeld al maandenlang niemand uit de gemeente ontmoet, dus ook niet de potentiële coronapatiënt. En zo zullen er meer gemeenteleden zijn, aangezien dit pas de eerste zondagse dienst sinds half maart zou zijn. Als degene om wie het gaat dus even z’n naam zou doorgeven en zou vermelden waar en wanneer hij/zij met anderen in contact is geweest, kan ieder z’n conclusies trekken. Wel zo handig ook om dat vast te weten vóór er dinsdag eindelijk getest gaat worden, voor de mensen die het betreft. Maar kennelijk gaat privacy hier vóór de kerkdienst en vóór het natrekken van de besmettingsketen.

Tjah. Ik ben hier gewoon chagrijnig van, dat moge inmiddels duidelijk zijn 😉

Gelukkig is er ook goed nieuws. Zoals het er nu uitziet, kan Hannahs school over twee weken weer grotendeels open. Ze willen elke schooldag fysiek les gaan geven, en dan mogen steeds 12 van de 14 kinderen in de klas aanwezig zijn. Niet helemaal ideaal, maar een stuk beter dan het tot nu toe was ­— namelijk alleen een paar uur online les. Wel een beetje jammer dat school precies begint in de week dat wij weer een bruiloft hebben in Nederland, terwijl ze nu twee weken vakantie hebben en we al weeeeeeken thuis zitten. Maar goed. Dat ligt aan de planning van het bruidspaar natuurlijk B-)

Bij de Kindergarten zit er nog weinig schot in de zaak. Tot nu toe zijn alleen kinderen welkom wiens beide ouders verplicht op hun werk moeten verschijnen (dus niet thuis kunnen werken), of die volgens Jeugdzorg thuis gevaar lopen. Daar hoort ons kroost niet bij, en dus moeten we er rekening mee houden dat ze pas half september een kansje krijgen om weer (deels?) naar de Kindergarten te mogen en hun vriendjes te zien. Dat is best een lange periode natuurlijk. En zelfs daarna is het nog maar de vraag hoe het plaatje eruit komt te zien, omdat afstand houden voor peuters gewoon niet realistisch is. Als de “strengste” voorstellen opgevolgd worden, kunnen kinderen van thuisblijvende moeders en/of thuiswerkende vaders voortaan dus pas vanaf 6 jaar naar school en zitten ze tot die tijd thuis.

Er komt dan ook wel protest tegen deze regels, zeker aangezien in andere landen jonge kinderen vrijwel geen beperkingen meer opgelegd krijgen omdat ze maar zo’n kleine rol lijken te spelen in het hele corona-gebeuren. We hopen maar dat deze protesten er toe leiden dat het beleid wordt heroverwogen, en dat de situatie zo ver verbetert dat de beperkingen opgeheven kunnen worden. Het zou heerlijk zijn als onze schatjes regelmatig even op iemand anders z’n lip kunnen zitten in plaats van elkaar het leven zuur te maken 😉

Maar dat is toekomstmuziek. Vooreerst hebben we de schone taak om als gezin Pinksteren te vieren. Er liggen een paar puzzeltjes en opdrachtjes klaar, gespreksvragen en bijpassende Bijbelgedeelten… en daar houdt het op voor mij als moeder. De kern van het feest kan ik niet “maken”, zelfs een gezellige sfeer creëren lukt niet altijd. Maar gelukkig mogen we juist met Pinksteren naar boven kijken:

Heilige Geest van God,
adem in ons midden,
dan zullen wij aanbidden
de Vader en de Zoon.

Kom, o Heilige Geest,
wij wachten op U.
Vervul ons met uw kracht,
Heil’ge Geest kom nu.

(~ Sela)

Naar het feest van “mijn opa”

Sinds twee uur zijn we weer thuis, terug van onze reis naar Nederland. Beter gezegd, van onze reis naar “mijn opa”. Want daar draaide het allemaal om deze keer. Natuurlijk waren we allemaal erg blij dat we op het laatste nippertje toch naar Nederland konden gaan. Maar Judith vond het wel héél speciaal. Toen we haar uitlegden dat wíj́ naar het trouwfeest van opa en Jantie mochten maar veel andere mensen niet, zag je de trots in haar oogjes schitteren. Plotseling kreeg zij, als kleindochter van “mijn opa”, een sterrenstatus. En dat zou iedereen weten ook 🙂

Natuurlijk vond ze het ook leuk om de rest van de familie te zien en om met haar nichtje te spelen, maar opa had dit keer een speciaal plekje. Misschien dat ze ook even duidelijk wilde hebben dat er in dat opzicht niets verandert nu verschillende mensen in de familie gaan trouwen en verhuizen. “Want opa is MIJN opa!”. Vooruit, er zijn nog een paar kleinkinderen, maar die vergat ze voor het gemak maar even. Eigenlijk wilde ze ook bij opa logeren, maar om aan de corona-regels te kunnen voldoen moesten we ons opsplitsen over verschillende huizen. Toen puntje bij paaltje kwam ging ze toch maar bij papa en mama slapen, maar jullie mogen één keer raden wat de eerste vraag was toen ze ’s ochtends wakker werd. “Wanneer gaan we weer naar….?”

Zien jullie dat handje? 🙂 Hopelijk heeft de “echte” fotograaf de gezichten wat mooier weten te vangen, maar dit handje is wel heel toepasselijk…

En eerlijk is eerlijk, ons kroost kreeg ook wel volop de kans om zich speciaal te voelen. Boaz kreeg een stropdas die paste bij de bruidsjurk, en de dames kregen een echte prinsessenjurk. Blijf dan maar eens met je beide benen op de grond staan… 😉

Na de bruiloft zijn we nog drie nachtjes op een camping in Hardenberg geweest, dichtbij onze andere opa en oma. Als we dan toch in Nederland zijn, proberen we er zo’n mouw aan te passen dat we meteen meerdere familieleden kunnen zien. En zelfs ons jongste nichtje hebben we kunnen bewonderen. Johan en ik waren dus heel tevreden over dit (halve) weekje, en klaar om weer naar huis te gaan. Uiteindelijk hebben we dat natuurlijk ook gewoon gedaan, maar het was niet geheel naar de zin van onze jongste telg. Toen die in de auto stapte wilde ze helemaal niet naar huis, ze wilde naar “mijn opa!” Helaas, ze zal nog even geduld moeten hebben. Maar hopelijk niet al te lang, want over krap vier weken staat er alweer een bruiloft gepland. En ook daar zijn wij, als hooggeëerd publiek, weer uitgenodigd. We hebben er alvast zin in 🙂

Net op tijd

De laatste weken veranderen regels in hoog tempo, meestal in ons voordeel. Zo mogen we weer naar buitenspeeltuintjes en is de kinderboerderij in Freiburg weer open. Maar één wijziging is voor ons wel bijzonder fijn: sinds deze week hoeven Duitse inwoners die terugkeren uit een EU-land waar relatief weinig corona-besmettingen zijn, niet meer 14 dagen in gecontroleerde quarantaine. Natuurlijk was ook deze regel weer in echte ambtenarentaal opgesteld, in de trant van:

  • Iedereen die over land, zee of door de lucht binnenkomt vanuit een staat die niet behoort tot de uitzonderingen onder punt 4, moet in quarantaine — en pas op want we zijn heel streng en we hebben hier allemaal verordeningen voor die we echt controleren en bla-bla-bla…
  • Een halve pagina verder: tot de uitzondering behoren EU-lidstaten, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland.

Kijk, dat wilden we graag weten! We mogen dus ongestraft naar Nederland en weer terug, op de logische voorwaarde dat we gezond zijn en geen contact gehad hebben met een corona-patiënt, en dat er in de periode dat wij in Nederland zijn niet net een heftige uitbraak komt. Die risico’s vinden we wel aanvaardbaar, en dus zijn we als een haasje gaan rondbellen en overleggen. Want aanstaande vrijdag hoopt onze opa te trouwen, en daar zijn we natuurlijk graag bij! Eigenlijk hadden we dat plan al uit ons hoofd gezet, maar de regels zijn precies op tijd aangepast.

Morgenochtend vroeg hopen we in de auto te stappen. In Nederland verdelen we ons in twee groepen om bij familie te logeren (met z’n vijven in één groep overschrijdt het maximum-aantal gasten in één huishouden). Dan hopen we de bruiloft mee te vieren, en daarna nog een paar nachtjes in Hardenberg op een camping te verblijven om ook Johans familie even te kunnen zien. In het bijzonder zien we er naar uit om ons jongste familielid eindelijk te kunnen ontmoeten! Ons eerste nichtje van de Commelin-kant is tenslotte al bijna 4 maanden oud, en we hebben haar alleen nog op foto’s / fimpjes en via Skype gezien. Daar komt nu dan hopelijk verandering in, al zal een ouderwetse knuffel nog even moeten wachten. Maar ach, dan hebben we een goede reden om later nog eens terug te komen 😉

Ne? Na? Boaaah…

Gisteravond keek ik een filmpje van een Engelse dame die in Duitsland woont en verslag doet van dingen die haar opvallen in Duitsland. Sommige dingen die zij bijzonder vindt, vinden wij helemaal niet raar. Dubbeldekkertreinen bijvoorbeeld, of draai-kiepvensters, of winterbanden. Andere dingen vinden wij ook opvallend. We pikken er een paar leuke uit voor jullie.

Lange woorden. Waar Engelsen gewoon een hele rij losse woorden achter elkaar plakken als ze iets willen beschrijven, maken Duitsers er lange woorden van. In ons lokale krantje staan bijvoorbeeld de data en tijden van de “Kreisbaumeistersprechtage”. Ook andere ambtenarentaal gooit hoge punten: “Kraftfahrzeughaftpflichtversicherung”, “Arbeiterunfallversicherungsgesetz” of “Behindertengleichstellungsgesetz” bijvoorbeeld. En dat zijn echte woorden die ook echt gebruikt worden. Geweldig toch, als je eenmaal hebt ontdekt waar de grenzen tussen de lettergrepen liggen?

Ook heel herkenbaar: woorden die geen woorden zijn, maar “geluiden”. Die horen we hier heel erg vaak. Als je iets zegt en je wilt om instemming van je gesprekspartner vragen, dan zeg je in het Nederlands “of niet?”, of “nietwaar?”, of “toch?”. Zoiets. In het Duits zeg je gewoon “Ne?”
En als je ergens van onder de indruk bent zeg je niet “wow” of “mèèèn hé!”, maar enkel “boahhhh”. En dat is niet per se popi-jopie taalgebruik, dat zegt onze ouderling ook in de kerk. En dan “na?” Dat betekent zoveel als “En, hoe is ’t ermee?” of “En, wat vind jij hier nou van?” Kijk, zulke woordjes compenseren weer een beetje voor die lange woorden die we net bespraken.

En dan de regels. Je doet hier echt snel iets verkeerd. Zo is het bijvoorbeeld verboden om tussen 1 en 3 uur ’s middags je glas in de glasbak te gooien, want dan is het “Mittagsruhe”. Ik kreeg daar een keer een schriftelijke vermaning voor; wist ik veel. Een ambtenaar had me gezien. Ik hem ook. Hij keek stuurs terug zonder wat te zeggen, en stuurde vervolgens dus een ambtelijke waarschuwing. Dat is nou echt Duitsland. In plaats dat je dan even naar iemand toe loopt en vriendelijk zegt: “Weet u, het is hier verboden om tussen 1 en 3 uw glas weg te brengen”, kijk je chagrijnig terug en stuur je een brief met veel dreigende taal en bla bla. Om te compenseren voor al het daarvoor gebruikte papier, zetten ze meteen in die ene brief wat de gevolgen zijn als je een vergelijkbare overtreding nog een keer doet, en nog een keer, en nog een keer. Ze stoppen pas als je in de bajes zit, zeg maar. Zo ver is het bij ons gelukkig nog niet gekomen.

En tenslotte de administratie-liefde. Formulieren invullen, handtekeningen zetten… Duitsers smullen ervan. En nemen vervolgens ook de tijd om al die administratie te verwerken, natuurlijk. Klein voorbeeldje: de belastingaangifte. Wij hebben ’t weer afgewerkt voor dit jaar, en het was eigenlijk appeltje-eitje zonder hypotheek, emigratie of buitenlands salaris. En je kunt het heerlijk digitaal regelen en indienen. Bijna dan. Als je klaar bent word je hartelijk bedankt voor je aangifte, en moet je alsnog de hele boel printen, ondertekenen en opsturen. Anders wordt je digitale aangifte gewoon niet in behandeling genomen. Waarschijnlijk zitten er nu 25 medewerkers dag in dag uit te vergelijken of onze geprinte bladen overeenkomen met de digitale versie. En smullen ze van die mooie handtekeningen met echte inkt op echt papier.

Goed, nog één bonus dan, omdat die zo mooi in het rijtje past. Als Hannah nieuwe steunzolen nodig heeft, moet ik naar de arts bellen voor een afspraak. Dan zeg ik: het is weer een jaar geleden dat ze nieuwe steunzolen heeft gehad, dus ze heeft nieuwe nodig. Prima, we krijgen een afspraak. Na minstens drie kwartier in de wachtkamer zijn we dan aan de beurt, en vraagt de arts: “Zijn je voeten gegroeid in dit jaar?” Hannah: “Ja”. “Oh. Dan heb je nieuwe steunzolen nodig”. Prrrrrr komt er een recept uit de printer. Handtekening eronder, klaar. Wij met het recept naar de steunzolenwinkel, maar die ziet dat het niet volgens de eisen van de verzekeraar is opgesteld. Dus krijgen we een formulier mee hoe de verzekeraar het wil, daarmee gaan we opnieuw naar de arts, wordt het recept aangepast, komt er een nieuwe handtekening op, en kunnen we nogmaals naar de winkel. Waar in de computer wordt gekeken: “Ja, de laatste keer dat u steunzolen aanvroeg is een jaar geleden, dus u heeft automatisch recht op twee nieuwe.” Precies. Dat was wat ik bedoelde.

Heerlijk, die Duitsers.

Maar ik wil TOCH ZÓ GRAAG!

Iedereen die regelmatig met kleine kinderen omgaat zal het herkennen: nooit wordt er zo lekker gespeeld als ’s avonds na bedtijd; nooit is speelgoed zo geliefd als wanneer het op de weggooistapel wordt ontdekt; en als de jampot bijna leeg is wil ineens iedereen jam op z’n brood in plaats van kaas, honing of pindakaas. Alles wat niet mag of binnenkort niet meer dreigt te kunnen, wordt plotsklaps dubbel zo aantrekkelijk. Daar hebben ook onze kinderen last van. Vanavond na het eten mocht Judith niet meer buiten spelen. Nou, toen was de boot aan. Ze wou TOCH ZOOOOO GRAAG EVEN BUITEN SPELEN!

Je zou bijna denken dat het kind een stressvolle week achter de rug heeft met zwemles, speelafspraakjes en andere verplichtingen na volle schooldagen, en nu snakt naar een momentje ongestoord spelen. Maar voor de duidelijkheid: het “buiten” waar ze zo graag naartoe wilde is gewoon dezelfde paar vierkante meter slecht onderhouden grasveld met dezelfde paar omgezaagde stukken boomstam waar ze al wekenlang geacht wordt zich te vermaken. En hoewel ze er al heel wat tijd heeft doorgebracht, is dat niet altijd met zoveel enthousiasme als haar uitbarsting vanavond deed vermoeden. Kennelijk is ook de tuin pas echt aantrekkelijk als je er niet naartoe mag.

Maar eigenlijk is dit gedrag natuurlijk niets nieuws. Eeuwen geleden zei Paulus het al (in de vertaling die we momenteel met ons kroost aan tafel lezen): “Door de wet leerden de mensen wat zonde is. Want de wet verbiedt alle verkeerde verlangens. Zo leerden de mensen die verlangens kennen. En de zonde zorgde ervoor dat ze naar hun verkeerde verlangens gingen luisteren.”

Wij vonden dat maar een lastig stukje, zelfs nadat we al een paar dagen hadden gelezen over de wet en de zonde. Daarom hebben we geprobeerd het met onze Playmobil-leeuwen en poppetjes te verduidelijken: stel dat er een rivier is met aan de overkant gevaarlijke leeuwen. Dan is het natuurlijk heel gevaarlijk om die rivier over te steken! Dat snapte Judith meteen: “Dan gaat de papa-leeuw de poppetje opeten!” Zo is het ook met zonde voordat er expliciete geboden waren. Die leidt tot allerlei narigheid. Maar wat zou een goede parkwachter doen? Die zet natuurlijk een groot hek voor de rivier, om argeloze mensen duidelijk te maken dat het verboden is om over te steken. Maar wat zou het poppetje dan doen? Nou, daar konden ze zich wel in inleven. “Als je een hek ziet waar je niet langs mag, dan denk je juist extra: wat zou daar nou achter zijn?”. Precies. En als het poppetje dan tóch oversteekt, wat gebeurt er dan? “Dan eet de papa-leeuw hem nog steeds op”. Én dan krijgt ‘ie straf van de parkwachter — waarschijnlijk dan in omgekeerde volgorde 😉 Maar goed, het idee is duidelijk: nu het hek er is, is het extra verkeerd om over te steken en zijn er extra consequenties. Maar toch is het niet de schuld van het hek dat je een boete krijgt of dat je opgegeten wordt, dat is de schuld van je eigen zondige hart.

We hebben vast wat theologische details gemist of verkeerd uitgelegd, maar de grote lijn klopt denk ik wel. En dat principe heeft dus alles te maken met de praktijk van alledag. Niet alleen met onze kinderen hoor, met ons zelf net zo goed. Als ik me voorgenomen heb eens wat minder chocola te eten, zijn de paaseitjes nog extra aantrekkelijk. En nu het erop lijkt dat we de grens niet over mogen om een bruiloft bij te wonen, willen we TOCH ZÓ GRAAG! Misschien dat we, als ons geen strobreed in de weg was gelegd, nog eens zouden nadenken of 700 km heen en 700 km terug niet teveel was voor alleen een burgerlijk huwelijk (de rest wordt sowieso uitgesteld). Maar nu, nu is er nauwelijks iets wat we liever willen 😉 Maar ja, je moet consequent zijn hè. Als onze kinderen niet mogen gillen en drammen en zeuren om hun zin te krijgen, dan proberen wij dat zelf ook niet te doen in hun bijzijn. En intussen houden we het nieuws een beetje in de gaten. Wetten veranderen tegenwoordig snel; misschien mogen we tóch nog 🙂