Angst

Vandaag zongen we tijdens onze online kerkdienst een lied dat we in het verleden wel vaker gezongen hebben, maar dat me nu bijzonder aansprak: “Aber der Herr ist immer noch größer” van Elisabeth en Gerhard Schnitter. Ik citeer hier het eerste en het laatste couplet.

— Couplet 1:
Wellen der Angst kommen auf mich zu,
beklemmen und hemmen, nehmen mir die Ruh.
Angst vor dem Leben und der Einsamkeit,
dem Sterben, dem Alltag und der freien Zeit.

Golven van angst komen op mij af,
beklemmen en remmen, benemen mij de rust.
Angst voor het leven, voor de eenzaamheid,
voor sterven, het dagelijks leven, en voor vrije tijd.

Vrije tijd! Angst voor het leven van alle dag, voor vrije tijd. Plotseling worden we erdoor overweldigd. Als een vloedgolf.

— Refrein:
Aber der Herr ist immer noch größer,
größer als ich denken kann.
Er hat das ganze Weltall erschaffen.
Alles ist ihm untertan.

Maar de Heer is altijd nog groter,
groter dan ik bedenken kan.
Hij heeft het hele heelal geschapen.
Alles is hem onderworpen.
— Couplet 5:
Durch alle Wellen trägt er mich an Land.
Geborgen, voll Freude faß ich seine Hand.
Ist auch dass Brausen übermächtig groß:
Er geht auf den Wellen, und er läßt nicht los.

Door alle golven draagt hij mij aan land.
Geborgen, vol vreugde vat ik zijn hand.
Al is het bruisen overweldigend groot:
Hij loopt op de golven, en hij laat niet los.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *