“Waar blijft jullie blog?”

Sommige mensen volgens onze belevenissen nog altijd op de voet, en gaan sputteren als we een tijdje niets schrijven. Dus speciaal voor mijn lieve zus: onze laatste zaterdagse wandeling “as it really was”. Niet bijzonder spannend, niet bijzonder dramatisch verlopen, we zijn niet weggeregend en niet verdwaald, maar het was ook niet de meeste stralende wandeling ooit. Gewoon… heel gewoon. Vandaar dat ik er nog niet over had geschreven.

Goed. Laten we beginnen bij het begin. Johan kreeg van een collega een tip over een kindvriendelijke wandeling in Freiburg. Het moest een route zijn van zo’n vijf kilometer (enkele reis, geen rondje) met allerlei “Sägemännle” onderweg: een soort tuinkabouter-achtige mannetjes met miniatuur-houtzagerijtjes die opgesteld stonden bij de talloze kleine beekjes die we onderweg tegen zouden komen. De kinderen van die collega waren enthousiast, en het leek ons ook wel leuk. Ik wilde toch al heel graag gaan wandelen na het prachtige zonnige weer eerder die week, en onze kinderen vinden een wandeling vaak veel leuker als er onderweg iets te zien of te beleven is.

Het idee was om met de trein te gaan, zodat we ook niet per se weer naar de parkeerplaats terug hoefden te lopen maar gewoon op de bus of trein konden stappen als we geen zin meer hadden om nog verder te lopen. En een ritje met de trein is af en toe ook best leuk natuurlijk. Helaas bleken de overstappen nogal lang te duren, en we hadden geen zin om de halve dag op stations door te brengen. Toch maar de auto dus. [Dat was desillusie nummer 1]

Het duurde even voor we de route hadden gevonden, maar gelukkig kon Johans telefoon ons helpen. We mochten meteen door de blubber de berg op, zó vanuit de stad het bos in. Gelukkig hadden we stevige laarzen aan en geven onze avonturiers doorgaans niet om een spatje modder. Alleen voor Judith was het soms wat lastig, haar beentjes zijn vaak net te kort om óver een modderplas heen te kunnen stappen 😉 Al snel begon het gemopper en geklaag: “Waar zijn de zaag-mannetjes nou?” Tjah, wij konden ze ook niet vinden. Je zou denken dat er weinig te verstoppen is in een winters bos zonder blaadjes, maar deze kabouters lieten zich toch echt niet zien. Na drie kilometer hebben we maar geconcludeerd dat de Sägemännle kennelijk ’s winters worden opgeruimd. [Dat was desillusie 2]. Ook de route zelf was niet altijd even duidelijk aangegeven. Beter gezegd: er was geen enkele aanduiding, en daarom moesten we soms even zoeken [Dat was frustratie 3].

Maar gelukkig, net op het moment dat de stemming niet meer optimaal was maar we toch echt “in the middle of nowhere” zaten en dus simpelweg door móesten, werd het pad echt leuk. Smalle paadjes langs hellingen, kleine stroompjes die ons pad kruisten, om een bocht ineens uitzicht over een dal, dan weer dichte begroeiing zodat je elkaar al snel uit het oog verloor… Dat zijn de wandelingen waar ik mijn hart aan ophaal. En de kinderen zijn dan ook ineens niet meer moe, die rennen vooruit om het pad te verkennen of verstoppen zich achter een boom om ons te laten schrikken. Bovendien waren de bosbouwers opgehouden met zagen en was het super rustig.

Heerlijk. Daarmee waren alle tegenvallers weer helemaal goedgemaakt. Dat voelt echt als vakantie.

Maar na verloop van tijd werden de beentjes toch wel moe. Volgens Johans telefoon moesten we bíjna bij een restaurantje uitkomen, en daar zou hij ons trakteren op een lekkere lunch. Daar hadden we allemaal wel oren naar, en de frustratie steeg dus merkbaar toen het toch nog een halve kilometer verder was dan gedacht. Maar tenslotte kwam dan toch het bordje van het restaurant in zicht.

Met daaronder een papiertje: we zijn gesloten i.v.m. vakantie.

Nee hè, dát hadden we nou net níet nodig! Johan had van tevoren de openingstijden gecheckt op de website, maar daar stond deze vakantie gemakshalve niet op. Nu zien wij ook wel weer de charme van kleine restaurantjes in het bos die alleen met briefjes melden wanneer ze wel of niet open zijn, maar als je net een gelikte website hebt gezien verwacht je dit niet meer. [Dat was de grootste afknapper van de dag].

Gelukkig hadden we nog wat nootjes bij ons, die hebben we eerst maar eens opgepeuzeld. “Voor nieuwe kracht”. Daarna zijn we afgedaald naar het dichtstbijzijnde dorpje en vonden daar een pizzeria. Eén blik was voldoende: daar gingen we eens lekker pizza eten 🙂 Zo gezegd zo gedaan. De pizza’s waren natuurlijk veel te groot om op te krijgen, maar de wc in de kelder van het restaurant was zó leuk dat iedereen er wel twee keer heen moest 😉 En de stukken die over waren kregen we in zilverfolie mee, die hebben we zondagavond bij de open haard opgegeten. Helemaal prima dus.

En toen moesten we nog terug, zo’n 3,5 km naar de auto. Langs een asfaltweg, omdat we al helemaal in het dorp zaten. Nou zijn asfaltwegen wel makkelijk om te lopen maar ook oersaai, en zeker na een overvloedig maal had ons kroost daar niet zo’n trek meer in. Zo kregen we toch nog ons voorgenomen treinreisje: met een boemeltje één station verder. Daar stond onze auto bij het station geparkeerd, en die bracht ons zonder morren weer naar huis.

Al met al: geen Facebook-waardig stralend uitje, ook geen dramatische mislukking die we tien jaar later bij het kampvuur nog zullen herkauwen, maar een heel gewone wandeling. Gewoon een belevenis van de Commelins – en dat was tenslotte wat je wou horen toch, zusjelief? :))

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *