Gastblog

Vandaag hebben we een bijzondere blogpost: geschreven door mijn zus 🙂

————————————————————-

Waarom zijn persoonlijke blogs, van vaak wildvreemde mensen, zo populair? Deze vraag kwam in me op naar aanleiding van de blog die Grietje laatst schreef. Het viel me op dat het al een week stil was op de weblog en appte haar daarover. Ze schreef in de volgende post: “Sommige mensen volgens onze belevenissen nog altijd op de voet, en gaan sputteren als we een tijdje niets schrijven. Dus speciaal voor mijn lieve zus: onze laatste zaterdagse wandeling “as it really was”. Niet bijzonder spannend, niet bijzonder dramatisch verlopen, we zijn niet weggeregend en niet verdwaald, maar het was ook niet de meeste stralende wandeling ooit. Gewoon… heel gewoon. Vandaar dat ik er nog niet over had geschreven.”

Het zette me aan het denken. Juist die gewone, heel gewone verhalen vind ik zo leuk. Ik geniet van de schrijfstijl, zie alles voor me gebeuren en glimlach om de herkenbare acties van Hans, Boaz en Juut. Herkenbaarheid, zou dat het zijn? Sowieso speelt natuurlijk mee dat we elkaar niet wekelijks zien of in levende lijve spreken. Maar dat is bij meer vrienden en bekenden zo. We spreken elkaar wel regelmatig via de (familie)app, dus we blijven ook zonder blog wel op de hoogte van elkaars leven.

Ik maak het kader rond mijn vraag breder. Ik lees meer blogs, vaak persoonlijke. En ik ben niet de enige. Honderdduizenden mensen doen dit ook. Blogs worden steeds vaker verruild voor vlogs, maar het idee blijft hetzelfde. Bloggers, ploggers of vloggers laten met hun content zien waar ze zich mee bezig houden. Of het nu bekende of onbekende contentmakers zijn; blogs met persoonlijke overzichten, dagboeken of weekterugblikken zijn verreweg het meest populair.

Ik denk dat herkenbaarheid een van de verklaringen is voor deze populariteit. Voor bekende Nederlanders geldt nou niet altijd dat je jezelf met hen kunt identificeren, maar hun dagelijkse routines zijn toch best herkenbaar. Anderen hebben ook kinderen die zij opvoeden op hun manier, ze hebben ook familie en vrienden waarmee ze lief en leed delen, ze moeten ook financiële keuzes maken en iedere week de boodschappen doen. Voor mij maakt die herkenbaarheid het leuk om mee te lezen.

Terug naar weblog.commelin.net. Het gewone, daar houd ik van. Ter vermaak, als inspiratie, als spiegel, als herkenning. En eerlijk is eerlijk, die Commelins hebben een streepje voor door de familieband. Want als familie zijn elkaars avonturen nog net iets leuker, begrijpen we elkaar net iets beter en zien we nog meer uit naar een volgend verhaal. Kom maar door, zus! 🙂

Grote gekkigheid

Een betere naam heb ik niet voor Johan z’n programma begin deze week. Maandagmorgen ging hij al op tijd de deur uit naar Freiburg, maar niet naar de universiteit. Hij nam vandaar een Flixbus naar Basel, vanaf Basel een vliegtuig naar Londen, en vanaf Londen vliegtuig naar New Orleans. Al met al een flinke reis met 7 uur tijdverschil erin. Eenmaal aangekomen was het voor zijn gevoel hoog tijd om in bed te duiken, maar in plaats daarvan moest hij nog uitgebreid uit eten met andere informatici en wiskundigen. Uiteindelijk natuurlijk wel naar bed, maar omdat zijn biologische klok niet zo snel kon schakelen werd hij rond 7 uur Nederlandse tijd – daar 12 uur ’s nachts – alweer wakker. Gaap.

De volgende dag was het praatje waarvoor deze hele onderneming was georganiseerd. Maarliefst 17 minuten had Johan de tijd om het onderzoeksproject van hem en zijn collega’s te presenteren. Daarna was het alweer bijna tijd om naar het vliegveld te gaan, terug te vliegen naar Londen, terug te vliegen naar Basel en (door vertraging) in 12 minuten vanuit het vliegtuig door de douane naar de Flixbus te sprinten. Toen nog naar Freiburg, en daarna eindelijk naar huis.

Pfoe. Dat waren heel veel kilometers, heel veel CO2 en heel veel energie voor een kwartier praten. Kennelijk heb ik een belangrijke man, dat “men” hem zo graag wil aanhoren 🙂 Ik voel me spontaan vereerd dat ik regelmatig een paar úúr naast hem op de bank mag zitten! En ik was natuurlijk ook wel een beetje trots toen ik hoorde dat zijn praatje erg goed in de smaak is gevallen.

En nu is die lieve man een beetje brak. Want hij had natuurlijk geen dag vrij genomen om bij te komen; welnee, hij was woensdagavond al rond kwart voor zes thuis dus hij kon donderdagmorgen zo weer aan de slag. Vanmorgen kwam ‘ie met een zéér duf hoofd aan het ontbijt, om verbaasd te constateren dat de kinderen al gegeten hadden. Het was dan ook al bijna acht uur 😉 Haha, dat komt ervan!

“Waar blijft jullie blog?”

Sommige mensen volgens onze belevenissen nog altijd op de voet, en gaan sputteren als we een tijdje niets schrijven. Dus speciaal voor mijn lieve zus: onze laatste zaterdagse wandeling “as it really was”. Niet bijzonder spannend, niet bijzonder dramatisch verlopen, we zijn niet weggeregend en niet verdwaald, maar het was ook niet de meeste stralende wandeling ooit. Gewoon… heel gewoon. Vandaar dat ik er nog niet over had geschreven.

Goed. Laten we beginnen bij het begin. Johan kreeg van een collega een tip over een kindvriendelijke wandeling in Freiburg. Het moest een route zijn van zo’n vijf kilometer (enkele reis, geen rondje) met allerlei “Sägemännle” onderweg: een soort tuinkabouter-achtige mannetjes met miniatuur-houtzagerijtjes die opgesteld stonden bij de talloze kleine beekjes die we onderweg tegen zouden komen. De kinderen van die collega waren enthousiast, en het leek ons ook wel leuk. Ik wilde toch al heel graag gaan wandelen na het prachtige zonnige weer eerder die week, en onze kinderen vinden een wandeling vaak veel leuker als er onderweg iets te zien of te beleven is.

Het idee was om met de trein te gaan, zodat we ook niet per se weer naar de parkeerplaats terug hoefden te lopen maar gewoon op de bus of trein konden stappen als we geen zin meer hadden om nog verder te lopen. En een ritje met de trein is af en toe ook best leuk natuurlijk. Helaas bleken de overstappen nogal lang te duren, en we hadden geen zin om de halve dag op stations door te brengen. Toch maar de auto dus. [Dat was desillusie nummer 1]

Het duurde even voor we de route hadden gevonden, maar gelukkig kon Johans telefoon ons helpen. We mochten meteen door de blubber de berg op, zó vanuit de stad het bos in. Gelukkig hadden we stevige laarzen aan en geven onze avonturiers doorgaans niet om een spatje modder. Alleen voor Judith was het soms wat lastig, haar beentjes zijn vaak net te kort om óver een modderplas heen te kunnen stappen 😉 Al snel begon het gemopper en geklaag: “Waar zijn de zaag-mannetjes nou?” Tjah, wij konden ze ook niet vinden. Je zou denken dat er weinig te verstoppen is in een winters bos zonder blaadjes, maar deze kabouters lieten zich toch echt niet zien. Na drie kilometer hebben we maar geconcludeerd dat de Sägemännle kennelijk ’s winters worden opgeruimd. [Dat was desillusie 2]. Ook de route zelf was niet altijd even duidelijk aangegeven. Beter gezegd: er was geen enkele aanduiding, en daarom moesten we soms even zoeken [Dat was frustratie 3].

Maar gelukkig, net op het moment dat de stemming niet meer optimaal was maar we toch echt “in the middle of nowhere” zaten en dus simpelweg door móesten, werd het pad echt leuk. Smalle paadjes langs hellingen, kleine stroompjes die ons pad kruisten, om een bocht ineens uitzicht over een dal, dan weer dichte begroeiing zodat je elkaar al snel uit het oog verloor… Dat zijn de wandelingen waar ik mijn hart aan ophaal. En de kinderen zijn dan ook ineens niet meer moe, die rennen vooruit om het pad te verkennen of verstoppen zich achter een boom om ons te laten schrikken. Bovendien waren de bosbouwers opgehouden met zagen en was het super rustig.

Heerlijk. Daarmee waren alle tegenvallers weer helemaal goedgemaakt. Dat voelt echt als vakantie.

Maar na verloop van tijd werden de beentjes toch wel moe. Volgens Johans telefoon moesten we bíjna bij een restaurantje uitkomen, en daar zou hij ons trakteren op een lekkere lunch. Daar hadden we allemaal wel oren naar, en de frustratie steeg dus merkbaar toen het toch nog een halve kilometer verder was dan gedacht. Maar tenslotte kwam dan toch het bordje van het restaurant in zicht.

Met daaronder een papiertje: we zijn gesloten i.v.m. vakantie.

Nee hè, dát hadden we nou net níet nodig! Johan had van tevoren de openingstijden gecheckt op de website, maar daar stond deze vakantie gemakshalve niet op. Nu zien wij ook wel weer de charme van kleine restaurantjes in het bos die alleen met briefjes melden wanneer ze wel of niet open zijn, maar als je net een gelikte website hebt gezien verwacht je dit niet meer. [Dat was de grootste afknapper van de dag].

Gelukkig hadden we nog wat nootjes bij ons, die hebben we eerst maar eens opgepeuzeld. “Voor nieuwe kracht”. Daarna zijn we afgedaald naar het dichtstbijzijnde dorpje en vonden daar een pizzeria. Eén blik was voldoende: daar gingen we eens lekker pizza eten 🙂 Zo gezegd zo gedaan. De pizza’s waren natuurlijk veel te groot om op te krijgen, maar de wc in de kelder van het restaurant was zó leuk dat iedereen er wel twee keer heen moest 😉 En de stukken die over waren kregen we in zilverfolie mee, die hebben we zondagavond bij de open haard opgegeten. Helemaal prima dus.

En toen moesten we nog terug, zo’n 3,5 km naar de auto. Langs een asfaltweg, omdat we al helemaal in het dorp zaten. Nou zijn asfaltwegen wel makkelijk om te lopen maar ook oersaai, en zeker na een overvloedig maal had ons kroost daar niet zo’n trek meer in. Zo kregen we toch nog ons voorgenomen treinreisje: met een boemeltje één station verder. Daar stond onze auto bij het station geparkeerd, en die bracht ons zonder morren weer naar huis.

Al met al: geen Facebook-waardig stralend uitje, ook geen dramatische mislukking die we tien jaar later bij het kampvuur nog zullen herkauwen, maar een heel gewone wandeling. Gewoon een belevenis van de Commelins – en dat was tenslotte wat je wou horen toch, zusjelief? :))

Mooie stenen

Het was vandaag een echte januari-zaterdag. Niet bijzonder koud, al helemaal geen sneeuw of ijs, maar toch niet echt aanlokkelijk voor een wandeling of iets dergelijks (vrijdag was het trouwens heerlijk zonnig en hebben we ruim een uur in de speeltuin doorgebracht!). Gelukkig hadden we in de krant gezien dat er een stukje over de Franse grens een edelstenen-tentoonstelling / beurs zou zijn. Aangezien onze kinderen helemaal weg zijn van glimmende steentjes en andere verzamelde schatten, hielden we dat even in gedachten. Eerlijk is eerlijk, dat deden we niet in de eerste plaats om de algemene ontwikkeling van ons geliefde kroost te bevorderen, maar gewoon omdat een hele zaterdag bankhangen meestal resulteert in ergernis en chagrijn. Dat kun je maar beter vóór zijn.

Zo togen we op weg. In ons beste Frans kochten we toegangskaartjes, maar toen er een hele uitleg volgde over wat er waar en wanneer precies voor de kinderen te doen was, vielen we hopeloos door de mand. Gelukkig is dit gebied ook nog wel een beetje Duits, en schakelde de meneer over op een soort dialect – mixtaaltje dat we redelijk konden verstaan.

De beurs zelf was precies wat je je bij zoiets voorstelt: een grote hal met kraampjes vol glimmende steentjes, gladde steentjes, “prikkelige steentjes”, fossielen, sieraden, enzovoorts. Hannah en Boaz waren vooral gefascineerd door de prijzen: “Kijk, deze steen kost wel 1000 euro!” “Oooh, kijk, die is mooi! En die kost maar 375 euro, zullen we die kopen?” “Mamaaaa, mag ik voor mijn zakgeld… [vul maar in, er kwamen talloze opties voorbij] …?” De verzamelwoede werkte zonder meer aanstekelijk. Helaas voor hen zijn Johan en ik nogal nuchter in dit soort zaken… 😉 Echte Hollanders die wel komen kijken, maar niets kopen. Voor ons dus geen vitrine vol edelstenen. Zelfs een paard uit glimmende gekleurde steen hebben we laten staan, hoewel we Boaz moesten toegeven dat papa en mama samen wel genoeg geld zouden hebben om ‘m te kunnen betalen. Waarom we dan toch geen 1250 euro wilden neertellen?!?

Het leukste was natuurlijk dat de kinderen ook spelletjes konden doen: met een grote “steen” minigolfen, sjoelen, voelen en raden welke steen in welk vakje lag, darten op een mineralen-groeve… Als beloning mochten ze voor elk geslaagde spelletje een mooie edelsteen of kristal uitzoeken. Wie nergens een stempeltje had verdiend, mocht als troostprijs grabbelen in een tas met… ja, uiteraard ook mooie stenen. Voor een leek allemaal even mooi en allemaal even waardevol. Zo gingen we toch naar huis met een mooie collectie. Ik stelde nog even voor aan Judith dat ik haar stenen op de foto zou zetten en hier op de weblog zou zetten, zodat ook de mensen in Nederland ze konden zien. Maar helaas voor jullie, daar kwam niets van in. Mevrouw houdt haar schat liever voor zichzelf, ze mag er alleen zelf naar kijken 🤣

Fromage blanc

Normaal gesproken staat onze koelkast vol met “frische Vollmilch”, “Orangensaft”, “Gouda Käsescheiben” en een voorraad groente en fruit. Toen we net terug waren uit Nederland, lagen er bovendien “minikrieltjes” – die zijn intussen al opgesmuld. En nu staat er ineens 3 liter “Fromage blanc” tussen, en we weten amper wat dat is. Hoe komt dat daar?

Voor de Kerstvakantie had ik al geprobeerd om een voorraadje boodschappen in huis te halen voor als we terug zouden komen en niet meteen in de gelegenheid zouden zijn om boodschappen te doen. De meeste koelkastspullen houden het niet zo lang uit, maar een pak sinaasappelsap, een diepvriesmaaltijd van eigen makelij en vissticks in de vriezer zijn altijd handig om klaar te hebben staan. Samen met een paar verse bananen en mandarijnen uit Nederland konden we het weekend wel doorkomen. Zo gezegd, zo gedaan. Maandagmorgen zou ik dan wel weer groots inslaan.

Tot ik erachter kwam dat het maandag 6 januari was, en dat is in Zuid-Duitsland een officiële feestdag (drie koningen). Geen winkels dus, helaas. Nu konden we het natuurlijk best nog een dag uitzingen zonder nieuwe boodschappen. Onze kelder bevat keurig een doos levensmiddelen om het in geval van een nucleaire ramp of andersoortig onheil een poosje uit te kunnen houden. Die was net weer ververst. Maar… daar zit geen vruchtenyoghurt in, en ook geen verse melk. Erger nog, geen kaas… 🙁 Dat voelt dan toch wel als overleven, en aangezien er geen ramp heeft plaatsgevonden leek ons dat niet helemaal op z’n plaats.

Het handige is dat we hier dicht bij Frankrijk wonen, en dat 6 januari daar geen officiële feestdag is. Johan had wel zin om z’n geluk te gaan beproeven bij de buren, en dus toog hij met Boaz en Judith de grens over om inkopen te gaan doen. Ze kwamen thuis met een afgewerkt lijstje en twee volle tassen. Merci beaucoup! Best leuk om eens in zo’n andere supermarkt in te kopen, en te vergelijken met de producten hier. Kleine bakjes vla en vruchtenyoghurt natuurlijk. Er was zowaar een schap vol aanmaaklimonade! En in plaats van karnemelk proefden we gefermenteerde melk met Arabisch etiket, aanbevolen bij een maaltijd met couscous. Het smaakte prima.

Maar nu nog die “Fromage blanc”. Volgens mijn bestelling had dat yoghurt moeten zijn, en de verpakking leek er ook wel een beetje op. Maar ik heb op de middelbare school toch geleerd dat yoghurt “yaourt” of iets dergelijks heet?!? “Fromage” klinkt verdacht naar kaas. Roomkaas dan waarschijnlijk, gezien de consistentie. Ik bereidde me mentaal al voor op een hele week monchoutaart, en was aan het overwegen of ik dat als voordeel of nadeel van de Franse supermarkt moest opvatten. Maar toen herinnerde ik me dat kwark eigenlijk ook heel jonge kaas schijnt te zijn. Even snel het woordenboek erbij, en ja. “Fromage blanc” is kwark. Daar hebben we nu dus drie liter van staan. Dat kunnen we wel met muesli eten, gewoon alsof het yoghurt is. En als het toch teveel blijkt te zijn… tjah, dan wordt het denk ik kwarktaart eten deze week! 🙂

Nieuwe avonturen

Een nieuw jaar, tijd voor nieuwe avonturen! Dat begon gistermorgen meteen goed. Hannah en Boaz waren aan het spelen op een slaapkamer – pardon, in hun eigen huisje met hun schare poppenkinderen. Daar konden ze geen indringers gebruiken, dus werd de deur op slot gedraaid. Ook toen mama Hannah even naar de wc moest, deed papa Boaz de deur weer achter haar op slot. En toen… ja, toen ging het dus mis. Hij kreeg de sleutel niet meer omgedraaid en zat dus gevangen in z’n eigen huisje!

Ik heb de tijd niet precies bijgehouden, maar we waren een aardig poosje bezig met onze reddingspogingen. Ik probeerde Boaz door het sleutelgat heen uit te leggen hoe de sleutel gedraaid moest worden. Tevergeefs, het slot ging kennelijk te strak of hij deed het toch niet helemaal goed. We probeerden hem door het sleutelgat heen te instrueren hoe hij de sloten van raam 1 kon opendoen (door een boekendoos onder het raam te slepen, via de doos in de vensterbank te klimmen, en dan twee sloten op te tillen, en vervolgens het raam open te duwen dat nogal klemde). Dat was te hoog gegrepen, letterlijk. Dan maar het zolderraam in het schuine dak. Boaz klom op de kast, zo kon hij net bij het raam. Maar het was zo’n ingewikkeld raam met een ventilatiestrook en dubbele vergrendeling. Ook toen Boaz er met z’n hele gewicht aan ging hangen, gaf het raam niet toe.

Van buitenaf dan? Opa regelde een ladder, haalde een paar dakpannen weg om een “trappetje” te maken en stuurde Hannah het dak op. Zo konden ze weliswaar met Boaz praten en zien wat hij deed, maar het raam ging nog steeds niet open.

Intussen waren oma en ik nog steeds op zoek naar de WD40, om het slot wat makkelijker te laten opengaan. En we zochten gereedschap om met grof geweld de drempel onder de deur uit te slopen, zodat de sleutel daar hopelijk onderdoor geschoven kon worden. Uiteindelijk vonden we een flesje fietsketting-smeerolie. Dat heb ik zo goed mogelijk in het slot gespoten, Boaz gevraagd om nog een nieuwe poging te doen, hem aangemoedigd om als een echte oliebolleneter al z’n kracht te gebruiken en tadaa…. de deur ging open!

Zo. Dat was dat.

De rest van de dag gingen we naar SeaLife in Scheveningen. We verbaasden ons over roggen die heel bijzondere eieren leggen, over een enorme soepschildpad, over baby-haaien en spetterende pinguins. Toen we weer buiten stonden, heeft Judith zelfs nog even ontdekt dat de zee uit water bestaat en dat golven lawaai maken en steeds dichterbij komen… Dat was een nieuwe ontdekking, want van een afstandje had ze dat nog niet beseft. Dat krijg je met kindjes die in de bergen wonen…

Al met al was het gisteren een avontuurlijke dag. Vandaag spelen de kinderen weer met de poppen, maar zonder sleutels in de deuren. En we bewonderen de vissen – in oma’s vijver. Ook avonturen moet je tenslotte niet overdrijven. Het jaar is nog lang genoeg.