Karel

Wij spelen graag spelletjes. Carcassonne, Agricola, Kolonisten van Catan… Gezellig. Liefst met een knapperend haardvuurtje op de achtergrond. Onze kinderen zijn inmiddels zo groot dat ze bepaalde spellen ook mee kunnen spelen. De laatste tijd was Boaz zó enthousiast over het dobbelspel van Catan, dat hij het elke dag wel wilde spelen. Liefst meerdere keren. Uiteindelijk was ik er wel een beetje op uitgekeken, dus strikten we Johan om een potje met hem te spelen. En nog een potje. En alsjeblieft nóg eentje, papa!

Op een gegeven moment was Boaz nog enthousiast bezig, maar stond Johan met een grijns in de keuken. Als een echte hacker had hij de sublieme oplossing bedacht. Dobbelspelletjes zijn namelijk niet zo Johan z’n ding; veel teveel toeval en te weinig tactiek. Dus had hij Boaz geleerd dat hij dit spelletje ook zélf kon spelen. Niet in z’n eentje natuurlijk, dat is saai. Hij speelde tegen Karel. Dat verliep naar volle tevredenheid. Karel zeurt nooit of ‘ie al aan de beurt is, hij kan goed tegen z’n verlies, hij hoeft nooit tijdens het spelletje te plassen, hij speelt niet vals… De ideale tegenstander 🙂

Toen Johan aan Boaz vroeg wie er aan de winnende hand was, kreeg hij een heel filosofisch antwoord. “Ik win altijd als ik tegen Karel speel, want ik ben het kaartje dat wint”. Aha. Zou het dáárom zo soepel lopen tussen beide heren?!?

Boaz kan voorlopig vooruit met z’n spel. Want Karel heeft nog heel wat te oefenen. Op een gegeven moment stond Boaz hoofdschuddend naar zijn gestuntel te kijken. “Oh oh. Die Karel is toch ook zo’n dommerd!” Nog lekker even verder oefenen dus 🙂 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *