Goudmijn

De grootste ergernis als wij bezoek krijgen, is het gebrek aan parkeergelegenheid in onze wijk. Openbare parkeerplaatsen zijn zeer schaars, langs de straat parkeren is verboden en wordt meerdere keren per dag beboet, en dus ben je aangewezen op je eigen privé-parkeerplaats. Alle moderne appartementencomplexen en hotels hebben daarom een ondergrondse garage, met ook een paar plekjes voor bezoek. Maar ons huis heeft dat niet. Zelfs voor de eigen bewoners zijn er te weinig plaatsen – een deel moet uitwijken naar de ondergrondse garage van de overburen. Maar in plaats van een parkeergarage heeft ons huis iets heel speciaals. Een ondergrondse goudmijn.

In deze omgeving zijn wel meer mijnen, hoewel ze nu grotendeels buiten gebruik zijn. Er werd onder andere gegraven naar ijzererts, zilver, koper en lood. Verschillende van deze “Bergwerke” zijn ook te bezoeken – dat staat nog op ons wensenlijstje voordat we in de toekomst weer naar Nederland willen verhuizen. Maar die mijn van ons is dus iets bijzonders. Meerdere keren per week breng ik daar een tobbe vol vuile was heen, en een poosje later komt het schoon weer omhoog. Toen de zomer begon, kwamen er ineens waterpistolen tevoorschijn en op het juiste moment ook een slaapzakken, luchtbedden en een gasbrandertje voor ons kampeer-avontuur. Nu de kou in de lucht hangt, vond ik er alvast warme sneeuwbroeken en winterjassen. Vooral Judith staat regelmatig te juichen als er weer nieuwe “schatten” bovengronds worden gehaald. Shirtjes, rokjes, jurkjes, vandaag zelfs een paar schoenen… van alles blijkt daar voorhanden te zijn, onvermoede rijkdommen die ze maar wát graag een plekje geeft in haar kast. We hebben er zelfs wel eens een splinternieuwe fiets gevonden – precies op tijd voor Boaz’ verjaardag. En zoals het een echte mijn betaamt, zijn er ook bijna fossiel geworden herinneringen aan het verleden. Dan bedoel ik niet de versleten tegeltjes die duidelijk al wat verbouwingen hebben doorstaan, maar een grote doos met “jeugdherinneringen” erop geschreven. Daarin liggen de kleurplaten en knutselwerkjes uit onze kindertijd te verstoffen tot ze weer eens worden opgediept. Om dan als echte schatten te worden bewonderd, en vervolgens opnieuw in hun doos te verdwijnen.

In volwassen ogen hebben we natuurlijk gewoon een heel saaie, praktische kelder die amper compenseert voor het gebrek aan parkeerplaatsen. Maar in kinderogen is die ondergrondse schatkamer iets heel bijzonders. Wij slapen boven een goudmijn 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *