Gebaande paden

Als je in een wandelgids zoekt naar een kindvriendelijke wandeling, vind je vooral geasfalteerde paden met weinig hoogteverschil. Nou, dat is voor onze kinderen dus helemaal fout. Op vakantie hebben we dat al vaak gemerkt, en ook zaterdag weer. We hadden een wandelingetje van krap 5 kilometer uitgezocht, een kwartiertje rijden van ons huis. Onderweg waren er een paar informatiebordjes, en er zou een prehistorische grot te zien zijn. Dat klonk goed! En het was inderdaad een fijne wandeling. Maar dan vooral het stuk van de gebaande paden af…

We parkeerden onze auto in een dorpje en gingen van daaruit tussen de wijngaarden door de “berg” op. Prachtig om te zien in dit seizoen, en een goede aanloop naar ons volgende Bijbelmoment over Jezus als de wijnstok… Je ziet de volle trossen hangen, bijna rijp om geoogst te worden. En van een afstandje vormen al die wijngaarden een mooi geometrisch patroon:

En toch was deze wandeling helemaal niks. Het was zwaar. Het was moeilijk. Judith werd er ziek van. Ze hadden honger. Het was te warm. Het waaide te hard (je moest bijna een veertje opsteken om de wind op te merken, maar toch). De jassen waren moeilijk om mee te slepen. En Judith moest gewoon echt gedragen worden, want haar benen waren zooooo moe.

De reden van alle narigheid? De weg was breed en geasfalteerd.

Echt waar. Zodra de weg overging in een bospad, huppelden de drie avontuurs goedsmoeds vooruit. Moeheid, warmte en ziekte waren plotsklaps vergeten, de wereld was prachtig. Het avontuur lonkte, en in hun fantasie zagen ze de beren en Indianen al achter de struiken zitten loeren. Zelfs als Judith een keer struikelde over een grote steen, stond ze gewoon weer op om dapper verder te gaan.

Onze kinderen zijn gewoon niet geschikt voor gebaande paden. Ik denk stiekem dat ze dat geërfd hebben van hun vader. Die klaagt weliswaar niet als ‘ie over asfalt moet lopen, maar de echte grijns verschijnt pas als hij moet zoeken naar het juiste pad, of van steen naar steen moet springen. Dan komt de berggeit in hem tot leven 😉

Écht leuk werd het, toen we op den duur inderdaad de beloofde grotten vonden. Die lagen natuurlijk niet helemaal direct aan het paadje, maar een paar meter hoger. Dus moesten we op handen en voeten naar boven (en weer naar beneden!), zoekend naar de volgende boomwortel om ons aan vast te houden. We moesten Hannah en Boaz af en toe waarschuwen dat ze dit keer niet gezekerd waren met touwen… Broeken onder de blubber, handen vies – de ultieme bos-belevenis 🙂 En als je kleren dan toch al vies zijn, kan je ook gewoon lekker op de bosgrond gaan zitten om een broodje te picknicken.

Rare snuiters, die kinderen van ons. Maar ergens begrijp ik hun voorkeur wel…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *