Vriendinnetje op bezoek

Er was eens een meisje dat een vriendinnetje had. Daar speelde ze ont-zet-tend vaak mee. Het was niet zo heel gek dat deze twee meisjes vriendinnetjes waren, want ze waren nichtjes, ze woonden vlakbij elkaar, ze waren op dezelfde dag jarig, ze zaten in dezelfde klas, gingen naar dezelfde kerk en later naar dezelfde catechisatiegroep en jeugdvereniging.

Toen de meisjes groot waren geworden, gingen ze elk hun eigen weg. De ene kreeg een baan in hun dorp, trouwde met een man uit datzelfde dorp, en samen lieten ze er een huis bouwen. Daar kregen ze ook een dochtertje, en dat is nu een meisje van drie jaar oud.

Het andere meisje ging op kamers om te studeren, trouwde met een vent die overal had gewoond behalve in haar geboortedorp, en kwam na allerlei omzwervingen terecht in een stadje op 700 km van haar familie en vrienden vandaan. Daar groeit dus ook haar dochtertje op, dat is nu een meisje van bijna drie jaar oud.

Zo veel als de “grote” meisjes met elkaar gemeen hadden, zo weinig de “kleine” meisjes: die wonen in een verschillend land, krijgen straks les in een verschillende taal, de ene woont in een vrijstaand huis tussen de weilanden en de ander in een appartement in een kuuroord, de ene is in het voorjaar jarig en de andere in het najaar, ze gaan niet naar dezelfde kerk – voor catechisatie en jeugdvereniging is het nog een beetje te vroeg – en in dezelfde klas zullen ze dus naar alle waarschijnlijkheid niet komen. Het zou eigenlijk heel logisch geweest zijn als deze twee dametjes elkaar nooit ontmoet zouden hebben.

En toch zijn ook deze kleine meisjes deze week dikke vriendinnetjes geworden. De ene is namelijk onze Judith, en het andere meisje kwam met haar mama, opa en oma naar ons toe. Meegetroond door opa Troost, die het wel eens tijd vond worden voor een logeerpartijtje 😉 Het is natuurlijk altijd even afwachten hoe twee zulke peuters met elkaar op kunnen schieten, maar dat ging echt bijzonder goed! De dametjes hadden de grootste lol met de Playmobil en op de trampoline, en ze deden elkaar in van alles na.
“Kom, wij gaanne buiten”
“Jaaa, wij gaan buiten!”
“Doe dan maar even je schoenen aan”
“Nee, ikke niet schoenen aan”
“Ik wil niet schoenen aan”
“Kom mee! Wij gaanne springen!”
“Kom mee! Wij gaat springen!”
En dan zitten ze dus naast elkaar op de trampoline, slap van het lachen om… zichzelf? of elkaar? of gewoon omdat het kan? Ik weet het niet precies, maar het was in ieder geval bijzonder grappig.

Nu is het ene meisje erg moe van alle indrukken, en het andere meisje is weer onderweg naar Nederland, naar haar “eige huis”. Maar er ligt een uitnodiging: als we weer eens logeren bij “onse eige opa”, dan proberen we op bezoek te komen zodat de dames weer lekker samen kunnen spelen 🙂

Spannende verhalen

Hannah had een verzoek voor de volgende Bijbelmomenten: ze wilde nu graag eens een spannend verhaal dat ze nog niet kende. Voor haar idee ging het overal altijd over dingen die ze al lang wist: op school, in de kerk, in de kinderbijbel… Het werd gewoon saai.

Nou, daar konden we wel gehoor aan geven. Het is even langer zoeken naar een knutselwerkje dan bij “David en Goliath” of “Daniël in de leeuwenkuil”, maar verder staan er genoeg gedeelten in de Bijbel die ook voor haar nog nieuwe dingen bevatten. Ik besloot om een paar Bijbelmomenten over de profeten te houden. We hebben eerst kort gepraat over het begrip profeet: wat is dat voor iemand, wat doet hij, welke profeten kennen we uit de Bijbel? Daarna hebben we het boek Ezechiël doorgenomen. Niet helemaal gelezen – dat werd een beetje te gortig – maar ik had een soort samenvatting gevonden die de grote lijn uitlegt, en plaatjes op freebibleimages.org . Een paar perikopen waarvan ik dacht dat ze interessant zouden zijn of dat ze goed de kern van Ezechiëls profetieën weergaven, hebben we samen gelezen.

Er kwam heel wat voorbij dat nieuw was voor onze kinderen. Een visioen over wezens met vleugels en vier koppen, ronddraaiende wielen, een troon van vuur en daarop God Zelf… Ezechiël die meer dan een jaar op zijn ene zij moest liggen en toen nog 40 dagen op z’n andere zij, om uit te beelden hoe lang Israël ontrouw was geweest aan God; de opdracht om z’n haar af te knippen en in delen te verbranden, met het zwaard in stukken te slaan en in de wind weg te laten waaien… Het toppunt was natuurlijk het visioen waar uitgedroogde botten weer tot leven worden gewekt. Eigenlijk zijn die profetenboeken helemaal niet zo “taai” als ze soms lijken 😉 (Al hebben we er nu natuurlijk wel de aansprekendste gedeelten uit genomen).

We sloten af met de tekst uit Ezechiël 36, waar God de uiteindelijke oplossing biedt voor het probleem van Israëls zonde: “Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen. Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.” Dat was weliswaar een beeldspraak die ze al wel kenden, maar die ik te belangrijk vond om over te slaan.

Volgende week wil ik het over Habakkuk gaan hebben. Dat is maar een kort boekje, maar wel een bijzondere: het bevat geen profetieën van Habakkuk tegen het volk Israël of tegen andere volken, maar zijn persoonlijke wanhoopskreten richting God en Gods antwoord daarop, gevolgd door Habakkuks totale verandering die uitloopt in een loflied vol vertrouwen. Ik ben benieuwd wat wij en ons kroost daar van op kunnen steken 🙂

Huiswerk

Nu de school weer begonnen is, komt er ook weer huiswerk mee. Voor Hannah én voor mij, want aan het begin van het schooljaar moeten er soms nog wat nieuwe spulletjes worden aangeschaft (en nee, daar krijg je geen lijstje van, dat hoor je per dag en moet het liefst stante pede worden geleverd). Hannah vindt het wel grappig: “Mama, kijk maar in m’n agenda, er staat weer huiswerk in!” (met een zogenaamd zielig gezicht) “… maar niet voor mij, het is huiswerk voor jou!” (stralende snoet) 🙂

Toch moet ze zelf ook echt weer aan de slag. En dat is best weer even wennen. Het werk op zich is niet te moeilijk, maar ijverig doorwerken is wél heel lastig voor onze meis. En als je om de drie letters afgeleid bent of even gaat verzitten of je boek anders neerzet of… dan maak je natuurlijk ook sneller fouten. En dat is tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk recht te poetsen, want ze schrijven nu ook hun huiswerk met vulpen in plaats van potlood. Er zijn dus al héél wat woorden doorgestreept en opnieuw geschreven… We proberen de moed erin te houden en het positief te bekijken: als ze nu tegen haar werkhouding aanloopt en merkt dat alles niet vanzelf gaat, kan ze er al jong aan gaan werken om haar huiswerk beter aan te pakken (en niet zoals haar papa pas na de middelbare school aan dat proces beginnen B-) ) Maar het is een hele klus elke dag.

De jongste twee vinden het woord “huiswerk” nog wel stoer, dus die willen af en toe óók. Leve de prikkaarten, kleurboeken of volg-de-stippellijn-opdrachten. Helaas is ook hun concentratieboog niet enorm 🙂 dus ligt vooral de hele tafel vol met allerlei net-begonnen werk en spel en creatieve therapie – bijvoorbeeld omdat strijkkraaltjes op vormpjes leggen best inspannend is, maar strijkkraaltjes overscheppen van het ene bakje in het andere veel makkelijker gaat. En als er dan weer eens een scheut naast rolt, zeg je snel even “sollie mama!” en ga je vrolijk verder.

En zo komen we bij de laatste soort huiswerk, namelijk de poets- en opruimklusjes die ik zou kunnen doen als de rest het huis uit is. Gelukkig hoef ik daar niet m’n hele ochtend mee te vullen, want naast huiswerk heb ik ook thuiswerk – achter m’n computer met een kopje chocomelk binnen handbereik en een plakje bananencake ernaast. En ik kreeg pas “huiswerk” van Boaz: hij vond het niet helemaal eerlijk dat ik zo vaak aan het naaien was voor mezelf of voor de meiden, maar haast nooit voor hem. Daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in, want sinds hij heeft leren lopen heb ik nog nooit een broek voor ‘m genaaid en maar zelden een shirt of trui. Nu heb ik dus een heerlijk warme lap fleece met vliegtuigen erop gekocht en daarvan een trui gefabriceerd. Met voorop zo’n grote zak waar hij z’n handen in kan steken. Dat is wel nodig nu, want vanmorgen op de fiets ontdekten we weer dat het “zwetens-koud” was. Erg koud dus 😉 vooral als het ook nog “windert”. Ach ja, zo hebben we ook qua Nederlands nog wat huiswerk te doen…

Naar de Kindergarten

Voor wie het nog niet had meegekregen: onze Judith is deze week begonnen op de Kindergarten. Daarmee is een langgekoesterde wens in vervulling gegaan!

Het systeem van een Kindergarten is hier vrij flexibel. De aankomsttijd is ergens tussen half 8 en 9 uur, net wat voor de ouders goed uitkomt. Kinderen die vroeg aankomen hebben soms een ontbijttrommeltje bij zich, en verder wordt er tot 9 uur vrij gespeeld. Aangezien ik geen speciale reden had om Boaz en Judith de eerste dag vroeg te brengen, wou ik ze gewoon tegen negenen afleveren (zo doen we dat gewoonlijk: samen op pad, Hannah afzetten bij school en dan verder naar de Kindergarten). Maar Judith stond om 8 uur al klaar in de gang 🙂 Jas aan, tas op de rug, alleen haar ene sandaal ontbrak nog. Ik kon het niet over m’n hart verkrijgen om haar dan nog bijna een uur te laten wachten, dus ik heb ze maar wat eerder gebracht 😉

De ophaaltijd is ook flexibel: ofwel tussen kwart over 12 en half 1, ofwel tussen half 2 en 2 uur. Tussen die twee tijden in hebben ze dan nog een gezamenlijk fruitmoment – want middageten doe je pas thuis. Ik dacht in mijn onschuld dat het dan wel een goed idee zou zijn om Judith “vroeg” op te halen omdat het anders wel heel intensief zou zijn meteen. De eerste dag werd dat nog wel geaccepteerd, maar inmiddels heeft ze door dat je “kort” of “lang” kunt blijven, en is mij meegedeeld dat “ikke laaaang blijven, lang spelen”. Goed hoor lieverd… geniet ervan 🙂 En een middagslaapje is voor baby’s, dus dat wil ze ook niet meer. Tjah.

Vooraf vond onze dame het toch nog wel fijn dat Boaz ook naar de Kindergarten gaat. Dat voelde toch lekker vertrouwd denk ik. En wij dachten: dan kan hij haar mooi een beetje helpen als ze er niet uitkomt met haar Duits. Nou, dat was dus niet nodig. Vanavond aan tafel vertelde ze trots: “Ikke zelluf heel goed Duist prate. Ikke juf zeggen: “Ich muss pipi machen!”” Dat is inderdaad een heel nuttig zinnetje, dat juffen tot onmiddellijke actie aanspoort. Ook liedjes zingen vindt ze heel leuk, en ze kon me precies uitleggen dat ze een bewegingsliedje hadden geleerd over je ogen, je oren, je neus en je knieën. Stiekem zijn we wel een beetje trots op onze “beetje grote meis”. Het is geweldig om te zien met hoeveel plezier ze naar de “Kiennekaate” gaat en hoe goed ze zich redt met het Duits. Want vergis je niet: “Ikke kanne zelluf Duist praate! En ikke ook Nelelans praate! Echt!”

🙂

Gebaande paden

Als je in een wandelgids zoekt naar een kindvriendelijke wandeling, vind je vooral geasfalteerde paden met weinig hoogteverschil. Nou, dat is voor onze kinderen dus helemaal fout. Op vakantie hebben we dat al vaak gemerkt, en ook zaterdag weer. We hadden een wandelingetje van krap 5 kilometer uitgezocht, een kwartiertje rijden van ons huis. Onderweg waren er een paar informatiebordjes, en er zou een prehistorische grot te zien zijn. Dat klonk goed! En het was inderdaad een fijne wandeling. Maar dan vooral het stuk van de gebaande paden af…

We parkeerden onze auto in een dorpje en gingen van daaruit tussen de wijngaarden door de “berg” op. Prachtig om te zien in dit seizoen, en een goede aanloop naar ons volgende Bijbelmoment over Jezus als de wijnstok… Je ziet de volle trossen hangen, bijna rijp om geoogst te worden. En van een afstandje vormen al die wijngaarden een mooi geometrisch patroon:

En toch was deze wandeling helemaal niks. Het was zwaar. Het was moeilijk. Judith werd er ziek van. Ze hadden honger. Het was te warm. Het waaide te hard (je moest bijna een veertje opsteken om de wind op te merken, maar toch). De jassen waren moeilijk om mee te slepen. En Judith moest gewoon echt gedragen worden, want haar benen waren zooooo moe.

De reden van alle narigheid? De weg was breed en geasfalteerd.

Echt waar. Zodra de weg overging in een bospad, huppelden de drie avontuurs goedsmoeds vooruit. Moeheid, warmte en ziekte waren plotsklaps vergeten, de wereld was prachtig. Het avontuur lonkte, en in hun fantasie zagen ze de beren en Indianen al achter de struiken zitten loeren. Zelfs als Judith een keer struikelde over een grote steen, stond ze gewoon weer op om dapper verder te gaan.

Onze kinderen zijn gewoon niet geschikt voor gebaande paden. Ik denk stiekem dat ze dat geërfd hebben van hun vader. Die klaagt weliswaar niet als ‘ie over asfalt moet lopen, maar de echte grijns verschijnt pas als hij moet zoeken naar het juiste pad, of van steen naar steen moet springen. Dan komt de berggeit in hem tot leven 😉

Écht leuk werd het, toen we op den duur inderdaad de beloofde grotten vonden. Die lagen natuurlijk niet helemaal direct aan het paadje, maar een paar meter hoger. Dus moesten we op handen en voeten naar boven (en weer naar beneden!), zoekend naar de volgende boomwortel om ons aan vast te houden. We moesten Hannah en Boaz af en toe waarschuwen dat ze dit keer niet gezekerd waren met touwen… Broeken onder de blubber, handen vies – de ultieme bos-belevenis 🙂 En als je kleren dan toch al vies zijn, kan je ook gewoon lekker op de bosgrond gaan zitten om een broodje te picknicken.

Rare snuiters, die kinderen van ons. Maar ergens begrijp ik hun voorkeur wel…

De zomer is voorbij!

Er zullen waarschijnlijk nog wel een paar zonnige dagen komen, maar de echte zomer is hier voorbij. Daarvoor zijn drie onmiskenbare aanwijzingen:

  • Onze afstreepkalender is op twee hokjes na vol. Ik had een overzicht gemaakt van de zomer: wanneer begint de schoolvakantie, wanneer gaan we naar Oostenrijk, wanneer komt er bezoek, enzovoorts. Heel pedagogisch verantwoord, en het gaf een beetje duidelijkheid in de planning. Alleen voor Judith helpt het natuurlijk nog niet, die vraagt gewoon een aantal keer per dag: “Gaanne wij nou naartoe dan?” Maar nu is de kalender dus bijna vol. En volgende week begint de school weer (op woensdag) en gaan Boaz én Judith allebei naar de Kindergarten (vanaf dinsdag). Voorbij met alle geluier – aan de slag!
  • Het weer is omgeslagen. Het is gewoon frisjes zonder jas buiten! En het heeft vannacht geregend, dat geeft meteen een snuifje herfst in de lucht. Gisteren zaten we nog een paar uur lang lekker in het zonnetje in de speeltuin, maar ik geloof niet dat dat deze week nog weer lukt. Nou kan ik natuurlijk ook met een jas aan op een bankje zitten, maar dat voelt toch anders. Ik heb maar snel van de gelegenheid gebruik gemaakt en een lekker stoofpotje op het vuur gezet.
  • Johan was gister jarig. Dat is altijd zo ongeveer aan het begin van het nieuwe schooljaar, en past dus prachtig in ons overzichtelijke jaarritme: Hannahs verjaardag valt standaard in de kerstvakantie, Boaz is rond Pasen jarig (dat is hier ook een schoolvakantie), Judith en ik rond de herfstvakantie en Johan dus aan het eind van de zomervakantie.

Die verjaardag van Johan was trouwens niet heel uitgebreid dit jaar. Familie was nog pas hier geweest of samen met ons op vakantie, dus er kwam niemand vanuit Nederland. Op z’n werk trakteren vond meneer ook niet nodig, en verder iemand uitnodigen… daar heeft hij al helemaal niet aan gedacht. Eigenlijk past dit prima bij Johan: hij vindt het super gezellig als mensen langs komen en liefst dan ook meteen een paar dagen blijven, maar die “verplichte nummers” als massale verjaardagen en recepties vindt hij helemaal niks. Dus zat hij gisteravond volmaakt tevreden op de bank: hij was blij met z’n cadeautjes, had thuis gewerkt en tijd genomen om ’s middags een tijd lang in het zonnetje in de speeltuin te zitten, én hij had de kans gehad om z’n nieuwe cd te beluisteren en een beginnetje te maken in z’n nieuwe boek. Wat wil een mens nog meer… Nou, Johan dus niet zoveel 🙂