Huiswerk

Nu de school weer begonnen is, komt er ook weer huiswerk mee. Voor Hannah én voor mij, want aan het begin van het schooljaar moeten er soms nog wat nieuwe spulletjes worden aangeschaft (en nee, daar krijg je geen lijstje van, dat hoor je per dag en moet het liefst stante pede worden geleverd). Hannah vindt het wel grappig: “Mama, kijk maar in m’n agenda, er staat weer huiswerk in!” (met een zogenaamd zielig gezicht) “… maar niet voor mij, het is huiswerk voor jou!” (stralende snoet) 🙂

Toch moet ze zelf ook echt weer aan de slag. En dat is best weer even wennen. Het werk op zich is niet te moeilijk, maar ijverig doorwerken is wél heel lastig voor onze meis. En als je om de drie letters afgeleid bent of even gaat verzitten of je boek anders neerzet of… dan maak je natuurlijk ook sneller fouten. En dat is tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk recht te poetsen, want ze schrijven nu ook hun huiswerk met vulpen in plaats van potlood. Er zijn dus al héél wat woorden doorgestreept en opnieuw geschreven… We proberen de moed erin te houden en het positief te bekijken: als ze nu tegen haar werkhouding aanloopt en merkt dat alles niet vanzelf gaat, kan ze er al jong aan gaan werken om haar huiswerk beter aan te pakken (en niet zoals haar papa pas na de middelbare school aan dat proces beginnen B-) ) Maar het is een hele klus elke dag.

De jongste twee vinden het woord “huiswerk” nog wel stoer, dus die willen af en toe óók. Leve de prikkaarten, kleurboeken of volg-de-stippellijn-opdrachten. Helaas is ook hun concentratieboog niet enorm 🙂 dus ligt vooral de hele tafel vol met allerlei net-begonnen werk en spel en creatieve therapie – bijvoorbeeld omdat strijkkraaltjes op vormpjes leggen best inspannend is, maar strijkkraaltjes overscheppen van het ene bakje in het andere veel makkelijker gaat. En als er dan weer eens een scheut naast rolt, zeg je snel even “sollie mama!” en ga je vrolijk verder.

En zo komen we bij de laatste soort huiswerk, namelijk de poets- en opruimklusjes die ik zou kunnen doen als de rest het huis uit is. Gelukkig hoef ik daar niet m’n hele ochtend mee te vullen, want naast huiswerk heb ik ook thuiswerk – achter m’n computer met een kopje chocomelk binnen handbereik en een plakje bananencake ernaast. En ik kreeg pas “huiswerk” van Boaz: hij vond het niet helemaal eerlijk dat ik zo vaak aan het naaien was voor mezelf of voor de meiden, maar haast nooit voor hem. Daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in, want sinds hij heeft leren lopen heb ik nog nooit een broek voor ‘m genaaid en maar zelden een shirt of trui. Nu heb ik dus een heerlijk warme lap fleece met vliegtuigen erop gekocht en daarvan een trui gefabriceerd. Met voorop zo’n grote zak waar hij z’n handen in kan steken. Dat is wel nodig nu, want vanmorgen op de fiets ontdekten we weer dat het “zwetens-koud” was. Erg koud dus 😉 vooral als het ook nog “windert”. Ach ja, zo hebben we ook qua Nederlands nog wat huiswerk te doen…

Naar de Kindergarten

Voor wie het nog niet had meegekregen: onze Judith is deze week begonnen op de Kindergarten. Daarmee is een langgekoesterde wens in vervulling gegaan!

Het systeem van een Kindergarten is hier vrij flexibel. De aankomsttijd is ergens tussen half 8 en 9 uur, net wat voor de ouders goed uitkomt. Kinderen die vroeg aankomen hebben soms een ontbijttrommeltje bij zich, en verder wordt er tot 9 uur vrij gespeeld. Aangezien ik geen speciale reden had om Boaz en Judith de eerste dag vroeg te brengen, wou ik ze gewoon tegen negenen afleveren (zo doen we dat gewoonlijk: samen op pad, Hannah afzetten bij school en dan verder naar de Kindergarten). Maar Judith stond om 8 uur al klaar in de gang 🙂 Jas aan, tas op de rug, alleen haar ene sandaal ontbrak nog. Ik kon het niet over m’n hart verkrijgen om haar dan nog bijna een uur te laten wachten, dus ik heb ze maar wat eerder gebracht 😉

De ophaaltijd is ook flexibel: ofwel tussen kwart over 12 en half 1, ofwel tussen half 2 en 2 uur. Tussen die twee tijden in hebben ze dan nog een gezamenlijk fruitmoment – want middageten doe je pas thuis. Ik dacht in mijn onschuld dat het dan wel een goed idee zou zijn om Judith “vroeg” op te halen omdat het anders wel heel intensief zou zijn meteen. De eerste dag werd dat nog wel geaccepteerd, maar inmiddels heeft ze door dat je “kort” of “lang” kunt blijven, en is mij meegedeeld dat “ikke laaaang blijven, lang spelen”. Goed hoor lieverd… geniet ervan 🙂 En een middagslaapje is voor baby’s, dus dat wil ze ook niet meer. Tjah.

Vooraf vond onze dame het toch nog wel fijn dat Boaz ook naar de Kindergarten gaat. Dat voelde toch lekker vertrouwd denk ik. En wij dachten: dan kan hij haar mooi een beetje helpen als ze er niet uitkomt met haar Duits. Nou, dat was dus niet nodig. Vanavond aan tafel vertelde ze trots: “Ikke zelluf heel goed Duist prate. Ikke juf zeggen: “Ich muss pipi machen!”” Dat is inderdaad een heel nuttig zinnetje, dat juffen tot onmiddellijke actie aanspoort. Ook liedjes zingen vindt ze heel leuk, en ze kon me precies uitleggen dat ze een bewegingsliedje hadden geleerd over je ogen, je oren, je neus en je knieën. Stiekem zijn we wel een beetje trots op onze “beetje grote meis”. Het is geweldig om te zien met hoeveel plezier ze naar de “Kiennekaate” gaat en hoe goed ze zich redt met het Duits. Want vergis je niet: “Ikke kanne zelluf Duist praate! En ikke ook Nelelans praate! Echt!”

🙂

Gebaande paden

Als je in een wandelgids zoekt naar een kindvriendelijke wandeling, vind je vooral geasfalteerde paden met weinig hoogteverschil. Nou, dat is voor onze kinderen dus helemaal fout. Op vakantie hebben we dat al vaak gemerkt, en ook zaterdag weer. We hadden een wandelingetje van krap 5 kilometer uitgezocht, een kwartiertje rijden van ons huis. Onderweg waren er een paar informatiebordjes, en er zou een prehistorische grot te zien zijn. Dat klonk goed! En het was inderdaad een fijne wandeling. Maar dan vooral het stuk van de gebaande paden af…

We parkeerden onze auto in een dorpje en gingen van daaruit tussen de wijngaarden door de “berg” op. Prachtig om te zien in dit seizoen, en een goede aanloop naar ons volgende Bijbelmoment over Jezus als de wijnstok… Je ziet de volle trossen hangen, bijna rijp om geoogst te worden. En van een afstandje vormen al die wijngaarden een mooi geometrisch patroon:

En toch was deze wandeling helemaal niks. Het was zwaar. Het was moeilijk. Judith werd er ziek van. Ze hadden honger. Het was te warm. Het waaide te hard (je moest bijna een veertje opsteken om de wind op te merken, maar toch). De jassen waren moeilijk om mee te slepen. En Judith moest gewoon echt gedragen worden, want haar benen waren zooooo moe.

De reden van alle narigheid? De weg was breed en geasfalteerd.

Echt waar. Zodra de weg overging in een bospad, huppelden de drie avontuurs goedsmoeds vooruit. Moeheid, warmte en ziekte waren plotsklaps vergeten, de wereld was prachtig. Het avontuur lonkte, en in hun fantasie zagen ze de beren en Indianen al achter de struiken zitten loeren. Zelfs als Judith een keer struikelde over een grote steen, stond ze gewoon weer op om dapper verder te gaan.

Onze kinderen zijn gewoon niet geschikt voor gebaande paden. Ik denk stiekem dat ze dat geërfd hebben van hun vader. Die klaagt weliswaar niet als ‘ie over asfalt moet lopen, maar de echte grijns verschijnt pas als hij moet zoeken naar het juiste pad, of van steen naar steen moet springen. Dan komt de berggeit in hem tot leven 😉

Écht leuk werd het, toen we op den duur inderdaad de beloofde grotten vonden. Die lagen natuurlijk niet helemaal direct aan het paadje, maar een paar meter hoger. Dus moesten we op handen en voeten naar boven (en weer naar beneden!), zoekend naar de volgende boomwortel om ons aan vast te houden. We moesten Hannah en Boaz af en toe waarschuwen dat ze dit keer niet gezekerd waren met touwen… Broeken onder de blubber, handen vies – de ultieme bos-belevenis 🙂 En als je kleren dan toch al vies zijn, kan je ook gewoon lekker op de bosgrond gaan zitten om een broodje te picknicken.

Rare snuiters, die kinderen van ons. Maar ergens begrijp ik hun voorkeur wel…

De zomer is voorbij!

Er zullen waarschijnlijk nog wel een paar zonnige dagen komen, maar de echte zomer is hier voorbij. Daarvoor zijn drie onmiskenbare aanwijzingen:

  • Onze afstreepkalender is op twee hokjes na vol. Ik had een overzicht gemaakt van de zomer: wanneer begint de schoolvakantie, wanneer gaan we naar Oostenrijk, wanneer komt er bezoek, enzovoorts. Heel pedagogisch verantwoord, en het gaf een beetje duidelijkheid in de planning. Alleen voor Judith helpt het natuurlijk nog niet, die vraagt gewoon een aantal keer per dag: “Gaanne wij nou naartoe dan?” Maar nu is de kalender dus bijna vol. En volgende week begint de school weer (op woensdag) en gaan Boaz én Judith allebei naar de Kindergarten (vanaf dinsdag). Voorbij met alle geluier – aan de slag!
  • Het weer is omgeslagen. Het is gewoon frisjes zonder jas buiten! En het heeft vannacht geregend, dat geeft meteen een snuifje herfst in de lucht. Gisteren zaten we nog een paar uur lang lekker in het zonnetje in de speeltuin, maar ik geloof niet dat dat deze week nog weer lukt. Nou kan ik natuurlijk ook met een jas aan op een bankje zitten, maar dat voelt toch anders. Ik heb maar snel van de gelegenheid gebruik gemaakt en een lekker stoofpotje op het vuur gezet.
  • Johan was gister jarig. Dat is altijd zo ongeveer aan het begin van het nieuwe schooljaar, en past dus prachtig in ons overzichtelijke jaarritme: Hannahs verjaardag valt standaard in de kerstvakantie, Boaz is rond Pasen jarig (dat is hier ook een schoolvakantie), Judith en ik rond de herfstvakantie en Johan dus aan het eind van de zomervakantie.

Die verjaardag van Johan was trouwens niet heel uitgebreid dit jaar. Familie was nog pas hier geweest of samen met ons op vakantie, dus er kwam niemand vanuit Nederland. Op z’n werk trakteren vond meneer ook niet nodig, en verder iemand uitnodigen… daar heeft hij al helemaal niet aan gedacht. Eigenlijk past dit prima bij Johan: hij vindt het super gezellig als mensen langs komen en liefst dan ook meteen een paar dagen blijven, maar die “verplichte nummers” als massale verjaardagen en recepties vindt hij helemaal niks. Dus zat hij gisteravond volmaakt tevreden op de bank: hij was blij met z’n cadeautjes, had thuis gewerkt en tijd genomen om ’s middags een tijd lang in het zonnetje in de speeltuin te zitten, én hij had de kans gehad om z’n nieuwe cd te beluisteren en een beginnetje te maken in z’n nieuwe boek. Wat wil een mens nog meer… Nou, Johan dus niet zoveel 🙂