Weest gegroet

“Moin” — “Moin moin”

Zo groet men elkaar in Hamburg en omgeving. Maar dat moet je in het Zwarte Woud niet proberen. Dan kijken ze je heel raar aan. En in Beieren word je gewoon de deur uit gezet (als je de verhalen moet geloven). Maar wat moet je dan zeggen? “Mogguh” (met een lekker schrapende ‘g’) of “Hoi” begrijpen ze hier ook niet. “Guten Morgen” en “Auf wiedersehen” zijn een tikkie formeel. Die laatste heb ik volgens mij nog nooit iemand horen gebruiken. Gelukkig begrijpt men “Allo” wel, en laat je daarmee niet meteen merken dat je een vreemde buitenlander bent.

Een groet die veel gehoord wordt bij afscheid nemen is het eenvoudige “Tschüss!” Een andere groet die veel gebruikt wordt, bij komen en gaan is “Ciao”. Dit is een bekende groet in Italië, waar men bij het afscheid nemen inmiddels vaak minstens vier keer achter elkaar “Ciao!” zegt. Hier in Zuid-Duitsland is 1x nog voldoende. Enfin, velen kennen deze groet wel van vakanties in Frankrijk, Spanje, Italië, of andere zuidelijke streken.

Een groet die we nog nooit eerder gehoord hadden, en die we vaak moeilijk te verstaan vonden (waarschijnlijk omdat het zo onbekend is) is “Servus”. We vonden het ook een beetje verdacht… “servus”… “slaaf” in het latijn. Waarom zou men dat zeggen.

Onlangs heb ik besloten om maar eens uit te zoeken wat die groet nu precies is, en waar die vandaan komt. Blijkt dat het inderdaad afstamt van een latijnse groet: “servus humillimus, domine spectabilis” wat zoveel betekent als “meest nederige slaaf, meest nobele heer”. Oftewel, een uitgebreide versie van het Nederlandse “Tot uw dienst”. Met het verschil dat die groet in Nederland niet erg gangbaar is (of misschien schertsend gebruikt wordt). In Duitsland is het juist een uiterst informele groet. Als student moet je niet proberen om een professor met “Servus” te begroeten aan het begin van een college. Een tikkie ironisch, gezien de oorsprong van de groet.

En wat ik nog meer leerde: dat “Ciao” ook slaaf betekent in het Venetiaanse dialect. Het heeft dus dezelfde herkomst als “Servus”. Ik veronderstelde altijd dat het qua oorsprong gerelateerd was aan “A Dieu!” omdat het enigszins dezelfde klankkleur heeft. Daar zat ik dus mooi naast.

Laat ik jullie dan nu groeten met “Goodbye!” — “God be by ye”.

Kamperen

Wat doe je als je een tent in de gang hebt staan en het is mooi weer, en bovendien hebben de kinderen vakantie? Precies, dan zoek je een camping op. Maar wat doe je als manlief maar één dagje vrij heeft? Wel, dan zoek je een camping in de buurt van zijn werk! Dat deden wij dus afgelopen week. Op donderdag was er hier een nationale feestdag waarop ook Johan vrij had, en toen hebben we onze auto helemaal volgepropt. Half uurtje rijden, en de vakantie kon beginnen! Wil je dat vakantiegevoel vasthouden, dan moet je natuurlijk wel af en toe een oogje dichtknijpen als je verkeersborden tegenkomt met al te bekende plaatsnamen erop 😉 Maar dat vonden we geen probleem voor zo’n mini-vakantie, we gingen tenslotte voor het kamperen en niet om een nieuwe omgeving te ontdekken.

We waren gewaarschuwd dat deze tent het bij regen wellicht niet helemaal droog zou houden, dus we knepen ‘m wel een klein beetje toen er donkere wolken over kwamen drijven. Uiteindelijk regende het gelukkig niet zo veel, en wat er viel bleef waar het hoort: buiten. Op 50 ml na wat we in een bakje hebben opgevangen, maar dat was te weinig om de pret te drukken.

Officieel was de tent maar voor vier personen bedoeld, dus Judith had haar eigen tentje meegebracht. Dat zetten we ’s nachts in het leefgedeelte van de tent, en zo had mevrouwtje haar eigen “plekkie”. Vooraf had ze al goed geoefend met slapen in haar tent – bij ons op de slaapkamer. 🙂 Wat dat betreft was ze dus al een ervaren kampeerder. Wel is zo’n tent natuurlijk heel gehorig, en was het vooral de eerste avond erg moeilijk voor de kinderen om te gaan slapen terwijl er nog andere mensen aan het praten en spelen waren. En vervolgens om ’s morgens zachtjes te doen terwijl die andere mensen nog sliepen… Gelukkig stonden we aan de rand van de camping en keken we uit op de koeienwei – en die koeien raakten niet ondersteboven van ons. Omgekeerd zorgde het wel voor hilariteit toen een grote koe pardoes tegenover onze tent haar staart optilde en een enorme koeienvlaai op het gras deponeerde! Judith was diep onder de indruk. Ze is zelf volop bezig met “naar de wc gaan”, maar zoiets had ze nog nooit gezien 😉

En verder hebben we genoten van de kleine dingetjes die kamperen zo leuk maken. Rustig wakker worden terwijl je de vogeltjes hoort zingen. Een vers eitje koken op een gasbrandertje – en het water meteen gebruiken voor een kopje thee. Buiten ontbijten met uitzicht op een prachtige omgeving. Samen naar de wc, afwassen, naar de speeltuin, kijken bij de paarden en koeien, een rondje rijden op de pony, voorgestoomde rijst en chili con carne uit blik samen in één pannetje warm maken, pudding maken omdat je geen koelkast hebt voor andere toetjes, en op je buik op een luchtmatrasje liggend een Gezinsgids lezen. We moesten zelfs nog echt improviseren, omdat de supermarkten donderdag vroeger gesloten bleken te zijn in verband met de feestdag, en we dus pas vrijdagmorgen boodschappen konden doen. En ik had zo min mogelijk etenswaren meegenomen, omdat we nou eenmaal niet zoveel ruimte hadden in de auto… Maar een brood was er nog, theezakjes ook, Johan haalde ’s morgens vroeg verse eitjes bij een boerderij verderop, en zo hadden we alsnog een prima ontbijt. Avondeten is ook goed gekomen met een restje pastasalade dat we bij ons hadden – en dat hebben we aangevuld bij het campingrestaurantje. Daar verkochten ze Flammkuchen en ijs, dus we hebben ons prima gered 😉

Vrijdag is Johan naar de universiteit geweest, en zaterdagmorgen zijn we alweer op tijd opgebroken. Heel lang was het dus niet allemaal, maar het was leuk om er even “uit” te zijn en na lange tijd weer eens te kamperen. Uiteindelijk is dat voor ons toch het ultieme vakantiegevoel…

Rare Nederlanders; gekke Duitsers

Afgelopen weekend waren we op bezoek bij een echtpaar uit onze kerk. We kennen hen al lang; we komen ze vrijwel elke zondag tegen in de kerk, en bovendien geeft “hij” gitaarles en leidt “zij” de zondagsschool. Maar nu gingen we dan voor het eerst bekijken waar ze wonen en wat uitgebreider bijpraten.

Ze wonen dus in zo’n typisch Duits huis, een soort grote boerderij. Maar daarvan huren ze maar een stukje, vanaf de weg amper te zien. Het is lastig uit te leggen hoe zoiets in elkaar steekt: vanaf de weg denk je dat er aan de voorkant een woonhuis zit en daarachter alleen inpandige schuren met trekkers ofzo (voor de kenners: een grote baanderdeur), maar als je een tuinpaadje volgt kom je bij een achterdeur, dan een trap omhoog naar een halletje, dan rechtsaf naar een ander halletje, dan weer een trap en tadaa… je staat in hun woning. Met grote houten gebinten, een fantastisch uitzicht op de schapen en koeien van de buurman, en nóg een trap om naar de slaapkamers te gaan. Een huis met karakter, zullen we maar zeggen. Super leuk om een keer te zien; als buitenstaander heb je echt geen idee wat er allemaal schuil kan gaan in die grote Duitse huizen.

We gingen gezellig eten en water-met-bubbeltjes drinken – of sap, tot opluchting van ons kroost. Gelukkig zijn deze mensen trouwens niet zo snel van hun stuk gebracht als er ’s iets anders gaat dan ze gewend zijn of als de kinderen zich niet helemaal aan de etiquette houden. Ze hebben zelf vier “grote” kinderen en kunnen wel tegen een stootje. Dat scheelt peentjes zweten 🙂 En ze zeggen gewoon hard lachend: “Tsjonge, altijd als we bezoek hebben met jonge kinderen zijn we zó blij dat wij dat allemaal niet meer hebben!” Haha. Ze hebben ons zelf uitgenodigd, en ze kennen ons inmiddels voldoende om te weten wie ze in huis haalden. Kennelijk stoorde hen dat helemaal niet, en volgens mij vonden ze het heel gezellig.

En ze hebben nog Duplo, dat is ook altijd erg fijn.

Over en weer hebben we een beetje verteld waar we vandaan komen en hoe ons leventje er tot nu toe uitgezien heeft. We probeerden bijvoorbeeld uit te leggen dat heel veel Protestanten in Nederland hun baby’s laten dopen – wij ook. Dat leverde grote ogen op. In Duitsland is dat weliswaar ook gebruikelijk in de landskerk en bij de Rooms-Katholieken, maar niet bij de “echten” 😉 Wie het geloof werkelijk serieus neemt en op het juiste pad loopt, ziet vanzelfsprekend in dat je pas als volwassene gedoopt zou moeten worden. Dat mochten we dus even haarfijn uitleggen in ons beste Duits, want dat vonden ze wel interessant. En sowieso hoe kerkelijk Nederland in elkaar steekt, en uit wat voor soort gemeentes wij komen. Dat valt oprecht nog niet mee, omdat juist dit soort woorden zo sterk kunnen variëren qua betekenis. Neem ter vergelijking het Engelse “evangelical” en het Nederlandse “evangelisch”. Als aanduiding van een kerkelijke richting is dat volslagen verschillend. Als je zulke dingen eenmaal weet, houd je er rekening mee. Maar om dat aan te voelen en af te tasten… Dat is best complex. Ik hoop maar dat we de juiste nuances hebben gevonden. En anders komen ze zelf maar een keer kijken.

We hebben trouwens ook weer even gehoord welk beeld wij Nederlanders oproepen in Duitsland: qua ethiek zijn wij het uiterste afvoerputje. De bejaarden in de grensstreek verhuizen massaal naar Duitsland om hun leven te redden, want in Nederland word je zomaar geëuthanaseerd als je familie geen zin heeft om je nog te verzorgen. Ze wilden even van ons weten of dat helemaal klopt. Nou, het is wel bar en boos af en toe, maar zó zot gelukkig nog niet hoor! Wat helaas wel klopt is dat in Nederland de wetgeving rondom abortus soepeler is, en dat Duitse vrouwen dus het advies krijgen om naar Nederland te gaan als ze hun baby niet willen houden. Diep triest, en bepaald geen reclame voor ons kikkerlandje.

Iets anders dat ons telkens weer opvalt als we met Duitsers in gesprek zijn, is dat de taboes net iets anders liggen. Dit was nu al de derde keer dat mij ronduit werd gevraagd of we nog een vierde kindje zouden willen krijgen. Deze keer wel met een grapje, want “als jullie straks weer teruggaan naar Nederland, heb je toch wel een aandenken nodig aan ons mooie land” 😉 Maar ook in andere gesprekjes, gewoon in de hal van de kerk, zijn mensen daar benieuwd naar. Nou uuuhm sorry, dat vind ik een privé-onderwerp! Dat deel ik echt niet met iedereen, en zeker niet binnen 5 minuten. Maar kennelijk is dat een normale vraag. Net als dat een zwangere vrouw met Jan en alleman deelt of ze een jongetje of een meisje verwacht, en sommigen zelfs wat de naam wordt. Onze tandartsassistente hoopt bijvoorbeeld binnenkort oma te worden van een meisje met de naam Hannah. Niet dat wij die mensen verder kennen ofzo, maar dat wordt gewoon even meegedeeld. Waarschijnlijk zijn er ook wel Nederlanders die dat doen, maar volgens mij toch minder. Ik stond de eerste keer tenminste even met m’n mond vol tanden. Rare Duitsers.

Eén raar iets nemen onze kinderen maar al te graag over. Of misschien moet ik zeggen dat ze onze Nederlandse rariteit maar al te graag achter zich laten. Als we in Nederland bij iemand op bezoek gingen, kregen we meestal best iets lekkers bij de thee. Een stuk cake, of zelfs een punt taart. Mjummie. Maar het kwam echt niet in ons op om meteen daarna nog een tweede en een derde stuk achterover te slaan! Dat dóe je toch gewoon niet, of is dat onze persoonlijke afwijking?!? Hier wel hoor, ik had heel lief een grote plaattaart meegenomen en die werd ook zeker gewaardeerd. Maar daarnaast moet er dan minstens nog een soort taart geserveerd worden, én opgegeten. Dus je gaat gezellig aan de eettafel zitten en eet taart met slagroom en cake met slagroom en meloen en nog meer taart met slagroom tot je geen boe of bah meer kunt zeggen.
Nu is dat uiteraard niet zo’n probleem als je op bezoek bent, maar als gastvrouw heb ik daar ooit bijna een flater geslagen. Toen was er een gezin bij ons op bezoek, en had ik ook een plaattaart gemaakt met 2 keer zoveel stukken als dat er mensen waren. En omdat ik niet wist of alle kinderen die taart lustten, had ik er ook een schaal soesjes bij. Met het idee: dan hebben ze iets te kiezen! Maar zo werd het helemaal niet opgevat 🙂 De hele taart ging moeiteloos naar binnen, tussendoor ook alle soesjes, en toen kwam de heerlijk onbeschaamde vraag: “Was gibt’s noch?” Gelukkig lagen er nog een paar zakken chips in de kast. Onze kids keken stomverbaasd, maar waren zo wijs om geen bezwaar te maken. Die zijn zo cultureel sensitief, die voelen haarfijn aan dat je je aan sommige gewoonten het beste stilzwijgend aan kunt passen 🙂 🙂

Toppie!

Afgelopen zaterdag was voor ons een top-dag. Samen met Hendrik-Jan en Claudia zijn we de Belchen opgeklommen. Dat is de hoogste berg hier in de omgeving, te zien als je vanaf de snelweg naar ons huis rijdt. Johan is er al een aantal keer opgeklauterd, en Hannah en Boaz ook een keer. Nu gingen we dus met z’n allen.

Eerst gingen we met de auto naar een wandelparkeerplaats in de buurt van Münstertal, en vandaar gingen we te voet verder. Door het bos met smalle klauterpaadjes, maar ook over weggetjes met een fantastisch uitzicht over het Zwarte Woud, over de Rijnvallei… zelfs de Zwitserse bergen met eeuwige sneeuw konden we in de verte zien liggen! Eiger, Mönch, Jungfrau… We krijgen al helemaal zin in onze zomervakantie in de bergen 🙂 Maar ook deze tocht was al prachtig. Het voelt toch altijd een beetje als vakantie om in de bergen te zijn, ook al wonen we in de buurt. En als je dan op je wandeling van die typische bordjes tegenkomt met “Belchen – 4.0 km” en daaronder nog 5 andere routes naar bergen verder weg, dan voel ik me een echte toerist in een prachtige omgeving en bovendien heerlijk weer.

Natuurlijk hielden we ook regelmatig even pauze om van het uitzicht te genieten, op adem te komen en wat te eten en te drinken. Voor zo’n klimpartij heb je tenslotte “kracht” nodig, liefst in de vorm van gedroogde worstjes, chippies of snoepjes…

Al met al was het een hele klim, en waren we blij toen het Belchenhaus in zicht kwam. Dat is een restaurant vrijwel op de top van de berg, waar ze allerlei lekkers verkopen en je even lekker uit kunt rusten. Vandaar is het dan nog maar 250 meter naar de echte top, dus die hebben we ook nog even gelopen. Daar heb je dan een 360 graden vrij uitzicht over een groot stuk van het Zwarte Woud, een deel van Zwitserland en aan de overkant van de Rijn ook Frankrijk.

Boaz op de top van de Belchen
“Het kruis”, de markering voor het hoogste punt.

Toen we voldoende uitgerust waren, gingen we weer op weg naar de auto. Dat was natuurlijk vooral bergaf, dus kostte minder energie. Maar ook een paar uur naar beneden lopen voel je uiteindelijk wel in je voeten, dus we vonden het niet erg om onze auto weer te zien. Al met al was het een top-dag waar we van genoten hebben. Weer een mooie herinnering rijker, waar we nog eens aan terug kunnen denken als we van de snelweg af komen en de Belchen voor ons zien opdoemen 🙂

Warm

Vandaag was Freiburg de op één na warmste stad in Duitsland. Om 18:00 uur vanavond was het daar 32,6 graden Celsius, aldus de website wetter.com. Aangezien wij daar nogal dicht in de buurt wonen, was de temperatuur bij ons waarschijnlijk vergelijkbaar. In ieder geval was het vandaag warm. En gisteren ook.

Met het warme weer komen ook de zomerse genoegens weer om de hoek kijken: ijsjes eten, in een buitenbadje spelen, met de hele klas naar het zwembad, watermeloen smullen… En de zonnehoedjes moeten weer uit de kast, want op Hannahs school was er alweer een kind met een zonnesteek. Dat is niet bepaald een aanlokkelijke ervaring, dus we proberen onszelf een beetje te beschermen. Een heel effectieve manier om de warmte gezond te doorstaan en niet oververhit te raken, is trouwens om midden op een fonteintje te gaan zitten. Tegenover het station staan er een stuk of acht op een rij, midden op het marktplein. En laten we daar nou dagelijks langs komen van en naar de Kindergarten…
Judith is nog een beetje voorzichtig, die laat haar hand of voet nat spetteren – en wordt dan per ongeluk toch helemaal nat. Boaz en Hannah kennen geen enkele beperking. Ze gaan midden boven zo’n spuitmond staan, liggen languit in de plassen, springen van het ene fonteintje naar het andere… Die kan ik na drie minuten dus echt uitwringen 🙂 Maar daarna klagen ze een poosje niet meer over de warmte.

Gelukkig is ons huis helemaal niet te warm. En ook verder valt het eigenlijk best mee; we denken dat dat komt omdat alle huizen en straten et cetera nog niet door en door warm zijn aan het begin van de zomer. Dat komt nog 😉

Verder gaat alles deze week nog z’n gewone gangetje. In het Pinksterweekend krijgen we visite uit Nederland 🙂 en daarna is het hier twee weken Pinkstervakantie. Als het dan nog zo warm is, moeten we maar vakantie gaan vieren in de rivier ofzo. Die stroomt momenteel nog goed, en is ook nog behoorlijk fris 😉 En anders gaan we pootjebaden in de Rijn. Die heeft in onze omgeving momenteel een watertemperatuur van zo’n 17 graden Celsius, aldus de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn. Fris genoeg om onze heethoofden weer even lekker af te koelen…