Een beest

Het beestjesseizoen is weer geopend. Natuurlijk kruipt er in de winter ook wel ’s een enkel beestje rond, maar in het voorjaar zijn het er aanmerkelijk meer. En dat ontgaat vooral Judith niet. Aan de ene kant is ze wel gefascineerd door dieren, maar vooral dat kleine grut dat zowel kan vliegen als kruipen vindt ze nog griezelig. Die zijn te onvoorspelbaar denk ik, en te klein om vanuit haar ooghoek in de gaten te houden als ze een puzzel maakt of met de duplo speelt. Dus als er zo’n beestje wordt opgemerkt, rust ze niet tot die het huis uit is gejaagd. Ze komt zelf al ijverig met een papiertje aan zodat ik ‘m zรณ op kan scheppen, maar dan gaat ze op een veilig afstandje staan kijken. Om vervolgens nog wel even te controleren dat (a) het “bees” echt weg is, en (b) het “bees” ook daadwerkelijk terug te zien is in de plantenbak of op het balkon.

Daarin is dochterlief overigens niet de enige. Vandaag bij gym had een wants het gewaagd om ook mee te willen doen. Dus er liep een “bees” van anderhalve centimeter in een gymzaal waar normaalgesproken een klas vol pubers voetbalt. Ruimte genoeg om er langs heen te lopen zou ik denken. Maar nee, zodra het beestje was gesignaleerd kwam er een hele groep peuters omheen staan met onverbiddelijk priemende vingertjes. Het beest moest weg. Wat de juf zei over een lief beestje dat vast ook mee wilde gymmen, was aan dovemansoren gericht. Het vonnis was geveld; het beest moest echt weg. Toen de juf ‘m vervolgens zomaar met haar blote handen vastpakte en naar buiten bracht, was ze de held van de dag – maar dat is ze toch al met haar liedjes en grapjes. ๐Ÿ˜‰

Vorige week heeft zo’n beestje ons trouwens bijna een internetkabel gekost. Ditmaal was het een miniem spinnetje, en kennelijk durfde Judith die wel zelf te lijf te gaan. Het diertje zat alleen boven haar ledikantje, dus ze kon er niet bij. De oplossing: bed aan de kant! Maar daarbij trok ze dus de internetkabel uit de muur, en de stekker in drie stukken. Zelf stapte ze daar nonchalant overheen, maar ik vond het niet grappig. Ik was juist zo trots dat ik die aansluiting had gerepareerd toen ‘ie een aantal dagen eerder ook al kapot was… Gelukkig was Johan ’s avonds thuis, en met vereende handen en een rol plakband hebben we het internet weer aan de praat gekregen. En Judith op het hart gebonden dat ze niet meer met haar bed mag slepen om een “bees” te vangen.

Gelukkig blijft het aantal beestjes bij ons thuis en op het balkon nog binnen de perken. Onderweg op de stoep zijn er al meer, en soms is ook dat een probleem. En vanmiddag klonk er een zielig gehuil op uit de tuin, waar even daarvoor nog een schattig liedje klonk. Er zat een zielig hoopje op een skippybal tegen de boomstam gedrukt te snikken. Wat er aan de hand was? Nou, er vloog zomaar een bij langs! Grote grutten, dat is ook wel iets om bang van te worden… Ik heb een prachtig verhaal verteld over hoe de bij lekker ging drinken bij de bloemen en daardoor weer heerlijke honing kon maken. Dat maakte het een klein beetje goed geloof ik, maar een bij blijft toch een “bees”.

Als ik Johan zo hoor, is zijn kantoor inmiddels een halve dierentuin. Allemaal beestjes die waarschijnlijk vanaf het dakterras binnenkomen op zoek naar een behaaglijk plekje en wat inspirerend gezelschap. Het schijnt inmiddels een beetje een plaag te zijn, omdat die beestjes normaal gesproken wat zuidelijker voorkomen maar door de warme zomer van afgelopen jaar ook hier terecht zijn gekomen. En kennelijk lusten de vogels hier ze niet ofzo, en zijn het er daarom zoveel. Gelukkig is Johan een stuk nuchterder dan Judith, maar irritant is het soms wel. We hopen maar dat de sneeuw (!) van afgelopen week de beestjes schrik aan heeft gejaagd. En dat ze hun toevlucht dan niet nemen in een warm kantoortje, maar in de zuidelijke contreien waar ze vandaan komen. Ieder z’n plek zullen we maar zeggen ๐Ÿ˜‰

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *