Zo herkenbaar!

Ik zat zojuist te naaien en intussen een blogpost uit te denken. Nu ligt Judith in bed en probeer ik mijn bedenksel “op papier” te zetten. En zie daar… bij het openen van de website staat er een reactie te wachten op goedkeuring: “heerlijk herkenbaar!”. Dat is nou precies waar ik over wilde schrijven 🙂
Wat is het heerlijk om herkenning te vinden bij mensen om je heen. In grote dingen, in kleine dingen, in mooie dingen, bij tegenvallers of verdriet. Een beetje begrip verdubbelt de vreugde en halveert de smart.

Zomaar wat voorbeelden. Je staat bij school te wachten op je kleuter en iemand vraagt hoe het gaat. “Mwah, gaat wel. De baby krijgt tandjes”. Dan weet de ander genoeg. Natuurlijk is elk kind anders, maar er is voldoende gemene deler om te begrijpen wat er schuil gaat achter dit korte zinnetje: een baby die amper te troosten is, die de hele dag door wil drinken, die ’s nachts elk uur wakker is, die zulke vieze poepbroeken heeft dat haar billen vuurrood zijn, die constant haar kleren onderkwijlt en met rode wangetjes op je arm hangt te jengelen. Dat is gewoon niet leuk. Het hoort erbij, het gaat ook weer over, maar het is echt niet leuk. En dan is het zo fijn als een andere moeder je bemoedigend toeknikt: “Sterkte meid, ik weet hoe het is”.

Zo zijn er veel meer voorbeelden te bedenken:
– “Hoe is het met je zoon?” [Diepe zucht] “Hij is toe aan school.”
– “Zijn ze bij jullie ook zo toe aan vakantie?” “Ja heerlijk hè, even geen huiswerk…”
– “Hoe gaat het met de kleine?” “Goed hoor! Ze moet alleen nog even leren wanneer het dag is en wanneer nacht”
– Of omgekeerd: “Houd je ’t nog een beetje vol?” “JAAAA, hij slaapt door!!!”
– “Ben je weleens in Zwitserland geweest?” “Ja, prachtig hè, die bergen! Onbeschrijflijk…”

Ik denk dat dit precies de reden is waarom ik het zo enorm leuk vind om columns te lezen of filmpjes te zien van ouders en kindjes die tegen dezelfde dagelijkse dingen aanlopen als wij. Op zich hoef ik helemaal niet te zien hoe andermans kind jammert als ‘ie in de auto moet, of hoe hij de kledingkast keer op keer leeghaalt. Ik bedoel, voor dat soort beelden kan ik ook gewoon ons eigen kroost observeren. Maar de herkenbaarheid is zo leuk. Bemoedigend ook, soms. We zijn niet de enigen, anderen lopen hier ook tegen aan. Het klinkt misschien bijna als leedvermaak, maar als je het herkent, weet je wat ik bedoel 😉

Dat is ook zo leuk aan een bepaalde column in de Terdege, over een Nederlands gezin dat naar Oostenrijk is verhuisd. Gelukkig (!) herken ik heel veel verhalen daarvan niet. Een koude douche, uitgevallen stroom en een jarenlang verwaarloosd huis hebben wij hier niet. Toen de vaatwasser kapot ging hoefden we maar te bellen en de huisbaas regelde een nieuwe. Werd geplaatst door twee monteurs die meteen de oude meenamen. Wat wil je nog meer… Maar andere verhalen herkennen wij heel erg goed. De moeder van dit gezin beschreef bijvoorbeeld hoe ze een ander gezin uitnodigden voor het eten. Dat hebben wij ook al een aantal keer gedaan, en dat is een waar avontuur. Zelfs al wonen we gewoon in een westers land met hele normale en aardige mensen. Vooraf overleggen we dan: welke tijd van de dag moeten we kiezen? Wat verwachten ze dan van ons, een warme maaltijd of juist alleen brood? Eerst een bakje koffie of moet dat bij het toetje? Wij lezen na het eten altijd uit de Bijbel, maar dat vinden zij zeker heel raar… of toch niet?

Inmiddels hebben we een aantal dingen door.
Tip 1: trek altijd je schoenen uit als je ergens op bezoek gaat. Voor Johan is dat heel gewoon, die deed dat ook toen hij voor het eerst in mijn ouderlijk huis kwam kennismaken. Nou, de familie weet het nóg 😉 Die vonden het hilarisch dat hij gewoon op z’n sokken binnenkwam terwijl hij nog nooit eerder binnen was geweest. Hier doet iedereen dat. Ook op school, dan trekken ze pantoffeltjes aan. Als je bezoek krijgt, is het dus aardig om een aantal pantoffels in verschillende maten klaar te hebben liggen. Check, wij hebben ze nu ook.
Tip 2: als je iemand drinken aanbiedt, weet dan wat je doet. Vruchtensap drinken de meesten hier namelijk niet “puur”, maar half-half aangelengd met water. Dat kan water mét of zonder bubbeltjes zijn, maar liever niet zomaar uit de kraan. Dus heb altijd een paar flessen op voorraad…
Tip 3: als je een kind na schooltijd uitnodigt om te spelen, moet je ook warm eten tussen de middag. Dus koken terwijl je op de fiets zit, en dan om 2 uur aan tafel voor een warme hap. Vervolgens hoeft het kind dus ’s avonds pas om 6 uur of half 7 naar huis, want dan schuiven ze nog even een boterham naar binnen en kruipen in bed. Dat je ’t maar ff weet – ik heb denk ik een heel rare flater geslagen toen ik Hannah bij een speelafspraakje al om half 5 op wilde komen halen.

Zo kunnen we nog even doorgaan. Allemaal kleine dingetjes, maar wat is het herkenbaar als een andere Nederlander tegen hetzelfde aanloopt. Je voelt je soms zo’n echte blonde buitenlander die het dan nét weer allemaal fout aanpakt… Gelukkig zijn we niet de enigen 🙂

Op een dieper niveau merkte ik dit ook nadat mama overleden was. Natuurlijk hebben we het erg gewaardeerd als mensen ons een kaartje stuurden of iets aardigs zeiden. Maar het maakt echt een verschil of iemand zegt: “Ik vind het zo erg voor je!” of dat ze er nog aan toevoegt: “Mijn moeder is ook gestorven toen ik 28 was. Onze dochter ging net naar school, de jongste was nog maar 2”. Zo iemand weet hoe het voelt om je moeder te missen, om te zien hoe je eigen kinderen hun oma nooit goed leren kennen, hoe je hart huilt als je je kleuter ziet rouwen. Sommige dingen zijn niet in woorden uit te leggen, die moet je zelf ervaren hebben.
Dat is natuurlijk tegelijk het gevaar: als je zelf iets hebt meegemaakt, denk je al snel dat je het allemaal begrijpt. Terwijl ieder mens anders is, en de omstandigheden nooit exact gelijk. En het geeft meteen aan waarom het zo moeilijk is om met iemand mee te leven als je zelf níet weet “hoe het is”. Ik weet bijvoorbeeld gelukkig niet hoe het is om een kind te verliezen. Als ik dan een kaartje wil schrijven, kan ik de juiste woorden niet vinden. Ik begrijp het uiteindelijk niet. Dan klinken welgemeende woorden al snel hol, of slaan ze de plank mis.

Ik geloof dat dit punt van begrip en herkenbaarheid ook de kern is van de tekst in Hebreeën 4: “Wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde.” Jezus is mens geweest, Hij heeft op aarde allerlei narigheid meegemaakt. Ziekte, bespotting, teleurstelling, verzoeking. Hij weet hoe het voelt. Als we bij Hem onze nood klagen, dan begrijpt Hij het echt. Hij heeft het zelf ervaren. En dat maakt een groot verschil.



Lente

‘”Het is lente, het is lente!” Sofie en Lotte dansen door de tuin.’

Aldus de luister-cd die hier regelmatig wordt gedraaid. Ik kan het me helemaal voorstellen, ik krijg bijna zin om mee te doen. Het is dat er zoveel buren kunnen zien wat ik doe in te tuin :))

Ik vind het voorjaar fantastisch. Allerlei voorjaarsbloemen zijn op hun mooist, de knoppen in de magnolia zwellen veelbelovend op, de vogeltjes zijn in een goed humeur, het zonnetje schijnt en de mutsen en sjaals kunnen we achterwege laten. Alle dagelijkse dingen worden net een tikje leuker in de lente. Boodschappen doen op de fiets bijvoorbeeld doen we ook ’s winters, maar dan is het gewoon minder fijn. En de was ophangen kan ook in de kelder, maar buiten in het zonnetje doe ik het met meer plezier. Verder wordt er weer volop gestoepkrijt en geskeelerd, in de zandbak gespeeld en zo meer. De aardbeienplantjes staan in hun bakken, het balkonhek is versierd met plantjes, de bessenstruiken lopen uit. Heerlijk.

Ik hoorde pas iemand verzuchten: “In de tuin van Eden was het nooit winter. En ik snap helemaal waarom”. Ik kan me inderdaad voorstellen wat ze bedoelt 🙂

Het leuke is dat ook het humeur van mensen aanmerkelijk opknapt van een beetje zon. Met lekker weer zijn de bankjes in het park grotendeels bezet door allerlei soorten mensen die kennelijk genoeg tijd hebben om daar even te zitten en te kijken naar een moeder met drie schattige kindjes die uitermate gehoorzaam en al zingend met hun fietsjes op weg zijn naar de speeltuin – en kijk nou, wat ééééénig, die kleinste zit vóórop de fiets! Wat moet dat gezellig zijn, zo’n gezinnetje met drie kinderen. Vroeger hadden wij dat ook…

Als het kouder is of regent, ergeren ze zich ineens aan een onfatsoenlijk kereltje van vier dat hen bijna van de sokken jaagt met z’n fietsje, een meisje dat loopt te schreeuwen dat… wat eigenlijk? Geen idee, vast weer van die buitenlanders die hun kinderen niet fatsoenlijk Duits leren. En tssss moet je zien hoe onveilig, ze stopt haar kind gewoon in een mandje aan haar stuur in plaats van een fatsoenlijk TÜV-goedgekeurde fietskar met vlag, verlichting en bel. Oh pas op, moet je kíjken zeg, daar komt zowaar nog zo’n kind aangescheurd. Zou die óók nog bij diezelfde moeder horen? Onverantwoord, zo’n groot gezin. Slecht voor het milieu en ze krijgen ongetwijfeld te weinig aandacht en te weinig kansen in het leven.

De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden. En is óók afhankelijk van het weer en het seizoen. Want ja, deze kindjes en deze mama worden ook blij van het voorjaar. En dan loopt alles beter… “Het is lente, het is lente!” De familie Commelin danst door het park.

De wereld in het klein

Vandaag was er een modelbaan-tentoonstelling op een paar honderd meter van ons huis. Daar zijn we maar ’s een kijkje gaan nemen, en het was echt leuk! We waren vooraf even bang dat vooral Judith snel verveeld zou zijn als ze nergens aan mocht zitten, maar dat ging best goed. Er was genoeg te zien vanaf papa’s schouders – of heel wijs op een omgekeerd kratje staand.

Van verschillende plaatsen in de omgeving waren modelbouwers naar Bad Krozingen gekomen, waaronder een paar grote verenigingen. Die hebben samen een enorm arsenaal aan sporen, treinen, andere voertuigen en natuurlijk miniatuur-landschappen. Ik vind dat geniaal om te zien, en krijg meteen zin om ook zoiets in elkaar te knutselen. Die treinen zijn ook wel leuk hoor, maar de huisjes en de mensjes vind ik veel creatiever. We zagen bijvoorbeeld een jachtpartij in het bos, de brandweer in actie bij een bosbrand, een openluchtconcert, een voetbalwedstrijd, een groep skiërs… maar ook de dagelijkse tafereeltjes van een schattig huisje in het bos met een moestuintje, bloembedden en een schommel in de tuin. Alles omgeven door bergen met watervalletjes en riviertjes, doorsneden door weggetjes met allerhande autootjes, brommers, wandelaars… Noem het maar op, ze hebben het verzonnen en in elkaar geknutseld.

Na anderhalf uur hadden we genoeg gezien en gingen we weer naar huis. En zowaar, vanmiddag is er met de Lego gespeeld! Dat is toch een mooi neven-effect van zo’n uitje. Wie weet inspireert het nog tot grootste bouwwerken – en zijn ze net zo lang zoet als die modelbouwers. Ik geloof dat we dan nog heel wat uren vooruit kunnen 😉

Gitaarles

Wij hebben een gitaar. Al jaren. Hij is niet mee geweest naar Papua New Guinea (toen logeerde hij bij familie) maar verder heeft ‘ie ons trouw vergezeld bij al onze verhuizingen. In de hoes welteverstaan, want ik geloof dat ‘ie sinds Abcoude het daglicht amper heeft gezien. Daar heb ik ooit ijverig geprobeerd om gitaar te leren spelen met behulp van een handleiding op internet, maar heel succesvol is dat nooit geworden. En later, tjah… het is er gewoon nooit van gekomen.

Tot nu.

Een paar weken terug kondigde een man in onze gemeente aan dat hij een cursus wilde aanbieden aan iedereen die geïnteresseerd was om gitaar te leren spelen, ongeacht je muzikale talenten. Het doel is natuurlijk wel dat je redelijk leert spelen, zodat er ook wat meer mensen zijn die bijvoorbeeld op de zondagschool de kinderliederen kunnen begeleiden of bij een Bijbelstudie mee kunnen spelen. Maar, zo beloofde hij heel droog, als na een proefperiode van vier weken zou blijken dat je muzikale gaven echt volslagen kansloos zijn, zou hij dit gebrek niet aan de grote klok hangen en kun je dus nog steeds zonder rode kaken in de kerk verschijnen. Dat is natuurlijk een hele geruststelling. En omdat het me nog steeds wel leuk lijkt om gitaar te kunnen spelen + het best gezellig kan zijn om regelmatig met een groepje mensen les te krijgen, heb ik onze trouwe gitaar maar ’s uit de kelder gehaald. De hoes is afgestoft en Johan heeft de gitaar gestemd. Dat was nog even een dingetje – de snaren waren zo ver van het juiste pad geraakt dat een standaard app niet kon herkennen om welke snaar het ging. Dan klinkt het dus héél erg vals. Maar Johan was niet voor één gat te vangen, en het is hem gelukt.

Afgelopen woensdag was het dus zover. Met een man of zeven hebben we de eerste stapjes gezet. We kennen zowaar al twee akkoorden. “Ja, een liedje met één akkoord heb ik helaas niet kunnen vinden, dus we beginnen maar met twee”, aldus de cursusleider. Ik kan me er iets bij voorstellen 😉 Nu moet ik dus aan het oefenen, en zien hoeveel akkoorden ik uiteindelijk kan onthouden en spelen. Ik wil in ieder geval de proeftermijn van vier keer afmaken, en als het goed bevalt gaan we door tot de zomervakantie. Maar een blogpost schrijf ik nu alvast; stel dat het geheel dan mislukt, hoef ik mijn gebrek aan muzikale talent niet aan de grote klok te hangen en kan ik zonder rode kaken stukjes blijven schrijven 🙂

Schoenenfrustratie

Ik ben hevig gefrustreerd. Hannah heeft nieuwe schoenen nodig.

Ik herken de diepe zucht die mijn mama altijd slaakte als ik weer ’s nieuwe schoenen nodig had. Dat was een drama: ik had van die hoge steunzolen waardoor ik dichte schoenen nooit paste en open schoenen niet aan kon omdat de steunzool dan over de rand kwam. Wat waren we opgelucht als een winkel één paar had dat ik paste. En dat was helaas niet altijd de eerste winkel die we probeerden.

Nu gaat onze Hans dus hetzelfde paadje. Ze had in Ede al steunzolen, maar die moeten natuurlijk af en toe vervangen worden omdat haar voeten verder groeien. Dus ging ik met haar naar een winkel voor steunzolen en andere hulpmiddelen. Die wilden ons graag helpen, maar dan wel op recept van een arts. Prima, ik naar de huisarts. Die zou graag een recept uitschrijven, maar dan moest de betreffende winkel eerst aangeven welk soort steunzolen het precies moesten zijn. Ik weer terug naar de winkel… Welnee, dat konden zij niet bepalen! Daarvoor moesten we eerst naar de specialist. Dat kon zowaar zonder verwijzing van de huisarts! We hoefden alleen maar een maandje te wachten, en op de dag zelf nogmaals drie kwartier (met dus drie kinderen in een kleine wachtruimte vol volwassenen). Toen 5 minuten naar de arts en tadaaa, we hadden ons recept. Voor optimale efficiëntie gingen we meteen door naar de steunzolen-winkel, en weer 5 minuten later was de bestelling geplaatst.

Zo.

En toen konden we ze ophalen, drie weken later. Ik vond die nieuwe zolen wel heel veel groter dan de vorige, dus ik stelde voorzichtig voor om ze even te passen. Nou, ze pasten ruim hoor! Drie jaar op de groei zo ongeveer. En aangezien die zolen ook nog in schoenen moeten passen, zou onze meis ineens drie schoenmaten groter moeten gaan dragen. Dat leek me niet zo’n strak plan, en de mevrouw aan de balie vond het ook wel raar. Maar ze had een oplossing: we konden wel even naar Freiburg rijden, naar hun hoofdvestiging. Dan kon het probleem daar ter plekke verholpen worden. Goed, het was tenslotte toch schoolvakantie. Dus haalden we de auto, smeerden we een lunchpakketje en vertrokken we naar Freiburg. Daar kostte het weer een eind wachttijd (ditmaal in een grote ruimte, maar weer volstrekt niet berekend op kinderen… het zweet brak me uit) en zelfs een dosis vastberadenheid om voor elkaar te krijgen dat de zooltjes werden bijgeknipt. Nou vooruit, een centimeter kon er inderdaad wel af. Maar een duimbreedte vóór de tenen overhouden was toch wel het minimum volgens de medewerkster. Zo gezegd, zo gedaan. Dat de zooltjes ook nog in de verkeerde kleur zijn gemaakt, heb ik maar wijselijk verzwegen. Zolang Hannah daar niet over struikelt, vind ik het best.

Om de dag een beetje in balans te houden gingen we vervolgens maar naar de kinderboerderij annex dierentuin die ook in Freiburg zit. Daar zijn we al veel vaker geweest, maar het is de enige in de omgeving en hij is echt leuk. Flink groot ook, elke diersoort heeft een compleet weiland tot z’n beschikking. En er zijn een paar leuke speeltuintjes bij. Qua weer ging het net, dus onze middag was gevuld.

Op de terugweg probeerden we nog een paar schoenen voor Hannah te kopen. Haar oude waren compleet versleten doordat ze er steeds mee zit te stoepkrijten zonder op te letten wat er dan met de neuzen van haar schoenen gebeurt… Naja, dat kan gebeuren als je lekker speelt. Nu we eindelijk de nieuwe zooltjes hadden, konden we ook nieuwe schoenen uitzoeken.

Hoopten we.

Er zitten nogal wat eisen aan die schoenen: de zool moet hard zijn, anders zakt Hannah alsnog te ver naar binnen. De schoen moet groot genoeg zijn voor zooltje en voet, maar niet zo wijd dat ze er bij elke stap uit floept. En er moet iets van een klittenbandsluiting of veters of rits in, want die losse ballerina’s is ze zo kwijt – met een zooltje erbij loop je dan meer op je schoen dan erin. Eindelijk eindelijk had ik één paar gevonden dat paste en goed liep – en het zag er nog leuk uit ook. Ik was bijna helemaal blij. Tot ik doorkreeg dat dit helemaal niet bedoeld was als een paar schoenen, maar als een paar Hausschuhe. Wat dat zijn? Nou gewoon, schoenen die eruit zien als schoenen en die aanvoelen als schoenen maar die je alleen binnenshuis draagt. Ze kunnen dus ook niet tegen regen en modder en stoepkrijt. En ja, wij wonen dan wel dicht bij school, maar een overdekte doorgang hebben we nog net niet.

Einde schoenen dus. Ik heb ze met een diepe zucht weer in het rek gezet, heb m’n kinderen bij elkaar geraapt en ben mismoedig naar huis gereden. De vakantie is bijna voorbij, en Hannah heeft nog steeds nieuwe schoenen nodig. Zucht.

UPDATE:
Het is gelukt! Hannah is voorzien van een paar nieuwe schoenen. Ik hoop dat ze lekker lang mee gaan… 🙂

Kastelen & Ridders

Afgelopen zaterdag hebben een ridder en twee prinsessen succesvol een Frans kasteel bespioneerd dat ooit door een Duitse keizer is gebouwd. Even na lunchtijd reed hun koetsier (in Franse auto) onopgemerkt de Rijn over, om vervolgens vanaf Colmar nog een halfuur naar het noorden te reizen. Vanaf 15km afstand zagen we de parel al schitteren boven op een vrijstaande heuvel: Château du Haut-Kœnigsbourg (ookwel Hohkönigsburg in de oorspronkelijke taal).

Bron: Wikipedia

Ruim honderd jaar geleden was er weinig pracht en praal op deze locatie. Maar nadat de Duitsers weer een bijdrage hadden geleverd aan het Frans-Duitse landjepik in de Elsas, vond keizer Wilhelm II dat het tijd was om met een megalomaan bouwproject zijn autoriteit te manifesteren. Het resultaat is een bonte verzameling aan laat-middeleeuwse en romantische elementen, compleet met anachronistische 19e eeuwse kanonnen.

Welnu, toen de ridder, de twee prinsessen en hun koetsier bij de burcht aankwamen voor hun spionage-activiteiten was het eenvoudig om dit voor de Franse onderdrukker verborgen te houden. Er stond namelijk een enorme rij voertuigen (van zogeheten toeristen) en onze koets kon heel onopvallend in dat rijtje aansluiten. Maar toen we vervolgens door de poort naar binnen liepen werd de koetsier even apart genomen door twee bebaarde Arabieren met «Securité» op hun vest. Gelukkig hadden ze geen harnassen en hellebaarden, daardoor leken ze toch nog best vriendelijk. «Of meneer de koetsier ook wapens bij zich droeg, of misschien iets anders gevaarlijks in zijn tas had?» Hmm, «Non, non…» En of ze dan nog even in de tas mochten kijken? «Oui, oui…». En daarna mochten we gewoon doorlopen. Aan de ridder en de twee prinsessen werd niets gevraagd. Pfff, dat was op het nippertje.

Hier inspecteren de ridder en de ene prinses het wapenarsenaal, terwijl de andere prinses op wacht staat om te kijken of er niet toevallig een Fransoos opduikt.
Wapens, wapens, wapens…
De buit na onze spannende spionage-activiteiten

Na een uitgebreide reconnaissance (toch handig soms, die Franse taal), vertrokken de ridder, de prinsessen en de koetsier weer met hun koets naar Duits grondgebied. De ridder en de prinsessen waren wat buit rijker geworden, de koetsier een paar knaken armer. Al met al een zeer geslaagde dag. En bij thuiskomst had de vrouw van de koetsier een heerlijke pan Nederlandse hutspot, met Nederlandse worst!

Nog een interessant weetje voor de Tolkien-fans onder het lezerspubliek: dit kasteel heeft als belangrijke inspiratiebron gediend voor de illustrator John Howe toen hij het werk van Tolkien van illustraties voorzag. Daar kon ik mij best iets bij voorstellen toen ik rondliep in het uitgebreide netwerk van steegjes, trappetjes, gangen, en royale troonzalen.