De juiste woorden vinden

Dat is nog niet altijd zo makkelijk. Zeker niet in het Duits. Woorden die vaak voorkomen kennen we inmiddels wel natuurlijk, maar hoe noem je “laagjes in je haar”? Dat moest ik echt even opzoeken. Het is een “Stufenhaarschnitt”. En hoe noem je moeren die je in een keukenkastje draait als de schroeven dolgedraaid zijn? Dat weet ik in het Nederlands niet eens 🙂 Maar het zijn dus Eindrehmuttern. Die kennis hebben we hopelijk niet zo vaak nodig want ons kastje is weer gemaakt, maar dat is precies het jammere aan moeilijke woorden die je haast nooit gebruikt. Weet je eindelijk hoe het moet, komt het nooit meer voor 😉

Soms kom je ook van die woorden tegen die precies zeggen wat je in je hoofd had. Heerlijk vinden wij dat. Johan wordt bijvoorbeeld helemaal enthousiast van de wiskundige term “schoof”, omdat die heel goed een abstract wiskundig concept inzichtelijk maakt – als je tenminste weet hoe een niet-wiskundige schoof eruit ziet. Dat is nog wel ’s een probleem met hedendaagse studenten.

Nog zo’n woord, oorspronkelijk in het Duits maar inmiddels ook gebruikt door anderen: “Aha-Erlebnis”. Precies wat je denkt dat het betekent, en een ander woord is er eigenlijk niet voor. Op Internet vond ik nog een paar voorbeelden van typisch Duitse woorden die lastig te vertalen zijn maar precies de juiste toon hebben gevonden:

  • Verschlimmbessern : je best doen om iets op te lossen, maar het daarmee alleen maar erger maken. Dus je probeert te “verbessern” maar maakt het alleen maar “schlimmer” (Staphorsters snappen dat meteen, die vinden iets ergs ook “slim”).
  • Kummerspeck : “Kummer” is een verzamelwoord voor allerlei narigheid en “speck” spreekt voor zich. “Kummerspeck” krijg je dus als je je beroerd voelt om het één of ander en van de weersomstuit een pak koekjes of drie repen chocola naar achter werkt.
  • Fingerspitzengefühl : iets precies goed kunnen inschatten, ergens een goed ontwikkeld gevoel voor hebben.

Afgelopen week hadden we dit gevoel bij een fantastisch woord: “Fernweh”. We kenden het nog niet, maar we snapten meteen wat het betekende. Het is het omgekeerde van “Heimweh”. Dat kennen we in het Nederlands wel. Ik heb er gelukkig nooit veel last van gehad, maar als ik vanuit Nederland weer hierheen rijd voel ik wel zo’n vage kriebel in m’n buik die eigenlijk terugverlangt naar mijn “Heimat” en helemaal geen zin heeft om weer zo ver bij onze familie vandaan te gaan.
“Fernweh” is dus precies het omgekeerde. Dat gevoel is exact wat er in mij opwelt als we van de snelweg afkomen bij de afrit Bad Krozingen, en dan nog vijf minuten over de provinciale weg rijden met uitzicht op de bergen van het Zwarte Woud. Eigenlijk heb ik dan helemaal geen zin om naar huis te gaan, maar wil ik verder rijden. Veel verder. Helemaal naar de bergen, en dan nóg verder om te zien wat daarachter is. En daar weer achter. En dáár weer achter. Ik weet dat daar haarspeldbochten zijn met een fantastisch uitzicht, en donkere bossen waar je herten of zwijnen kunt zien, en watervalletjes waar je uit kunt drinken, en plekjes waar ik met m’n tentje zou willen overnachten, en…. Of, weet je wat, laten we helemaal doorrijden naar Beieren en zien hoe het daar is. En dan nóg verder naar de Alpen! Dan gaan we heerlijke wandelingen maken en overnachten in een berghut, en…

Dat gevoel. Dat is “Fernweh”, verlangen naar de verte. Niet helemaal hetzelfde als “reislust”, dat omvat voor mijn gevoel ook de praktische rompslomp van voor-iedereen-kleren-inpakken en bedenken hoeveel pakjes drinken er mee moeten en of 10 pampers voldoende zijn. “Fernweh” gaat niet over het reizen zelf, maar over “de verte” waar je graag wilt zijn, die je wilt zien en beleven.

Dat gevoel roepen ook onze nieuwste plannen op. We kregen zomaar het aanbod om in de zomer met een aantal lieve mensen mee te gaan naar Oostenrijk. Wij waren helemaal nog niet zo ver dat we nadachten over de zomervakantie, maar nu hebben we er ineens helemaal zin in! We zien onszelf al lange wandelingen maken, picknicken met onze voeten in een riviertje, heerlijk uitrusten op een warme steen met uitzicht op bergen en dalen… Wat jammer dat de zomer nog lang duurt – al heb ik hier de eerste sneeuwklokjes al gezien. En toch ook fijn dat de zomer nog lang duurt. Dan kunnen we nog volop genieten van de “Fernweh”-voorpret, voor we bezig moeten met de praktische beslommeringen die onze “reislust” met zich mee gaat brengen. Nog even lekker dromen en fantaseren, voordat we weer met beide benen op de nuchtere bodem staan. Want ja, zelfs Oostenrijk is gewoon een stukje aarde, en ook daar zal wel ’s een sok kriebelen of een beker ranja niet de juiste smaak hebben. Zo gaat dat als “Fern” eenmaal “dichtbij” geworden is…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *