Kortzichtig

Dit is het landschap een half uur bij ons vandaan. Wij hadden wel zin om daar een lekkere wandeling door te maken, met de kinderen om de beurt op de slee. Op internet vonden we een winterwandelroute waarvan beloofd werd dat het pad gewalst en onderhouden wordt, zodat je niet wegzakt in de sneeuw. Dat klinkt ideaal, niet waar?

Vol goede moed gingen we dus op pad. De rit ernaartoe was al prachtig. Gaandeweg zagen we de sneeuw verschijnen, en vervolgens de rest van het landschap steeds meer verdwijnen. Vandaag helaas niet alleen onder een laag sneeuw, maar ook in dikke mist! Dat was even een tegenvaller. In het dal was het wel bewolkt, maar dat hing hoog in de lucht. Op de berg zit je natuurlijk een stuk hoger, en daar hingen de wolken rond onze voeten. Ik was erg blij dat Johan achter het stuur zat en dat hij iets stress-bestendiger is dan ik, want haarspeldbochten rijden met heel beperkt zicht is geen pretje. Zeker niet op een weg waar je nog nooit eerder bent geweest, en die maar nét breed genoeg is om een tegenligger te passeren. En je hebt geen keus dan gewoon door te rijden, want de weg heeft een helling van 18%. Daar kom je niet zo heel makkelijk weer op gang als je eenmaal vertwijfeld stilstaat…

Het is allemaal goed gekomen. We kwamen aan bij het uitzichtpunt boven. Zicht: ongeveer anderhalve meter 🙂 🙁 We hadden wel ons doel behaald om in een witte wereld te wandelen, maar een uitzicht zoals hierboven op de foto zagen we alleen vanuit de auto, een stuk lager op de route. De mannen die het wandelpad zouden walsen hadden waarschijnlijk een dagje vrij om zelf te skiën of iets dergelijks, want we zakten op sommige stukken wel 25 cm de sneeuw in. Dat is voor volwassenen al vermoeiend, maar voor kinderbeentjes helemaal niet te doen. En als je niet lekker door kunt lopen én haast niet kunt zien waar je naartoe moet, dan is zo’n tochtje natuurlijk al snel koud en saai. Een lekker snoepje helpt dan wel even, maar niet urenlang. Bovendien was sleeën op verse sneeuw van 25 cm dik met daaronder verstopte boomwortels ook niet ideaal.

Er was niks aan te doen, we zijn maar weer omgedraaid. Beter een kort wandelingetje waarbij ieders humeur nog acceptabel blijft dan een lange tocht met vriespunt-humeurtjes en koude voeten. De terugweg was gelukkig iets makkelijker om te rijden. De mist werd al snel minder dicht, en we hielden op onze telefoon precies bij wanneer de volgende haarspeldbocht eraan kwam. Leve de moderne apparatuur die geen last heeft van kortzichtigheid.

Al met al verliep onze wandeling niet helemaal zoals gepland. En toch was het een avontuur. Voor mij dan. In Hannah’s woorden: “Jij bent gewoon een bange vrouw, jij vindt alles spannend! Ik ben een stoere meid, ik beleef noooooooit eens een avontuur zoals in boeken ofzo…”. Tjah. Als je een tocht in de mist door bergen met haarspeldbochten en tegenliggers die je amper kunt passeren onder “saai” schaart, dan ben je ook erg koelbloedig. Of je leeft nog in het heerlijke kinderlijke vertrouwen dat papa het allemaal wel regelt, en dat alles vanzelf goed komt 🙂 Hannah droomt dus nog even verder over échte avonturen. Over dieven die ze gaat vangen bijvoorbeeld. Ik vind het allemaal prima, zo lang ik niet mee hoef. Ik ben tenslotte een bange vrouw. Zo eentje die geniet van een saaie wandeling in het zonnetje, met uitzicht over besneeuwde valleien.

Kinderfeestje

Vandaag is de grote dag: Hannah viert haar kinderfeestje! Voor een zevenjarige is dat natuurlijk best een avontuur. Voor haar ouders ook 😉

Ik heb eerst zorgvuldig gepolst bij een moeder uit de gemeente hoe je zoiets hier het beste aanpakt. Doe je het op zaterdag of op een schooldag? En welke tijden zijn dan gebruikelijk? Breng je de kinderen thuis of worden ze opgehaald? Gaat iedereen naar een grote binnenspeeltuin of wordt een feestje thuis juist gewaardeerd? Je moet het maar net weten, en we willen niet dat kinderen zwaar teleurgesteld of gillend van de schrik thuis komen omdat die Nederlanders zo raar doen. Tot nu toe is Hannah nog maar op één feestje geweest, en dat was met de hele klas in een bos-speeltuin. Super leuk, maar in januari een beetje minder. En om nou de hele klas thuis uit te nodigen zag ik ook niet goed komen 🙂 Uiteindelijk zijn we toch een beetje van de standaard afgeweken door de feestneuzen meteen uit school mee te nemen en niet om 3 uur te laten komen. Dat voelt wel heel onzinnig als je op 500 meter van de school woont en de genodigden 20 minuten met de auto moeten rijden. En we leveren service, want we brengen ze ook weer thuis.

Uiteindelijk zijn er nu maar 3 kinderen, en dus de 3 van onszelf. Een beetje mager, maar ja. Twee meisjes zeiden zo kort van tevoren af dat we het niet meer konden verzetten, en dan is er nog eentje die eerst vioolles heeft. En verder zitten er alleen jongens in de klas, en daar had Hannah deze keer “even geen zin in”. “Die jongens zijn zooo druk!”

Ahum. Dat zou hier inderdaad uit de toon vallen.

Nu hebben we dus een handjevol meisjes, dat kunnen we met z’n tweeën wel aan. Want ja, Johan is zo lief geweest om vrij te nemen vanmiddag 🙂 We hebben net patatjes gegeten, een bordje beschilderd en wat gespeeld. Nu is Johan met ze onderweg op “speurtocht” door het park, waar hij een trommel snoepjes heeft verstopt. Dat programma komt misschien bekend voor – we herhalen het gewoon van vorig jaar… Dat is het voordeel van verhuizen, je kunt gewoon je oude draaiboek weer van stal halen en voor het publiek is alles nieuw! Tot nu toe is iedereen geloof ik enthousiast, en Hannah geniet. Het zonnetje schijnt, en ik zit alleen thuis bordjes af te bakken.

Eitje, zo’n kinderfeestje.

Week van de rits

We houden niet alle “weken van…” en “dagen van…” precies bij. Dat zijn er simpelweg teveel. We hebben een paar dagen die we belangrijk vinden en vieren: Vaderdag, Moederdag en Elke-dag-kinderdag ;). En dan verder wat kerkelijke feestdagen natuurlijk, maar aan vogels of secretaresses of zeeleeuwen denken we alleen wanneer het ons zelf uitkomt.

Afgelopen week was bij ons “de week van de rits”. Judith kreeg het voor het eerst voor elkaar om helemaal zelf haar jas aan te trekken én de rits dicht te doen. Dat is best een ingewikkeld klusje, maar als ze genoeg tijd krijgt lukt het dus. Het lastige is nog dat Juutje pas begint met aankleden als mama al ongeveer klaar is, dus dat levert nog wel ’s een conflict op. Dan moet ik echt echt echt gaan om op tijd op school te zijn, maar zij is nog lang niet klaar. En helpen ho maar, dan hebben we 12 kilo woede in de gang liggen en trekt ze vervolgens haar jas buiten weer uit. “Ikke selles doen!”.

Zucht.

Boaz is soms omgekeerd. Die blijft gewoon net zo lang stilstaan tot ik ongeduldig word en ‘m help. Heel onpedagogisch, maar als de tijd op is moet je wat hè. Tot vorige week dus. Ik heb ‘m omgekocht met een rits-diploma. En omdat onze kerel heel gevoelig is voor diploma’s en medailles, heeft hij de hele week zelf z’n rits dichtgedaan! Hoera! Nu nog even voor elkaar boksen dat ‘ie het blijft doen nu het diploma eenmaal binnen is.

Tot zover het goede nieuws. Zowel Hannah als Boaz kwamen meerdere keren naar met toe met een rits die alleen bovenaan dicht zat. Dat klopt niet helemaal. Of het nou aan de rits of aan de dichtritser ligt, het geheel wordt er niet beter op als dit meermaals gebeurt. Gisteren bij de kerk kreeg ik Hannahs jas ook niet meer open, maar ze had een oplossing paraat: “Ik vraag de meester wel even, want die kan dat altijd heel goed!” Oeps, kennelijk speelt dit probleem al langer. Maar ja, als het eenmaal is opgelost hoef je dat thuis natuurlijk niet meer te vertellen.

Een goed sluitende jas hebben we wel nodig nu. Het is typisch januari-weer: koud, af en toe een vlokje sneeuw of een spetter regen, en slechts héél af en toe een straaltje zon. Brrrrrrrr. Ik roep hoopvol dat de dagen alweer langer worden en dat de kou vast binnen twee maanden weg is, maar dan herinnert Johan me er weer aan dat er ook in maart nog best een pak sneeuw kan vallen. Hmmmmm. Ik heb maar vast een paar nieuwe winterjassen besteld. Als de ritsen het dan helemaal opgeven of de meester het zat wordt om voor kleermaker te spelen, hebben we iets achter de hand. “Goed voorbereid op weg” zullen we maar zeggen.

De juiste woorden vinden

Dat is nog niet altijd zo makkelijk. Zeker niet in het Duits. Woorden die vaak voorkomen kennen we inmiddels wel natuurlijk, maar hoe noem je “laagjes in je haar”? Dat moest ik echt even opzoeken. Het is een “Stufenhaarschnitt”. En hoe noem je moeren die je in een keukenkastje draait als de schroeven dolgedraaid zijn? Dat weet ik in het Nederlands niet eens 🙂 Maar het zijn dus Eindrehmuttern. Die kennis hebben we hopelijk niet zo vaak nodig want ons kastje is weer gemaakt, maar dat is precies het jammere aan moeilijke woorden die je haast nooit gebruikt. Weet je eindelijk hoe het moet, komt het nooit meer voor 😉

Soms kom je ook van die woorden tegen die precies zeggen wat je in je hoofd had. Heerlijk vinden wij dat. Johan wordt bijvoorbeeld helemaal enthousiast van de wiskundige term “schoof”, omdat die heel goed een abstract wiskundig concept inzichtelijk maakt – als je tenminste weet hoe een niet-wiskundige schoof eruit ziet. Dat is nog wel ’s een probleem met hedendaagse studenten.

Nog zo’n woord, oorspronkelijk in het Duits maar inmiddels ook gebruikt door anderen: “Aha-Erlebnis”. Precies wat je denkt dat het betekent, en een ander woord is er eigenlijk niet voor. Op Internet vond ik nog een paar voorbeelden van typisch Duitse woorden die lastig te vertalen zijn maar precies de juiste toon hebben gevonden:

  • Verschlimmbessern : je best doen om iets op te lossen, maar het daarmee alleen maar erger maken. Dus je probeert te “verbessern” maar maakt het alleen maar “schlimmer” (Staphorsters snappen dat meteen, die vinden iets ergs ook “slim”).
  • Kummerspeck : “Kummer” is een verzamelwoord voor allerlei narigheid en “speck” spreekt voor zich. “Kummerspeck” krijg je dus als je je beroerd voelt om het één of ander en van de weersomstuit een pak koekjes of drie repen chocola naar achter werkt.
  • Fingerspitzengefühl : iets precies goed kunnen inschatten, ergens een goed ontwikkeld gevoel voor hebben.

Afgelopen week hadden we dit gevoel bij een fantastisch woord: “Fernweh”. We kenden het nog niet, maar we snapten meteen wat het betekende. Het is het omgekeerde van “Heimweh”. Dat kennen we in het Nederlands wel. Ik heb er gelukkig nooit veel last van gehad, maar als ik vanuit Nederland weer hierheen rijd voel ik wel zo’n vage kriebel in m’n buik die eigenlijk terugverlangt naar mijn “Heimat” en helemaal geen zin heeft om weer zo ver bij onze familie vandaan te gaan.
“Fernweh” is dus precies het omgekeerde. Dat gevoel is exact wat er in mij opwelt als we van de snelweg afkomen bij de afrit Bad Krozingen, en dan nog vijf minuten over de provinciale weg rijden met uitzicht op de bergen van het Zwarte Woud. Eigenlijk heb ik dan helemaal geen zin om naar huis te gaan, maar wil ik verder rijden. Veel verder. Helemaal naar de bergen, en dan nóg verder om te zien wat daarachter is. En daar weer achter. En dáár weer achter. Ik weet dat daar haarspeldbochten zijn met een fantastisch uitzicht, en donkere bossen waar je herten of zwijnen kunt zien, en watervalletjes waar je uit kunt drinken, en plekjes waar ik met m’n tentje zou willen overnachten, en…. Of, weet je wat, laten we helemaal doorrijden naar Beieren en zien hoe het daar is. En dan nóg verder naar de Alpen! Dan gaan we heerlijke wandelingen maken en overnachten in een berghut, en…

Dat gevoel. Dat is “Fernweh”, verlangen naar de verte. Niet helemaal hetzelfde als “reislust”, dat omvat voor mijn gevoel ook de praktische rompslomp van voor-iedereen-kleren-inpakken en bedenken hoeveel pakjes drinken er mee moeten en of 10 pampers voldoende zijn. “Fernweh” gaat niet over het reizen zelf, maar over “de verte” waar je graag wilt zijn, die je wilt zien en beleven.

Dat gevoel roepen ook onze nieuwste plannen op. We kregen zomaar het aanbod om in de zomer met een aantal lieve mensen mee te gaan naar Oostenrijk. Wij waren helemaal nog niet zo ver dat we nadachten over de zomervakantie, maar nu hebben we er ineens helemaal zin in! We zien onszelf al lange wandelingen maken, picknicken met onze voeten in een riviertje, heerlijk uitrusten op een warme steen met uitzicht op bergen en dalen… Wat jammer dat de zomer nog lang duurt – al heb ik hier de eerste sneeuwklokjes al gezien. En toch ook fijn dat de zomer nog lang duurt. Dan kunnen we nog volop genieten van de “Fernweh”-voorpret, voor we bezig moeten met de praktische beslommeringen die onze “reislust” met zich mee gaat brengen. Nog even lekker dromen en fantaseren, voordat we weer met beide benen op de nuchtere bodem staan. Want ja, zelfs Oostenrijk is gewoon een stukje aarde, en ook daar zal wel ’s een sok kriebelen of een beker ranja niet de juiste smaak hebben. Zo gaat dat als “Fern” eenmaal “dichtbij” geworden is…

Sneeuw

We kregen al van verschillende mensen de bezorgde vraag of we nog niet ingesneeuwd zijn. Nee hoor, het heeft hier de afgelopen week wel een beetje gesneeuwd, net genoeg om een middagje te sleeën en een klein sneeuwpopje te maken, maar de straten en stoepen zijn allemaal sneeuwvrij en de treinen rijden volgens dienstregeling. Wat dat betreft zitten we aan de goede kant van het Zwarte Woud, want in Beieren en in de Alpen is het inderdaad bar en boos op ’t moment.

Het beetje sneeuw dat we hier gehad hebben werd meteen volop benut. Niet alleen thuis, maar ook op school: het stuk park rondom de school is vrijwel sneeuwvrij omdat elke kruimel is gebruikt voor het bouwen van 15 halfvolgroeide sneeuwmannetjes die inmiddels helaas zijn gesmolten tot vormloze hoopjes.

Het leuke van hier wonen is dat er ’s winters eigenlijk altijd wel sneeuw te vinden is als je er een stukje voor wilt rijden. Aangezien het hier vandaag niet sneeuwde maar wel prima weer was, zijn we er dus met onze sleeën en winterkleren op uit gegaan naar Münstertal. Dat is slechts een kwartier rijden maar je zit daar meteen een stukje hoger en dichter bij de bergen, en daar ligt dus wel een lekker laagje sneeuw. Rondom het klooster zijn wat weilanden met glooiende hellingen en er is een ruime parkeerplaats, dus ideaal om lekker te sleeën. En voor mijn gevoel net wat veiliger dan sleeën van de Belchen; dan vind je je kind met een beetje pech pas kilometers verderop weer terug… Wij waren er al op tijd en waren dus de eersten, maar na ons kwamen er nog zeker zo’n dertig kinderen bij. Kennelijk had Johan het ideale plekje gevonden, of wij zagen er zo enthousiast uit dat iedereen zich aansloot 😉

Het ging ook echt heerlijk, we zijn allemaal een aantal keer de helling afgeroetsssssjt en hebben daarna nog sneeuwpoppen / -konijnen /-auto’s gebouwd. Als afsluiter maakten we een enorme sneeuwbal bovenaan een steile helling, met het plan om die naar beneden te laten rollen en zo vanzelf manshoog te laten worden. Maar helaas, hij spatte halverwege de helling uit elkaar en werd een kleine lawine.

Kleinduimpje in de sneeuw…

Wij hebben ons eerste doel van dit jaar gehaald: lekker genieten van een goed pak sneeuw. Dan is het tenslotte pas écht winter.
Voor wie vanuit een miezerig en druilerig Nederland verlangend toekijkt: wees welkom, onze logeerkamer is beschikbaar en onze sleeën te leen (onder schooltijd) 🙂

Fantasie

Ik heb bijna kramp in m’n kaken van het serieus blijven kijken. Ik zat gisteren met Boaz in de auto om Hannah bij een vriendinnetje op te halen (Yes! We zijn blij dat ze eindelijk een speelafspraakje had!). Vanaf de achterbank werd een fantastisch verhaal opgedist – of beter gezegd, werd me in herinnering gebracht wat ik weliswaar al lang vergeten ben omdat het zo lang geleden is, maar wat Boaz nog tot in detail weet.

Het ging ongeveer zo: Toen Boaz geboren was ging hij eerst een nacht heerlijk slapen. Toen werd hij wakker en keek uit het raam naar buiten. Daar zag hij soldaat Opa en ridder Hendrik-Jan heel hard vechten met een super gevaarlijke draak. Hoe ze dat precies aanpakten ben ik – alweer – vergeten, maar ze sloegen in ieder geval al z’n tanden eruit want dan kunnen monsters niet meer brullen (dat weten we natuurlijk allemaal, zo gaat dat nu eenmaal). En later hebben ze ‘m helemaal dood gemaakt met een zwaard en een speer.

Boaz moest er nog even van zuchten. Wow, wat een dappere familie hebben wij toch. Dat ik dat helemaal niet meer wist is niet zo gek, mama vergeet wel vaker wat… Gelukkig heeft hij het nog onthouden zodat de heldendaden niet roemloos vergeten worden.

Ook Hannah heeft soms een rijke fantasie, veelvuldig gevoed door alle boekjes die ze leest. Daar kan ze heerlijk over dagdromen. Pas zat ze zelfs zó in haar fantasie dat ze graag in de auto wilde blijven wachten terwijl ik boodschappen deed, dan kon ze nog even ongestoord verder dromen. Uiteindelijk deed ze dat toch maar niet trouwens, want ze wilde toch wel erg graag zelf een lekker broodje uitzoeken bij de Lidl. Soms moeten dagdromen het afleggen tegen de nuchtere werkelijkheid 🙂

Het liefst bedenkt Hannah hele scenario’s die weliswaar niet zó waarschijnlijk zijn, maar toch zouden kunnen gebeuren. Dan ben je maar liever voorbereid. In de vakantie was ze bijvoorbeeld helemaal aan het uitdenken hoe je uit een gevangenis kunt ontsnappen. Je weet maar nooit wanneer dat van pas komt. Ik hielp haar een beetje op weg door te vertellen dat er wel ’s iemand is ontsnapt door met een lepel een tunnel te graven, of doordat z’n vrienden met een helikopter boven de binnenplaats gingen hangen. Maar ja, die trucjes kennen de bewakers nu ook, dus er moest iets origineels bedacht worden. En laat oom Hendrik-Jan nu precies daarover een berichtje in de krant zien staan! Er was een gevangene die z’n straf erop had zitten en naar huis mocht. Hij kreeg een grote zak om z’n bezittingen in te doen en werd vriendelijk uitgezwaaid. Tot bleek dat er in die zak geen spulletjes, maar een medegevangene zat! Dit soort verhalen vindt Hannah (en Boaz ook trouwens) helemaal het einde. Wát een slim idee, die onthoudt ze voor later. En wát een domme bewakers, want Hugo de Groot was ook al op zo’n soort manier ontsnapt. Dat hadden ze toch kunnen weten! 🙂

Zelfs Judith begint af en toe te fantaseren. Je merkt dat ze bepaalde verbindingen begint te leggen. Sowieso wordt de pop ineens vertroeteld sinds mama Judith baby-jara heeft gezien. Ik word driftig tot stilte gemaand als de pop moet slapen, de pop krijgt regelmatig een dikke knuffel en meerdere keren per dag gaat z’n slaapzak aan en uit. De pop fleurt er helemaal van op, na jaren verwaarlozing. Maar ook liedjes speelt ze nu na. In de auto hebben we een cd’tje met “Adam, waar ben je? Heb je je verstopt?” Die vindt Judith heel erg leuk. En tadaaa, ze verstopt zich thuis prompt in het kastje onder de kapstok of in haar eigen commode. Ik moet dan het deurtje even dichtdoen van de buitenkant, en niet opmerken dat er ineens een hele hoop kleding náást het kastje ligt, en dan schrik ik me een hoedje als – “BOE! HIER ISSIE!” – er ineens een peuter tevoorschijn komt.

Intussen droom ik m’n eigen dromen. Over geduld en vriendelijkheid, en over een moeder die precies weet hoe ze de dwarse buien van een peuter ombuigt in een positief leerpunt. Die ook om vier uur ’s middags nog uitstraalt hoe ze geniet van haar kroost en die ’s avonds uit puur plezier nog even alle speelgoed opruimt zodat het huis altijd keurig aan kant is. Je weet maar nooit of dat nog ’s van pas komt. Dan ben je maar liever voorbereid.

Vasthoudend drolletje

Zomaar even een kort inkijkje in het leven met onze lieve, eigenwijze en zéér vasthoudende peuter.

De vakantie is voorbij en “de groten” gaan weer naar school, dus Judith wil óók. Als mama dan zegt dat dat niet gaat, is mama een vervelend obstakel in haar plannen. En als mama blijft volhouden dat het echt niet kan, moet ze een omweg vinden om haar doel te bereiken.

Zo vond ik vanmorgen mevrouwtje in de gang met een broodmes en een sinaasappel. Dat zag er enigszins gevaarlijk uit, dus ik heb de sinaasappel netjes voor haar geschild en in een bakje gedaan. Met de bedoeling dat ze die lekker op ging eten natuurlijk. Maar dat was niet het plan! Juut ging op zoek naar een trommel. Je weet wel, zo’n broodtrommel die je eventueel ook mee zou kunnen nemen naar… (Ssssssst. Niks tegen mama zeggen!) Even later liep ze de gangkast overhoop te trekken maar ze kon duidelijk niet vinden wat ze zocht. Na wat vragen bleek ze op zoek naar een rugtasje. In mijn onnozelheid vertelde ik haar dat dat boven de schoenenbak aan een haakje hing, en dat was mijn eerste daad van vanmorgen die welgemeend werd gewaardeerd. Madame pakte de rugtas, deed haar trommeltje met sinaasappel erin en was “kaar Kienekaate!” (klaar voor de Kindergarten!).

Eigenwijs drolletje. Als mama haar dan niet op weg wil helpen, doet ze het toch lekker zelf! Dus hup, tas in mama’s fietstas, en toen we Boaz naar de Kindergarten brachten sjouwde ze hoopvol haar tas weer mee naar binnen en zocht naar een haakje om ‘m op te hangen. Jammerdebammer. Ook de juf vond dat Judith nog een beetje te klein is. En als de juf het zegt is er niks meer aan te doen natuurlijk… dus voor vandaag is het onderwerp “Judith wil naar school” weer even afgesloten hoop ik.

Op naar de volgende discussie.

Vaker Kerst

De vakantie zit er weer op. We zijn weer thuis, en maandag gaat Hannah weer naar school. Boaz kan dinsdag weer beginnen; zijn meester en juffen hebben nog een dagje nodig om het komende seizoen voor te bereiden en leuke plannetjes te maken. Johan gaat vandaag al weer op reis naar Nederland, zodat hij maandagmorgen op tijd in Amsterdam kan zijn voor een conferentie over het formaliseren van wiskundige bewijzen. In lekentaal: ze willen wiskundige bewijzen zo opschrijven dat een computer ze kan controleren en deels zelf kan bedenken. Dat gebeurt al een beetje, maar het kan nog meer, mooier en beter. Daar gaan ze nu met een groep wiskundigen en informatici verder over nadenken.

Hannah ziet er wel naar uit om weer naar school te gaan. Daarbij helpt natuurlijk ook mee dat ze haar nieuwe fiets kan laten zien en mag trakteren! Voor Johan is het fijn dat hij weer wiskunde kan doen zónder scheve blikken van het-is-nu-vakantie-kerel. Want stoppen doet hij sowieso niet… Judith vond het in Nederland nog wel prima, maar ze moppert gelukkig ook niet dat we nu weer thuis zijn. Daar sluit ik me bij aan.

Boaz deels ook, maar toch niet helemaal van harte: al peinzend aan de keukentafel bedacht hij dat we eigenlijk best vaker dan eens per jaar Kerst kunnen vieren. Het is immers heel belangrijk om eraan te denken dat de Heere Jezus geboren is?! Tjah, dat kan ik niet ontkennen. En dat we dan ook meteen wel weer even onze familie op kunnen zoeken als die toch ook vast wel vaker dan eens per jaar Kerst wil vieren, klinkt ook best aardig. Ik vrees alleen dat de rest van de maatschappij hier niet helemaal in mee gaat. Die lusten best kerstkoekjes en feeststol, maar niet in het voorjaar of de zomer.

Gelukkig zijn er nog andere feestdagen. Pasen bijvoorbeeld. En laat dat nou net in een twee weken lange schoolvakantie vallen én laat Boaz in die periode jarig zijn! Dat houden we even in gedachten, wellicht dat we dan weer een reisje naar Nederland ondernemen. Tussendoor hopen we dan maar dat mensen onze kant op komen om te skiën of gewoon gezellig te doen. Want eerlijk is eerlijk, 700 km rijden willen we ook niet té vaak doen. Het ging gelukkig allemaal vlot en voorspoedig, maar ons zitvlees is wel weer even op. Nu moeten we dus even bedenken hoe we alle opgebouwde energie en onrust weer ontladen terwijl het koud en guur is buiten. Iemand nog tips? 🙂