Taalkronkels

Johan was deze week op een conferentie in Parijs. Vandaag kwam hij weer terug, en bij het eten praatten we over zijn belevenissen. Hij vertelde dat hij af en toe de kluts kwijt was qua talen: de voertaal daar was Engels, maar in Parijs spreken ze ook Frans, er belde iemand in het Nederlands, en zijn hoofd zat nog een beetje in het Duits – en ja, dat konden sommige mensen daar óók. Dan kan het zomaar gebeuren dat je ergens een verkeerd woord gebruikt. Vooral van die lekkere woordjes die overal kunnen, zoals “genau” (“ja, precies”, maar ook “zeker” en nog wat dingen meer).

Taalkronkels zijn voor onze kinderen natuurlijk ook bekend inmiddels, dus ze vonden het een heel interessant onderwerp. Het blijft soms maar lastig dat die Duitsers nog steeds stug Duits blijven spreken – Nederlands is toch veel makkelijker… (Al gaat het eigenlijk heel goed hoor, op school en in de kerk enzo!). Ik liet vallen dat ik blij was dat we niet in Frankrijk woonden maar in Duitsland, omdat ik die taal toch een stuk makkelijker vind. Vooral omdat er veel meer woorden zijn die op het Nederlands lijken. Een auto is bijvoorbeeld gewoon een “Auto”, terwijl de Fransen het een “voiture” noemen. En een vliegtuig heet hier een “Flugzeug”, maar na even nadenken herinnerden we ons uit het Frans iets als “avion”. Maar toen ik dat woord liet vallen, keek Boaz verontwaardigd op. “Echt niet joh, dat klinkt gewoon als een lantaarnpaal!”.
Pardon? Hoe komt hij er bij 🙂

Overigens denkt Boaz soms net iets té makkelijk dat je alle woorden wel een beetje kunt ombuigen, en dat iedereen het dan wel snapt. Maar goed, dat Duits leert hij vanzelf op de Kindergarten. En tegen de tijd dat hij aan Frans toe is, zien we wel verder 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *