Taalkronkels

Johan was deze week op een conferentie in Parijs. Vandaag kwam hij weer terug, en bij het eten praatten we over zijn belevenissen. Hij vertelde dat hij af en toe de kluts kwijt was qua talen: de voertaal daar was Engels, maar in Parijs spreken ze ook Frans, er belde iemand in het Nederlands, en zijn hoofd zat nog een beetje in het Duits – en ja, dat konden sommige mensen daar óók. Dan kan het zomaar gebeuren dat je ergens een verkeerd woord gebruikt. Vooral van die lekkere woordjes die overal kunnen, zoals “genau” (“ja, precies”, maar ook “zeker” en nog wat dingen meer).

Taalkronkels zijn voor onze kinderen natuurlijk ook bekend inmiddels, dus ze vonden het een heel interessant onderwerp. Het blijft soms maar lastig dat die Duitsers nog steeds stug Duits blijven spreken – Nederlands is toch veel makkelijker… (Al gaat het eigenlijk heel goed hoor, op school en in de kerk enzo!). Ik liet vallen dat ik blij was dat we niet in Frankrijk woonden maar in Duitsland, omdat ik die taal toch een stuk makkelijker vind. Vooral omdat er veel meer woorden zijn die op het Nederlands lijken. Een auto is bijvoorbeeld gewoon een “Auto”, terwijl de Fransen het een “voiture” noemen. En een vliegtuig heet hier een “Flugzeug”, maar na even nadenken herinnerden we ons uit het Frans iets als “avion”. Maar toen ik dat woord liet vallen, keek Boaz verontwaardigd op. “Echt niet joh, dat klinkt gewoon als een lantaarnpaal!”.
Pardon? Hoe komt hij er bij 🙂

Overigens denkt Boaz soms net iets té makkelijk dat je alle woorden wel een beetje kunt ombuigen, en dat iedereen het dan wel snapt. Maar goed, dat Duits leert hij vanzelf op de Kindergarten. En tegen de tijd dat hij aan Frans toe is, zien we wel verder 😉

Paad! Pring! Hoep!!!

Afgelopen weekend was hier in het park een driedaags paardentoernooi. Judith was helemaal onder de indruk. De andere twee ook wel, die hebben meteen even duidelijk laten weten dat ze echt zeker weten ook op paardrijles willen, eigenlijk meteen na de zomervakantie al. Gesputter van mama, als “gevaarlijk” of “duur” of “voor grote mensen” werd amper gehoord. Dat is natuurlijk ook onzin, want je ziet hier dat echt íedereen paard rijdt en dat het hélemaal niet eng is. Tjah. We nemen het in overweging 😉

Ik zou niet verbaasd geweest zijn als Judith 500 kilo aanstormend paard wel wat erg veel had gevonden, maar nee hoor. Ze was helemaal enthousiast. Het was nog een beetje lastig te definiëren of die dieren nou “paad” of “koe” moesten heten, maar verder stond madam lustig mee te springen voor het hek: “Paad! Priiiiiiing! Hoep!”. Het grappige is dat ze nu de hele dag door loopt te kletsen, en dus ook ’s avonds tegen Johan haar “verhaal” houdt of als ze naar bed wordt gebracht weer even over “pring! ooooooh!” begint. Ze kan dan ook helemaal gelukkig zitten glimlachen bij de herinnering, heel schattig 🙂

En vanmiddag… waren de paarden weer weg! Wat jammer nou… Juud heeft nog even goed zitten turen, maar nee. “Soeke… koe… nou?” Tenslotte nam ze maar aan dat ik gelijk had: “Paad huis. Kaar.” Maar niet lang getreurd, want 10 tellen later zat ze weer helemaal tevreden in de buggy te roepen: “Paad! Pring! Hoep! Haaaaahaha!”

Ik geloof dat voor nu de paarden het gewonnen hebben van de kippen. Al blijven die ook nog steeds populair. Na de onvindbare kip van een paar weken geleden hebben we gelukkig al een paar keer kippen gezien die ook achter bomen zaten en een huisje hadden, maar toch regelmatig door het gras liepen te tokken. Ze hadden de volle aandacht van onze jongedame. Dieren blijven ontzettend leuk – buiten. Waarschijnlijk zou ze een huisdier ook fantastisch vinden, maar daar beginnen we toch maar niet aan. Ons balkon is te klein, in de gedeelde tuin mogen we geen beesten stallen, en in huis hebben we doorgaans ook al genoeg kabaal… Allemaal smoesjes natuurlijk, Johan en ik hebben gewoon helemaal geen verstand van dieren en ook geen behoefte om dat te veranderen. We kijken wel dierenboekjes, of speuren tijdens een wandelingetje wat in het rond. En soms hebben we geluk, dan komen de dieren met tientallen tegelijk vrijwel in onze achtertuin. Vergezeld van minstens evenveel verzorgers, dus alles wat we hoeven doen is ernaar kijken en voorkomen dat ons kroost onder of over of tussen de hekken doorkruipt. Want ja, mama is wél een beetje bang voor een aanstormend paard… 🙂

Teksten leren

De laatste tijd kregen we meerdere keren een vraag over ons teksten-leer-systeem, dus schrijf ik daar maar eens een blogpost over.

Veel mensen zijn het er wel over eens dat het zinvol is om Bijbelteksten uit je hoofd te leren. Maar ja, tussen “zou goed zijn” en “doen” zit nog wel ’s een gaatje… Ook bij ons lukt dat alleen met een vaste structuur en wat hulpmiddeltjes. En die geef ik graag door, misschien kunnen anderen er ook wat mee.

Het basisidee is dat je een tekst aanleert en vervolgens regelmatig herhaalt om te voorkomen dat je ‘m weer vergeet. Ik heb daarvoor een ouderwets foto-insteek-album gebruikt – je weet wel, zo’n ding dat je in de kraamtijd vol stopte met babyfoto’s, voordat smartphones et cetera gemeengoed waren.

Aan de rechterkant van het fotoalbum heb ik met kleine stickertjes de volgende categorieën gemaakt:
– dagelijks
– even
– oneven
– maandag (dinsdag, woensdag…)
Als je een nieuwe tekst wilt leren, stop je die in het vakje “dagelijks”. Elke dag zeg of zing je ‘m een keer op. Bij ons is dat standaard aan het eind van het ontbijt. Zodra je het idee hebt dat je deze tekst aardig kent, schuif je ‘m door naar “even” of “oneven”, zodat hij nog om de dag aan de beurt komt. Het “dagelijkse” hoesje kan dan natuurlijk weer gevuld worden met een nieuwe tekst. Omgekeerd wordt de tekst die eerst in “even” of “oneven” zat, nu doorgeschoven naar een dag van de week. In totaal kunnen er zo dus 1 + 2 + 7 = 10 teksten geleerd worden, die allemaal nog frequent aan de beurt komen.

Aan de linkerkant van het album zitten natuurlijk ook nog insteekhoesjes, die hebben allemaal een nummertje voor een dag van de maand. Ons album had geen 31 hoesjes onder elkaar, dus van sommige gebruik ik de voor- en achterkant apart. Dit is dus de plaats voor teksten die je al kent, maar maandelijks wilt herhalen zodat je ze niet vergeet. Bij ons puilt het systeem ondertussen een beetje uit, en hebben de meeste maand-dagen al twee teksten. In totaal hebben we dus zo’n 65 teksten uit ons hoofd geleerd de afgelopen tijd!

Om het leren en onthouden makkelijker te maken, zeggen we de meeste teksten niet op maar zingen we ze. Helaas hebben we zelf niet zoveel componeer-talent dat we elke willekeurige tekst spontaan op een zingbaar deuntje weten te zetten, maar we hebben hier een heel handige website voor gevonden: bijbelopmuziek.nl
Op deze website staan heel veel Bijbelteksten op muziek. De één wat mooier gelukt dan de ander, maar er is genoeg keus om een poosje vooruit te kunnen zelfs als je kritisch bent. Voor ons, en zeker ook voor de kinderen, helpt dat enorm bij het onthouden van teksten. Alleen het onthouden van de vindplaats, dus Bijbelboek + hoofdstuk en vers, schiet er nog wel eens bij in omdat die meestal niet in het liedje opgenomen zijn. En voor Boaz is eens per maand eigenlijk net te weinig om een tekst echt goed te onthouden, zeker omdat hij bij het aanleren van de eerste teksten nog wel erg klein was natuurlijk. Maar al met al zijn we heel tevreden over ons “tekstenboek” – een aanrader om ook eens te proberen!

Een aanverwant idee, dat wellicht ook het proberen waard is en dat ik ook in een zelfde fotoboekje gestopt heb, vond ik op http://geloof-huwelijk-gezin.blogspot.com/2013/01/31-gebeden-voor-mijn-echtgenoot.html en https://geloof-huwelijk-gezin.blogspot.com/2013/03/gebedskaartjes-31-gebeden-voor-mijn.html. Voor elke dag van de maand is er een gebedspunt voor je man en/of je kinderen. Een handig hulpmiddeltje om te bidden voor allerlei belangrijke dingen, zonder steeds alleen in je eigen stokpaardjes te vervallen. En je zou het natuurlijk kunnen uitbreiden met andere gebedspunten die je maandelijks wilt herhalen. Eenvoudig, behapbaar, en vlot in elkaar te knutselen – als je tenminste nog zo’n oud fotoalbum hebt liggen 🙂

Toerist in eigen stad

De afgelopen dagen hadden we weer eens bezoek 😉 dus gingen we als toerist op pad. Zaterdag ben ik naar Freiburg geweest. Onze kinderen vinden steden een beetje saai, dus die bleven met Johan thuis.

Het deel van de binnenstad dat in oorlogen niet is gebombardeerd, of dat weer is opgebouwd, ziet er heel gezellig uit. Huizen in alle kleuren, veel bloemen en straten die als mozaïeken uit kleine steentjes in elkaar zijn gepuzzeld. Erg leuk, in winkelstraten hebben ze dan bijvoorbeeld op de stoep voor de bakker een rondje mozaïek met een brood gemaakt, bij een antiquariaat een opengeslagen boek, enzovoorts. De beroemde “Bächle”, het mini-beekje dat door het centrum loopt, stond helaas nog droog. De bootjes die er in hadden moeten varen werden nog steeds wel verkocht, maar dan voor in de fonteinen. Op het marktplein bij de Münster hebben we heerlijk gesmuld van ijs, koffie of Schwarzwalderkirsch-taart. Verder hebben we vooral rondgelopen, gekeken, en nog wat verse thee gekocht in een speciale thee-winkel.

Das neue Rathaus in Freiburg

Johan moest natuurlijk met z’n broer de Belchen op; dat kon nog wel even om vier uur, toen we terug waren uit Freiburg. En ja hoor, een paar uur later waren ze alweer terug… Wel “met pap in de beentjes”, maar dat nemen ze dan maar voor lief. Verder zijn we vrijdag weer in Münstertal geweest en daar weer weg geregend – alleen hadden we het nu op tijd in de gaten 🙂 De regen was overigens zeer welkom, alleen jammer dat het dan net in dat half uurtje kwam dat wij dammetjes wilden bouwen 😉 ’s Avonds hebben we spelletjes gedaan of gewoon lekker bijgepraat, wijze spreuken van Rikkert gelezen en het samen gezellig gehad. Komende week gaan we afkicken, want de laatste gasten (voorlopig) zijn nu bezig hun tassen in te pakken. Johan heeft nog een paar dagen vrij, dus we zullen ’s zien hoe gezellig we het samen kunnen maken zonder animatieteam in huis… 🙂

Grotten

De afgelopen twee dagen hebben we grotten ontdekt. Maandagmiddag kwamen Wim en Willemien hier aan, en samen gingen we naar het Münstertal om een wandelingetje te maken en de prachtige omgeving te zien. Van een eerdere wandeling met oma Paula en Jonathan hadden we onthouden dat we zaklampjes mee moesten nemen om de grot in het bos te kunnen verkennen. Goed voorbereid gingen we dus op pad. Er hingen wel wat dreigende wolken, maar na een kennersblik op de lucht besloten we dat de jassen wel in de auto konden blijven. Het was nu wel lekker koel, ideaal wandelweer. Al bramen plukkend kwamen we bij de grot aan, en daar gingen onze dapperste klauteraars op ontdekkingsreis. Helaas, al na een paar meter stond er een laagje water op de bodem en konden ze niet verder. Want behalve dat je van water natte schoenen krijgt, ontneemt het je ook het zicht op de bodem en kan je dus zomaar in een gat stappen of je enkel verzwikken. Jammer hoor…

Dan maar weer terug naar het riviertje om hopelijk nog even een dammetje te bouwen voor het zou gaan regenen. Want ja, intussen trok de lucht aardig dicht. Al snel was er geen kennersblik meer nodig om te zien dat er een flinke bui aankwam. Nog voor we het bos uit waren begon het te regenen. Te hozen, beter gezegd. Het water kwam met bakken uit de lucht, en we renden in volle galop naar de overkapping van een autogarage – het eerste gebouw dat we tegenkwamen. Het hele dal zag grijs van de regen, en we besloten dat het voorlopig niet weer droog zou worden. Gelukkig hadden we twee dappere mannen bij ons, en stonden de auto’s maar een klein stukje verder op een parkeerplaats. Na een welgemeende aanmoediging stuurden we ze dus de plensbui in om de auto’s voor ons op te halen… Toen ze daar aankwamen hadden ze geen droge draad meer aan hun lijf, maar hè, stoere mannen malen daar niet om als ze hun vrouw of kinderen komen redden. Dus auto starten, ruitenwissers op volle kracht en… de zonneklep maar vast naar beneden, want de bui was voorbij! Ai ai ai, dat was wel echt een grove inschattingsfout van ons. We hebben duidelijk nog géén verstand van buien in het Zwarte Woud…

De volgende dag gingen we opnieuw grotten ontdekken, maar nu onder leiding van een gids. In Hasel, een dorpje even boven Zwitserland, zijn de zogenaamde Erdmannshöhle. We mochten er zelf geen foto’s maken, maar voor een indruk hier een plaatje van Internet:

Voor de kinderen was het de eerste keer dat ze bewust zo’n grote grot zagen, en het duurde even voor Boaz overtuigd was dat dit alles niet door de gids was uitgehakt, maar natuurlijk was ontstaan. Af en toe moesten we flink bukken of onze buik een beetje inhouden, maar het was de moeite waard. Ook voor ons, al hebben we dit soort grotten al vaker gezien, blijft het fascinerend dat er onder een “gewoon bos”, vlak naast een “gewoon dorp”, zo’n andere wereld schuilgaat.

De rest van de dag hebben we besteed aan spelen, naar een burchtruïne klimmen en ons vermaken in een zintuigen-park. Helaas had Judith het nogal moeilijk met het autorijden. Het arme kind werd weer wagenziek… Zelfs gewoon op de snelweg, zonder file of andere bijzonderheden 🙁 We zijn maar blij dat we in het dagelijks leven de auto amper nodig hebben. Onze uitjes moeten we dan maar wat dichterbij zoeken ofzo. Gelukkig is hier ook best veel leuks te doen 🙂

Omweggetjes

De rivier meandert van de bergen naar de zee;
een kanaal stroomt in een rechte lijn.
De bramen in het bos groeien her en der;
een boer ploegt zijn akker in rechte voren.
Het kampvuur verspreidt flakkerend zijn licht;
een tl-buis schijnt koelbloedig in het kantoorpand.

De mens heeft de neiging om de sierlijke onregelmatige omweggetjes in de natuur te vervangen (zei iemand “verbeteren”?) door kale, efficiënte technologie. We kunnen reactionair de natuur en het verleden romantiseren, en bij vlagen doe ik dat ook. Vorige week ben ik er denk ik aardig in geslaagd om beide eindjes bij elkaar te brengen.

Het is inmiddels wel bekend dat ik twee linkerhanden heb. (Nu ben ik linkshandig, dus dat komt goed uit.) Mijn gereedschapskist en accutol liggen ergens onderin een kast te verstoffen. Ik werk liever in de abstractere en wiskundigere wereld van de programmeertalen dan in de harde realiteit van metalen machines. Maar zonder hardware geen software. Dus het was hoog tijd om weer eens wat te gaan sleutelen.

Mijn 26-kilo zware rekenmonster atarrimbo stond sinds de verhuizing trouw op een plank in de kelder te verroesten. Dat is ook de enige plaats waar hij zal kunnen werken, want als je hem aanslingert dan denk je even dat er een vliegtuig opstijgt, waarna hij terugschakelt naar het gerieflijke geluidsniveau van een oude stofzuiger. Maar zo’n beestje is natuurlijk waardeloos zonder verbinding met het internet. En daarvoor moeten kabeltjes getrokken worden: daar ga ik, met mijn linkerhanden.

Gelukkig was vorig weekend zwager Arjan op bezoek. “Dan boren we toch even een gaatje! Waar komt dat internet uit de muur?” Tsjah, dat is een beetje ingewikkeld. Daar kwam de monteur ook pas na een lange zoektocht uit. Maar inmiddels is het zonneklaar. Om u het enigszins duidelijk te maken moet ik u eerst even iets vertellen over de plattegrond van ons huis.

We staan onder de grond, voor de meterkast. Als we twee stappen naar links doen staan we voor de kelderdeur. Een verdieping hoger zouden we voor de deur van de meisjesslaapkamer staan. Lopen we de kelder in, dan lopen we na vijf grote stappen tegen de wasmachine aan, die met zijn rug tegen de buitenmuur staat. Als we naar rechts kijken zien we een metalen stellingkast, en ongeveer op ooghoogte atarrimbo. Daar moet dus een kabel heen.

Het internet komt bij de meterkast het huis binnen. Vandaar vertakt het naar alle woningen in ons appartementencomplex. Het kabeltje voor ons huis gaat omhoog, langs het plafond, twee stappen naar links, onze kelder in, door een enorme kabelgoot vijf grote stappen vooruit naar de buitenmuur achter de wasmachine. Daar gaat het de muur in, omhoog, om vervolgens vlak boven de vloer in de meisjesslaapkamer uit de muur te komen. Daarvandaan loopt een kabeltje over de vloer, vijf grote stappen terug, tot ongeveer bij de deur van de meisjesslaapkamer. Daar staat onze router. Hiervandaan kun je kabeltjes trekken naar al je computers. (Of gewoon met je telefoon verbinding maken via wifi.)

Inmiddels zijn we dus een verdieping hoger, maar verder zijn we nog niet zoveel opgeschoten. Want we willen een kabel naar die stellingkast in de kelder. Gelukkig heb ik nog wel ergens een kabel liggen van zo’n 6 meter, dus we kunnen ons wat permitteren. Vanaf de router gaat de kabel naar de plint. Een klein gaatje in de plint, en het kabeltje loopt netjes weggewerkt naar de hoek van de slaapkamer. Gaatje in de muur geboord, precies op de plek waar alle andere kabels omhooglopen naar de andere appartementen. Ons kabeltjes gaat daar juist weer naar beneden, om uit te komen in die enorme kabelgoot aan het plafond van onze kelder. Nu kan het kabeltje dus weer door die kabelgoot, vijf grote stappen vooruit, tot boven de wasmachine. Nog even langs het plafond van de kelder oversteken naar rechts, en we zijn bij de stellingkast. De kabel netjes vastplakken, het stekkertje in een poortje pluggen, en klaar is kees! Euuh, Arjan en Johan. Daar hebben we maar eventjes een Rothaus pilsje op gedronken.

En wat vindt atarrimbo hiervan?

root@atarrimbo # ip a
1: lo: <LOOPBACK,UP,LOWER_UP> mtu 65536 qdisc noqueue state UNKNOWN group default qlen 1
    link/loopback 00:00:00:00:00:00 brd 00:00:00:00:00:00
    inet 127.0.0.1/8 scope host lo
       valid_lft forever preferred_lft forever
    inet6 ::1/128 scope host 
       valid_lft forever preferred_lft forever
2: enp2s0f0: <BROADCAST,MULTICAST,UP,LOWER_UP> mtu 1500 qdisc mq state UP group default qlen 1000
    link/ether foobarquuxxyzzy brd ff:ff:ff:ff:ff:ff
    inet foobarquuxxyzzy brd foobarquuxxyzzy scope global enp2s0f0
       valid_lft forever preferred_lft forever
    inet6 ffoobarquuxxyzzy scope link 
       valid_lft forever preferred_lft forever
root@atarrimbo # ping de_router
PING de_router (foobarquuxxyzzy) 56(84) bytes of data.
64 bytes from de_router (foobarquuxxyzzy): icmp_seq=1 ttl=64 time=0.311 ms
64 bytes from de_router (foobarquuxxyzzy): icmp_seq=1 ttl=64 time=0.441 ms
64 bytes from de_router (foobarquuxxyzzy): icmp_seq=1 ttl=64 time=0.469 ms
64 bytes from de_router (foobarquuxxyzzy): icmp_seq=1 ttl=64 time=0.561 ms
64 bytes from de_router (foobarquuxxyzzy): icmp_seq=1 ttl=64 time=0.720 ms
^C
--- de_router ping statistics ---
5 packets transmitted, 5 received, 0% packet loss, time 4006ms
rtt min/avg/max/mdev = 0.311/0.500/0.720/0.137 ms

Het werkt! Toch best een mooi omweggetje voor zo’n technisch kabeltje!

Ik denk trouwens dat al dat romantiseren wat naïef is. Een vriend van me merkte eens op: de mens is geschapen in een tuin, maar Johannes ziet het nieuwe Jeruzalem als een stad uit de hemel neerdalen.

(S)aai

Afgelopen weekend waren Arjan en Anita bij ons op bezoek. Dat was erg gezellig, en dus was het vanmorgen echt een beetje saai toen zij om kwart over zes alweer waren vertrokken en Johan ook meteen maar vast naar z’n werk ging, zodat hij eventueel wat eerder naar huis kon komen als het te warm werd. Natuurlijk heb ik dapper beweerd dat het “nog nacht” was en dat we “gewoon nog even verder gingen slapen”, maar ja… daar trappen ze natuurlijk niet in.

Hannah wilde heel graag gewoon gezellig de hele dag thuis zijn, zodat ze eindelijk ongestoord van haar vakantie kon genieten. We hebben inderdaad samen een paar spelletjes gedaan enzo, maar toch was ik het tegen twaalven zo zat met die gezelligheid dat we meteen na de lunch naar de kinderboerderij/dierentuin in Freiburg zijn vertrokken. Dan maar in de hitte op pad, heet was het toch overal. Gelukkig was dat een geslaagde zet; het was tegen vijven toen we weer in de auto zaten voor de terugweg…

In zo’n dierentuin kom je natuurlijk voor de dieren, maar ze hebben ook lekkere ijsjes en een paar leuke speeltuintjes (twee met water! jippie!). Eigenlijk is vooral Judith nog hevig geïnteresseerd in de paarden, esels, koeien, knnggggg’s (varkens dus), vissssssen en aapies. De andere twee vinden de dieren ook wel leuk, maar worden vooral enthousiast als er iets opvallends gebeurt: jonge pauwtjes, een bizon die “in bad” gaat, en vooral natuurlijk beesten die staan te poepen of te plassen… Judith vindt de grote dieren meestal ook nog wel een beetje spannend – ook niet zo gek als je zelf nog maar zo’n 85 cm lang bent 🙂 Maar deze keer heeft ze heel toegewijd een hert geaaid, en vervolgens zelfs een paard! Dat heeft volgens mij veel indruk gemaakt. Toen een ander kindje ook even aan de beurt wilde komen, kreeg dat een heel verontwaardigde blik: “Ik! Ikke! Joetie aaiuuh!”

Ik hoop stiekem dat ze daardoor haar vorige memorabele ervaring een beetje vergeet: zaterdagmorgen waren we uitgenodigd bij een gezin uit de gemeente. Om half tien, voor een gezamenlijk ontbijt. Uiteraard was dat voor ons dan het tweede ontbijt van die ochtend B-) maar het was erg gezellig, en hun zwembad viel bijzonder in de smaak. Er was één groot probleem: achter de tuin van de buren was een soort grote moestuin met ook een kippenhok. Regelmatig hoorden we daar een haan schreeuwen, maar we konden ‘m niet zien! Judith heeft alles uit de kast getrokken, maar het ging echt niet lukken. De kip zat achter de boom. In z’n huisje (dat ik zowaar heb aangewezen door over het tuinhek te klimmen en door een weiland te struinen). Maar onze dame geeft niet gauw op als ze ergens echt door gefascineerd is… Elke keer als die haan een keel opzette liet ze alles vallen waar ze mee bezig was:
“Kip! mama! KIP! Kukukuuuh!”
“Ja Juud, ik hoor het. De kip zit achter de boom hè?”
“Kip. Boom.” (Teleurgesteld gezichtje)
Het is inmiddels drie dagen later, maar toen ik vanmiddag richting snelweg draaide klonk het hoopvol van de achterbank: “Kip? Boom?” Nee Judith, jammer. We gaan inderdaad weer over de snelweg, maar we gaan niet naar de kip. De mensen van de kip zijn op vakantie. We gaan nu naar een paard en een ezel en een koe en een vis en een aap en… Zou dat ook goed genoeg zijn? Ik ben benieuwd… Tot nu toe komt de kip elke dag een paar keer voorbij. Figuurlijk dan, want hij zit nog steeds achter de boom. In z’n huisje.

Een heerlijke vakantiedag

Vandaag hebben wij een vakantiedag uit het boekje. Behalve Johan dan, want die zit gewoon op kantoor te zweten, arme kerel. De rest van het gezelschap heeft zich goed vermaakt in Münstertal. Omdat oma Paula en Jonathan nu bij ons zijn pasten we niet in één auto, dus zochten we een uitje dat ook met de trein bereikbaar is.

In Münstertal had ik een wandelingetje bedacht vanaf het station, deels langs het riviertje de Neumagen (dat daar nog wel water heeft) en deels door het bos naar een soort grot die op de kaart stond aangegeven. Het weer was heerlijk, en de warmte was nog enigszins te doen langs het water en in de schaduw. Al steentjes gooiend, takjes rapend, klimmend hier en snuffelend daar gingen we op pad. En natuurlijk hadden we onderweg een koekje en veel drinken nodig, en ook een stukje worst “om weer sterk te worden en verder te klimmen”. We waren echte stoere bergbeklimmers! De grot was uiteindelijk niet heel spectaculair, en zonder goede zaklamp hebben we er ons niet verder dan een stap in gewaagd. Het sprak wel even tot de verbeelding natuurlijk, zo’n “hol” onder de grond. Boaz moest nog even weten of hier die twaalf Thaise jongens nou opgesloten gezeten hebben, maar nee. Dat was toch echt in een ander land 🙂
We wandelden weer verder door het bos naar de rivier. Af en toe moesten we met de buggy flink duwen of tegenhouden bij een afdaling, maar al met al was het geen moeilijke wandeling. Als verrassing vonden we nog heerlijke bramen, waar we lekker van hebben gesmuld! Oma en mama mochten plukken, Hannah zorgde voor een eerlijke verdeling, en de rest smikkelde lekker mee. Dat vind ik echt het ultieme genieten, een lekkere verrassing zo uit de natuur, met heuvels/bergen om je heen, een zonnetje aan de hemel, af en toe een vleugje wind… Heerlijk.

Eenmaal terug bij ons startpunt hebben we ons picknickkleed uitgespreid bij gebrek aan voorbereiding een plekje in het gras gezocht vlak langs de rivier, en daar lekker gepicknickt. Maar ja, als er water en stenen zó dichtbij zijn, dan wil je daar natuurlijk ook mee spelen 🙂

Dat spelen kon hier gelukkig ongestoord. We hebben ervan genoten! Daar hebben we dan graag wat natte kleren en vieze kindertjes voor over. Inmiddels zijn we weer thuis, hebben we een ijsje op en staat er een filmpje op van Pieter Post. Vanavond is het nog een keer feest: thuis bakt oma Paula pannenkoeken, en Johan en ik gaan zowaar uit eten! Dat is al heeeeeel lang geleden, en ik heb er erg veel zin in. Wat het nog leuker maakt, is dat Johan voor dit etentje een waardebon kreeg van de studentenvereniging van zijn uni. Ze vonden dat hij goed les had gegeven, en als bedankje kreeg hij die bon met een tekst uit Lukas 10: “Blijf in dat huis en eet en drink wat u door hen voorgezet wordt, want de arbeider is zijn loon waard”. Haha, grapjassen. Deze keer mag de vrouw van de arbeider dus ook mee. Sommige mensen worden gewoon gematst 😉