Geloof en wiskunde

Aanleiding voor deze blogpost is het artikel “Astrofysicus: Wiskunde is Gods manier van denken” verschenen in het Reformatorisch Dagblad van 2 oktober. Van twee kanten werd ik op dit artikel gewezen, en daarom besloot ik mijn eigen gedachten op papier te zetten. Deze blogpost is het resultaat.

Opmerking vooraf. Het artikel in het RD brengt regelmatig astrophysicus Jason Lisle aan het woord, en citeert uit zijn boek “Fractals. The secret code of creation”. Ik heb dit boek niet gelezen, en daarom is deze blogpost ook geen reactie op dit boek.

Inleiding

Het geloof-en-wetenschap debat is zeer omvangrijk, en ik mis de expertise om daar een degelijke bijdrage aan te leveren. Ik beperk me daarom meteen tot persoonlijke bespiegelingen met betrekking tot geloof en wiskunde.

Ik wil in een tweeluik mij laten leiden door de volgende vragen:

  1. Heeft geloof iets over wiskunde te zeggen?
  2. Heeft wiskunde iets over geloof (God, theologie, etc) te zeggen?
  3. Wordt wiskunde ontdekt of uitgevonden?

Ik kan bij voorbaat verklappen dat ik altijd twee antwoorden geef: ja en nee, zwart en wit, voor en tegen. Wat dat betreft ben ik een postmoderne grijze muis. Of gewoon een wiskundige: als ik het niet zeker weet, dan wil ik ook niet stellig zijn. In mijn poging om niet iets verkeerd te zeggen, heb ik sterk de neiging om helemaal niets te zeggen.

Een gelovige wiskundige

Ik ben wiskundige. En ik geloof in God. Wat voor effect heeft die tweede opmerking op de wiskunde die ik doe?

In het artikel staat:

Omdat Zijn Geest de waarheid heeft bepaald, moeten we als we wiskunde op de juiste wijze willen beoefenen, leren denken op een manier die consistent is met Gods karakter. Als we dan een wiskundige wet ontdekken, hebben we iets geleerd over de manier waarop God denkt. Wiskunde beoefenen, is Gods gedachten na Hem denken.

Als “op de juiste wijze” wiskunde beoefenen betekent dat we wiskunde beoefenen tot Gods eer, dan is de eerste zin een tautologie (als je een cirkel wilt tekenen moet je met je potlood een cirkelbeweging maken), en weet ik nog steeds niet hoe ik dan precies wiskunde moet beoefenen.

Als “op de juiste wijze” wiskunde beoefenen betekent dat we inzicht verwerven in allerlei abstracte structuren, eeuwenoude wiskundige vermoedens oplossen, en in het algemeen “dingen doen” die andere “wiskundigen” interessant vinden, dan moet ik eerlijk bekennen dat dit op het eerste gezicht weinig te maken heeft met God of geloof. De grote meerderheid van hedendaagse topwiskundigen laat zich in zijn of haar werk niet inspireren door de Bijbel. En toch leveren ze prachtige resultaten. (En hetzelfde geldt voor architectuur, voetbal, of schoenen poetsen.)

De axioma’s van Zermelo en Fraenkel staan niet in de Bijbel, en de complexe getallen of de Mandelbrotverzameling ook niet. De wiskundige Kronecker schreef eens “Die ganzen Zahlen hat der liebe Gott gemacht, alles andere ist Menschenwerk” (God heeft de getallen gemaakt, de rest is mensenwerk). Als we daar iets tegenin willen brengen, dan moeten we voorzichtig zijn.

Allereerst om een heel pragmatische reden: wat moeten we denken van een wiskundige die in een artikel God bedankt voor het prachtige bewijs dat daarin wordt beschreven, maar waar later fouten in worden ontdekt?

Anderzijds geeft ook de geschiedenis van de wiskunde reden om niet te hoog van de toren te blazen. Ook binnen de wiskunde zijn namelijk verschillende revoluties geweest. Af en toe wordt het hele gebouw grondig heen en weer geschud. Momenteel vormen de eerdergenoemde axioma’s van Zermelo en Fraenkel de basis van 99,99% van de wiskunde, en worden ze door bijna elke wiskundige onomstotelijk aanvaard. Maar dat is niet altijd zo geweest, en ook nu zijn er alternatieve grondslagen.

Dit alles riekt sterk naar mensenwerk. En toch is dat ook niet het hele antwoord. Want bijna iedereen heeft een sterk besef dat die grondslagen uiteindelijk niet de dienst uit maken. Als de fundamenten van de wiskunde worden aangepast, dan stort het gebouw niet in, er worden slechts wat muren gerepareerd en een nieuw behangetje geplakt. De essentie van de wiskunde blijft hetzelfde.

Is de wiskunde die wij mensen bedrijven dan toch een schaduw van een hoger ideaal? Iets waar wij met ons beperkt verstand misschien wel dichtbij kunnen komen, maar wat we nooit helemaal in de vingers krijgen? Zitten we gevangen in Plato’s grot?

Ook hierover zijn de meningen sterk verdeeld. De een zegt dat wiskunde wordt ontdekt, de ander vindt dat het wordt uitgevonden. Persoonlijk neig ik naar het eerste. Ik geloof dat God de mens analytische vermogens gegeven heeft, en dat de schepping ook een wiskundig aspect heeft. Daarmee bedoel ik niet “slechts” de natuurwetten waarop de natuurwetenschappen zich richten; maar ook de abstractere wiskundige “realiteit” die we niet direct in de natuur terugvinden, maar die wel door ons verstand “gezien” kan worden. En daarom dank ik God voor alle prachtige wiskunde die er is.

Een wiskundige gelovige

Ik geloof in God. En ik ben wiskundige. Wat voor effect heeft die tweede opmerking op mijn geloof?

Ik ben een denker, en ik vind het interessant om ook aspecten van het geloof te doordenken. En tegelijkertijd ben ik niet alleen maar denker. Nadenken is niet het fundament van mijn identiteit. Er zijn zoveel paradoxen, die niet alleen maar de logica breken zoals het licht door een glas water gebroken wordt, maar die de logica op zijn kop zetten, en haast voor schut zetten. Zoals een diamant het licht naar alle kanten laat schitteren, en er geen lijn meer in te ontdekken is.

En die paradoxen, die mag ik wel. Die laten mij telkens weer beseffen dat er zoveel meer is. Daarom geniet ik ook erg van de verhalen van Chesterton, de meester van de paradoxen. Hij laat keer op keer zien dat de werkelijkheid,
de medemens, de relatie met God, ingewikkelder in elkaar steekt dan we denken. Dus moeten we niet teveel denken.

De logica mag een zeer nuttig stuk gereedschap zijn, maar moet zo nu en dan pas op de plaats maken. Ik kan daarom ook niet zoveel met de titel van het artikel: “Wiskunde is Gods manier van denken”. Gods liefde en genade zijn niet in een formule te vatten.

Ik ben uiterst beducht voor de hoogmoed van de wetenschap. Juist de wetenschap zelf, in de vorm van wetenschapsfilosofie, heeft in de afgelopen eeuw die les getrokken: er zijn grenzen aan het wetenschappelijk apparaat. De slagkracht is groot, maar niet onbeperkt.

Op een fundamenteler niveau wil ik stellen dat de wetenschap niet belangrijk is voor mijn geloof. Ik heb bijvoorbeeld heel erg weinig op met Godsbewijzen. In mijn ogen spannen die het paard achter de wagen. Wat is het resultaat van zo’n bewijs? Dat Gods bestaan uit de logica is af te leiden? Maar die logica berust op bepaalde fundamentele aannames: axioma’s. Voor mij is God fundamenteler dan die axioma’s. De logica bestaat, en de logica “werkt”, door God. Niet andersom.

Toch is ook hier een nuance op zijn plek. We kunnen namelijk gemakkelijk doorschieten, en ons uiterst sceptisch tegen alle resultaten van de wetenschap opstellen. Maar dan moeten we eerlijk zijn, en ook afstand nemen van alle technologische gemakken die in de afgelopen eeuw onze levens veraangenaamd hebben: elektrisch licht, centrale verwarming, telefoon, computer, internet, auto, enzovoorts.

We moeten dus ook niet een categorische scheiding maken tussen het geestelijk, het geloof, enerzijds, en het materiële, de wetenschap, anderzijds. De balans is subtiel. Bert Loonstra schrijft in zijn boek “God schrijft geschiedenis” op p. 24:

Eerst is er het geloof dat de door de kerk overgeleverde waarheid van God aanvaardt en zich aan Gods spreken onderwerpt. Vervolgens is er het analytische verstand, dat het erfgoed systematisch doordenkt, verwerkt en verantwoordt.

Voor de wetenschapper. Een psalm van David

Ik sluit deze blogpost af door Psalm 19 te citeren.

De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen,
de dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.

Toch wordt er niets gezegd, geen woord
gehoord, het is een spraak zonder klank.
Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal.

Daar heeft hij een tent opgeslagen voor de zon:
een jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat,
een held die vrolijk voortrent op zijn weg.
Aan het ene einde van de hemel komt hij op,
aan het andere einde voltooit hij zijn loop,
niets blijft voor zijn gloed verborgen.

De wet van de HEER is volmaakt:
levenskracht voor de mens.
De richtlijn van de HEER is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.

De bevelen van de HEER zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.
Het gebod van de HEER is helder:
licht voor de ogen.

Het ontzag voor de HEER is zuiver,
houdt stand, voor altijd.
De voorschriften van de HEER zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.

Ze zijn begeerlijker dan goud,
dan fijn goud in overvloed,
en zoeter dan honing,
dan honing vers uit de raat.

Uw dienaar laat zich erdoor verlichten,
wie ze opvolgt wordt rijk beloond.
Maar wie kan al zijn fouten kennen?
Spreek mij vrij van verborgen zonden.

Bescherm mij, uw dienaar, en laat hoogmoed
niet over mij heersen, dan zal ik volmaakt zijn
en bevrijd van grote zonde.
Laten de woorden van mijn mond u behagen,
de overpeinzingen van mijn hart u bekoren,
HEER, mijn rots, mijn verlosser.

De Bijbeltekst in deze blogpost is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.

Steenkolenduits

Duits en Nederlands lijken erg veel op elkaar. Als je een woord niet kent, kan je heel vaak op de klank af wel gokken wat het Nederlandse equivalent is. Maar niet altijd… Hieronder een paar woorden die bedrieglijk veel op elkaar lijken, maar toch nét iets anders betekenen.

  • Loch — lok. Helaas. Een “Loch” is een gat. Misschien heeft dat een link met het Schotse woord “loch” voor meren, zoals in Loch Ness?
  • Flur — vloer. Het komt in de buurt, maar een “Flur” is een gang. De vloer heet “Fußboden”.
  • Büro — bureau. Ook dit heeft wel met elkaar te maken, maar er is een wezenlijk onderscheid. Johan heeft namelijk wel een bureau thuis, maar helaas geen Büro. Dat had het afgelopen jaar een hoop rust in de tent kunnen geven. Maar aangezien wij drie kinderen hebben die we liever niet allemaal op één slaapkamer willen leggen, hebben we het voormalige Büro als slaapkamer in gebruik. Met een bureau erin om huiswerk aan te maken 😉 Een Büro is dus een kantoor of werkkamer.
  • Nog iets dat elk huis toch wel heeft: een Rahm. Helaas, die tref je bij ons niet standaard aan. Wel als er een feestje is. Het smaakt extra lekker als je er even goed mee schudt. Al geraden? (Slag)room!
  • Volgende kandidaat: Speicher — spijker? Uiteraard niet, anders stond ‘ie niet in dit lijstje. Een “Speicher” is een opslag van iets. Van data (bij computergeheugen) of van water of graan of wat ook maar.
  • Ook een leuke: “Winkel”. Dat is niet het gebouw waar je boodschappen kunt doen. Het is een hoek. In de bouw kennen we dat ook in het Nederlands, daar gebruik je immers een winkelhaak. Een hoek-meter dus.
  • Om in de winkel-hoek te blijven, nemen we als volgende “gekocht”, bijvoorbeeld in “Ich habe etwas leckeres gekocht”. Als een gastvrouw dat zegt, is ze niet naar de winkel om de hoek geweest maar heeft ze zelf achter het fornuis gestaan. Want “kochen” is koken, en “gekocht” is het voltooid deelwoord daarvan.
  • Met al die woorden die op elkaar lijken, kan je je zomaar verspreken. Hoe zeg je dat in het Duits? “Versprechen”? Liever niet. Dat betekent namelijk dat je iets belooft. En tjah, “versprochen ist versprochen, und wird nicht gebrochen”. Goed opletten dus!

Eerste schoolweek

De vakantie is voorbij, de scholen zijn weer begonnen. Boaz ging maandag weer aan de slag, Hannah had dinsdag haar eerste dag. Dat was een soort introductiedag waar de ouders ook bij mochten zijn. Gelukkig was een echtpaar uit onze gemeente bereid om Boaz en Judith uit school te halen, dus konden Johan en ik allebei mee naar Freiburg. De school is heel dicht bij Johans werk, dus hij ging ’s morgens al op tijd naar de uni, zette z’n studenten aan hun tentamen, kwam daarna naar de Einschulung van z’n dochter, en ging ’s middags nog even weer naar de universiteit terug.

Van woensdag t/m vrijdag heeft Johan steeds ’s morgens op de uni gewerkt en ’s middags thuis, zodat hij met Hannah mee kon reizen. Want ja, dit gaat wel even anders dan we gewend waren! Tot nu toe hoefde Hannah maar 500 meter naar school. Nu moet ze eerst naar het station, dan met de trein naar Freiburg, en daar nog een paar stappen lopen naar de school. En op de terugweg uiteraard hetzelfde riedeltje omgekeerd. Niet heel ingewikkeld, maar er kan toch wel één en ander mis gaan. Op dag 1 was de trein op de heenweg te laat, dus moesten Hannah en ik hard rennen om nog op het laatste nippertje de aula binnen te glippen. Op dag 2 vertrok de trein ineens van een ander spoor dan gepland, en dat werd omgeroepen terwijl er net een internationale trein langs kwam denderen. Dan moet je dus even heel goed opletten om niet in Basel of Karlsruhe te belanden. Op dag 3 had de trein op de terugweg vertraging. Al met al een leerzaam weekje; straks kijkt ze nergens meer van op en kan ze alles helemaal zelf 😉

Boaz kan nog naar z’n oude vertrouwde school, al is zelfs daar de route veranderd. Pal naast de school wordt een enorm nieuw hotel gebouwd, en daarom moeten we omrijden. Maar goed, we kunnen er nog steeds in 5 minuten zijn 😉 Hij heeft grotendeels dezelfde leraren als vorig jaar, maar wel een nieuwe klas. Eén meisje uit zijn oude klas is ook naar klas 3 gegaan, maar de andere kinderen moet hij nog een beetje leren kennen. Gelukkig kan hij in de pauze ook nog met z’n oude vriendjes spelen, dus ik denk dat het allemaal wel goed komt.

En dan zijn er natuurlijk nog al die kleine eerste-schoolweek-regeldingetjes. We hadden de schriften, snelhechters et cetera al klaar liggen, maar de eerste dagen is er altijd wel iets dat toch nog moet gebeuren:

  • Op maandag: “Mama, ik heb mijn nieuwe lesrooster! Op dinsdag moet ik om 8 uur beginnen”. Wij stonden netjes om 8 uur bij school, maar naast nog 5 klasgenootjes was het akelig leeg. Bleek het rooster pas woensdag in te gaan. Tjah…
  • “Mama, in klas 3 mag je met vulpen schrijven! Kan je die even kopen? Ik heb hem morgen nodig, zegt de juf”. Gelukkig lag er nog eentje in de bureaula.
  • Een dag later: “Mama, ik moet ook Tintenkiller hebben.” Dat is een soort typex. Voor zover ik wist streng verboden op school omdat het meestal één grote ravage veroorzaakt en alle bladzijden aan elkaar plakt. Maar echt, dit jaar mag het. Prima, maar zoonlief wacht maar een paar dagen. Dat spul heb ik niet op voorraad en ik ga niet weer op stel en sprong naar de winkel om half 5 ’s middags.
  • “Mama! Mijn tekenblok voor kunst is kwijt op school. Kan ik morgen een nieuwe mee krijgen?”
  • “Mama! Ik heb mijn schoolbijbel gekregen! En hier zijn 66 stickertjes. Wil je die even inplakken? Bij elk Bijbelboek eentje, dan kan ik ze makkelijk vinden. Morgen het eerste uur heb ik ‘m weer nodig.”
  • “Mama! Ik kan mijn kluisje niet vinden. De leraren ook niet. Kan je even bellen naar dat bedrijf?” Het bedrijf zegt dat het kluisje er toch echt moet zijn. Alle andere leerlingen hebben hun kluisje wel gevonden… Johan is de volgende dag maar even mee naar binnen gelopen. En jawel, het zat verstopt achter een openstaande deur.
  • “Mama! Mijn rooster en cijfers en alle belangrijke dingen staan in EduPage. Zal ik je even leren hoe dat werkt?”
  • “Mama, hier is een lijst met boeken. Je moet aankruisen welke je wilt kopen en welke je alleen wilt lenen. Morgen moet ik ‘m weer inleveren. Met precies gepast contant geld in een envelop. Ohja, en ik moet nog een envelop met 5 euro mee. Ook morgen”. Fijn. En hoe weet ik welke boeken we nodig hebben en welke niet? Kop of munt dan maar 😉
  • “Mama! Ik heb een pasfoto nodig.” Ha, kat in t bakkie. Die hebben we zo liggen! 🙂
  • “Mama! Ik heb nog een pasfoto nodig!” Idem. Wat zijn we toch goed voorbereid B-)
  • “Mama! Ik heb op school boeken gekregen. Ze liggen daar in mijn vakje in de kast. Kan jij even kaften kopen?” “Is goed lieverd. Hoe groot zijn je boeken? En hoeveel heb je er?” “Ehm, dat weet ik niet. Koop maar gewoon van alle 8 soorten die er zijn, een stuk of 5. Dan zal het wel goed zijn. Maar misschien heb ik ook geen kaft nodig, want de juf zegt dat ze er soms nog om zitten van vorig jaar. Maar daar heb ik niet op gelet hoor…”
  • Op school kan Hannah tussen de middag warm eten. Handig als je ’s middags les hebt en er, als een echte Duitser, op staat om ’s middags je warme hap te krijgen. Maar ook daarvoor heb je natuurlijk weer een pasje en een pincode nodig, moet je vooraf bestellen wat je wilt eten, moet er geld op je account staan… Gelukkig heeft ze voorlopig alleen op woensdag een lange dag. De rest van de dagen is ze rond half 2 thuis. Dat klinkt vroeg, maar de lessen beginnen elke dag al om 7:50!
  • De nieuwe school heeft een ander soort corona-tests. Uiteindelijk wel handig, want als je alle toestemmingsverklaringen hebt ingevuld worden de testen op school gedaan. Met de hele klas in een bakje tuffen (min of meer), even goed roeren, en dan wordt dat opgestuurd naar het lab. Alleen als er coronavirussen worden aangetroffen, moet elk kind nog apart getest worden. Ik vind het prima dat ik al dat gespuug niet hoef te begeleiden B-)
  • Boaz en Judith moeten we nog wel zelf testen, twee keer per week. Naar verluid straks zelfs drie keer. Jipperdepip. Ik heb het nu dus al één keer vergeten, dus toen werd Johan gebeld en is Boaz op school getest door de secretaresse.

En dan begint natuurlijk ook het huiswerk weer. Boaz zat wat dat betreft nog goed in het ritme, want hij heeft in de vakantie elke dag een portie Duits moeten doen. Hannah zal wel weer even moeten wennen. Deze eerste week hoefde ze nog geen echt huiswerk te doen. Heel verstandig van die leraren, want zo’n eerste week is (naast de regeldingetjes) heel intensief qua indrukken. Dan kruip je bij thuiskomst het liefst met een boek op de bank, in bed of in bad 😉

En ik? Ik zit de hele ochtend alleen thuis. Mijn vakantie is zojuist begonnen B-)

Nieuwe ID-kaart (aflevering 1)

We zijn begonnen met een nieuw project: het aanvragen van nieuwe ID-kaarten voor onze kinderen. Beide dames hebben namelijk uiterlijk in april een nieuwe nodig, en Boaz een jaar later. Voor het gemak doen we ze alle drie maar tegelijk, want het heeft nogal wat voeten in de aarde…

Een Nederlandse ID-kaart kan je natuurlijk niet aanvragen bij een Duits gemeentehuis. Daar is een ambassade of grensgemeente voor nodig. Een paar jaar geleden kon het ook nog bij een consulaat, bijvoorbeeld in Straatsburg (uurtje rijden). Of in München of Düsseldorf. Maar tegenwoordig moet je volgens de officiële websites naar Berlijn (816 kilometer…), naar Schiphol (708 kilometer) of naar een grensgemeente in Nederland. De laatsten hebben echter enorme wachtlijsten en hebben liever dat je je geluk elders beproeft. En het vervelende is natuurlijk dat één bezoek niet voldoet: je moet komen voor de aanvraag én je moet het persoonlijk op komen halen. Opsturen is onmogelijk “door corona”. Zie je de logica? Omdat reizen nu lastiger is, moet je twee keer komen met je hele gezin. En dat kan dan niet binnen drie dagen (zodat je een hotelletje pakt of bij familie blijft slapen), maar duurt één tot drie weken. Bovendien gaat het alleen tijdens kantoortijden, dus niet in een kerst-, paas- of pinkstervakantie of in het weekend.

Conclusie: wat een gedoe…

Maar lang leve het internet en lang leve mopperige googlende huisvrouwen. Via via kwam ik een tip op het spoor om naar Zwitserland te gaan. Daar zit een Nederlandse ambassade in Bern, en hoewel de officiële websites er geen melding van maken, mag je als Nederlander die woonachtig is in Duitsland ook daarheen voor je documenten. Johan heeft er achteraan gebeld en het schijnt te kloppen — al had hij een dame aan de lijn die niet bijzonder goed op de hoogte leek te zijn van de mogelijkheden en regels. Dus het kan zijn dat er toch een kink in de kabel komt… Maar het is de moeite waard om te proberen, want Bern is voor ons in ongeveer twee uur te bereiken. Dat lukt nog een keer na schooltijd! Dan moet natuurlijk wel de grens open blijven, maar op het moment is dat het geval.

Op dus naar de volgende stap: het invullen van formulieren en het verzamelen van andere benodigdheden. Bij het gemeentehuis heb ik drie exemplaren van een “erweiterte Meldebescheinigung” gehaald om te bewijzen dat wij hier wonen én dat we toch Nederlanders zijn. Geboorte-aktes hebben we nog liggen, en die schijnen in bepaalde gevallen geldig te blijven. Ook wel prima natuurlijk, want vijf jaar later is je geboortedatum en -plaats heus niet gewijzigd. Kopieën van ouderlijke paspoorten kunnen we maken, adressen en paspoortnummers en leeftijden en lengtes kunnen we ook invullen. Contant geld heb ik alvast gehaald, want in de ambassade worden niet alle bankpasjes geaccepteerd en we willen uiteraard niet dat het daarop misgaat. Resten nog de pasfoto’s.

Er is een winkel in Bad Krozingen die pasfoto’s maakt. Op de website wordt er voor geadverteerd en in de winkel hangt een bijna manshoge poster die je belooft dat je de kiekjes meteen kunt meenemen. Dus ik toog daarheen met drie kinderen in m’n kielzog. Tevergeefs. “Sinds corona doen wij dat niet meer. In onze winkel kunnen we geen anderhalve meter afstand houden tijdens het fotograferen”. Serieus jongens? En in die anderhalf jaar heb je daar geen oplossing voor bedacht, je poster niet afgeplakt en je website niet bijgewerkt? “Eh nee, want de website geldt voor alle filialen, en in Staufen of Heitersheim kan het wel. Dus u kunt daar wel even heen gaan”. Super service dames, en de poster in jullie filiaal mag zeker ook niet weggehaald worden van het hoofdkantoor. Helaas is deze winkel de enige in de hele stad die pasfoto’s kan maken, dus gingen we vanmorgen maar naar Heitersheim. Hannah en Boaz waren zo klaar. Even gaan zitten, mondkapje af, serieus kijken — klaar. Maar Judith was een ander verhaal. Die ging weer lekker dwars doen in de winkel. Huilen, janken, de verkeerde kant op kijken. Dan krijg je dus zo’n soort foto:

Maar ja. Die voldoet niet aan de paspoorteisen. Er viel geen land mee te bezeilen en daar had de fotograaf natuurlijk ook geen zin meer in, dus zijn we vertrokken met foto’s van twee kinderen in plaats van drie. Op de parkeerplaats was kind 3 alweer de vrolijkheid zelve, want we gingen lekker naar de speeltuin!

Had ze gedacht.

Hannah en Boaz mochten lekker gaan spelen. Maar kind 3 mocht plaatsnemen op een bankje in een park en kreeg een degelijke preek van haar vader. Het duurde ongeveer een uur voor ze overtuigd was van zijn standvastigheid en ze bereid was opnieuw naar de winkel te gaan. Korte tijd later waren vader en dochter in het bezit van een officiële pasfoto — huilogen staan gelukkig niet vermeld als diskwalificerend kenmerk. Bij deze mijn publieke pluim voor de vader die zo lang rustig voet bij stuk bleef houden en onze kleuter uiteindelijk zover kreeg dat ze toch op de foto ging.

Tot zover onze vorderingen met de ID-kaarten. Volgende week krijgt Hannah haar lesrooster en dan gaan we proberen een afspraak te maken in Bern. Dan moeten we nog een Zwitsers vignet regelen voor de auto en kunnen we ons geluk gaan beproeven. Wordt vervolgd.

Lekker bezig

Vóór de zomervakantie begon, besloten Johan en ik eensgezind: we gaan die zeven weken goed volstouwen met activiteiten, want we hebben geen zin in kinderen die zich stierlijk vervelen en elkaar de hele dag in de haren zitten. Nou, dat is goed gelukt.

We begonnen met een week vakantie in het Sauerland. Daarna waren we een weekje half-ziek thuis, en toen gingen we een week naar Oppenau. Vervolgens was het tijd voor een kamp met onze kerk, waar Johan met de kinderen naartoe is geweest. Ze vonden het heel leuk, hebben drie dagen lang al hun energie verbruikt en hadden de rest van de week nodig om weer een beetje bij te komen 😉 Win-win dus.

Deze week is Boaz op voetbalkamp. Elke ochtend fietsen we tegen half tien naar het voetbalveld en om half vier halen we hem weer op. Dat betekent zes uur tijd om rond te rennen, te voetballen, nog meer rond te rennen, spelletjes te doen, even wat te eten en opnieuw te voetballen. Ondanks regen en modder vindt hij het erg leuk. En wij leren weer nieuwe dingen over voetbalsokken, scheenbeenbeschermers en hoe je die dingen op de juiste manier combineert.

Volgende week is Hannah aan de beurt. Dan mag zij drie dagen lang gaan zingen met een musical-kamp. Dat is een uur hier vandaan, en ze blijft daar dus ook slapen. Het is de eerste keer dat ze zoiets gaat doen en ze kent helemaal niemand daar, maar ze heeft er helemaal zin in. Ze heeft thuis al een cd gekregen om de liedjes van tevoren te oefenen, en het hele gezin kent ze van voor tot achter.

Judith is vandaag weer begonnen op de Kindergarten. Die heeft nooit zo’n lange zomervakantie (al kan je gerust langer vrij nemen als je dat zelf wilt). Ze heeft zich nog niet echt verveeld thuis, maar ze had toch wel zin om haar vriendjes weer te zien. Zeker nu het buiten al herfst lijkt, is het wel weer mooi geweest met de vakantie.

En tussendoor vermaken we ons met Monopoly, spelen ze “ijshockey” op straat, plakken we vakantiefoto’s in onze albums en zoeken we alvast schriften, potloden en ander schoolbenodigdheden bij elkaar.

Er is nog één activiteit die we met spreekwoordelijk potlood in onze agenda’s geschreven hebben: op kraambezoek gaan in Nederland. We verwachten namelijk twee nieuwe neefjes/nichtjes in september. Maar ja, of die nog op tijd geboren worden voordat de scholen weer gaan beginnen…? (En of we dan nog een gaatje over hebben in onze drukke agenda’s… B-) )

Beestenboel

Onze vakantie in het Sauerland was aanvankelijk zeer geslaagd, maar viel uiteindelijk een beetje in het water. Niet (alleen) doordat het veel regende, maar doordat we ongewenst bezoek kregen van één of ander microscopisch klein wezentje dat 14 van de 17 vakantiegangers in meerdere of mindere mate ziek maakte. Een deel van de club ging daardoor eerder naar huis of zag af van verdere vakantieplannen na onze gezamenlijke week. Eerst maar eens uitzieken. Zo ook wij. We hadden nog even gehoopt naar Nederland te komen, maar dat is niet gelukt.

Na een weekje thuis te zijn geweest zijn we alsnog weer op pad gegaan, maar slechts een uurtje van huis. We hebben een vakantiewoning gehuurd in Oppenau. Dat is een klein dorpje in het Zwarte Woud, ter hoogte van Straatsburg. Mooie omgeving, en net te ver om op een zaterdag even heen te gaan. Precies leuk voor een weekje ontspanning.

De grootste attractie hier zijn de kippen van de eigenaar. Het zijn er nogal wat, in verschillende rennen tegen de heuvel op. Het leukst is de haan. Als de kinderen langs zijn hok rennen, kan hij zich niet inhouden en rent met ze mee. Heen en weer, heen en weer. Maar hoe trots hij ook kukelt, hij wint nooit. Ook leuk is het voeren van al die kippen. Dat heeft ons kroost al een paar keer mogen doen.

Gister gingen we op pad met Rosi het Roodborstje. Er is een wandeling uitgezet met allerlei informatie over vogels, wat puzzeltjes, een speeltuintje onderweg; precies naar onze smaak.

Vandaag gingen we nog avontuurlijker op pad, met een ziek paard. Dit was een heuse speurtocht: met een rugzak van de VVV kon je een route lopen met minstens 10 raadsels onderweg. Soms moest je een woord opzoeken op een info-bord, soms zat er een aanwijzing verstopt onder een grote steen en had je dus een spiegel nodig om ‘m te lezen, we telden sterren en kruizen in een kapelletje en ontmaskerden de geit op de torenspits van de kerk. En telkens gold: pas als de vraag was opgelost, konden we de volgende opdracht lezen. Want die zat telkens achter slot en grendel, bijvoorbeeld met een cijferslot of een letterslot. Gelukkig konden we uiteindelijk alles oplossen en is het paard weer gezond 😉 Toen hadden we er ook heel wat kilometertjes op zitten en was het tijd voor een ijsje en een speeltuintje. Even genoeg beesten voor vandaag, inclusief muggen in het bos. Alhoewel, momenteel wordt het kippenhok uitgemest en daar staan twee Commelinnetjes met hun neus bovenop. Met de handen in de zakken 😉

Gastblog

“Van de slimme kinderen en de domme tante”

Er was eens een familie die vakantie vierde. Niet zomaar een vakantie, maar met héél veel mensen. Opa, oma, ooms, tantes, neefjes, nichtjes; een grote club bij elkaar.
Ze hadden het reuze gezellig samen. Ze wandelden, ze deden spelletjes, ze speelden buiten én ze losten raadsels op. Sommige raadsels waren een makkie, dat antwoord wist je zo. Maar sommige waren pittig, van die echte hersenkrakers. Sommige raadsels waren eigenlijk een vraag. Een weet-vraag. ‘Waarom is olijfolie zo duur?’ ‘Hoeveel gram olijfolie zou je kunnen maken uit vijf olijven?’ ‘Zou zijde een goed ruilmiddel zijn als er geen geld zou bestaan of is koffie een beter idee?’ Belangrijke vragen, zonder meer. Want van vragen word je slim.
Er was één tante die eigenlijk op al die vragen geen antwoord wist. Als ze een vraag kreeg, deed ze alsof ze die niet hoorde. Maar dat lieten de kinderen niet zomaar gebeuren. Ze stelden de vraag gerust nog een keer. En nog een keer. De tante keek dan moeilijk, fronste haar wenkbrauwen en tuurde heel aandachtig in de verte. Je hoorde haar hersens kraken. Ze slikte een keer en deed haar mond open. Gespannen wachtten de kinderen af. Zou ze het weten?
Maar helaas. De tante deed wel een poging, soms met dure woorden. Maar het was niet het antwoord. Geen overtuigend argument. De kinderen slaakten een zucht. De tante ook. Ze nam zich voor meer te lezen en meer te leren. Want dat je nichtje en neefje slimmer zijn dan jij, dat kan natuurlijk niet.
Gelukkig voor het nichtje en neefje waren er nóg zeven andere grote mensen om mee te sparren. En de domme tante? Die kon prima vlinders kleuren en memory spelen met het kleinste nichtje. En ook dat was reuze gezellig!

Bezoek en afscheid

Afgelopen weekend was ouderwets gezellig. We hadden twee paar broers en schoonzussen te logeren. En ja, dat paste allemaal precies in ons huis 😉 Als er bezoek komt dat ook blijft slapen, komt Boaz altijd bij ons logeren. Dan is zijn kamer dus vrij, daar kunnen drie volwassenen slapen. Of twee en een heleboel bagage. En dan hebben we nog een tweepersoons slaapbank in de woonkamer. Wie het niet erg vindt om tussen het speelgoed te liggen, mag daar slapen. Deze keer hadden we zelfs nog een extra gast, maar die is nog niet geboren en had dus ook geen eigen slaapplekje nodig.

Met eten is het natuurlijk wel een beetje inschikken aan tafel. Maar het was meestal lekker weer, en dan is het terras gewoon een verlengstuk van de keuken. En het fijne aan visite is, dat er altijd wel iemand tijd heeft voor een potje memory, of een wedstrijdje wil doen wie het snelst de Krozinger berg op kan, of een hut wil bouwen met alle fleecedekens en bankkussen. Een soort animatieteam aan huis, en dat vinden onze kinderen geweldig! En als ze dan ’s avonds op bed liggen, hebben wij nog tijd om gezellig bij te praten. Dat werd wel weer eens tijd, want door alle corona-gedoe hebben we dat best wel gemist.

Vanaf vandaag zijn de strengere regels ingegaan. Precies op tijd, want iedereen was gisteravond weer keurig op honk.

Hannah en Boaz moeten vandaag de school opruimen en schoonmaken, en als beloning gaan ze een ijsje halen. Boaz krijgt ook nog z’n rapport, en dan is het morgen alleen nog een ochtendje naar het park met z’n allen om afscheid te nemen van de 4e klassers. Het afscheidsfeestje met ouders en broers/zussen is vrijdagavond al geweest, net over de grens in Frankrijk. Daar hebben ouders van een klasgenootje een skatebaan / trampolinepark / speeltuin waar we allemaal welkom waren. De juffen en meesters waren er natuurlijk ook, klas 4 voerde een mooi musical-stukje op over de verovering van Jericho, en ze kregen allemaal hun rapport plus een passend cadeautje. Dat alles onder het genot van wat eten en drinken en bij een stralend zonnetje. Een mooie afsluiting van 3,5 jaar Grundschule voor onze dame. Kleine meisjes worden groot…

Bundesjugendspiele

Vandaag was het sportdag op school. En niet alleen op onze school, maar overal in Baden-Württemberg. Tijdens de gymlessen was er al ijverig getraind en nu waren dus de wedstrijden, op een echte baan: sprinten, 1000 meter rennen, verspringen en ver gooien. Johan is even wezen kijken en heeft wat filmpjes gemaakt:

En hopla, daar ging z’n hoed 🙂

Naar het zwembad

Johan is met de kinderen naar het zwembad geweest. Voor hem niet per se z’n favoriete uitje, maar de kinderen hebben er al dagen, weken, maanden om gevraagd en het kan nu eindelijk weer zonder gedoe. Heel lang was de tent compleet gesloten, daarna moest je een officiële dagverse coronatest meenemen om naar binnen te mogen, maar nu is er alleen nog een maximaal aantal bezoekers. Dat was de eerste paar hete dagen natuurlijk meteen een probleem, maar vandaag viel de drukte mee. Wat een geluk. Judith stond al klaar met haar badpak aan, zwemvestje en zwemvleugeltjes om, duikbril op… maar ze moest nog op de fiets, dus toen kwamen er sokken, sandelen en een fietshelm bij. Het was een prachtige uitdossing. Uiteindelijk zijn de zwemvleugeltjes en co toch maar in de tas meegenomen.

Dinsdag was Hannah al wezen zwemmen met haar klas. Officieel was dat een “wandeldag”, en alle klassen gingen er op uit. Eén klas toog naar de burcht in Staufen, Boaz’ klas kwam bij ons thuis langs en mocht op de Krozinger Berg een lekker worstje grillen + verstoppertje spelen + nog wat spelletjes doen, en klas 4 ging dus naar het zwembad. Om het thema “wandelen” recht te doen hebben ze eerst anderhalf uur door de omgeving gemarcheerd. Dat was niet bepaald naar Hannahs zin, maar het uiteindelijke zwemmen maakte veel goed. Na haar enthousiaste verhalen hadden de andere twee natuurlijk nóg meer zin in een frisse duik — en vandaag hebben ze zich de hele middag kostelijk vermaakt. Ze kunnen weer zwemmen, ze kunnen beter duiken dan ooit en hun nagels zijn prachtig schoongeweekt B-)