“Waar blijft jullie blog?”

Sommige mensen volgens onze belevenissen nog altijd op de voet, en gaan sputteren als we een tijdje niets schrijven. Dus speciaal voor mijn lieve zus: onze laatste zaterdagse wandeling “as it really was”. Niet bijzonder spannend, niet bijzonder dramatisch verlopen, we zijn niet weggeregend en niet verdwaald, maar het was ook niet de meeste stralende wandeling ooit. Gewoon… heel gewoon. Vandaar dat ik er nog niet over had geschreven.

Goed. Laten we beginnen bij het begin. Johan kreeg van een collega een tip over een kindvriendelijke wandeling in Freiburg. Het moest een route zijn van zo’n vijf kilometer (enkele reis, geen rondje) met allerlei “Sägemännle” onderweg: een soort tuinkabouter-achtige mannetjes met miniatuur-houtzagerijtjes die opgesteld stonden bij de talloze kleine beekjes die we onderweg tegen zouden komen. De kinderen van die collega waren enthousiast, en het leek ons ook wel leuk. Ik wilde toch al heel graag gaan wandelen na het prachtige zonnige weer eerder die week, en onze kinderen vinden een wandeling vaak veel leuker als er onderweg iets te zien of te beleven is.

Het idee was om met de trein te gaan, zodat we ook niet per se weer naar de parkeerplaats terug hoefden te lopen maar gewoon op de bus of trein konden stappen als we geen zin meer hadden om nog verder te lopen. En een ritje met de trein is af en toe ook best leuk natuurlijk. Helaas bleken de overstappen nogal lang te duren, en we hadden geen zin om de halve dag op stations door te brengen. Toch maar de auto dus. [Dat was desillusie nummer 1]

Het duurde even voor we de route hadden gevonden, maar gelukkig kon Johans telefoon ons helpen. We mochten meteen door de blubber de berg op, zó vanuit de stad het bos in. Gelukkig hadden we stevige laarzen aan en geven onze avonturiers doorgaans niet om een spatje modder. Alleen voor Judith was het soms wat lastig, haar beentjes zijn vaak net te kort om óver een modderplas heen te kunnen stappen 😉 Al snel begon het gemopper en geklaag: “Waar zijn de zaag-mannetjes nou?” Tjah, wij konden ze ook niet vinden. Je zou denken dat er weinig te verstoppen is in een winters bos zonder blaadjes, maar deze kabouters lieten zich toch echt niet zien. Na drie kilometer hebben we maar geconcludeerd dat de Sägemännle kennelijk ’s winters worden opgeruimd. [Dat was desillusie 2]. Ook de route zelf was niet altijd even duidelijk aangegeven. Beter gezegd: er was geen enkele aanduiding, en daarom moesten we soms even zoeken [Dat was frustratie 3].

Maar gelukkig, net op het moment dat de stemming niet meer optimaal was maar we toch echt “in the middle of nowhere” zaten en dus simpelweg door móesten, werd het pad echt leuk. Smalle paadjes langs hellingen, kleine stroompjes die ons pad kruisten, om een bocht ineens uitzicht over een dal, dan weer dichte begroeiing zodat je elkaar al snel uit het oog verloor… Dat zijn de wandelingen waar ik mijn hart aan ophaal. En de kinderen zijn dan ook ineens niet meer moe, die rennen vooruit om het pad te verkennen of verstoppen zich achter een boom om ons te laten schrikken. Bovendien waren de bosbouwers opgehouden met zagen en was het super rustig.

Heerlijk. Daarmee waren alle tegenvallers weer helemaal goedgemaakt. Dat voelt echt als vakantie.

Maar na verloop van tijd werden de beentjes toch wel moe. Volgens Johans telefoon moesten we bíjna bij een restaurantje uitkomen, en daar zou hij ons trakteren op een lekkere lunch. Daar hadden we allemaal wel oren naar, en de frustratie steeg dus merkbaar toen het toch nog een halve kilometer verder was dan gedacht. Maar tenslotte kwam dan toch het bordje van het restaurant in zicht.

Met daaronder een papiertje: we zijn gesloten i.v.m. vakantie.

Nee hè, dát hadden we nou net níet nodig! Johan had van tevoren de openingstijden gecheckt op de website, maar daar stond deze vakantie gemakshalve niet op. Nu zien wij ook wel weer de charme van kleine restaurantjes in het bos die alleen met briefjes melden wanneer ze wel of niet open zijn, maar als je net een gelikte website hebt gezien verwacht je dit niet meer. [Dat was de grootste afknapper van de dag].

Gelukkig hadden we nog wat nootjes bij ons, die hebben we eerst maar eens opgepeuzeld. “Voor nieuwe kracht”. Daarna zijn we afgedaald naar het dichtstbijzijnde dorpje en vonden daar een pizzeria. Eén blik was voldoende: daar gingen we eens lekker pizza eten 🙂 Zo gezegd zo gedaan. De pizza’s waren natuurlijk veel te groot om op te krijgen, maar de wc in de kelder van het restaurant was zó leuk dat iedereen er wel twee keer heen moest 😉 En de stukken die over waren kregen we in zilverfolie mee, die hebben we zondagavond bij de open haard opgegeten. Helemaal prima dus.

En toen moesten we nog terug, zo’n 3,5 km naar de auto. Langs een asfaltweg, omdat we al helemaal in het dorp zaten. Nou zijn asfaltwegen wel makkelijk om te lopen maar ook oersaai, en zeker na een overvloedig maal had ons kroost daar niet zo’n trek meer in. Zo kregen we toch nog ons voorgenomen treinreisje: met een boemeltje één station verder. Daar stond onze auto bij het station geparkeerd, en die bracht ons zonder morren weer naar huis.

Al met al: geen Facebook-waardig stralend uitje, ook geen dramatische mislukking die we tien jaar later bij het kampvuur nog zullen herkauwen, maar een heel gewone wandeling. Gewoon een belevenis van de Commelins – en dat was tenslotte wat je wou horen toch, zusjelief? :))

Mooie stenen

Het was vandaag een echte januari-zaterdag. Niet bijzonder koud, al helemaal geen sneeuw of ijs, maar toch niet echt aanlokkelijk voor een wandeling of iets dergelijks (vrijdag was het trouwens heerlijk zonnig en hebben we ruim een uur in de speeltuin doorgebracht!). Gelukkig hadden we in de krant gezien dat er een stukje over de Franse grens een edelstenen-tentoonstelling / beurs zou zijn. Aangezien onze kinderen helemaal weg zijn van glimmende steentjes en andere verzamelde schatten, hielden we dat even in gedachten. Eerlijk is eerlijk, dat deden we niet in de eerste plaats om de algemene ontwikkeling van ons geliefde kroost te bevorderen, maar gewoon omdat een hele zaterdag bankhangen meestal resulteert in ergernis en chagrijn. Dat kun je maar beter vóór zijn.

Zo togen we op weg. In ons beste Frans kochten we toegangskaartjes, maar toen er een hele uitleg volgde over wat er waar en wanneer precies voor de kinderen te doen was, vielen we hopeloos door de mand. Gelukkig is dit gebied ook nog wel een beetje Duits, en schakelde de meneer over op een soort dialect – mixtaaltje dat we redelijk konden verstaan.

De beurs zelf was precies wat je je bij zoiets voorstelt: een grote hal met kraampjes vol glimmende steentjes, gladde steentjes, “prikkelige steentjes”, fossielen, sieraden, enzovoorts. Hannah en Boaz waren vooral gefascineerd door de prijzen: “Kijk, deze steen kost wel 1000 euro!” “Oooh, kijk, die is mooi! En die kost maar 375 euro, zullen we die kopen?” “Mamaaaa, mag ik voor mijn zakgeld… [vul maar in, er kwamen talloze opties voorbij] …?” De verzamelwoede werkte zonder meer aanstekelijk. Helaas voor hen zijn Johan en ik nogal nuchter in dit soort zaken… 😉 Echte Hollanders die wel komen kijken, maar niets kopen. Voor ons dus geen vitrine vol edelstenen. Zelfs een paard uit glimmende gekleurde steen hebben we laten staan, hoewel we Boaz moesten toegeven dat papa en mama samen wel genoeg geld zouden hebben om ‘m te kunnen betalen. Waarom we dan toch geen 1250 euro wilden neertellen?!?

Het leukste was natuurlijk dat de kinderen ook spelletjes konden doen: met een grote “steen” minigolfen, sjoelen, voelen en raden welke steen in welk vakje lag, darten op een mineralen-groeve… Als beloning mochten ze voor elk geslaagde spelletje een mooie edelsteen of kristal uitzoeken. Wie nergens een stempeltje had verdiend, mocht als troostprijs grabbelen in een tas met… ja, uiteraard ook mooie stenen. Voor een leek allemaal even mooi en allemaal even waardevol. Zo gingen we toch naar huis met een mooie collectie. Ik stelde nog even voor aan Judith dat ik haar stenen op de foto zou zetten en hier op de weblog zou zetten, zodat ook de mensen in Nederland ze konden zien. Maar helaas voor jullie, daar kwam niets van in. Mevrouw houdt haar schat liever voor zichzelf, ze mag er alleen zelf naar kijken 🤣

Fromage blanc

Normaal gesproken staat onze koelkast vol met “frische Vollmilch”, “Orangensaft”, “Gouda Käsescheiben” en een voorraad groente en fruit. Toen we net terug waren uit Nederland, lagen er bovendien “minikrieltjes” – die zijn intussen al opgesmuld. En nu staat er ineens 3 liter “Fromage blanc” tussen, en we weten amper wat dat is. Hoe komt dat daar?

Voor de Kerstvakantie had ik al geprobeerd om een voorraadje boodschappen in huis te halen voor als we terug zouden komen en niet meteen in de gelegenheid zouden zijn om boodschappen te doen. De meeste koelkastspullen houden het niet zo lang uit, maar een pak sinaasappelsap, een diepvriesmaaltijd van eigen makelij en vissticks in de vriezer zijn altijd handig om klaar te hebben staan. Samen met een paar verse bananen en mandarijnen uit Nederland konden we het weekend wel doorkomen. Zo gezegd, zo gedaan. Maandagmorgen zou ik dan wel weer groots inslaan.

Tot ik erachter kwam dat het maandag 6 januari was, en dat is in Zuid-Duitsland een officiële feestdag (drie koningen). Geen winkels dus, helaas. Nu konden we het natuurlijk best nog een dag uitzingen zonder nieuwe boodschappen. Onze kelder bevat keurig een doos levensmiddelen om het in geval van een nucleaire ramp of andersoortig onheil een poosje uit te kunnen houden. Die was net weer ververst. Maar… daar zit geen vruchtenyoghurt in, en ook geen verse melk. Erger nog, geen kaas… 🙁 Dat voelt dan toch wel als overleven, en aangezien er geen ramp heeft plaatsgevonden leek ons dat niet helemaal op z’n plaats.

Het handige is dat we hier dicht bij Frankrijk wonen, en dat 6 januari daar geen officiële feestdag is. Johan had wel zin om z’n geluk te gaan beproeven bij de buren, en dus toog hij met Boaz en Judith de grens over om inkopen te gaan doen. Ze kwamen thuis met een afgewerkt lijstje en twee volle tassen. Merci beaucoup! Best leuk om eens in zo’n andere supermarkt in te kopen, en te vergelijken met de producten hier. Kleine bakjes vla en vruchtenyoghurt natuurlijk. Er was zowaar een schap vol aanmaaklimonade! En in plaats van karnemelk proefden we gefermenteerde melk met Arabisch etiket, aanbevolen bij een maaltijd met couscous. Het smaakte prima.

Maar nu nog die “Fromage blanc”. Volgens mijn bestelling had dat yoghurt moeten zijn, en de verpakking leek er ook wel een beetje op. Maar ik heb op de middelbare school toch geleerd dat yoghurt “yaourt” of iets dergelijks heet?!? “Fromage” klinkt verdacht naar kaas. Roomkaas dan waarschijnlijk, gezien de consistentie. Ik bereidde me mentaal al voor op een hele week monchoutaart, en was aan het overwegen of ik dat als voordeel of nadeel van de Franse supermarkt moest opvatten. Maar toen herinnerde ik me dat kwark eigenlijk ook heel jonge kaas schijnt te zijn. Even snel het woordenboek erbij, en ja. “Fromage blanc” is kwark. Daar hebben we nu dus drie liter van staan. Dat kunnen we wel met muesli eten, gewoon alsof het yoghurt is. En als het toch teveel blijkt te zijn… tjah, dan wordt het denk ik kwarktaart eten deze week! 🙂

Nieuwe avonturen

Een nieuw jaar, tijd voor nieuwe avonturen! Dat begon gistermorgen meteen goed. Hannah en Boaz waren aan het spelen op een slaapkamer – pardon, in hun eigen huisje met hun schare poppenkinderen. Daar konden ze geen indringers gebruiken, dus werd de deur op slot gedraaid. Ook toen mama Hannah even naar de wc moest, deed papa Boaz de deur weer achter haar op slot. En toen… ja, toen ging het dus mis. Hij kreeg de sleutel niet meer omgedraaid en zat dus gevangen in z’n eigen huisje!

Ik heb de tijd niet precies bijgehouden, maar we waren een aardig poosje bezig met onze reddingspogingen. Ik probeerde Boaz door het sleutelgat heen uit te leggen hoe de sleutel gedraaid moest worden. Tevergeefs, het slot ging kennelijk te strak of hij deed het toch niet helemaal goed. We probeerden hem door het sleutelgat heen te instrueren hoe hij de sloten van raam 1 kon opendoen (door een boekendoos onder het raam te slepen, via de doos in de vensterbank te klimmen, en dan twee sloten op te tillen, en vervolgens het raam open te duwen dat nogal klemde). Dat was te hoog gegrepen, letterlijk. Dan maar het zolderraam in het schuine dak. Boaz klom op de kast, zo kon hij net bij het raam. Maar het was zo’n ingewikkeld raam met een ventilatiestrook en dubbele vergrendeling. Ook toen Boaz er met z’n hele gewicht aan ging hangen, gaf het raam niet toe.

Van buitenaf dan? Opa regelde een ladder, haalde een paar dakpannen weg om een “trappetje” te maken en stuurde Hannah het dak op. Zo konden ze weliswaar met Boaz praten en zien wat hij deed, maar het raam ging nog steeds niet open.

Intussen waren oma en ik nog steeds op zoek naar de WD40, om het slot wat makkelijker te laten opengaan. En we zochten gereedschap om met grof geweld de drempel onder de deur uit te slopen, zodat de sleutel daar hopelijk onderdoor geschoven kon worden. Uiteindelijk vonden we een flesje fietsketting-smeerolie. Dat heb ik zo goed mogelijk in het slot gespoten, Boaz gevraagd om nog een nieuwe poging te doen, hem aangemoedigd om als een echte oliebolleneter al z’n kracht te gebruiken en tadaa…. de deur ging open!

Zo. Dat was dat.

De rest van de dag gingen we naar SeaLife in Scheveningen. We verbaasden ons over roggen die heel bijzondere eieren leggen, over een enorme soepschildpad, over baby-haaien en spetterende pinguins. Toen we weer buiten stonden, heeft Judith zelfs nog even ontdekt dat de zee uit water bestaat en dat golven lawaai maken en steeds dichterbij komen… Dat was een nieuwe ontdekking, want van een afstandje had ze dat nog niet beseft. Dat krijg je met kindjes die in de bergen wonen…

Al met al was het gisteren een avontuurlijke dag. Vandaag spelen de kinderen weer met de poppen, maar zonder sleutels in de deuren. En we bewonderen de vissen – in oma’s vijver. Ook avonturen moet je tenslotte niet overdrijven. Het jaar is nog lang genoeg.

Verhuizen en verbouwen

Nee, wij gaan niet verhuizen. En ons huis verbouwen zit ook niet in de planning. We kijken vooral toe wat anderen om ons heen doen. Zodra wij in Staphorst onze hielen gelicht hadden, ging daar de sloophamer erin om de keuken en kamer om te bouwen tot één half-open geheel, inclusief nieuw keukenblok en alles wat er verder bij komt kijken aan vloeren, plafonds, behang, vensterbanken…

Toen we hier in Woudenberg aankwamen bij Johans ouders, zaten die nog midden in hun eigen verhuizing. We zitten dus bij de pakken neer – letterlijk. En we hebben ons eens te meer voorgenomen dat wij zelf nooit een grote verbouwing gaan doen. Toekijken en aanmoedigen gaat ons prima af, en we komen ook graag het resultaat bewonderen 😉 maar zelf zoiets op poten zetten… dat wordt waarschijnlijk niet zo’n succes. Laten we zeggen dat wij geen bijzonder goed ontwikkelde vaardigheden hebben op dat gebied. We houden het maar liever bij schilderen, behangen en een keer wat vloerbedekking leggen. Verhuizen zullen we vast nog wel eens moeten doen, maar daar denken we nog maar even niet te diep over na. Voorlopig blijven we zitten waar we zitten. En als we ooit een nieuw huis nodig hebben, dan heeft onze familie dus alle ervaring ruimschoots in huis om ons van advies te voorzien.

Tussen alle bedrijven door is het natuurlijk ook oudjaarsdag geworden, en zijn de eerste oliebollen alweer opgesmikkeld. Bovendien is Hannah jarig geweest en zijn er dus nieuwe spelletjes die eindeloos worden gespeeld. Dat is handig aan logeren bij familie, zo is er vaak wel iemand die een potje wil Stratego-en of kwartetten. Zo komen we de dagen wel door, ook te midden van dozen en kratten 😉 Rest ons jullie allemaal het allerbeste te wensen voor het nieuwe jaar!

Lange nachten

21 december is voorbij, dus de winter is officieel begonnen en de kortste dag ligt weer achter ons. Daarmee dus ook de langste nacht van het jaar. Toch horen we de laatste dagen regelmatig de verzuchting: “Ik kan niet wachten. Waarom duren drie nachten zóóóóó lang?”

De weken zijn afgeteld. Alle klasgenoten wisten het precies: nog één maand en [drie, twee, één…] dagen en dan is Hannah jarig. Dat werd namelijk elke dag ingebracht als dankpunt bij het gezamenlijke gebed aan het begin van de schooldag 😉 En als Hannah zelf even niet meer wist hoeveel dagen het nog duurde, dan vulden haar klasgenoten haar als uit één mond aan. Ook thuis werd het zeer regelmatig even benoemd, dus intussen tellen ook wij de nachtjes af tot dit aftellen weer voorbij is 🙂 En dan maar hopen dat de uiteindelijke verjaardag niet tegenvalt. De verwachtingen overtreffen is in ieder geval uitgesloten…

Naast de lange nachten beleven we ook verder op en top december: we zijn bij familie op bezoek, het regent, het is een beetje koud maar niet koud genoeg om te schaatsen of sneeuw te verwachten, dus we zitten rond een gloeiend gestookt houtvuur en eten boerenkool met worst. En kerststol, en andere dingen. Boaz heeft een stal gebouwd voor de speelgoedkoeien. “En andere dieren mogen er ook in”. Hij geeft eerlijk toe dat papa en Hendrik-Jan hem een beetje geholpen hebben, “maar het meeste heb ik zelf gedaan!”. Heerlijk toch, om te logeren bij mensen die hout en gereedschap in overvloed hebben 🙂 Bovendien heeft hij zich de afgelopen dagen opgewerkt tot kampioen sjoelen. Hannah leest en leest en leest. Ze mocht namelijk het bibliotheekpasje van haar tante lenen, en heeft sinds onze aankomst op zaterdag al 10 boeken uit. Vooral Dolfi en Wolfi zijn mateloos populair. Judith helpt met boodschappen doen en met oppassen op ons kleine nichtje dat ook alweer parmantig door het huis loopt. Onze kleine dame voelt zich meteen “groot” en vervult haar rol met verve.

We wachten nog even vrolijk verder. Nog drie nachten.

Kikker

Judith en ik hebben vanavond nog met het Kikker-kwartet gespeeld. Niet volgens de spelregels, maar om kleuren te oefenen. Rood, blauw, groen, pink… 😉 Maar we hebben sinds gisteren nóg een kikker in huis, vastgenaaid op Boaz’ zwembroek. Dat is het zichtbare bewijs dat hij zijn eerste zwemcursus heeft afgerond en nu dus zelfstandig kan zwemmen zonder angst in het water springt, iets van de bodem kan oprapen en enig idee heeft wat hij met z’n armen en benen zou moeten doen om boven water te blijven.

Bang was hij overigens toch al niet, hij kon haast niet wachten om echt te leren zwemmen. Na de herfstvakantie was het dan zo ver. Zes weken lang mocht hij op maandagmiddag gaan zwemmen – bij de overburen. Je kunt het gebouw zien als je bij ons op de oprit staat. Dat was toch wel érg praktisch, omdat ik zo even heen en weer kon lopen ipv met het hele gezin urenlang in zo’n bloedheet zwembad te moeten bivakkeren. Eigenlijk is het een revalidatiekliniek, maar aangezien die een heerlijk warm zwembad bezitten mogen er ook gezonde kinderen op zwemles.

Het doel van de zwemles was, volgens de website, dat kinderen zonder hulpmiddelen kunnen zwemmen. Dat klonk ons als een zinnig streven in de oren. Hoe dat in zes keer een uur voor elkaar te krijgen zou zijn…? Wel, doordat ze heel bijzondere technieken aanleren en omdat de groepjes erg klein zijn. In de praktijk bleek daar nog wel het één en ander op af te dingen, maar Boaz ging gelukkig met plezier en hij heeft er wel wat geleerd. Uiteindelijk kunnen echter slechts 3 van de 9 kinderen zelfstandig zwemmen, en die blijken alledrie al eerder (op school) zwemles te hebben gehad. Dat vinden wij een beetje vals spelen. Bij navraag bij de zwemjuffen werd slechts zenuwachtig benadrukt dat elk kind nu eenmaal anders is en ze dus nooit garanties kunnen geven, en dat ze natúúrlijk geen druk op een kind willen leggen. (In koor werd door de aanwezige oma’s gereageerd: “Oh nee! Stel je voor! Géén prestatiedruk!”. Ik denk dat deze oma’s de zwemlessen niet zelf hoefden te betalen).

We hebben ons doel dus nog niet helemaal bereikt. Zonder bandjes gaat onze kikker nog roemloos ten onder. Maar we hebben zaterdag goed geoefend en opa heeft beloofd in de kerstvakantie met onze kikker te gaan zwemmen 🙂 Bovendien is er in januari een vervolgcursus. Daar sturen we ‘m ook nog maar naartoe, en hopelijk transformeert hij dan van kikker naar zeepaardje. Intussen is Boaz zelf apetrots op zijn diploma en vol vertrouwen over zijn zwemkunsten, want op z’n diploma staat dat hij de cursus “mit großem Erfolg” heeft afgerond. En dat is toch ook wat waard.

Karel

Wij spelen graag spelletjes. Carcassonne, Agricola, Kolonisten van Catan… Gezellig. Liefst met een knapperend haardvuurtje op de achtergrond. Onze kinderen zijn inmiddels zo groot dat ze bepaalde spellen ook mee kunnen spelen. De laatste tijd was Boaz zó enthousiast over het dobbelspel van Catan, dat hij het elke dag wel wilde spelen. Liefst meerdere keren. Uiteindelijk was ik er wel een beetje op uitgekeken, dus strikten we Johan om een potje met hem te spelen. En nog een potje. En alsjeblieft nóg eentje, papa!

Op een gegeven moment was Boaz nog enthousiast bezig, maar stond Johan met een grijns in de keuken. Als een echte hacker had hij de sublieme oplossing bedacht. Dobbelspelletjes zijn namelijk niet zo Johan z’n ding; veel teveel toeval en te weinig tactiek. Dus had hij Boaz geleerd dat hij dit spelletje ook zélf kon spelen. Niet in z’n eentje natuurlijk, dat is saai. Hij speelde tegen Karel. Dat verliep naar volle tevredenheid. Karel zeurt nooit of ‘ie al aan de beurt is, hij kan goed tegen z’n verlies, hij hoeft nooit tijdens het spelletje te plassen, hij speelt niet vals… De ideale tegenstander 🙂

Toen Johan aan Boaz vroeg wie er aan de winnende hand was, kreeg hij een heel filosofisch antwoord. “Ik win altijd als ik tegen Karel speel, want ik ben het kaartje dat wint”. Aha. Zou het dáárom zo soepel lopen tussen beide heren?!?

Boaz kan voorlopig vooruit met z’n spel. Want Karel heeft nog heel wat te oefenen. Op een gegeven moment stond Boaz hoofdschuddend naar zijn gestuntel te kijken. “Oh oh. Die Karel is toch ook zo’n dommerd!” Nog lekker even verder oefenen dus 🙂 🙂

Advent

De Adventstijd is aangebroken! Dat kan niemand in onze straat zijn ontgaan. De buren hebben groots uitgepakt: op hun erf staat een kerstboom met gekleurde ballen en gekleurde lichtjes, op het dak van hun uitbouw een kerstboom in poedersneeuw-optiek (ook met lichtjes), verder twee neongroene kerstboomsilhouetten (en ja, die branden ook als het donker is), een knalrode ster boven de ingang (opnieuw met verlichting), en het allermooiste: zowel de voorgevel als de zijgevel worden ’s avonds versierd door schijnwerpers die groene kerstboompjes en rode stippeltjes op de muur projecteren, deels ook nog knipperend.

Wow

Hun stroomrekening komt waarschijnlijk pas volgend jaar en de milieu-effecten van al die extra verlichting worden pas nóg later zichtbaar, maar voor nu is de boodschap duidelijk. Het is Advent!

Nu was ons dat sowieso niet ontgaan, want ook wij hebben al wat Advents-activiteiten op touw gezet. Afgelopen zaterdag was er in onze gemeente een Adventsknutselmiddag voor kinderen, inclusief natuurlijk een verhaal, liederen en veel lekkers. Verder schreef ik een artikel over Advent: https://www.biblword.net/what-is-advent-and-what-has-it-to-do-with-christmas/ En we hebben ons huis versierd – binnen. Toegegeven, we hebben wat minder grandioos uitgepakt dan de buren, maar het ziet er toch best gezellig uit.

En natuurlijk hebben we ook een Adventskalender. De afgelopen twee jaar was ik heel ijverig en heb ik zelf een programma in elkaar geknutseld: voor elke dag een Bijbelgedeelte en regelmatig een opdracht / spelletje / wat lekkers etc in zo’n houten Adventskalender met laadjes. Dit jaar had ik niet zoveel zin… 🙈 Gelukkig zijn er andere mensen die wél creatief zijn geweest, en dus bestelden we een Adventskalender van elkedagnieuw.nl. Voor het goede doel nog wel. Elke dag is er een stukje verhaal over Layla, met bijpassende vragen, Bijbelgedeelte en af en toe een knutselopdracht. Tot nu toe vinden we het leuk. En het helpt ons om verder te kijken dan de lichtjes en de kerstballen die overal te zien zijn. Tenslotte is Advent ten diepste een tijd van uitzien: uitzien naar Kerst, uitzien naar de komst van de Heere Jezus.

Bij de knutselmiddag werd daarvoor een mooie metafoor gebruikt:
“We kennen allemaal de Mona Lisa. Wat is dat schilderij veel waard! Stel je nou voor dat de Franse overheid in een vriendelijk bui is en de Mona Lisa aan een kind cadeau doet. Dat kind gaat blij naar huis, snijdt het schilderij in stukken, gooit de Mona Lisa bij het oud papier en plakt vol trots z’n Donald Duck stickers in de vergulde lijst. Wat is dat dom! Niet die lijst is waardevol, maar het schilderij zelf! En toch is dit precies wat veel mensen doen met kerst. Ze vinden de omlijsting geweldig (met cadeautjes, kerstbomen, lekkere koekjes, kerstmarkten, enzovoorts) maar ze zijn vergeten dat er een “plaatje” is waar Kerst werkelijk om draait. Al die leuke dingen kunnen een plekje krijgen in de lijst, maar wij richten onze aandacht vooral op het schilderij zelf. De Heere Jezus is mens geworden, arm geworden, om ons voor altijd rijk te maken!”

Witruimte

In The Crystal Goblet zet Beatrice Warde uiteen wat heldere typografie en drukkunst inhoudt. Het opstel ontleent zijn naam aan het voorbeeld van een wijnglas. Twee kenmerken zijn voor wijnglazen karakteristiek: (i) ze hebben een kelk op een relatief hoge steel, en (ii) ze zijn over het algemeen saai. Warde betoogt dat juist hierdoor het een goed ontworpen wijnglas is. Het glas trekt de aandacht niet naar zichzelf maar laat de fonkelende wijn schitteren in de eenvoudige glazen kelk. Doordat men het glas bij de steel vasthoudt wordt de kelk niet door vingerafdrukken besmeurd, en het zicht op het edele vocht niet vertroebeld. Tot zover de toepassingen van de oenologie op de typografie: goede typografie is saai, en vestigt niet de aandacht op zichzelf, maar op de inhoud van de tekst.

Door de tijd heen hebben vele typografen nadruk gelegd op het belang van witruimte. Witruimte stelt de typograaf in staat om informatie te organiseren in alineas, tabellen en kolommen. Basaal gezegd is goede typografie het treffen van een juiste balans tussen het wel en niet aanbrengen van inkt op het papier. Edward Tufte laat in verschillende van zijn werken stapsgewijs zien hoe tabellen en grafieken substantieel verbeterd kunnen worden door inkt weg te laten. Veel boeken hebben een grotere ondermarge dan bovenmarge, omdat men meestal onderaan het boek vasthoudt. Functionele witruimte. Een ander bekend voorbeeld van effectieve witruimte is de homepage van Google: een helder logo en een zoekveld. Voor de bezoeker is meteen duidelijk wat de bedoeling is.

Goethe schreef: “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister, und das Gesetz nur kann uns Freiheit geben.” (In de beperking toont zich de meester, en alleen de wet kan ons vrijheid geven.) Binnen de typografie zijn het de beperkingen van Warde en Tufte die de vrijheden van elegante typografie in het vooruitzicht stellen. Tegelijkertijd zei Picasso: “Leer de regels als een meester, om ze te kunnen overtreden als een kunstenaar.” Zo gezegd, zo gedaan. En in dezelfde geest is er een Oosterse wijsheid die zegt: “Leer de regels uitstekend beheersen, om ze vervolgens effectief te kunnen overtreden.”

Een prachtig voorbeeld hiervan is een verhaal in Alice in Wonderland over een muizenstaart, dat typografisch heen en weer slingert over de bladspiegel, in de vorm van een: muizenstaart. Alle standaardregels van de typografie worden genegeerd, en toch is dit een creatief en effectief gebruik van witruimte! Met name poëzie leent zich goed voor dit spelen met de regels. Een prachtige illustratie hiervan vonden we in een adventskalender voor de deur van ons appartement. Hieronder plaats ik een eigen vertaling uit het Duits naar het Nederlands. Martinus Nijhoff zou zeggen: “Lees maar, er staat niet wat er staat.”