Dollars, wolken, grenzen

Boaz verzamelt munten. Hij had al eens $0.01 gekregen, maar er miste ook nog vanalles. Deze week ben ik op pad gegaan om wat geld lost te peuteren. En daarvoor kun je het beste in de VS zijn.

Van Freiburg naar New York. Chaotische overstappen zijn pijnlijk, dus vliegen we van af Zürich. Die Zwitsers zijn georganiseerd, grondig, punktueel. (Wat ze altijd van de Duitsers zeggen, maar daar flopt het nog wel eens.) Dan heb je dus een reis, van Duitsland, via Zwitserland, naar de VS. Drie landen met een ego-probleem, die door middel van regeltjes en papierwerk nietsvermoedende reizigers proberen te imponeren. Vooral in coronatijd. Met een map vol tickets, coronatests, bookingcodes, gezondheidsverklaringen, inentingsbewijzen, en andere documenten ben ik op dinsdag in de trein gestapt.

De reis ging soepel. Zwitserse piloot, dus je landt 10 minuten voor de geplande aankomsttijd. Welkom in de VS. De gate is nog bezet: wacht maar een half uur. De douane maakt met 37 vragen en een grimmig gezicht nog even duidelijk dat ze niet voor niets hun werk doen. Daarna met het OV naar Manhattan. Om politieke redenen is er geen directe treinverbinding. Awesome. De lokale bevolking begint aan avondeten te denken. Voor mij voelt het na middernacht. Van Penn Station is het 15 minuutjes lopen naar 230 Fifth. Op het dakterras eet ik een Impossible Burger met een paar collega’s. Impossible, want vegetarisch.

Voor mijn gevoel is het 4 uur ’s nachts als ik in mijn bed duik. En 3 uur later maakt mijn lichaam me weer wakker. Na een paar uur rondwoelen is het in de VS 5 uur ’s ochtends. Tijd voor de jacht op een ontbijt. Donuts hier, donuts daar, overal een donutkraam. En grauwe, grijze wolkenkrabbers in de ochtendmiezer. Ik wil geen donut als ontbijt. Een collega wijst me de weg naar een kleine supermarkt. Bakje fruit, flesje multivit (oops, blijkt wortel-gembersap te zijn), en een sandwich.

Boaz zal blij zijn met het wisselgeld.

Na de lunch lopen we naar het hoofdkwartier van een wiskundige handelsmagnaat die een deel van zijn vermogen in wiskundig onderzoek investeert. Er zijn 5 voordrachten; ik ben als tweede aan de beurt. In 15 minuten leggen we uit wat de uitdagingen zijn in ons vakgebied. De reacties zijn positief. De volgende dag mogen we om 8 uur ’s ochtends terugkomen. Want de panelleden hebben ook een jetlag.

Ik ben in de wolken. Houd je kop erbij, Johan. Beide beentjes op de grond. De huid niet verkopen voor de beer geschoten is. De volgende ochtend krijgen we huiswerk voor de komende maanden: schrijf samen een projectvoorstel. Geen garanties, maar de geldschieter lijkt enthousiast. We kunnen aan de slag.

Tijd voor de terugreis. Online formulieren invullen, gezondheidsverklaringen, bookingcodes. Alles afgevinkt. Coronatest is deze keer niet nodig. Een collega regelt een taxi van het hotel naar het vliegveld. In de haast vergeet ik mijn Möbius-sjaal die Grietje voor me gebreid heeft. Op het vliegveld ontdek ik mijn probleem. Gelukkig is er nog tijd. Eerst maar even inchecken.

Mijn collega kan zo doorlopen. Zonder coronatest. Ik wordt tegengehouden. “Op dit vliegveld mag je alleen inchecken met een geldige coronatest.” Maar ik heb alle regels zorgvuldig doorgelezen! Dit stond nergens aangekondigd. Ik krijg een ijzige blik terug: “Op dit vliegveld mag je alleen inchecken met een geldige coronatest.” Dat kan in deze terminal. Voor $250.

Ik kies voor het alternatief: met het vliegtuigtreintje naar Terminal 8. Waar is de coronatest? Buiten. 10 minuten later sta ik buiten in de wind en regen. Waar is de coronatest? Op het parkeerterrein. Na 5 minuten lopen vind ik een aftands busje. Daarnaast een bord met een QR code. De deur van het busje gaat half open: scan the code, register, come back. Deur dicht.

Ik worstel me door 5 formulieren. Wat is mijn adres? Die straat ligt niet in de VS, probeer het later nog eens. Dan maar het adres van het hotel. Wat is mijn ras? 2 opties: Black-or-Hispanic of Other. Gelukkig zijn ze hier niet racistisch. Na 42 obstakels mag ik een wattenstaafje in mijn neus laten prikken. De uitslag krijg ik 20 minuten later per mail.

Ondertussen ga ik terug naar Terminal 4. Over het parkeerterrein. Gelukkig ben ik niet heel nat geworden. Door Terminal 8, naar het vliegveldtreintje. Als ik terug ben bij mijn college is het inmiddels anderhalf uur later. Ik heb eindelijk mijn boardingpas. En mijn sjaal ligt in het hotel. De sjaal die Grietje voor mij heeft gebreid.

Ik zie er tegenop om nog een avontuur aan te gaan. Eerst maar een telefoontje wagen. De hotel-telefoon-robot neemt op. 8 opties in het menu. Optie 3, 7, en 8, klinken relevant. Bij optie 3 neemt niemand de telefoon op. Optie 7 geeft een enthousiast verhaal, om vervolgens door te verwijzen naar een website. Optie 8 dus. Ik krijg een baliemedewerker aan de lijn. Gekleurde sjaal, uiteinden aan elkaar gebreid als een lus. Ja, van wol. De medewerker loopt door de lobby. Bingo! Mijn sjaal is er nog.

Via de mail krijg ik een formulier. Creditcardgegevens invullen. Adres in Duitsland. Mijn sjaal komt me achternagevlogen. Dankuwel hotel. Dankuwel pakketjesbezorger.

In het vliegtuig is het leeg. Elke passagier heeft een hele rij stoelen voor zichzelf. Het is 9 uur ’s avonds. Mijn lichaam denkt dat het rond 3 uur ’s nachts is. Ik grijp een paar vliegtuigdekentjes van de stoelen naast mij. Twee dekens over mijn hoofd en het is donker. Als een spook zit ik in mijn vliegtuigstoel.

Zwitserse piloot. Dus we landen 10 minuten later dan gepland. Ik sta perplex. Zwitsers vliegveld, dus na 10 minuten sta ik in de stationshal. Dat ging sneller dan verwacht. Nu moet ik 2 uur wachten op mijn trein naar Freiburg. De lokale bevolking denkt dat het ongeveer lunchtijd is, en mijn lichaam is het daar volmondig mee eens. Een wiskundige van het instituut in Zürich komt even langs, en samen lunchen we in de buurt van het station.

Tijd voor de laatste etappe. Zwitserse treinen rijden op tijd. Dus ben ik precies op tijd in Basel voor mijn overstap naar Duitsland. Duitse trein vertrekken op tijd uit Zwitserland. Behalve als in Duitsland de bovenleiding kapot is. Dan moet je een uur wachten. Met het boemeltje de grens over. Om vier uur stap ik uit in Bad Krozingen. Vier lieve, enthousiaste omhelzingen. Samen lopen we door het park naar huis.

Papa, heb je ook het vrijheidsbeeld gezien? Nee. Waarom ben je dan naar New York gegaan? Goede vraag, lang verhaal. Hier is mijn wisselgeld. Gaaf! Zullen we dat nu meteen op mijn website zetten?

Open haard, chili con carne, een potje Ticket to Ride. Ik ben weer thuis. Morgenochtend uitslapen. H, B, en J beloven dat ze samen zullen ontbijten. En lief spelen. Om 8 uur ’s ochtends is het een lawaai van jewelste. Tijd voor mijn bord Brinta. Dat doet een mens goed.

09:20. Een appje uit Zürich: “Ik heb net positief getest.” Oeilala. 7 dagen quarantaine. Gelukkig is mijn eerste test negatief. Maar de besmettelijkheid is op zijn hoogst op dag 2 en 3. Nog twee dagen oppassen dus. Boaz kan wel een paar dagen bij Grietje logeren. Ik zit in zijn kamer: bed, bureau, douche. Grietje haalt een groot plastic zeil tevoorschijn, met een rits-deur erin. Een hermetisch afgesloten grens in ons gezellige huisje. Daar kan die Amerikaanse grenswacht nog wat van leren.

Tijd om een blogpost te schrijven.

Weer naar school

“Twee weken zijn véél te kort!” Hannah had nog wel langer thuis willen zijn, die heeft zich prima vermaakt met een heleboel boeken, een heleboel potjes Ticket to Ride en her en der nog wat knutselprojectjes. Maar gisteren moest ze toch echt weer op tijd haar bed uit en de kou in, want de scholen zijn weer begonnen. Ook Boaz ging weer op pad, zij het pas anderhalf uur later en slechts 500 meter ver. Judith was gisteren nog een dagje vrij en heeft mij geholpen om boodschappen te doen, de kerstversiering op te ruimen en eens goed te stofzuigen achter de bank. De sporen van de vakantie opruimen, zogezegd. En nu is ook zij weer naar de Kindergarten. Zelfs Johan is naar de universiteit vertrokken! Hij is een belangrijke voordracht aan het oefenen en dat lukt beter op kantoor dan in een huis vol vrouwen en kinderen.

Ondanks dat de vakantie leuk was, zijn we toch erg blij dat de scholen weer open mogen. Dat was nog even de vraag, gezien de stijgende besmettingscijfers. Momenteel zitten we hier nog heel ontspannen, rond de 400 besmettingen per 100.000 inwoners per week. Maar alle buurlanden zitten boven de 1000, Zwitserland en Frankrijk zelfs over de 2000, dus waarschijnlijk zal het binnenkort hier ook de pan uit rijzen. Ik las zojuist zelfs dat de WHO verwacht dat 50% van alle Europeanen de komende 6-8 weken corona zal krijgen. Dan is de kans dat wij het ook krijgen of in quarantaine moeten na contact met een besmet persoon, natuurlijk erg groot. Extra fijn dus dat de scholen nu open zijn. Elke week is er één!

Afgelopen zaterdag hebben we nog snel even van de sneeuw genoten. Het grootste deel van de vakantie was het te warm voor sneeuw, maar nu lag er in de bergen een lekker laagje. Toch wel leuk; we hadden dan wel geen witte kerst, maar toch nog een witte vakantie (op een half uurtje rijden). Kijk maar hoe mooi:

2021

Vanavond hebben we lekkere stokbroodjes gemaakt met kruidenboter, zalm of kaas met ham en tomaat. Een paar kip-balletjes erbij en smullen maar, lekker bij de open haard. Daarna bekeken we een paar foto’s die ik had opgezocht over afgelopen jaar. Dat maakte de tongen los natuurlijk, en er werden heel wat herinneringen opgehaald. Nu zitten de kinderen te knutselen; ze maken alledrie en vlaggetje met daarop iets uit 2021. Die hangen we dan aan een lijn, en morgen maken we er nog wat vlaggetjes bij met onze verwachtingen of wensen voor het nieuwe jaar. Zo krijgt “oud en nieuw” toch een beetje invulling, want kerkdiensten zijn er niet, oliebollen bestaan hier niet en op straat is alles rustig als altijd. Zelfs de winterse sfeer is ver te zoeken vandaag: het was vanmiddag zonnig en warm. Maar we hebben wel onze nieuwe kalender opgehangen met een prachtige sneeuwplaat erop 😉

Net als 2020 werd ook 2021 getekend door corona. Wekenlang zaten de kinderen thuis te leren, maandenlang heeft Johan alleen maar thuis gewerkt. Tijdens de verschillende “golven” mochten we niet naar Nederland en konden we dus niet meteen op kraambezoek bij ons neefje en beide nichtjes die dit jaar geboren zijn. Maar gelukkig was er op verschillende momenten wel iets mogelijk. Rond Pasen hebben we onze ouders gezien die als eerstegraads familie een aantal uren de grens over mochten. Met Pinksteren gingen we zelf naar Nederland om familie te zien. In de zomer waren we een week met familie in het Sauerland. En de herfstvakantie hebben we weer in Nederland doorgebracht, net voordat de regels opnieuw werden aangescherpt. Het was vaak kantjeboord en tot het laatste moment onzeker, maar al met al hebben we onze familie nog best vaak kunnen zien. En soms heeft die onzekerheid zelfs ook een voordeeltje: deze week was Hannah jarig en het was een grote verrassing voor haar dat opa en oma ineens binnen kwamen lopen! Dat had ze absoluut niet verwacht 😉

Gelukkig was het niet alleen maar corona wat de klok sloeg. Zoals ik al zei kregen we er een neefje en twee nichtjes bij — en wie weet komt er vanavond nog eentje bij! In Veenendaal kan elk moment een baby’tje geboren worden.

Een andere grote verandering was Hannahs schoolwissel. Ze nam afscheid van de Grundschule en gaat nu elke schooldag zelf met de trein naar Freiburg. Een hele verandering en in het begin best spannend, maar ze doet het prima.

Voor Johan was dit jaar ook enerverend. Eind 2020 werden de eerste plannen gemaakt om een belangrijke, nieuwe wiskundige stelling met behulp van de computer te controleren. Dat project loopt nog steeds, maar het belangrijkste stuk werd al maanden geleden afgerond en heeft zoveel aandacht getrokken dat Johan het soms drukker had met interviews, projectaanvragen et cetera dan met zijn eigenlijke werk. We zijn erg benieuwd hoe dit alles in het nieuwe jaar verder gaat.

Spelen in de sneeuw

Op zaterdag gaan Johan, Hannah, Boaz, en Judith het zwarte woud in, op zoek naar sneew. Naa ruim een half uur reiden vinden ze die, en gaan er meteen op af. Snel zijn de slees uit de auto gehaald en de kinderen vermaaken zich er goed mee. De seeuw mag dan een beetje diep zijn [20-25cm] ,sleen is toch leuk. Dan mag papa ook mee doen, bij de bouw van de grootste sneewpop ter wereld. De eerste bal is ongeveer 80cm. groot, en men moet een heeele groote ramp bouwen, om de 2e bal naar boven te krijgen. Het hoofd kunnen de kinderen dan zelf naar boven tillen, en dan zijn ook 2 houtogen, 1 denneappelneus, 3 steenknopen, 2 stokarmen, en 1 stokbezem snel gevonden. Daarna word het koud, en de bouw van de sneeuwpop heeft alles bei elkaar ruim 3 kwartier gekost. Daarom beginnen ze maar aan de truchtocht en hopen, dat de auto tegen smeltwater kann!

  • Toevoeging van mama: een “ramp” is een helling.

Koud

De afgelopen weken vroeg Judith regelmatig: “Mama, wanneer wordt het nu winter? Is de herfst al voorbij?” Officieel begint de winter pas op 21 december natuurlijk, maar dat vind ik altijd zo raar. Voor mij begint de winter als de blaadjes van de bomen zijn en het koud is buiten. Nou, daar is sinds deze week geen discussie meer over mogelijk. De eerste natte sneeuw is gevallen, de bergen in de verte hebben een wit laagje en het is KOUD! Bovendien zijn we begonnen met onze adventskalender. Dat doe je natuurlijk niet in de herfst. In de herfst verzamel je kastanjes en maak je boswandelingen. In de winter steek je kaarsjes aan en leef je toe naar het Kerstfeest. Dus hier is het een uitgemaakte zaak. De winter is begonnen.

Vooral Hannah heeft het zwaar te verduren nu. Ze moet ’s ochtends als eerste de deur uit, dan is het nog gemeen koud en behoorlijk donker. Maar erger is dat haar school zich erg streng houdt aan het protocol om de klaslokalen te luchten. De ramen staan dus wijd open terwijl de sneeuw op het plein ligt. De kinderen zitten binnen met hun jas aan, muts op, handschoenen aan — en de leraren proberen hun les zo in de kleden [let op de woordgrap] dat de leerlingen zo min mogelijk hoeven te schrijven. Want dat is geen doen met koude vingers… Als je zo de hele dag stil moet zitten, is dat geen pretje. Maandag was het echt té bar. Hannah had het zo vreselijk koud dat ze iets eerder van haar schoolkoor was vertrokken om een “vroege” trein te halen. Maar ze stond aanvankelijk op het verkeerde perron en was nét te laat op spoor 4. Ze kon de trein nog aanraken, maar de deuren waren al dicht. Toen moest ze dus wachten op de volgende trein, en stations zijn akelige tochtgaten natuurlijk. Toen ze eindelijk thuis kwam, was ze helemaal verkleumd. We hebben haar warme thee gegeven, met een dekentje op de bank gezet, in bad gezet, met een kruik in bed gestopt, maar het hielp allemaal niet genoeg. Ze bleef maar bibberen. Pas toen Johan de open haard flink had opgestookt en haar daar met dekbed en al pal voor parkeerde, warmde ze weer op.

Gelukkig hadden de leraren juist gisteren een studiedag en hoefde ze dus niet naar school. Zo kon ze mooi een dagje bijkomen. Vandaag is het (volgens de weerberichten) een stuk minder koud en winderig. Ik ben zelf nog niet buiten geweest 😉 maar ik heb goede hoop dat het nu ook in school een graad of 8 warmer zal zijn. Ze heeft een gebreide poncho bij zich, handenwarmers, een thermolegging, een gebreide muts… Ik ben benieuwd hoe ze straks thuiskomt.

Judith vond het alleen buiten koud. Haar Kindergarten lucht ook wel, maar wat minder extreem. Voor het buitenspelen heeft ze zich overtuigend gewapend: over haar normale kleren heen een sneeuwbroek, sneeuwlaarzen, winterjas, sjaal, muts en handschoenen. Zo moet ze de winter wel door kunnen komen. Wat haar betreft gaat het per direct hard sneeuwen en rijden we dan naar het bos om te sleeën, vuurtje te stoken en worstjes te grillen. Wat mij betreft is dat een prima idee — voor de Kerstvakantie ofzo. Als het écht winter is…

In het ziekenhuis

Deze week is voor ons een bijzonder weekje, want ik ben sinds woensdagmorgen 5.15 uur niet thuis. Ik lig in het ziekenhuis. En dat is voor ons gelukkig onbekend terrein; behalve rond de bevallingen heb ik al heel lang geen ziekenhuisbed van dichtbij gezien. De laatste keer was denk ik als kleuter, toen ik m’n amandelen heb laten knippen.

Maar nu ben ik dus de pineut. Ik heb endometriose, waarschijnlijk ontstaan na de laatste keizersnee. Dat geeft regelmatig vervelende buikpijn en het lukte niet om het met medicijnen onder controle te krijgen. Daarom was het advies om de pijnlijke plek, die ook op echo’s goed te zien was, weg te laten halen en dan meteen te kijken of er nog meer plekjes in m’n buik verstopt zaten. Het plan was om me s morgens vroeg te melden, een nachtje te blijven en dan weer naar huis te gaan. Maar dat viel een beetje tegen, er zaten meer en grotere endometriosehaarden en verklevingen dan verwacht. Ze hebben dat waarschijnlijk allemaal weg kunnen halen, maar dat was dus wat meer werk dan ze eerst dachten. Bovendien kreeg ik woensdagmiddag een nabloeding, en ze willen me pas naar huis laten gaan als die onder controle is. Daarvoor krijg ik nu regelmatig echo’s en ze houden mijn bloedwaarden in de gaten. Als het er vandaag allemaal goed uitziet, mag ik hopelijk zaterdagmorgen naar huis.

Voor Johan en de kinderen is dit natuurlijk ook raar en spannend. Ze mogen niet op bezoek komen en moeten maar afwachten wanneer mama weer thuis komt. Maar volgens Johan doen ze het goed. Ik ben trots op hen 🙂

Nieuwe ID-kaart (aflevering 3)

Hoera, het project ID-kaart is voltooid. Vandaag is Johan heen en weer gereden naar Bern om drie gloednieuwe ID-kaarten op te halen. Helemaal chique met foto’s, handtekeningen en chips.

Dat was het dan. Meer is er eigenlijk niet over te vertellen. Het was meer “heen en weer” dan Bern. Hij vond meteen een parkeerplaats voor de deur van de ambassade en stond met 5 minuten weer buiten. Tsjakka!

Op het nippertje

Ik zag zojuist tot m’n schrik dat onze laatste blogpost al erg lang geleden is. En dat is niet omdat ons leventje zo saai is dat er niets te schrijven is. Integendeel! We hebben een heerlijke herfstvakantie gehad in Nederland 🙂

Vrijdag 29 oktober zouden de nieuwe Corona-reisregels weer bekend worden gemaakt voor de week erop, voor onze vakantie dus. De besmettingscijfers in zowel Nederland als Duitsland liepen stevig op, dus we hielden er ernstig rekening mee dat de grens dicht zou gaan. In dat geval zouden we wel naar Nederland mogen reizen, maar moesten we bij terugkomst vijf dagen in quarantaine. Dat schiet natuurlijk niet op als je maar een week vakantie hebt. Dus wachtten we ongeduldig tot de website van het RKI geactualiseerd werd. Meestal gebeurt dat rond half elf ’s ochtends. Dit keer duurde het maar liefst tot half één. Maar toen kwam daar toch de verlossende melding: we mochten gaan! Johan heeft snel de kinderen uit school gehaald, ik heb de tassen ingepakt, samen hebben we het huis vakantie-klaar gemaakt en om half drie reden we weg. Dat ging erg vlot dus. Helaas was het tempo er meteen uit toen we op de snelweg zaten, want het was druk op de weg en er waren veel wegwerkzaamheden. Lekker doorrijden was er dus helaas niet bij. We hebben van de nood een deugd gemaakt door op het drukste tijdstip wat patat te eten, en verder was het gewoon geduld oefenen… Om kwart over elf kwamen we in Woudenberg aan en stond ons bed gelukkig al klaar!

De verdere week hebben we al onze broers en zussen ontmoet, alle opa’s en oma’s ook, en natuurlijk ons neefje en nichtjes. Daar kwamen we tenslotte voor 😉 Kleine baby’s worden zó snel groot, die wilden we graag eens ontmoeten. En dat gaat via Skype of Zoom toch minder goed dan in het echt.

En verder heeft Boaz in de vrachtauto gereden, zijn we naar het zwembad geweest, hebben we blaadjes geharkt in de tuin en nog een keer patat gegeten. Er zijn een heleboel spelletjes gespeeld en er is uitgebreid bijgepraat. Het was fijn, zo’n weekje.